Deerfield

Deerfield

door Frans Verhagen

Niet ver van Sturbridge ligt Deerfield, waar helemaal niets in elkaar gezet hoefde te worden. Het was er allemaal al, want Deerfield is origineel. De gebouwen die er staan, horen er thuis. Het stadje ligt ten noordwesten van het stadje Amherst.

Historic Deerfield Village is een klein wonder: langs de hoofdstraat, eenvoudig The Street genaamd, liggen meer dan tachtig huizen die dateren uit de achttiende en negentiende eeuw. De meeste zijn bewoond, maar veertien ervan kunnen worden bezocht. Ze zijn aan de tand des tijds ontsnapt en bieden nu een goed idee hoe er geleefd werd in deze jaren.

Rond 1600 was de regio van Deerfield nog het woongebied van de Pocumtuck, Indianen die in de vruchtbare vallei van de Connecticut River pompoenen, maïs en tabak verbouwden. Hier lag toen de frontier, de grens van de bekende wereld. De kolonies van New England drongen echter op en vanaf 1660 begonnen blanke kolonisten zich hier te vestigen. De plek was ideaal.

Aan de voet van de East Mountain lag een landplateau van een anderhalve kilometer breed en drie kilometer lang, ideaal gelegen boven het stroomgebied van de Deerfield River. Rondom het dorp lagen vele hectares open weideland die iedere lente overstroomden en zo zorgden voor vruchtbare akkerbouwgrond. Historici noemen dit een traditioneel 'English open field village' voldoende om een kleine gemeenschap van kolonisten economisch, militair, sociaal en religieus te verzorgen.

Afgevoerd in slavernij

Natuurlijk stonden de Indianen niet te juichen toen de blanke pioniers zich vertoonden. Van de 100.000 Indianen die in New England woonden in 1600 waren er al tienduizenden uitgeroeid door de grote pokkenepidemieën in 1610 en 1630. Het dorp Pocumtuck was verlaten in 1669 toen de eerste kolonisten kwamen.

Tijdens de oorlog met de Indianen die uitbrak in 1675, King Philip's War genoemd, werden heel wat nederzettingen aan de frontier aangevallen, waaronder Deerfield. In de herfst van dat jaar doodde een legertje van zo'n duizend Indianen 64 bewoners, in wat sindsdien 'The Bloody Brook Massacre' heet. De overlevenden bouwden het stadje opnieuw op en hoewel ze nog herhaaldelijk werden aangevallen, hadden uiteindelijk de kolonisten de langste adem. Maar voordat ze rust kregen vond er in 1704 nog een Indiaanse aanval plaats waarbij het halve dorp in brand werd gestoken, de 'Deerfield Massacre'. Behalve 48 doden werden 111 bewoners in slavernij afgevoerd naar Canada.

Het dorp werd opnieuw verlaten maar in 1707 werd het opnieuw opgezet door John Williams, die de mars naar Canada en twee jaar Franse gevangenschap had overleefd. Typerend voor de situatie van de kolonisten was dat Williams zijn vrouw en twee kinderen bij de aanval had verloren maar dat zijn laatste dochter, Eunice, uiteindelijke liever bij de Indianen bleef. Williams schreef er een prachtig boek over The Redeemed Captive Returning to Zion, dat vertelt over de traumatische ervaringen van kolonisten aan de frontier.

Spaarzaam gemeubileerd

The Street is bijna twee kilometer lang. De 'museumhuizen' liggen in het blok ten noorden van de centrale 'common', het veld dat net als in Sturbridge het centrum uitmaakt. Alleen is het in Deerfield wel degelijk gedeeltelijk geasfalteerd, en ook staat er een beeld dat de slachtoffers van de Burgeroorlog herdenkt. Wij hadden het geluk dat we werden rondgeleid door de directeur van het museum, maar normaliter dient u voor een bezoek aan de meeste gebouwen zich aan te melden bij het Information Center.

Van de huizen langs The Street waren er 24 al aanwezig vòòr de Amerikaanse Revolutie; 23 meer dateren van voor 1850. De kerk, de Brick Church, dateert van 1824 en kijkt uit over de oorspronkelijke Town Common. De huizen staan voornamelijk langs The Street. Aan de westkant van het dorp duikt de bodem achter de huizen ineens omlaag, richting rivier en landbouwgrond.

Een paar huizen uit de jaren direct na 1707 staan nog in Deerfield, zoals het Wells-Thorn House uit 1720. Het meubilair in dit huis is in de stijl van de frontier in die tijd. Ik vond deze woning het meest indrukwekkend omdat hij in zijn donkerte en spaarzame meubilering het beste idee geeft van de manier waarop mensen toen leefden. In 1735 werd er een voorhuis aangezet dat goed aangeeft dat het goed ging met Deerfield; de stijl wordt een stuk luxer. Vanaf 1730 was Deerfield begonnen vee te mesten en graan te vervoeren naar de markt in Boston. De rijkdom die daarmee kwam leidde tot een nieuw stijl huizen, vaak met stijlvolle deuren in de Connecticut Valley stijl. het Hinsdale en Anna Williams House dateren uit die tijd.

De Amerikaanse Revolutie en het losmaken van Engeland waren een enorme schok voor Deerfield. Het dorp was tot op het bot verdeeld. Een groot deel van de bewoners koos voor loyaliteit aan de koning, een ander deel voor de Onafhankelijkheid. Verscheidene incidenten in de jaren zeventig getuigen van de gespannen sfeer. Maar na de oorlog keerde de rust terug en maakte Deerfield een periode van bloei door. Een van de resultaten was de Deerfield Academy die in 1797 werd gesticht, een kostschool voor jongens en voor meisjes.

De Barnard Tavern, een kroeg van rond 1800, werd vastgebouwd aan een ouder woonhuis. De taverne, die ook een danszaal heeft, was het centrum van het dorpsleven: om elkaar en buitenstaanders te ontmoeten, de post af te wachten of de koets, of een toneelstuk te zien. Stebbins House dateert ook uit 1799 en is ingericht in federalistische stijl. Dwight House is een van de vier huizen die uit een ander stadje komen, Springfield in dit geval, en daar met afbraak werden bedreigd. Omdat het werd gebouwd in 1725 past het uitstekend bij de andere huizen.

Economische neergang gestopt

In het midden van de negentiende eeuw begonnen bewoners zich te realiseren dat ze er werk van moesten maken als ze hun historische gebouwen wilden bewaren. Het oude gebouw van de Deerfield Academy werd ingericht als Memorial Hall Museum. De Deerfielders hadden goed gezien dat de geschiedenis voor hen interessant kon zijn, want het bleek aan het eind van de negentiende eeuw de enige manier om de economische neergang te stoppen. Deerfield werd een toeristenbestemming. De school, die ook op sterven na dood was, kreeg een nieuw impuls van een jonge hoofdmeester en is tot de dag van vandaag een hoog gewaardeerde instelling.

Memorial Hall vond ik nog steeds een aansprekend museum. Er liggen grafstenen uit de begin tijd, er is een deur te zien die in 1704 door de Indianen met Tomahawks werd bewerkt, en allerlei gebruiksvoorwerpen uit de geschiedenis van Deerfield. Ook aan de Indianen die oorspronkelijk in de regio woonden, wordt veel aandacht besteed.

Meer thematisch en academischer opgezet is het brandnieuwe Flynt Center of Early New England Life, dat een dimensie toevoegt aan wat er in Memorial Hall is te zien. Het Flynt Center heeft een mooie verzameling dingen uit het dagelijks leven van New England, met regelmatig thematische tentoonstellingen. Toen wij er waren, liet het museum zien hoe de puriteinse families toch probeerden te laten zien dat het goed met ze ging. Ze schaften dingen aan die ze 'useful improvements' noemden maar die wel zo gemaakt waren dat hun status in het leven duidelijk werd.

De charme van Deerfield Historic Village is dat het authentiek is, een deel van de Amerikaanse geschiedenis. Er is relatief weinig moeite gedaan om je verbeelding te helpen: je zult het hier moeten doen zonder 'interpreters' die 's avonds terugrijden naar hun suburb. Maar de informatie tijdens de rondleiding en in de museumdelen van Deerfield is uitstekend.

Maar ideaal was het om beide openluchtmusea te combineren. Ik heb al heel wat living history gezien in de Verenigde Staten, en de Amerikanen zijn er uitzonderlijk goed in, maar ik moet zeggen dat ik hier in de Berkshires van Massachusetts een optimale uitwerking ervan kreeg voorgeschoteld.

Like deze pagina

Reizen Massachusetts

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors