Reisverhaal Idaho en San Francisco
Like ons op Facebook

Reisverhaal Idaho en San Francisco

door Thom Janssen

Eigenlijk had dit verhaal nog een sub-titel moeten hebben, Want na deze enthousiaste welkomstkreet, die elke Amerikaan uitroept tegen iedereen met wie hij oogcontact krijgt, volgt automatisch de standaardzin: "How'ya doin' today ...?!". Het duurde voor ons, nuchtere en bedeesde Hollanders, een paar dagen voordat we gewend waren aan deze onverwachte kameraadschappelijkheid en deze bovenmaatse interesse in het welbevinden van de toeristische medemens... Maar toen begrepen we dat de uitroep "Howdy there, folks...! How'ya doin' today ...?!" vrij vertaald zoveel betekent als "Goedemiddag mevrouw en meneer, wat kan ik voor u betekenen ?".

Terwijl de gemiddelde Nederlander in de dagelijkse omgang betrekkelijk open en informeel is, steekt hij bij de Amerikaan af als een uiterst afstandelijke en nurkse brompot. Toch is dit verschil ten dele schijn; het heeft eigenlijk vooral met de buitenkant te maken. De joviale en enthousiaste benadering van de Amerikaan is een dun vernisje dat op effectieve wijze het ware karakter bedekt. Waar de Nederlander zichzelf of zijn boodschap meestal zonder al teveel bombarie en opsmuk presenteert, daar zorgt de Amerikaan allereerst voor een fraaie en opvallende verpakking, zodat niemand eventuele inhoudelijke tekortkomingen opmerkt.

Het hierboven beschreven cultuur-verschil is slechts één voorbeeld uit een lange reeks van ervaringen, gebeurtenissen en observaties die ons na de kennismaking met Amerika en het Amerikaanse volk zijn bijgebleven. Wat ooit in onze gedachten begon als een 'verre vakantie' groeide uit tot een 'ontdekkingsreis' langs de natuurwonderen, metropolen en inwoners van Amerika. Zevenentwintig dagen, zeven staten en zevenduizend kilometer lang waren we toeschouwer en tegelijk onderdeel van 'the American Dream', de droom die voor sommigen realiteit werd en voor anderen uitdraaide op een nachtmerrie.

Onze reis was méér dan een vakantie, waarin rust, ontspanning en zorgeloosheid de belangrijkste ingrediënten vormen. Bovenal was het een kennismaking met de onwaarschijnlijke historie, rijkdom en schoonheid van de aarde, met de ultieme materialistische welvaart van de westerse samenleving en met de haastige, drukke en weinig diepzinnige levensstijl van de bewoners van de 'nieuwe wereld'.

Meer dan vierhonderd foto's vormen de visuele getuigen van onze unieke en misschien eenmalige tocht door California, Arizona, Utah, Wyoming, Montana, Idaho en Nevada. Dit reisverslag is een aanvulling op de foto's en bevat een chronologisch overzicht van onze reis-route en de bezienswaardigheden die we hebben bezocht. Het verhaal is een persoonlijk getinte mix van feiten en overpeinzingen, van waarnemingen en fantasieën. Beeld en tekst samen geven hopelijk een natuurgetrouwe weergave van onze belevenissen en indrukken. Hoewel.... Shirley en ik hebben, terugkijkend op onze reis, maar één advies: schraap je spaarcenten bij elkaar en stap in het vliegtuig om het zelf te ervaren. Want geen foto of reisverslag kan de grootte, grootsheid en grootheidswaan van Amerika ook maar bij benadering weergeven.....

Vrijdag 13 Juni - VAKANTIE !!!

Zeven uur is het als ik vrijdagavond thuis kom uit Leidschendam, na een hectische dag aan het einde van een hectische week van een hectische maand van..... Vier weken vakantie in het vooruitzicht, vier veelbelovende weken. Ons plan om een lange vakantie in Amerika door te brengen gaat nu werkelijkheid worden. We hebben nog lang getwijfeld of we onze zuur verdiende guldentjes wel aan een stel Yankees zouden moeten verbrassen. Vier weken vakantie in een land als Amerika kost veel; met het geld en de verlofdagen kun je ook een keuken opknappen of andere kostbare, tijdrovende "privé-projekten" realiseren. Maar we zijn tot de conclusie gekomen dat een reisje naar de States toch aanmerkelijk avontuurlijker is dan een nieuwe afzuigkap of koel-vriescombinatie. Tenminste, als je de reis maakt zonder je over te leveren aan een van de vele tour-operators die het beste met je voor lijken te hebben, maar natuurlijk alleen maar geïnteresseerd zijn in een zo groot mogelijk aandeel in het vakantiegeld van de gemiddelde Frits Bom kijker.

We hebben dus niet een volledig voorgekookte reis geboekt, maar gewoon tickets besteld voor twee plaatsjes in een Martinair vliegtuig. Deze maatschappij biedt de goedkoopste tarieven van Amsterdam naar Los Angeles, haalt misschien niet het service-nivo van KLM, maar geeft toch een redelijke garantie dat het toestel geen motoren afwerpt boven Groenland of op een andere ongewenste manier in het nieuws komt.

Verder hebben we ons laten verleiden drie hotel-overnachtingen te reserveren in het Holiday Inn Hotel in Hollywood, om de eerste dagen in de mierenhoop van Los Angeles een strategische uitvalsbasis te hebben. Bovendien hebben we ons verzekerd van een transportmiddel waarmee de immense afstanden in Amerika enigermate snel, veilig en comfortabel kunnen worden overbrugd. Bij Alamo, het op één na grootste autoverhuurbedrijf van de States, hebben we een 'full size car' geboekt met airco, cruise control en volledige verzekering. Het verdere verloop van de reis laten we hoofdzakelijk afhangen van het toeval, zij het, dat we wel een route-kaart hebben aangeschaft en een globale reis-route hebben uitgedokterd. Vast staat, dat we na vier weken toeren in de buurt van San Francisco moeten zijn aangeland, om daar het juiste Martin Schröder toestel naar Amsterdam te kunnen nemen.

Na op vrijdagavond twee koffers en twee rugzakken (kleintjes, niet van die 30-kilo-balen...) volgestouwd te hebben, vlijen we ons om half een 's nachts te ruste, in afwachting van wat deze vakantie ons gaat brengen.

Zaterdag 14 Juni - VLUCHT IN HET ONBEKENDE

Om acht uur 's morgens gaat de wekker. Ik geef op geroutineerde wijze het apparaat een zodanige ram dat hij het niet in zijn hoofd haalt nog enig geluid voort te brengen. Shirley en ik hebben afgesproken om uiterlijk 9.30 uur te vertrekken en ik weet dat ik er beter aan doe deze eerste 'deadline' niet te overschrijden. Na voor de zesde keer de "niet vergeten" lijst te hebben gecontroleerd, zijn we er zeker van dat we de meest essentiële zaken bij ons hebben. Shirley zet nog even de koffers op de weegschaal en komt tot de conclusie dat we allebei twintig kilo aan ballast zullen moeten gaan meezeulen. Gelukkig hebben de koffers wieltjes, zodat we ze als makke huisdieren achter ons aan kunnen slepen.

De weg naar Los Angeles voert ons eerst nog even langs Kesteren, alwaar we ons eigen vervoermiddel veilig en droog kunnen stallen, en waar onze ouders ongeduldig wachten om ons naar Schiphol te brengen. Niet dat ze ons zo graag weg willen hebben, maar het zou zonde zijn als we het vliegtuig missen....

Vlucht MP 807 vertrekt om 14.00 uur Nederlandse tijd en we checken om 13.00 uur in bij een Martinair 'meid' met een Ferrari-rood mantelpakje en een mini-tulband van dezelfde tint. Terwijl we voor de balie staan worden de eerste foto's van de reis gemaakt, waarbij de moeders net doen of ze graag met ons meewillen. Zoveel 'bagage' mogen we echter niet meenemen en uiteindelijk lopen Shirley en ik zwaaiend door de paspoort-controle. We besluiten meteen door te lopen naar de gate, zonder eerst nog allerlei tax-free inkopen te doen. We zullen ons ongetwijfeld in Amerika nog wel te buiten gaan aan kado's en we voelen er weinig voor om voor vertrek al met plastic zakken te gaan zeulen.

Bij de gate staat een wit met rood Martinair toestel op ons te wachten. Met onze reis naar Indonesië in een Boeing 747-400 van Singapore Airlines in het achterhoofd vormt dit vliegtuig een kleine teleurstelling; de kist ziet er niet veel groter uit dan de DC-9's waarmee ik meestal naar Finland vlieg.... Dat zijn geen verkeerde toestellen, maar toch enigszins krap voor een trans-atlantische vlucht. Gelukkig blijkt het mee te vallen. De McDonnell Douglas MD11 is toch een flink apparaat, waarin zo'n 300 passagiers een zitplaats kunnen vinden. Onze stoelen zijn in het midden van het toestel (zowel in de lengte als in de breedte gezien), dus we zullen weinig van eventuele uitzichten kunnen genieten. Nu is dat ook niet de eerste zorg; belangrijker is dat de zetels comfortabel en ruim genoeg zijn om na 10,5 uur vliegen zonder chronisch rugletsel of andere lichamelijke ongemakken aan land te kunnen stappen. We hebben er niet al te veel vertrouwen in en vragen ons af of we er niet beter aan gedaan zouden hebben een duurder KLM-ticket op een lijnvlucht te boeken. Dat zullen we echter nooit weten, dus we maken het ons zo gemakkelijk mogelijk.

De vlucht verloopt voorspoedig, in alle opzichten. In tegenstelling tot wat volgens gezagvoerder Schumacher (nee, niet Michael...) gebruikelijk is hebben we een stevige bries in de rug, zodat we het halfuurtje vertraging bij het vertrek gemakkelijk onderweg kunnen inlopen. Het toestel klimt naar zo'n 9000 meter hoogte en tuft met 890 km/uur op de klok richting Schotland. Ondertussen komen de Martinair meiden (rood pakje, blonde haren en een "ik lach wel maar ik ben niet blij" uitdrukking op het gelaat) de eerste versnaperingen uitdelen. Op de TV-schermen die op regelmatige afstanden aan het plafond van de kist zijn gemonteerd zien we achtereenvolgens een video met veiligheidsinstructies (hoe hou ik mijn sokken droog tijdens een noodlanding in de oceaan en hoe laat ik vervolgens mijn
zwemvest ontploffen), een reclamefilmpje van Martinair (die ándere Nederlandse luchtvaartmaatschappij....), een film met Whoopy Goldberg (alweer zij...) als geslaagde zakenvrouw en een promotie-film over California ("The Golden State" ...??!!). Tussen de bedrijven door toont het scherm relevante en minder relevante gegevens over onze vlucht, zoals de gevolgde route, de vlieghoogte, de snelheid, de tijd ter plaatse en de verwachte aankomsttijd. Die aankomsttijd is ongeveer 16.00 uur lokale tijd, overeenkomend met 01.00 uur (zondagochtend) in Nederland.

Consequentie van een vlucht naar het westen is, dat we met de draaiing van de aarde mee vliegen en het dus continu dag blijft. Daardoor, en door de tamelijk noordelijke route die we volgen, kunnen we (althans degenen die aan het raam zitten) na een uurtje of vier vliegen de ijskappen, gletsjers en vulkanen van Groenland zien. Nog een paar uur later doemen de heuvels en bossen van Canada op en weer twee uur daarna steken we vanuit noordelijke richting de grens Canada-Amerika over.

Via San Francisco naderen we het internationale vliegveld van Los Angeles. De eerste piloot meldt dat hij het laatste weerbericht van L.A. heeft binnengekregen en dat het er niet slecht uitziet. Dat hadden we ook niet verwacht van een stad waar Baywatch en Beverly Hills 90210 opgenomen worden... Precies om 16.00 lokale tijd (we hadden in Nederland al lang liggen pitten) zet gezagvoerder Schumi de MD11 op Amerikaanse bodem.

De eerste kennismaking met Amerika is er niet een om vrolijk van te worden. De immigratiedienst van Amerika blijkt een club ambtenaren van het zuiverste water te zijn. Terwijl vanuit onze "pier" vier vliegtuigen leegstromen met enthousiaste, maar door jetlag toch eninszins uitgebluste passagiers, zwaaiend met paspoorten, immigratie-documenten en aangifteformulieren, vinden de Amerikaanse baliemedewerkers het zo langzamerhand tijd geworden het stempelkussen dicht te klappen, de broodtrommel te pakken en op weg te gaan naar de piepers-met-jus van moeders-de-vrouw. Slechts twee of drie geüniformeerde stempelaars zijn wel geneigd wat overuren te scoren en beginnen op minutieuze wijze de paspoorten en formulieren van de ongeduldige toeristen op onregelmatigheden te besnuffelen.

Men laat zich daarbij op geen enkele manier van de wijs brengen door de gigantische rijen die zich ondertussen voor de balies gevormd hebben. Bij iedere bezoeker wordt geïnformeerd naar land van herkomst, bestemming, beroep en doel van het bezoek. Vervolgens wordt de stempel-automaat ter hand genomen en worden op willekeurige plaatsen stempels in paspoorten gehamerd. Zoals de Wet van Behoud van Ellende voorschrijft, staan Shirley en ik in de traagste rij, zodat onze kennismaking met het 'land van de onbegrensde mogelijkheden' begint met ongeveer 1,5 uur hangen, staan, steunen, kreunen, geeuwen en Amerikaanse overheidsdienaars vervloeken.

Eindelijk hebben we de ambtelijke hindernis genomen en gaan we op zoek naar onze koffers. Dat blijkt niet moelijk te zijn, dus al snel spoeden we ons naar de aankomsthal, alwaar we een bord "car rental" ontwaren. Dit bord wijst naar een bushalte even verderop, waar shuttle-bussen vertrekken om toeristen naar de kantoren van de autoverhuurbedrijven te vervoeren. De Alamo-bus laat niet lang op zich wachten en de nauwelijks Engels sprekende chauffeur brengt ons ongeschonden door het hectische verkeer naar het Alamo-kantoor. Aldaar blijkt men geheel ingespeeld te zijn op enorme massa's toeristen; achter twintig balies zitten medewerkers klaar om de administratie rond de autohuur te regelen, terwijl de popelende automobilisten zelf door middel van zig-zag hekjes gedwongen worden gedisciplineerd op hun beurt te wachten. Na enige geduldsuitoefening zijn we aan de beurt om onze auto in ontvangst te nemen. De goedgeluimde balie-medewerker merkt op blij te zijn met bezoekers uit Europa, maar waarschuwt ons wel dat het in Amerika absoluut verboden is om een auto te besturen na gebruik van drank of drugs. Alsof dat in Europa de gewoonste zaak van de wereld is... Van een parkeerterrein vol met huurauto's mogen we een gloednieuwe Buick Le Sabre meenemen, die volledig voldoet aan het profiel 'full size American family car'. Het witte gevaarte is weliswaar nieuw, maar zeer klassiek vormgegeven, met veel chroom, veel nephout en veel ruimte. We laden onze koffers in de spelonk aan de achterkant en schakelen de automatische versnellingsbak in "Drive".

Volgens de kaarten die we van L.A. hebben verzameld is het niet al te ver naar het Holiday Inn Hotel in Hollywood. Maar afstanden in Amerika lijken altijd kleiner dan ze in werkelijkheid zijn, ondervinden we nu zelf. Los Angeles doorsnijden van de ene naar de andere kant kan gemakkelijk een halve dag duren en het ritje naar het hotel duurt dus niet de geschatte twintig minuten, maar ruim een uur. Het rijden in de stad went snel, maar opletten is geboden. De meeste Yankees rijden tamelijk beheerst maar, in tegenstelling tot wat ik verwachtte na de verhalen over ijverige Sheriffs die iedereen op de bon slingeren die twee kilometer te hard rijdt, worden de snelheidslimieten op grote schaal aan de cowboylaars gelapt. En het is zaak een beetje met de stroom mee te hobbelen, anders verstoor je het verkeersverloop op een ongewenste wijze. De bewegwijzering vergt enige gewenning. Het opsporen van straatnamen en richtingsborden tussen de immense hoeveelheid schreeuwende reclame-uitingen langs en boven de weg is sowieso al een kunst op zich. Toch slagen we er na wat omtrekkende bewegingen in het Holiday Inn te lokaliseren en we parkeren de witte sloep in de parkeergarage.

We krijgen een kamer aangewezen op de achtste verdieping en na picolo Brian een fooi te hebben gegeven voor het dragen van onze koffers, kijken we eens uit het raam van onze hotelkamer. Vóór ons strekken de volgebouwde heuvels van Hollywood zich uit en wat verder weg zien we achter een bosje nog net de gigantische witte letters "lywood" tegen de groene heuvels geplakt. Een kleine kilometer van ons vandaan ligt de Hollywood Bowl, een reusachtig openlucht-theater, waar vandaag en morgen het Playboy Jazz Festival plaatsvindt. De gastheer van dit evenement is Bill Cosby en onder de artiesten bevinden zich onder meer John Lee Hooker, George Benson en Chaka Kahn. Deze laatste schijnt een kamer gereserveerd te hebben in ons hotel, hetgeen duidelijk merkbaar is aan de ietwat nerveuze stemming onder het personeel. Je kunt wel zeggen dat we met de neus in de boter zijn gevallen.... Voorlopig stellen we het veroveren van Hollywood even uit. We trekken de gordijnen dicht om acht uur
's avonds lokale tijd en binnen een paar seconden verkeren we allebei in een diepe slaap.

Zondag 15 Juni - DE 'HOT SPOTS' VAN L.A.

Tegen achten worden we wakker van het licht dat door de gordijnen naar binnen piept. En Los Angeles wordt eveneens wakker, zoals te horen valt aan de constante stroom auto's die onder ons hotelraam voorbij trekt. We besluiten om vandaag maar even te wachten met het bezoeken van allerlei grootse evenementen en eerst maar eens in de buurt rond te kijken of we ergens een ontbijtje kunnen scoren. We lopen het hotel uit en als we de hoek omgaan op Hollywood Boulevard "struikelen" we bijna over de grote sterren op het trottoir die bekend staan als de "walk of fame". Over een lengte van meer dan een kilometer staan de namen van de groten der aarde gegraveerd in in het trottoir gemetselde sterren. We wandelen over Steve McQueen, trappen op Michael Jackson, springen over Gloria Estefan en omzeilen Angie Dickinson, en passeren nog een paar honderd andere VIP's. De uitstraling van deze beroemde straat is niet helemaal zoals we het eigenlijk verwacht hadden. De bebouwing vertoont een zo grote verscheidenheid, dat het soms gelijkenis vertoont met een provincie-stadje in Indonesië, terwijl een huizenblok verder de rijkdom van de gevels spettert en je elk moment verwacht oog in oog te staan met een celebrity. Natuurlijk is de kans niet bijster groot dat de echte VIP's zich om half negen op zondagochtend tussen het gepeupel begeven, dus doen we het met de sterren op de stoep.

Het blijkt niet eenvoudig te zijn om op dit vroege tijdstip een ontbijtgelegenheid te vinden. Na Hollywood Boulevard afgestruind te hebben lopen we een stuk over de hieraan parallel lopende Sunset Boulevard, maar ook hier zijn de etablissementen dun gezaaid. Uiteindelijk komen we een tent tegen waarvan de Aziatische uitbaters ook vroeg opgestaan zijn en waar sandwiches, muffins en salads te krijgen zijn. We bestellen allebei een sandwich en krijgen even later een enorm bord met witte boterhammen voor onze neus, waar de gesneden kip in veertien lagen tussen bekneld zit, opgeleukt met een flinke dosis mayonaise of iets wat daar voor doorgaat. Ook de koffie die ik er bijbesteld heb, is niet van het formaat Italiaanse espresso; je zou er de kater van een heel rugbyteam mee weg kunnen krijgen als je het mij vraagt. Het is de eerste tastbare indicatie dat voedsel en drank in Amerika altijd in mega-porties wordt genuttigd. Onze Europese magen moeten zich hier duidelijk nog op instellen.

Na het copieuze ontbijt lopen we terug naar het hotel en pakken even later de auto richting Santa Monica, de badplaats ten westen van Hollywood. Het is ontspannen toeren in de 3.8 liter V6 automaat; de linkervoet in de ruststand, twee vingers losjes aan het stuur, de airco op "cool" en de blik op oneindig. Hoewel, zo ontspannen is het nu ook weer niet, want het verkeer is toch anders dan in Nederland. Zoals eerder geschreven, overschrijden de Amerikanen massaal de maximumsnelheid en je moet eigenlijk gewoon meedoen wil je niet een rijdende chicane vormen. De wegen zijn recht, lopen parallel of loodrecht op elkaar en op elke kruising staan stoplichten. Op Santa Monica Boulevard, maar ook op alle andere wegen in de stad, betekent het bij groen licht een flinke dot gas geven, waardoor de V6 een forse slok benzine naar binnen gorgelt en de 1500 kg blik in beweging zet. Nèt als de automaat besluit door te schakelen naar de tweede versnelling doemt het volgende rode stoplicht op en moet de rollende massa weer tot nul worden vertraagd. Rijden in L.A. betekent dus eigenlijk alleen je rechtervoet bewegen en af en toe een keer een haakse bocht maken.

Halverwege Hollywood en Santa Monica ligt Beverly Hills, waar de gelijknamige televisie-serie speelt. We rijden even een rondje door deze villawijk, om te kijken of we Brandon of Brenda nog ergens langs zien joggen, maar helaas, ze zijn waarschijnlijk net even naar de Peach Pitt, hun favoriete stamkroeg.... Nou, het moet gezegd worden, vergeleken met Beverly Hills is Blaricum maar een sloppenwijkje... De villa's zijn gigantisch en de gazonnen zijn zo strak als de mat in de ArenA. Op elke oprijlaan staan tenminste twee auto's, bijvoorkeur van Duitse makelij (nee, niet alleen maar Volkswagen Kevers....) en de tuintjes zijn allemaal voorzien van een waarschuwingsbord dat de toko is uitgerust met gewapende beveiliging .... waarschijnlijk liggen er overal Magnum-achtige types in de bosjes.... Na een paar straten hebben we genoeg van de Porsches en de BMW M3 Cabrio's en draaien we weer de Santa Monica Boulevard op.

Na nogeens 36 gas-en-rem-manouvres bij evenzoveel stoplichten zijn we bij de kust aangeland, waar de Grote Oceaan zich voor ons uitstrekt. We vinden een parkeergarage voor ons vehikel en lopen een van de winkelpromenades van Santa Monica op. Zondag-rustdag is voor de
L.A.-ers een onbekend begrip. Geld moet rollen, óók op zondag, en dus zijn alle winkels, cafe's en restaurants gewoon open. Na de nodige uitbaterijen van binnen bekeken te hebben, strijken we neer op het terras van een bierbrouwerij, waar de tafeltjes zijn voorzien van Heineken bierviltjes. Het eerste signaal dat ons weer aan Nederland doet denken. In vele andere landen en werelddelen struikel je op de meest ongelegen momenten over een kudde "gezellig hè... vakantieman...." Nederlanders, maar dat is ons tot op dit moment gelukkig bespaard gebleven. Misschien dat de glamour en glitter van Hollywood en Beverly Hills niet zo aansluit bij de "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg" mentaliteit van ons, landgenoten. Wát ook de verklaring is, wij vinden het wel zo prettig om het Nederlands als geheimtaal te gebruiken tussen al die knauwende en wauwelende Amerikanen...

We lopen ook nog even langs het strand van Santa Monica, waar een geasfalteerde "boardwalk" zich door het gele zand slingert. Hier moet Erik Hulzebosch het skeeleren hebben geleerd... Een lange rij schaars geklede yuppen met walkman's op het hoofd suist voorbij op in-line skates, zoals die rol-ijzers hier genoemd worden. De fitheids-manie lijkt hier in alle hevigheid toegeslagen te hebben. Dat is overigens niet geheel ten onrechte. De hamburger-cultus heeft in deze contreien duidelijk zijn tol geëist. Het aantal mensen met een (flink) overgewicht is werkelijk stuitend... Nergens anders heb ik zóveel Billy Turfs en Erika Terpstra's gezien als in dit land. Zelfs de jeugd, net de luiers ontgroeid en toe aan de eerste merk-spijkerbroek, ziet er soms al uit als waggelende Michelin-mannnetjes... Geen wonder dat de kosten voor gezondheidszorg een bijna dagelijks gespreksonderwerp vormen in de Amerikaanse politiek. Het wordt hoog tijd dat driekwart van de bevolking verplicht op noodrantsoen geplaatst wordt om te voorkomen dat niet alleen de Freeways van Los Angeles, maar ook de aders van de bewoners dichtslibben...

Nu we het toch over het uiterlijk van de Amerikaanse burger hebben, kan ik meteen even een zijsprong maken naar de vrouwelijke helft van het Yankee-volk. Opgemerkt moet worden, dat er maar een paar gemeenschappelijk kenmerken zijn die de Amerikaanse vrouw onderscheidt van haar Franse, Italiaanse, Finse of Nederlandse sexe-genoten. Dat zijn haar buikomvang en haar totale gebrek aan smaak als het om kleding gaat. Het overgewicht wordt niet op delicate wijze verhuld, integendeel... Bij voorkeur worden met behulp van een zuurstok-kleurige, te strakke T-shirt en een legging uit een ander mode-tijdperk de lichamelijke tekortkomingen zonder enige terughoudendheid tentoongesteld. Voor de Amerikaanse man zal dit gebrek aan schoonheid en smaak weing belang hebben (hij heeft namelijk de zelfde 'kenmerken'), maar voor de vrijgezelle Europeaan is er dichter bij huis aanmerkelijk méér natuurschoon te bewonderen.

Los Angeles is wat oppervlakte en inwoners betreft een miljoenenstad, maar het heeft niet de gigantische wolkenkrabbers van New York of Hongkong. In het kantorencentrum, dat meestal "Financial District" wordt genoemd, staan echter een paar flinke joekels en we willen daar een kijkje gaan nemen en een paar mooie foto's maken. Zondag is daarvoor de ideale dag, want op maandagochtend moet je niet per auto proberen naar Downtown te rijden als je niet voorzien bent van een zee van tijd en een handjevol schadeformulieren... We cirkelen wat rond in de praktisch verlaten kantorenwijk en rijden ook nog even door Little Tokyo, voordat we terug hobbelen naar Hollywood.

Tegen het vallen van de avond rijden we over de - heel toepasselijk - Sunset Boulevard. Onderweg stappen we even uit op Rodeo Drive, de duurste winkelstraat van L.A., waar Cartier, Chanel en Hugo Boss hun "outlets" hebben. Onze Buick maakt nogal een armetierige indruk tussen de Cadillac's, Bentley's en Mercedessen, dus we houden onze credit card maar in de zak en vertrekken snel naar de meer aardse omgeving van ons Holiday Inn Hotel, waar we ons tegoed doen aan een niet te karig Amerikaans diner.

Maandag 16 Juni - VANUIT DE STUDIO IN LOS ANGELES...

De jetlag speelt mij waarschijnlijk nog steeds parten, want om 6.00 uur 's morgens ben ik al klaarwakker, geheel tegen de gewoonte en mijn eigen biologische klok in. We hebben ons voorgenomen er vandaag een actieve dag van te maken. Het plan is om eerst een bezoek te brengen aan de Universal Studio's en vervolgens, als het schema het enigszins toelaat, naar Disneyland te vertrekken. Een tamelijk ambitieus plan, zoals we naderhand moeten toegeven. Maar daarover later.

Om acht uur hebben we onze zelfgesmeerde boterhammen met pindakaas weggespoeld met zelfgezette koffie en stappen we in de Buick op weg naar Universal Studio's. Ondertussen heeft de TV ons via het ontbijtprogramma "Good day L.A." laten weten, dat het een mooie dag wordt met "lots of sunshine" en een hoge UV-factor. Door middel van camera's langs de Freeways en een met camera en razende reporter uitgeruste helicopter worden de miljoenen forenzen op de hoogte gesteld van de actuele situatie op de wegen. Het blijkt een normale maandagochtendspits te zijn, met een stuk of tien ongelukjes en een paar honderd mijl files op de wegen naar het centrum. Wij maken ons daar niet zo druk over, want de Studio's liggen maar drie kilometer van ons hotel verwijderd in de juiste richting (stad uit).

De Universal Studio's vormen een gigantisch complex op een heuvel vlakbij Hollywood. Het is een toeristische trekpleister van formaat, waar dagelijks tienduizenden mensen hun spaarcentjes komen uitgeven aan entree-geld en souvenirs. Dit is Amerika op zijn best: de schijnwereld van de filmindustrie is hier uitgebouwd tot een "droomwereld", waar alles draait om illusie, spektakel, lawaai en visuele effecten. Hiermee vergeleken verschrompelt Joop van de Ende's studio in Aalsmeer tot een duf en kleurloos amateurtheater. Film en commercie worden hier tot een twee-eenheid gesmeed, waarmee een handjevol mensen in deze industrie rijk genoeg wordt om de miljoenen-villa's in Beverly Hills te kunnen bezitten. Wie in Nederland een avondje naar de bios gaat om films als Back to the Future of Jurassic Park te bekijken, zou nog het naïeve idee kunnen krijgen dat het hier slechts om een knap gemaakte avonturenfilm met weinig verhaal en veel spektakel gaat. Maar na een paar uur in de Universal Studio's rondgelopen te hebben is dat beeld wel rigoreus veranderd. Honderden mensen staan elke dag een uur in de rij om in een simulator (een soort buggy voor een drie-dimensionaal bioscoopscherm) een ritje 'Back to the future' te maken. Na deze - weliswaar spektakulaire - ervaring van een minuut, bestaat de mogelijkheid een of meerdere van de duizenden souvenirs te kopen met "Back to the future" opdrukken of afbeeldingen. Stel je eens voor: een complete V&D vol met "Back to the future" prullaria...!! De consumptie-maatschappij in volle glorie ..!!

Goed, het is niet alléén maar herrie en bla-bla, daar bij de Studio's. De rondrit die we per treintje maken naar de "lower lot", het lager gelegen deel van 'Studio-stad', is zeker de moeite waard. We worden meegevoerd langs complete filmsets met woningen, winkelstraten en 18de eeuwse gemeentehuizen, die gebruikt zijn in vele tientallen wereldberoemde films van de afgelopen veertig jaar. Langs de route zien we de meest exotische voertuigen, van Fred Flintstone's loop-auto tot Thomas Magnum's Ferrari. Als we over een spoorbrug rijden, stort het gevaarte gedeeltelijk in, om weer in enkele seconden in de oorspronkelijke toestand terug te keren als de trein gepasseerd is. Terwijl we langs een met stenen en bomen bezaaide helling rijden, barst er plotseling een kunstmatig noodweer los en komt er met donderend geweld een enorme vloedgolf naar beneden, die bomen als luciferhoutjes laat omknakken. Maar als het watergeweld voorbij is, richt de omgevallen boom zich op, als was het een spoorwegboom die even neer is gelaten voor een aanstormende trein. Uit een watertje dat we oversteken komt plotseling met veel geweld Jaws zijn amandelen aan de treinpassagiers laten zien. Zeer levensecht, maar na alle andere special effects al niet zo opwindend meer.

Veel van de attracties in de Studio's worden gesponsored door grote Amerikaanse bedrijven en de grootste telecom-operator AT&T doet daar ook vrolijk aan mee. Ze hebben een ruimte ingericht met allerlei interactieve speeltjes, die vijf jaar geleden revolutionair waren, maar tegenwoordig geen multi-mediale stof meer doen opwaaien. In een gigantische telefooncel staat een manshoge telefoonhoorn met druktoetsen zo groot als bakstenen. Volgens het opschrift zou het ding moeten werken en we besluiten de proef op de som te nemen. Na het intoetsen van de nodige codes krijgen we een AT&T-operator aan de lijn, aan wie we vertellen dat we een collect call gesprek willen met Nederland. Even later klinkt de stem van Shirley's moeder uit het plafond. Het is op dat moment twee uur 's middags in L.A. en negen uur 's avonds in Nederland. We vertellen dat alles goed is en dat we ons prima vermaken (de details kunnen later worden nagelezen in dit verhaal). Na wederzijdse groeten drukken we op de
"off"-baksteen en vervolgen onze route langs de attracties.

Tegen drieën hebben we de buik een beetje vol van de pracht en praal, de herrie en de drukte en de patat- en suikerspinnenlucht, en we besluiten ervandoor te gaan. Ons aanvankelijke plan om vandaag ook nog naar Disneyland te gaan doet ons nu enigszins ridicuul aan. We zijn nu al 'overloaded' met het "try it, buy it and enjoy it...!!!" beginsel en de aanblik van zoveel corpulente Amerikanen die hun derde hamburger van de dag naar binnen zitten te werken doet mij hunkeren naar rust. Shirley vindt dat het inmiddels tijd geworden is om zelf achter het airbagstuur van de vijf meter lange Buick te kruipen en ze brengt ons veilig en beheerst terug naar het hotel.

's Avonds zoeken we een Italiaans restaurantje uit aan Sunset Boulevard om een pasta en een salade te verorberen. Na enige tijd valt het Shirley op dat we niet het enige stel in het restaurant zijn, maar wel de enige 'mixed double'. De overige bezoekers en voorbijgangers zijn zonder uitzondering stellen van het mannelijke geslacht. Waarschijnlijk wordt er hier ergens een thema-avond georganiseerd.... Na afgerekend te hebben rijden we terug naar het hotel en gaan vroeg naar bed om morgen fris te zijn voor een dagje 'Mickey Mousen' in Disneyland....

Dinsdag 17 Juni - VIA DISNEYLAND NAAR SAN DIEGO

Disneyland ligt ook in Los Angeles, maar is toch wel 40 mijl van ons hotel verwijderd, aan de andere kant van het centrum. Volgens de verkeers-spotter van "Good Day L.A." is het vandaag ietsje minder druk als tijdens de maandagochtendspits, dus we besluiten gewoon de kortste route te nemen, dwars door het centrum. En inderdaad, het file-leed is snel geleden en een uurtje na vertrek (even over negenen) staan we voor de poort van Disneyland, samen met een paar duizend gezinnen-op-dagtrip en kinderen-op-schoolreisje.

Om eerlijk te zijn... Disneyland is niet het eerste land waar ik naartoe zou emigreren... Het is allemaal net te onecht, te commercieel en te druk... Maar ja, ik ben dan ook geen kind meer (daar zullen sommigen ongetwijfeld anders over denken) en ik zou van alle attracties, speeltjes, treintjes en bootjes zeker helemaal uit mijn dak gaan als ik nog acht was.... Nu kijken Shirley en ik elkaar eens aan en vragen ons af of we niet tenminste één attractie in moeten, al was het maar voor het idee dat het bezoek de entreeprijs van zeventig gulden per persoon waard is geweest. We besluiten de Space Mountain (what the heck is a space mountain...??!!) in Tomorrowland (een van de provincies van Disneyland) met een bezoek te vereren en sluiten aan bij de rij wachtenden. De parkdirectie is zo attent geweest om bordjes te plaatsen waarop de geschatte wachttijd staat aangegeven alvorens de geneugten van de attractie kunnen worden ondergaan. Wij staan bij het bordje "Waiting time from here:1/2 hour" en troosten ons met de gedachte dat de dag nog lang is. Als we na een half uur 200 meter aan strategisch geplaatste hekwerkjes langsgezigzagd zijn, staan we aan de ingang van een lange gang, die ons naar het donkere binnenste van Space Mountain moet leiden. Daar blijkt de rij naar sensatie hunkerende parkbezoekers gewoon verder te gaan en we accepteren gelaten het feit dat de wachttijd een pietsje langer wordt. Plotseling klinkt uit de luidsprekers boven onze hoofden de stem van een Space Mountain operator. Hij meldt dat men te kampen heeft met technische problemen en dat de attractie voor ongeveer 15 minuten buiten bedrijf is. Mensen die daar niet op willen wachten krijgen niet hun geld terug (want dat hadden ze al bij het betreden van het park afgedragen), maar mogen wel via de zij-uitgang de ruimte-berg verlaten.... Dat noem ik nog eens service !! Shirley en ik zijn echter geduldig en vasthoudend en we pakken er gewoon een zelfgesmeerde boterham met pindakaas bij "to kill the time"...

Nadat de storing is verholpen, vervolgen we onze bedevaartstocht naar Space Mountain en zo'n vijf kwartier nadat we ons bij de rij pelgrims hebben aangesloten, doemt het doel van onze reis op: een heuse roller coaster oftewel een achtbaan... Het speciale aan deze achtbaan is, dat hij zich in het pikkedonker beweegt en de loopings en kurketrekker-bewegingen in een met sterren bezaaid heelal maakt, waarbij de argeloze passagier als een dronken meteoriet door de ruimte wordt geslingerd. Na het lange wachten op deze zelfkastijding hoop ik eigenlijk dat de 'dollemansrit' lang genoeg duurt om iedereen bont en blauw, hyperventilerend en misselijk uit te laten stappen. Maar de veiligheid van de bezoeker staat bij Walt Disney voorop en dus is de tocht door de ingewanden van Space Mountain in minder dan een minuut voltooid verleden tijd, vrij van kleerscheuren, nekletsel, buikloop of andere ongemakken. De route naar de buitenwereld voert ons automatisch door een enorme winkel met Disney-dingen, die - als we iets zouden kopen - ons altijd zouden herinneren aan de fantastische sprookjeswereld van Walt Disney... en aan de keiharde miljarden-business die erachter schuilgaat...

Inmiddels is het half twee 's middags, puilen de terrassen uit met hamburger-etende en cola-slurpende mensen en zijn de rijen voor de attracties langer dan ze ooit waren voor de stemlokalen in Johannesburg. Kortom, we hebben allebei een behoorlijke overdosis attractiepark tot ons genomen en het wordt hoog tijd om stevig af te kicken....

We starten de Buick en draaien de Freeway op richting San Diego, het einddoel voor vandaag. San Diego ligt op een kleine twee uur rijden van L.A., tegen de Mexicaanse grens en aan de kust van de Pacific Ocean. Hoe zuidelijker we komen, hoe stiller de Freeway en hoe Spaanser de omgeving. We rijden via de noordkant San Diego binnen en vinden ten noordwesten van de 'Old Town', het oude centrum, een motelkamer. Het motel ligt zo ongeveer onder de snelweg, of eigenlijk onder een verkeersplein, waar twee snelwegen elkaar kruisen. Gelukkig is de geluidsisolatie van de motelkamers goed genoeg om niet uit je bed te dreunen als 'Henk Wijngaard' met de vlam in de pijp langs komt daveren.

We frissen ons eerst eens op en gaan daarna op verkenning in San Diego. Het eerste dat opvalt is de rustige en ontspannen sfeer in en rond de stad. Los Angeles is een bruisende metropool waar het leven altijd in de hoogste versnelling staat, maar in het 1,1 miljoen inwoners tellende San Diego is de Spaans/Mexicaanse invloed duidelijk merkbaar. L.A. is het Amsterdam van California, maar San Diego is meer te vergelijken met Maastricht (inderdaad, ook de Rooms Katholieke achtergrond is een overeenkomst).

We maken eerst een uitstapje over de Coronado-bridge, een tolbrug die het schiereiland Coronado met het vaste land van San Diego verbindt. Onderweg passeren we de 'driving range' van de plaatselijke golfclub. Aangezien deze ingeklemd ligt tussen een spoorlijn en een drukke verkeersader heeft men het terrein volledig 'overkapt' en 'ommuurd' met vangnetten, om te voorkomen dat er al te veel trein- of autoruiten versplinterd worden door afgezwaaide golfballen. Amerikaanse logica !! Vanuit Coronado hebben we een prachtig uitzicht op de hoogbouw van de stad. Vervolgens gaan we op zoek naar de Old Town, de wijk waar de stad oorspronkelijk ontstaan is uit een missie-post. De huisjes in de Old Town hadden uitermate karakteristiek kunnen zijn, ware het niet dat de meeste aangepast zijn om als souvenir-shop, restaurant of bar te fungeren. In een van deze quasi-authentieke bouwwerken nuttigen we ons avondeten. Zorgvuldig kiezen we een menu uit, om te voorkomen dat we met hompen vlees en sloten cola blijven zitten die we niet we gestouwd krijgen.

Woensdag 18 Juni - SIGHTSEEING IN SAN DIEGO

Om zeven uur zijn we allebei klaar wakker. Om de een of andere reden kost het me hier weinig moeite om vroeg op te staan en vroeg naar bed te gaan. Heeft waarschijnlijk met het totaal gewijzigde leefritme te maken: plotseling is er iets anders in de plaats gekomen voor de minimaal tien uur per dag die normaal gesproken aan 'werk' besteed wordt. Om niet hopeloos achterop te raken op het vooraf geplande reisschema moeten we wel 'in beweging' blijven, maar de agenda is minder vol en strak dan we gewend zijn van een gemiddelde werkdag in het verre Nederland. Ik schuif de gordijnen voor het raam een stukje opzij om de buitenwereld te inspecteren. Het weer in San Diego is niet zoals je dat van een badplaats aan de Mexicaanse grens zou verwachten; de lucht is bewolkt en de thermometer wijst (omgerekend) circa 20 graden Celsius.

In het Holiday Inn in L.A. zetten we 's morgens koffie in het bij de kamer-inventaris behorende koffiezetapparaat, maar het huidige motel heeft deze faciliteit niet. Het wordt dus tijd om onze in L.A. aangeschafte en onderweg met ongelode benzine gevulde eenpits brander in de hens te steken. Veiligheidshalve besluit ik mijn pyromanische neigingen op de stoep voor onze kamer bot te vieren. Een vroege Amerikaan die mij ziet stuntelen met de brander lacht en roept sarcastisch in knauwend Amerikaans: "sometimes they will, sometimes they won't....". Maar ik laat me niet uit het veld slaan en na vierentwintig lucifers lukt het inderdaad om de vlam brandende te houden, zodat we ons pannetje water kunnen opwarmen. Hopelijk geldt voor het aansteken van die kookpit dat oefening kunst baart, want anders zullen we de rest van de vakantie de koffie- en thee-consumptie drastisch moeten rantsoeneren.

Na het ontbijt gaan we eerst eens op de Presidio Hill kijken, een heuvel vlakbij de Old Town, waar een gerestaureerd kapelletje getuigt van de religieuze inslag van de Spaanse stichters van de stad. Nogmaals wandelen we daarna door de autovrije straatjes van de Old Town, waar de souvenir-shops inmiddels hun deuren weer geopend hebben.

De volgende bestemming is Down Town, oftewel het moderne stadscentrum, waar volgens de Lonely Planet gids het Horton Plaza winkelcentrum een bezoek waard is. Dit winkelcentrum is vooral bijzonder door zijn architectuur en kleuren. Alle vormen, materialen en kleuren zijn schijnbaar willekeurig door elkaar toegepast, waardoor het soms lijkt alsof je in een exotische Escher-tekening rondloopt. Afgezien van de architectuur heeft het Horton Plaza niet veel meer te bieden dan alle andere "shopping malls" en halverwege de middag houden we het voor gezien.

Na een uurtje luieren in het motel rijden we richting La Yolla (spreek uit: "la hoy-ya" op zijn Spaans), een buitenwijk van San Diego, grenzend aan de oceaan. Deze wijk staat bekend als een 'surfers paradise'. Niet voor houterige klazen op drijvende deuren met zwiepende zeiltjes, maar voor gebruinde macho's die met het branding-surfen hun populariteit bij de vrouwelijke badgasten een forse impuls trachten te geven. Niet helemaal de omgeving waar je het Hard Rock Café zou verwachten, maar het ligt er toch en er wordt een prima diner geserveerd, zoals we aan den lijve ondervinden (de gewoonte om samen één portie te bestellen begint vruchten af te werpen; we krijgen nu bijna alles op wat we voorgeschoteld krijgen)....

Donderdag 19 juni - SAN DIEGO UIT, DE WOESTIJN IN

Hulde aan de uitvinder van de airconditioning !!! Waar zouden we zijn zonder de weldadige koelte van dit uiterst nuttige toestel in hotelkamers en automobielen.... Het leven van de gemiddelde Nederlander op reis door de zuidelijke staten van Amerika zou in ieder geval een stuk afmattender worden als er geen airconditioning bestond. In Los Angeles en San Diego was het genot van de airco ons al opgevallen en vooral in de auto is het een regelrechte weldaad om niet met open ramen, bezwete rug en door uitlaatgassen getergde longblaasjes te moeten rondrijden. Maar vandaag verlaten we de kust van Amerika om de binnenlanden onveilig te maken en het Weather Channel op TV belooft sauna-achtige temperaturen....

We vertrekken vroeg, even na achten, met als reisdoel het Yoshua Tree National Park. Dit natuurpark ligt een kilometer of 300 ten oosten van L.A. en San Diego, tussen de Mojave en de Sonora woestijn. In feite is het park zelf een deel van de woestijn, met een relatief gevarieerde begroeiing. Op onze reis naar Yoshua Tree stoppen we regelmatig om even van het landschap te genieten. Telkens als we het autoportier openen komt er een golf warme lucht naar binnen. Als we ons vervolgens buiten de auto wagen, staan we versteld van de hitte zo vroeg op de dag. Dat belooft wat voor de weersgesteldheid op onze eindbestemming....

Na een paar uur rijden is het landschap inderdaad veranderd in een woestijn. De weg is overgegaan van 8-baans naar 2-baans en is over een lengte van vele mijlen zo recht als een laserstraal. Het landschap links en rechts van de weg bestaat uit zand, stenen en lage begroeiing. Ver vóór ons strekt zich een bergrug uit, die het asfaltlint lijkt op te slokken. Tientallen mijlen achtereen rijden we met de cruise control op 65 mph en het stuur bevroren in de middenstand richting de horizon, maar de bergen lijken op dezelfde afstand te blijven. Na vijf of tien mijl alleen maar rechtuit gereden te hebben, maakt de weg soms een flauwe bocht van enkele graden, waarna we weer een zelfde uitgestrekt lint voor ons zien. Zo nu en dan komt ons een personenauto, een pick-up of een mammoet-truck tegemoet, waarna de weg voor ons weer tientallen minuten lang uitgestorven is. Een keer haal ik het in m'n hoofd een foto te maken van het panorama vóór ons, maar na dertig seconden buiten de auto heb ik het gevoel dat de zon door mijn pet heen mijn schedel schroeit. De Buick lijkt gemaakt te zijn voor het lange-afstandswerk op de Amerikaanse Interstates, maar ik hoop stiekem dat de auto-ontwerpers ook gedacht hebben aan deze barre klimatologische omstandigheden bij het berekenen van de capaciteit van het koelsysteem! Ik heb nog geen gele wegenwachtautootjes zien rondtoeren en praatpalen staan zo ongeveer om de vijf mijl. Tegen de tijd dat je daar naartoe bent gelopen om te melden dat je voertuig het heeft begeven, ben je zelf veranderd in een geroosterde lekkernij voor de coyotes...

Tegen één uur 's middags bereiken we de zuidkant van het Yoshua Tree park. Bij de ingang staat een klein houten gebouwtje met het uitnodigende opschrift "Visitor Centre". Ervoor staan twee auto's, een teken dat we niet de enige levende zielen zijn in dit verlaten landschap. Het temperatuurverschil binnen en buiten de auto is waarschijnlijk zo'n 25 graden en ik begin me af te vragen waarom de sauna als een Finse uitvinding wordt beschouwd. Met een houten bankje en een zandloper zouden de Amerikanen de grootste sauna ter wereld kunnen creëren...

De dame in het Visitor Centre begroet ons en geeft ons bruikbare tips over het park. De Yoshua Trees zelf kunnen we het best aan de noordkant van het park bekijken en ze adviseert ons dan ook om er dwars doorheen te rijden. Eventueel kunnen we vanavond of morgenvroeg terugkomen om wandelingen te maken op de mooiste plekken in het park. Toegang betalen hoeft niet, want ze valt een dagje in voor de vaste medewerker en ze weet niet hoe de kassa werkt. Dat noem ik nog eens gastvrij....

Snel duiken we weer in de auto en schakelen de airco op "max". Met een rustige gangetje toeren we noordwaarts door het park. De ruigheid en verlatenheid van het landschap zijn zeer indrukwekkend. Kilometers lang komen we niemand tegen en de wetenschap dat het buiten de auto een bakoven is, geeft toch een andere gevoel dan bij een zondags ritje over de Posbank. Halverwege de rit van zuid naar noord ligt de Cactus Garden, een strook aan weerszijden van de weg waar manshoge cactussen groeien. Net als een paar andere waaghalzen verlaten we de auto om het pad door de 'garden' te lopen en wat foto's te maken. De hitte is werkelijk verschroeiend en zowel Shirley als ik krijgen onmiddelijk hoofdpijn door de invloed van de temperatuur op de bloeddruk.

Snel rijden we verder naar een andere bezienswaardigheid van het park: Keys View. Midden in het park ligt een heuveltop, van waaruit een prachtig uitzicht mogelijk is over de zuidelijk en westelijk gelegen woestijn. Al rijdend komen we in het gedeelte van het park waar de Yoshua Trees groeien. Dit zeldzame familielid van de Yucca ziet er spookachtig uit tegen de achtergrond van de verder alleen met grassen en cactussen bezaaide woestijnbodem.

Bij Keys View is het zicht niet bepaald helder en we wijten dat in eerste instantie aan de hitte en de stand van de zon. Informatieborden bij het uitzichtpunt vermelden echter, dat de 'visibility' vanaf Keys View de laatste jaren snel is afgenomen, met name onder invloed van menselijke luchtvervuiling. Vooral de enorme hoeveelheid smog die door Los Angeles wordt geproduceerd, wordt met de veelal westenwinden in deze richting gevoerd en vermindert daardoor het zicht van 400 kilometer onder goede omstandigheden tot de tegenwoordig gebruikelijke 70 kilometer.

Het lezen van deze feiten over luchtvervuiling hebben een schokkende uitwerking op mij. Dat industrie, auto's en spuitbussen luchtvervuiling veroorzaken is natuurlijk geen nieuws, maar het 'live' aanschouwen van de desastreuze gevolgen voor een onbeschrijflijk mooi en ongerept natuurgebied roept de nodige schaamte in mij op. Dat Amerika het land van de auto is en dat men het nog steeds toestaat om per vierwieler door die prachtige natuurparken te rijden is daarbij geen excuus. Op dit moment, maar ook later tijdens onze reis, voel ik mij schuldig dat ik als toerist de natuur beschadig. Niet door afval uit het autoraam te mikken of olie te dumpen, maar door in die natuur aanwezig te zijn, erin rond te rijden, uitlaatgassen en geluid te veroorzaken en het landschap in de kortst mogelijke tijd een ander aanzien te geven dan het in de vele miljoenen jaren daarvoor heeft gehad. Na het aanschouwen van de grootsheid van deze natuur met zijn miljoenen jaren oude geschiedenis, past eigenlijk maar een conclusie: De enige mensen die hier horen zijn de volken die eeuwenlang van en met de natuur leefden en zeker niet de hedendaagse toeristen met hun Buick's en Cadillac's, hun Canon's en Minolta's, hun Nike's en Reebok's... Vele bezoekers van het Yoshua Tree National Park en de andere Amerikaanse parken zullen zich hetzelfde realiseren, maar, net als ik, niet hun vakantie afbreken en het uitgespaarde geld aan het Wereldnatuurfonds doneren. Velen zullen, net als ik, proberen de schade zo klein mogelijk te houden en hopen dat de mensheid verstandig genoeg is om de natuur de strijd te laten winnen. Een ding is voor mij in ieder geval zeker: De Yoshua Tree moet blijven bestaan, zelfs al moet het gebruik van auto's in een straal van 500 kilometer om het park verboden worden.

Terwijl we verder rijden in de richting van het plaatsje Twenty Nine Palms, aan de noordzijde van het park, ziet Shirley plotseling iets bewegen aan de kant van de weg. Een coyote scharrelt door de struiken en kijkt nieuwsgierig naar ons witte vervoermiddel. Shirley grijpt de camera en stapt uit de auto om deze eeuwige vijand van de roadrunner (miep-miep...) te vereeuwigen. In de lens van de camera lijkt het beest behoorlijk dichtbij en Shirley moet achteraf toegeven dat het haar niet zou verwonderen als de foto door haar knikkende knieën onscherp zou zijn.

Twenty Nine Palms is niet veel meer dan een permanente nederzetting in de woestijn, met als centraal punt de splitsing van de doorgaande oost-west highway en de noord-zuid weg door het Yoshua Tree park. Van de negenentwintig palmen hebben de meeste de verschroeiende hitte niet overleefd. In plaats daarvan vinden we een paar motels, een benzinestation en een supermarkt. We boeken een kamer in een van de motels en slepen onze koffers naar binnen. De schemering en koelte van de kamer is een weldaad na de urenlange blootstelling aan zonlicht en hitte tijdens deze lange dag.

Tegen zevenen eten we een pizza en een spaghetti in een van de plaatselijke restaurants en daarna rijden we terug naar het park, waar vanaf de Jumbo Rocks een prachtige zonsondergang te zien moet zijn. Tussen de inderdaad ver van pietepeuterige steenklompen zijn kleine campeerplaatsjes aangelegd, waar vele tientallen globetrotters hun slaaptentje, MPV-bus of 'tien-meter-camper-plus-auto-aanhanger-voor-de-korte-ritjes' hebben geïnstalleerd voor een overnachting. We struinen wat rond over de rotsen en zien een 'aardige' zonsondergang en een net voor onze auto overstekende, verdwaasd kijkende coyote (volgens Shirley was de roadrunner net voorbij...), waarna we weer terugrijden om een nachtje lang het comfort van onze matrassen te testen.

Vrijdag 20 juni - ROUTE 66 NAAR FLAGSTAFF

Het einddoel van vandaag is Flagstaff, een plaatsje in Arizona dat ondermeer bekendheid geniet door de Route 66, de Interstate die vanaf Chicago heel Amerika doorkruist om te eindigen in Santa Monica, Los Angeles. Maar eerst gaan we het Yoshua Tree park vaarwel zeggen door een stuk te voet het park in te trekken. Vanaf Twenty Nine Palms loopt er een trail (pad) 2,5 mijl zuidwaarts naar een kleine oase in de heuvelachtige woestijnwereld. We parkeren om half acht 's ochtends de auto aan het begin van de trail, smeren ons van top tot teen in met zonnebrand factor 25 en gaan op pad. De temperatuur bereikt al snel waarden die in Nederland hoogstens eens in de paar jaar bereikt worden en het looptempo op het stijle, rotsachtige pad is dan ook laag. De stilte, het uitzicht, de nieuwsgierigheid naar de oase en Shirley's vurige wens om nog een coyote te zien inspireren ons echter voldoende om niet rechtsomkeert te maken en de koelte van de airco op te zoeken. Na een klein uurtje lopen ontwaren we in een kleine vallei de oase. Geheel in overeenstemming met de aardrijkskunde-boeken van de lagere school staat er een groepje palmbomen knus bij elkaar op een groene, mos-achtige bodem. In tegenstelling tot wat dezelfde boeken schrijven is er in de wijde omtrek geen water te vinden. We veronderstellen dat dit wel het geval is in andere, meer gematigde jaargetijden, maar in de zomer moeten de palmbomen het met het eventueel aanwezige grondwater stellen. We rusten een kwartiertje uit in de schaduw van de bomen en beginnen dan aan de terugweg. Het tempo ligt nog wat lager dan straks, want de zon staat hoger en ik schat de temperatuur nu rond negen uur tegen de 35 graden Celsius. De voorraad water die we bij ons hebben slinkt gestaag en tegen de tijd dat we de laatste druppel opgedronken hebben, komt de auto weer in zicht. Met de airco aan rijden we terug richting Twenty Nine Palms en draaien daar oostwaarts de highway op.

De rit naar Flagstaff is spectaculair. Niet het rijden zelf, want het gaspedaal en het stuur worden nauwelijks beroerd. Wel door het landschap. Met de cruise-control op 55 of 65 mph doorsnijden we groene, gele, bruine, grijze en rode woestijngebieden, met de zwarte asfaltstrook vóór ons als enige bewijs dat we niet de eerste mensen zijn die zich in deze natuurlijke oven begeven. Zolang we rijden wordt de horizon gedomineerd door een kaneelbruine bergketen, die soms links van ons ligt en soms meer rechts, maar die nooit dichterbij lijkt te komen.

We maken een korte tussenstop in Lake Havasu City, een stadje aan de rand van - hoe verassend - Lake Havasu. Dit meer dat zijn naam te danken heeft aan de oorspronkelijk in dit gebied levende Havasupai-indianen, is ontstaan door de bouw van de Parker stuwdam in de Colorado rivier. De stad is vooral bekend geworden doordat een plaatselijke 'project-ontwikkelaar' in 1971 een brug uit 1831 in London opkocht, deze in tienduizend stukken naar Lake Havasu transporteerde en hem vervolgens herbouwde over de Colorado. De London Bridge werd een toeristische trekpleister en de stad ontwikkelde zich snel tot een watersport-centrum, waar meer jachten in de haven liggen dan in Loosdrecht op een warme Juli-dag. Na nog een een kleine twintig mijl door de Mohave-woestijn getoerd te hebben bereiken we de oprit van de Interstate 40, de snelweg die grote delen van de historische 'Route 66' vervangt. We schroeven de cruise control op tot 75 mph en kruisen oostwaarts, met de radio afgestemd op de plaatselijke country zender ("KONY-country, K-O-N-Y, the best country in the country....!!!"). Bij Kingman en Williams verlaten we de Interstate om even rond te kijken in deze typisch midden-Amerikaanse stadjes waar de oude Route 66 nog intact is. De stadjes zien er zeer herkenbaar uit. Deze plaatsen moeten het decor hebben gevormd in de vele films, series, boeken en artikelen waarin de nostalgische route de rode draad is.

Tegen het eind van de middag nemen we onze intrek in het Townhouse Motel in het centrum van Flagstaff, aan de oude Route 66. Om te eten gaan we naar Fiddlers, een steakhouse volgens goede Amerikaanse traditie. De bediening wordt er verzorgd door een tiental dames van uiteenlopende leeftijd met een paar gemeenschappelijke kenmerken: hun aanzienlijke overgewicht, hun vorm- en smaakloze kleding en hun enorme bedrijvigheid. Op de standaard openingszin "Hi guys, how are you doing today ???" antwoorden we inmiddels geroutineerd met "Just fine, thanks", waarbij we ons het accent trachten aan te meten van Kenny Loggins of Dolly Parton. We bestellen een voorzichtige hoeveelheid voedsel, wijs geworden door de gebruikelijke hoeveelheden die opgediend worden en bespreken de belevenissen van vandaag. Als we onze borden en glazen leeg hebben, komt een van de dames onmiddelijk vragen of ze nog meer voor ons kan doen. Na ons ontkennend antwoord wordt direkt de rekening tevoorschijn getoverd, vergezeld van de mededeling "There you go...", hetgeen zoveel wil zeggen als: "Thanks guys, don't forget the tip and get out of the place, because other hungry guests are waiting for your table...". Het lijkt onbeleefd, maar we zijn er inmiddels achter dat dit nu eenmaal de Amerikaanse gedragscode is. We doen dus niet moeilijk en pakken onze biezen om plaats te maken voor de volgende fooien-donateurs.

Zaterdag 21 Juni - MESSIN' AROUND IN FLAGSTAFF

Volgens de Lonely Planet gids is Flagstaff een 'traveller's paradise' en om te onderzoeken of dat klopt, gaan we ons vandaag maar eens in en om de stad verpozen. Om te beginnen gaan we een kijkje nemen bij de jaarlijkse optocht van de plaatselijke rodeo-vereniging. In een wijk aan de rand van Flagstaff is een route uitgezet, waar een volgens de aankondigingen bonte optocht van mensen en dieren langs zal defileren. Als we er om negen uur 's ochtends arriveren heeft al een groot deel van de plaatselijke bevolking zich langs de route opgesteld om de stoet te kunnen bewonderen. Hele families zijn er vroeg voor uit hun nest gekomen. Pa (in cowboy-outfit met puntlaarzen, jeans en Buffalo Bill-hoed) en ma (in zuurstok-roze legging en fluorescerend-gele T-shirt) hebben hun Hartmann-tuinstoelen meegenomen om niet te moe te worden van het kijken, terwijl de kinders genoegen moeten nemen met een lollie en een zitplaats op de rand van het trottoir. We volgen het goede voorbeeld en nestelen ons op de stoeprand, vol verwachting over wat komen gaat...

Al snel zien we in de verte een jeep-achtig voortuig met zwaailamp naderen, als een soort 'pace car' die voor de meute deelnemers uitrijdt. De pace-car wordt gevolgd door een colonne merries, strak gezadeld, fris geborsteld en met gekamde manen, bereden door evenzoveel amazones, die geroutineerd met één hand de teugels hanteren en met de andere naar het toegestroomde publiek zwaaien. De klederdracht van de dames is waarschijnlijk het best te omschrijven als 'cowgirl-outfit', maar het kan zijn dat men ter plaatse een andere naam heeft bedacht voor de uitdossing, bijvoorbeeld zoiets als 'rodeo-rage' of 'country-clothes'. Onder de grote cowgirl-hoeden wappert het met de Carmen-set gekrulde haar van de koe-dames over de felgekleurde hesjes met pof-mouwtjes, terwijl de in een muurstrakke spijkerbroek gesjorde benen (vroeger of later) eindigen in kunstig met stiksels versierde puntlaarzen. Ik moet zeggen, het is wel een kolderieke aanblik in dit tijdperk van de navel-piercings en de kale schedels van het gabber-gilde.

Na de eerste groep rodeo-dames volgt er een optocht die bestaat uit onder meer oorlogsveteranen in uniform, majorettes, dames-van-lichte-zeden-te-paard (waarschijnlijk hebben de leden van de plattelandsvrouwenbond van Flagstaff zich voor deze verkleedpartij laten strikken), een Zorro met bierbuik en een reclame-auto voor de hardware-store. De gaten in de stoet worden opgevuld met kris-kras rondgalopperende en rondhinnekende paarden van de rodeo-club, bestuurd door een uiteenlopende verzameling chauffeurs... eh, pardon, ruiters. Na een klein uurtje is de hele parade ten einde, worden de paarden ontzadeld en ingescheept in de meegebrachte mammoet-trailers, waarna deelnemers en toeschouwers moe maar voldaan in hun 8-cilinder Chevy of Blazer stappen en huiswaarts keren, twee argeloze en lichtelijk teleurgestelde toeschouwers uit Holland op het trottoir achterlatend.

Na dit oer-Amerikaanse dorpstafereel vinden we dat het tijd geworden is de middenstand van Flagstaff met een bezoek te vereren. We lopen door het centrum, waar de winkels voornamelijk plaatselijke kunst,
T-shirts en Route 66 souvenirs verkopen. We kijken wat, slenteren wat, shoppen wat, en houden het verder voor gezien.

Vervolgens volgen we het advies van Lonely Planet om de Art Barn te gaan 'checken'. Dit is een grote schuur even buiten de stad, waar voornamelijk Indiaanse kunstvoorwerpen te bezichtigen en te koop zijn. Als we naar binnen stappen worden we begroet door een uit de kluiten gewassen manspersoon met een ongedefinieerd percentage Indianenbloed in de aderen. "Hi guys, how are you guys doin' today ?" is zijn voorspelbare welkomstgroet. Ik weersta de drang deze cliché-vraag te beantwoorden met een ongebruikelijk antwoord als "Just like yesterday" of "I don't know yet, I just woke up" en ik pas me aan de Amerikaanse gewoonte aan met het nietszeggende antwoord: "Fine, thanks". Als we een minuut of vijf langs de vele schilderijen, vazen, poppen, sieraden en andere 'Indian crafts' gewandeld hebben, besluit Mister Art Barn ons maar weer eens aan te spreken. "Where are you guys from ?" wil hij weten. "From The Netherlands", is mijn antwoord. "Ah..., second couple from The Netherlands this week here, that's nice... But you've got such a small country, I guess we could swallow you all....". Nou, dat mag dan waar zijn, maar ik vind het niet een aardige manier om je buitenlandse gasten te begroeten, zeker niet als ze met hun dollarbiljetten lopen te ritselen. Het is dus jammer voor Mister Art Barn, maar hij zal moeten wachten tot het derde Nederlandse stel voordat hij de exportbalans naar ons kikkerland weer wat kan bijstellen. We gaan nog wel even bij de naast de Barn gelegen Indian Art Gallery kijken, maar de schilderijen zijn een tikkeltje te groot om ze in onze Buick te laden, dus ook hier blijft het bij "kijken, kijken en niet kopen....".

Het volgende adres van onze toeristische dagtrip is de Riordan Mansion, een gigantisch landhuis in het centrum van Flagstaff, waar een rijke familie hun zuurverdiende centen placht te tellen. Het huis is indrukwekkend, de locatie is prachtig, maar we raken een beetje uitgekeken op de talloze gift shops. Ook hier is er weer zo'n kunst-en-kitsch winkel op een zeer prominente en strategische plaats opgesteld. We rusten een poosje uit op een bankje in de tuin van het landhuis en 'sneaken' via een smal paadje de tuin uit naar de parkeerplaats, aldus een tweede gang door de gift shop vermijdend.

Na een voor Amerikaanse begrippen zeer karig diner bij het inmiddels bekende Fiddlers leggen wij het door de warmte verzwakte lichaam en de door de indrukken uitgebluste geest te ruste in kamer 16 van het Townhouse Motel.

Zondag 22 Juni - GRAND.... GRAND CANYON...

Vandaag is de dag.... Grand Canyon, here we come ..!! Na zoveel verhalen gehoord te hebben over dit natuurwonder gaan we het vandaag zelf aanschouwen. In de voorgekauwde reizen van Neckermann en Holland International staat een bezoek aan de Grand Canyon steevast op het programma, maar door het strakke schema van deze trips is het bezoek aan dit natuurverschijnsel meestal beperkt tot enkele uren, waarbij de bus op een paar strategische plaatsen een snelle Kodak-stop maakt, om vervolgens koers te zetten naar het volgende Nationale Park, honderd mijl verderop. Wij hebben ons voorgenomen het anders te doen en ruim de tijd te nemen voor het bekijken van deze wonderbaarlijke aardspleet.

Een paar complicaties dienen we hierbij echter wel te omzeilen. Ten eerste is het vandaag zondag en dat is niet de meest rustige dag om de Grand Canyon te bezoeken, zeker niet in het hoogseizoen waar we inmiddels middenin zitten. Ten tweede zijn alle onweersbuien en stormen die het oosten van de States momenteel teisteren aan ons vakantiegebied volledig voorbijgegaan en heerst er in de regio van de Canyon een ongebruikelijk hoge temperatuur. Ten derde hebben wij geen reserveringen gemaakt voor het bezoeken van het park of voor het overnachten in of in de nabijheid van de Grand Canyon. Gezien het feit dat bedden en kampeerplaatsen vaak al een jaar vantevoren volgeboekt zijn, kon een overnachting in het Canyon gebied wel eens een primitieve exercitie worden...

We besluiten ons door bovengenoemde hindernissen niet uit het veld te laten slaan en gaan vroeg op pad. Om kwart over zeven sturen we de Buick noordwaarts, met onze bezittingen in de koffer en Eric Clapton in de cassettespeler. Onderweg vergapen we ons aan het landschap, dat een variatie en een grootsheid heeft dat waarschijnlijk in geen enkel Europees land geëvenaard wordt. De wegen zijn uitstekend, soms bochtig en met flinke stijgingen en dalingen, maar de cruise control weet daar wel weg mee. Als de helling wat te stijl wordt en de snelheid na automatisch gasgeven toch een paar mijl terugloopt, schakelt de versnellingsbak een tandje lager en versnelt de auto tot de ingestelde snelheid weer bereikt is. Dan wordt weer automatisch opgeschakeld en gas teruggenomen om de snelheid constant te houden. Op deze manier hoeft de bestuurder alleen maar af en toe een draaitje aan het stuurwiel te geven en kunnen verder alle zintuigen optimaal worden ingezet voor het absorberen van het prachtige landschap.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors