Klassieke lange rondreis
Like ons op Facebook

Klassieke lange rondreis

door Kees Sintnicolaas

Toch wel een beetje zenuwachtig kwamen we ruim op tijd aan op Schiphol in de nieuwe vertrekhal om in te checken bij United Airlines. Alvorens dit te kunnen doen werden we bijzonder grondig ondervraagd.

Hierbij wilde men o.a. weten of de koffers van onszelf waren, of we zelf de koffers hadden ingepakt, of iemand anders bij de koffers was geweest enz.

Vlucht naar Washington

Uiteindelijk konden we de koffers afgeven en na ontvangst van de Boarding-Card ons verplaatsen naar de duty-free winkels. Na aankoop van een panorama-camera zijn we een broodje gaan eten als lunch en ons vervolgens gemeld bij Gate G5. Het vliegtuig leek van buitenaf niet zo groot, maar van binnen bleek het toch veel groter dan de vliegtuigen, waarmee we o.a. naar Griekenland hadden gevlogen. Onze zitplaatsen 36A en 36B waren de laatsten in de rij, vlakbij de toiletten, en na het plaatsen van de handbagage in de bakken boven de stoelen hebben we zitten "genieten" van het ritueel, dat vakantiegangers uitvoeren alvorens men eindelijk gaat zitten. Handbagage in de bakken, handbagage uit de bakken en er weer in, jassen/truien aan en weer uit, maar tegen het vertrektijdstip zat iedereen toch op zijn plaats en konden we vertrekken om 12.30 uur.

De vlucht naar Washington verliep verder zonder problemen en na het nuttigen van het voedsel en de eerste drankjes (rum/cola) konden we genieten van de komische film over een onderzeeboot en probeerden we een tukje te doen.

Na o.a. de passage over Groenland keken we met enige spanning uit naar de eerste blik op Amerika en omdat het helder weer was hadden we een prima uitzicht en uiteindelijk landden we om 15.00 uur plaatselijke tijd in Washington.

Vervolgens werden we per bus naar een andere terminal gebracht, waar we eerst door de Immigration Office moesten, aangezien Washington in dit geval de "Port of Entry" is. Bij een bijzonder onvriendelijke dame moesten we het formulier, dat we al in het vliegtuig hadden ingevuld afgeven en vervolgens ging zij op een bijzonder ongeïnteresseerde wijze kijken of wij niet als crimineel in de computer stonden. Zij tikte met één vinger onze naam in, dus lekker snel, om vervolgens een stempel op het formulier te plaatsen. Een deel van het formulier werd in ons paspoort geniet om bij vertrek uit de Verenigde Staten te kunnen aantonen hoe lang men in het land was geweest. We hadden gelezen, dat als je een rondreis maakt je dat dan ook op het formulier moest zetten "Travelling through United States", maar zij wilde toch per sé het hotel weten, waar we de eerste avond zouden overnachten. Zo gezegd, zo gedaan en konden we in dezelfde hal onze koffers ophalen.

Toen meldde zich een dame bij ons van het "Department of Agriculture (Min. van Landbouw)" met de vraag of wij soms fruit, bloemen enz. bij ons hadden, want die mogen onder geen beding ingevoerd worden. Op onze ontkenning plaatste zij een kruis op ons formulier en meldden we ons bij de Douane. Dat ging vrij vlot, maar vervolgens moesten we toch weer naar het Department of Agriculture en moesten we onze koffers op een band zetten voor controle. Op dat moment breekt het zweet je wel uit en krijg je het idee, dat er iets aan jou of je uiterlijk scheelt, maar gelukkig konden we uiteindelijk onze koffers in ontvangst nemen en na een wandeling van ongeveer van 400 meter de koffers weer inleveren voor de vlucht naar Los Angeles.

Met dezelfde bus vervolgens naar de vertrekhal van United Airlines, waar tientallen gate's zijn voor de binnenlandse vluchten. Aangezien we nog redelijk tijd hadden voor vertrek van onze vlucht naar Los Angeles, wilden we graag een sigaretje roken, maar dat is slechts beperkt toegestaan, zodat we de borden met "Smoking Lounge" volgden. Deze bleek zich helemaal aan het andere einde te bevinden, maar we hadden zoveel trek, dat we er dat wel voor over hadden. Bij aankomst bleek dit een glazen hok van 5 bij 5 meter te zijn, waar de rokers inmoesten en dat was natuurlijk best een koddig gezicht. Je had overigens aan de lucht, die in de Lounge hing bijna genoeg gerookt, maar, ja we hadden het hele stuk niet voor niets gelopen, dus toch maar een sigaret gerookt. Daarna een bak koffie gedronken en ons gemeld bij gate C19 voor onze vlucht naar Los Angeles, welke om 17.00 uur zou vertrekken.

We zaten op dezelfde rij als op de vlucht naar Washington en maakten ons op voor de vlucht. Irritant was, dat er steeds een lampje brandde en er een "ping" klonk. Het cabinepersoneel liep al wat zenuwachtig heen en weer en de vertrektijd verliep, zonder dat er aanstalten werd gemaakt om te vertrekken. Om het kort te houden, het heeft een uur geduurd, voordat de monteur de oplossing had gevonden en al die tijd hoorden wij "ping", "ping" enz. Niet alleen de temperatuur in het vliegtuig steeg, maar ook de bloeddruk van sommige mensen door al dat "geping".

Los Angeles

Gelukkig konden we met anderhalf uur vertraging vertrekken en bleek uiteindelijk bij aankomst in Los Angeles de vertraging één uur te bedragen, maar het was intussen wel donker geworden en konden we genieten van het uitzicht op de vele lichten, welke intussen waren ontstoken in Los Angeles. We konden onze bagage, na een flinke wandeling, ophalen en vervolgens op zoek naar het autoverhuurbedrijf Hertz, maar op het hele vliegveld geen Hertz te vinden. Bijna ten einde raad naar buiten gestapt, alwaar we overvallen werden door de uitlaatgassen, die onder de overkapping blijft hangen om plotseling een busje van Hertz te zien staan. Wij ons gemeld bij de chauffeur en toen bleek dat het kantoor buiten de luchthaven lag en we met hem moesten meerijden. Na een ritje van ca. 10 minuten kwamen we aan bij het verhuurkantoor en konden we na een vlotte afhandeling ons verplaatsen naar het parkeerterrein. De vlotte afhandeling kwam mede, omdat wij in Nederland reeds alle verzekeringen hadden afgesloten.

Onze auto bleek een witte Nissan Sentra te zijn en we konden eindelijk onze koffers in onze eigen auto pakken. Na het vinden van de juiste knoppen voor de verlichting en de richtingaanwijzer en het inschakelen van de automatische versnelling, vertrokken we richting ons hotel in Anaheim. Via Sepulveda Boulevard kwamen we bij de oprit van Interstate 405-South om aldaar kennis te maken met onze eerste Amerikaanse autoweg.

5-baans met veel verkeer, maar alles ging toch vrij vlot en via de Garden Grove Freeway 22 West en de Interstate 5 North bereikten we de afrit Katella Avenue West. Bovenaan de afrit rechtsaf en na een paar honderd meter zagen we aan de linkerzijde de inrit van de Ramada Inn Anaheim.

Men was van onze aankomst op de hoogte en we konden al snel met onze computerkaart kamer 206 binnengaan. Twee grote bedden, ligbad, toilet, wastafel, televisie, telefoon en nog verdere gemakken en toen voelden we pas hoe moe we waren na deze reis. Van huis gegaan op dinsdag 09.00 uur een aangekomen in Anaheim op woensdag 08.00 uur, dus bijna 24 uur. De plaatselijke tijd was echter 23.00 uur en dat is een mooie tijd om reeds aan het ritme van het leven aldaar te wennen.

Een dag, waarin je veel indrukken opdeed was achter de rug en het duurde dan ook niet lang, dat we, na ons opgeknapt te hebben, moe maar voldaan in slaap vielen.

DAG 2-ANAHEIM-CHULA VISTA - 197 KM

Na een goede nachtrust werden we om 07.00 uur wakker en als eerste hebben we koffie gezet op het koffiezetapparaat op de kamer. Na het scheren, wassen en aankleden de koffers weer ingepakt en in de auto geladen. Na het uitchecken hebben we een telefoonkaart gekocht voor ons eerste telefoontje naar Nederland om te kunnen vertellen, dat we goed waren aangekomen enz.

De telefoonkaart werkt anders dan bij ons doordat er verschillende particuliere telefoonmaatschappijen zijn, waardoor de telefoonkaart werkt als een soort chipknip en de telefoonkosten per computer worden verrekend met de kaart. Het is even wennen, maar dat gaat snel en uiteindelijk hadden we kontakt met thuis en konden we onze eerste belevenissen vertellen en om te zeggen, dat het heerlijk weer was.

Na het ontbijt in het restaurant (Denver-omelet en Belgian Waffle) en het drinken van veel koffie (men blijft "refillen") ingestapt voor ons bezoek aan Disneyland. We zagen uiteraard ook onze eerste palmbomen en het bleek, dat Disneyland slechts een paar minuten van ons hotel was verwijderd.

De Katelle Ave westwaarts rijden tot aan Harbour Blvd, rechtsaf en na een paar honderd meter linksaf naar het parkeerterrein van Disneyland. Het parkeren kost $ 6,-- per dag en let vooral goed op, waar de auto geparkeerd staat, want het parkeerterrein is enorm en in de loop van de dag wordt het steeds drukker. Een kaartje voor Disneyland kost $ 34,00 p.p. en op ons volwassenen kwam Disneyland een beetje kneuterig over, maar voor kinderen is het uiteraard een klein paradijsje met de paardentram, het sprookjesslot en vele andere attracties, waarbij wij New Orleans erg leuk vonden.

Hierdoor waren wij binnen 2 uur reeds buiten, temeer, omdat wij nog verder moesten naar San Diego

We namen de I-5 South en volgden deze weg tot aan de afrit Oceanside. Na gestopt te zijn bij het Tourist Centre voor het ophalen van een aantal folders, reden we Oceanside binnen.

De State 22 volgt de kustlijn langs hele mooie stranden met Baywatch-huisjes en zonnende en surfende mensen. Je komt langs leuke plaatsjes zoals Carlsbad, Encinitas en La Jolla, totdat we via Mission Blvd San Diego binnenreden en parkeerden aan het Misson Bay Park. We stapten uit om even onze rug te strekken en iets te eten en vooral om de weg naar Sea World te vragen. Er stond een mannetje bij een oude auto en die was voor zichzelf een lunch aan het bereiden en ik besloot met hem een praatje te maken en de weg te vragen. Van het een kwam het ander en zoals veel Amerikanen vroeg hij waar ik vandaan kwam.

Na mijn antwoord "uit Nederland", begon hij ineens Nederlands te praten en het bleek, dat hij een aantal jaren in Duitsland en Nederland had gewerkt en gewoond en vervolgens hebben wij een geanimeerd gesprek met hem gevoerd. Op dit moment was hij "on the road" en trok hij van de ene kant van het land naar de andere.

Na afscheid van hem genomen te hebben reden via Mission Blvd West naar Sea World, waarbij we alleen maar de borden hoefden te volgen om op het parkeerterrein uit te komen. Het was intussen reeds 15.00 uur geworden en daarom kregen wij aan de kassa korting, maar dat tijdstip belette overigens niet, dat we toch alles hebben kunnen zien. Een aantal hoogtepunten zijn o.a. de dolfijnenshow met vele staaltjes van acrobatiek van de dolfijnen en een leuke show, waar een zogenaamde bezoeker per ongeluk ook in het water terechtkwam, de Shark-encounter, waar je in een soort glazen tunnel loopt en van onderen de haaien kunt bekijken en als laatste de Orca-show, welke heel indrukwekkend is, alleen al door de grootte van de dieren. Zij wegen rond de 5000 kg, maar komen als veertjes uit het water. Al met al, kunnen we zeggen, dat Sea World een "langer" bezoek meer dan waard is.

Na deze belevenis zijn we richting camping San Diego Metro vertrokken voor onze overnachting in een kabin. De I-5 South naar Chula Vista tot aan de afrit E-Street East en vervolgens linksaf bij Second Avenue tot we de inrit van de camping bereikten. Na het opfrissen en het doen van de boodschappen in de kampwinkel zijn we lekker op tijd gaan slapen.

DAG 3-CHULA VISTA-BLACK CANYON CITY - 679 KM

Wanneer je vroeg naar bed gaat, dan ben je de volgende dag ook weer vroeg wakker en heb je de wasruimte op de camping voor jezelf, maar dat was vandaag niet erg, omdat we deze dag meer dan 600 km moesten rijden.

Via Second Avenue terug naar E-Street, linksaf en toen de I-805 South naar McDonalds voor een ontbijt om vervolgens via de I-805 North, de Martin Luther King Freeway 94-East en de State 125North uit te komen op de I-8 East en zodoende San Diego te verlaten. Door het Cleveland National Forest en bergen tot een hoogte van 1500 meter bereikten we na een steile afdaling een vallei, die langs de Mexicaanse grens eindigt bij de plaats Yuma, waar men tevens de staat Arizona bereikt.

Na aldaar getankt te hebben vervolgden we de I-8 East over een afstand van honderden kilometers door een droog, kaal en eentonig landschap met op enige afstand bergruggen met namen als Copper Mts, Castle Dome Mts, Palomas Mts en hier en daar wat cactussen. De temperatuur buiten liep op tot boven de 40 graden Celsius en we waren dan ook zeer dankbaar voor onze airco in de auto. Tot aan Gila Bend was er weinig te zien en strekte de weg zich tientallen kilometers voor je uit zonder een enkele bocht, dus oppassen, dat je niet in slaap viel.

Wat overigens wel opviel waren de vele stukken band, die we, soms midden op de weg, zagen liggen en die blijkbaar niet werden opgeruimd.

Bij Gila Bend namen we de State 85, wederom door een kaal landschap en langs de Maricopa Mts. tot we uitkwamen bij de I-10, welke we oostwaarts richting Phoenix volgden.

Bij Phoenix, gelegen in de Valley of the Sun, was het even opletten geblazen om de juiste Exit te nemen. We hadden besloten zo spoedig mogelijk naar de camping in Black Canyon City te rijden en we moesten daarom de Exit naar de I-17 North richting Flagstaff hebben, hetgeen duidelijk werd aangegeven.

Even buiten Phoenix veranderde het landschap en kwamen we in een mooiere omgeving terecht van bossen en cactussen met aan de ene kant de New River Mts en aan de andere kant de Wickenburg Mts. Hier was het dat we het langs het bord "STATE PRISON DO NOT STOP FOR HITCHHIKERS" kwamen, hetgeen natuurlijk lachen was. We bereikten exit 242, rechtsaf en daarna de borden KOA volgend, kwamen op de camping uit. Bij het uitstappen leek het of we tegen een muur aanliepen, maar gelukkig was het in het kantoor/winkel lekker koel en werden we zeer vriendelijk door de beheerster ontvangen. Zij bracht ons naar de kabin, die gelukkig ook een airco bezat en na het uitladen kleden we ons snel om in onze badkleding om in het zalige water van het zwembad te zakken en zo de vermoeienissen af te spoelen. er bleek ook nog een jacuzzi te zijn en na ongeveer een uur konden we de hele wereld weer aan en bij terugkomst in de kabin bleek de airco zijn werk reeds behoorlijk gedaan te hebben. Het uitzicht rond om ons heen was schitterend en we hebben zitten genieten tot de zon achter de bergen verdween.

De lange reis had ervoor gezorgd, dat we behoorlijk honger hadden gekregen en op aanraden van de beheerster reden we naar het dorp om te gaan eten bij "Lazy JB Home Cooking". Dit bleek een echt dorpsrestaurant te zijn en we begonnen met een soort goulashsoep (beef/macaroni), die gelijk al in de maag stond. Als menu namen we fried chicken en dat smaakte heerlijk en dit betekende toch een goed einde van een eentonige reisdag.

We konden overigens niet met een credit-card, maar alleen contant, betalen, zo dorps was het. Bij terugkomst op de camping, konden we de ogen niet meer open houden, dus gelijk naar bed.

DAG 4 - BLACK CANYON CITY - BENSON - 414 KM

Onze eerste hele dag in Arizona begon met vertrek vanaf de camping naar de I-17 South richting Phoenix langs o.a. het Pioneer Arizona Museum en door de drukte van Phoenix kwamen we bij de Exit naar de I-60 richting Mesa en het werd gelijk al een stuk rustiger. Deze weg ging over in een Highway, welke we volgden via Apache Junction tot aan Florence Jct. Vandaar namen we Highway 79 naar Florence en langs deze weg stonden duizenden cactussen en omdat we vroeg in het seizoen waren, stonden veel cactussen in bloei, hetgeen een heel mooi gezicht was.

We passeerden een enorme gevangenis en besloten te gaan tanken en inkopen te gaan doen in Florence. Vanuit Florence kan men de Casa Grande Ruins bezoeken, een vroegere Hohokam-Indianen nederzetting, welke in 1350 is verlaten.

We vervolgden de H-79 door enorme velden met cactussen tot aan Oracle Jct en van hier kunt U rijden naar Oracle om het Biosphere te bezoeken. Dit is een kunstmatige wereld, waar men proeven doet om te kijken of mensen onder die omstandigheden kunnen leven.

Rechtsaf gaat U richting Tucson via de H-77 om via hele mooie plaatsen als Oro Valley en de Business Loop langs motels, tankstations en restaurants het centrum binnen te rijden. Wij hebben het Information Centre bezocht en daar kan men heel veel informatie over Tucson en zijn omgeving verkrijgen. De binnenstad is niet echt groot en men kan vele historische plaatsen bezoeken. Wij kozen vervolgens voor een bezoek aan het Arizona Sonora Desert Museum en om daar te komen gaat men onder de I-10 door om via een prachtige weg door bergen en cactussen van het Saguaro Ntl. Monument bij de ingang van het museum te komen. De entreeprijs van $ 8,95 is meer dan zijn geld waard, omdat men in een hele natuurlijke omgeving kennis kunt maken met de woestijnwereld van de Sonora Desert en van de daarin voorkomende planten en dieren. Tientallen verschillende soorten planten, slangen, schorpioenen, poema's, prairiehonden, waterdieren enz. Heel bijzonder is de kooi met Hummingbirds/kolibri's, waar je bijna een vergrootglas nodig hebt om deze vogels te kunnen zien.

Voor het natje en het droogje is gezorgd in een heel groot restaurant, waar we uiteraard een hamburger hebben gegeten.

Na vertrek uit het museum zijn we langs het filmdorp Old Tucson gereden, welk helaas was gesloten in verband met een restauratie na een brand in 1995.

Men kan eventueel ook nog San Xavier de Bac Mission bezoeken, die wordt gerekend tot één van de mooiste missieposten van het land. Hiervoor neemt men vanaf Tucson de I-17 South richting Nogales.

Wij gingen echter via Tucson-Airport naar de I-10 East om naar onze bestemming Benson te reizen. Via Exit-304 en Ocotillo St. North volgden we de borden naar de camping en ook hier weer werden we hartelijk ontvangen door de beheerders.

We zaten net voor de kabin uit te blazen, toen we opeens een renkoekoek/roadrunner ontdekten en wij direct Miep-Miep roepen, maar hij wilde niet luisteren. Wij wilden uiteraard graag wat eten, maar de kok bleek zijn vrije dag te hebben en daarom moesten we naar Benson en Burgerking om wat te eten.

Bij terugkomst het dagboek bijgehouden en alle indrukken verwerkt van deze dag en genoten van een welverdiende rust.

DAG 5 - BENSON - LAKE CABALLO - 496 KM

Na een heerlijk ontbijt op de camping van pancakes met koffie en orange juice en een hartelijk afscheid van de mensen aldaar via Ocotillo Street South naar de US-80 richting Tombstone door een landschap, dat zo weggelopen leek uit een cowboyfilm.

Het is dan ook niet verwonderlijk, dat men juist in die omgeving een plaats als Tombstone (de naam alleen al) heeft herbouwd in de stijl van de jaren van het Wilde Westen. De trottoirs zijn net als in de film van houten planken gemaakt en alle winkeltjes enz. hebben het front, zoals we dat kennen uit de films. Eén van de bezienswaardigheden is de plek waar de "Gunfight at the OK-Corral" heeft plaatsgevonden, waar de gebroeders Earp met Doc Holliday afrekenden met een aantal boeven. Van deze gebeurtenis zijn verscheidene films gemaakt, overigens moet je je van de plek zelf niet veel voorstellen, want je ziet een aantal poppen staan, die de hoofdpersonen voorstellen, waarbij een bandje met het verhaal wordt gedraaid. Bij binnenkomst van Tombstone kan men ook Boot Hill bezoeken, waar vroeger de mensen met de laarzen omhoog werden begraven (vandaar de naam) en kan men een tripje met een stage-coach maken.

Na een uurtje vertrokken we door een prachtig landschap naar de plaats Bisbee, wat een oud mijnstadje is, dat grotendeels in oude staat bewaard is gebleven.

We hebben koffie gedronken en een bagel gegeten in een café, dat bovenop de ingang van een oude mijn is gebouwd, hetgeen een aparte sfeer aan het geheel geeft. Een paar kilometer buiten het plaatsje kan men in een diep gat in de aarde (pit) van een oude kopermijn kijken, alwaar het koper in dagmijnbouw (dus bovengronds) werd gewonnen.

De US-80 vervolgend richting Douglas en vandaar richting New-Mexico reden we door Cochise-County, waar in de vorige eeuw vele veldslagen hebben plaatsgevonden tussen de blanken en de Apache-Indianen (Geronimo is een van de opperhoofden, die uit die tijd bekend zijn). Het kale landschap met de bergruggen in de verte (Pedregose Mts) wordt nu beheerst door enorme ranches, waarvan je af en toe een aantal runderen ziet lopen en waarvan de toegangswegen ziet, maar niet de ranches. Je passeert ook de plaats, waar Geronimo zich heeft overgegeven en al rijdend vraag je je af, waar de vele veldslagen voor nodig waren, want zo te zien lijkt er weinig aan het land te verdienen te zijn. De echte rijkdommen van het land zaten dan ook onder de grond, waarvan goud, zilver, koper en edelstenen de belangrijksten zijn.

Na het passeren van de staatsgrens kwamen we wederom uit bij de I-10 West richting Lordsburg en arriveerden al snel bij een Staats Informatiecentrum, waar je in een koele omgeving heel veel informatie in de vorm van folders enz kon ophalen over de staat New-Mexico en kon uitrusten van de rit totzover.

Bij Lordsburg verlieten we de Interstate om via H-70 en H-80 richting Silver City te rijden en men kon goed merken dat de weg begon te klimmen, omdat we de bergen inreden door Gila National Forest. De weg klom naar een hoogte van 2000 meter en omringd door bergen en bossen was dit een prachtige route door een even prachtig landschap en een hele verandering na het rijden door het kale landschap van zuidoost-Arizona.

Silver City bleek een heel prettig gelegen plaatsje te zijn, waar we een stop maakten om te tanken en inkopen te doen. Na dit oponthoud vervolgden we onze weg via de US-180 richting Deming om na een tiental kilometers af te slaan naar de H-152 waar we door de Mimbres Mts en door een National Forest steeds hoger klommen en we konden genieten van een schitterend landschap, temeer daar we bijna geen auto's tegenkwamen en we alle gelegenheid hadden om alle mooie dingen te zien.

Na het bereiken van het hoogste punt volgde een spannende afdaling o.a. langs het plaatsje Kingston om uiteindelijk uit te komen bij onze bestemming Lake Caballo. De camping is gelegen aan de I-25 en toen we uitstapten, leek het wel of we in een oven terecht waren gekomen, een temperatuur van ca. 40 graden en een stevige hete wind, die je de adem bijna benam. Het uitzicht, dat we vanaf de veranda van onze kabin hadden, vergoedde echter veel, omdat we een prachtig uitzicht op het Lake Caballo (een stuwmeer).

Op aanraden van de beheerster gingen we eten bij het Duck-Inn Café aan de oever het meer en daar hebben we absoluut geen spijt van. Niet, omdat het eten zo bijzonder was en ook het Café slechts een soort strandtent met een aantal tafels was, maar de eigenaars Angela en David Hicks wisten een heel gezellige sfeer te scheppen en we hadden onmiddellijk het idee welkom te zijn en we voelden ons gelijk vrij om direct deel te nemen aan de gesprekken, die werden gevoerd. Na afloop hebben we nog een hele tijd gezellig zitten kletsen, waar ook hun dochter Shannon meedeed, die bijzonder geïnteresseerd was in alles wat met Europa te maken had. Zij wilde namelijk met haar vriend een rondreis door Europa maken en wilde van alles weten.

De familie woonde overigens pas 4 maanden in New-Mexico en waren afkomstig uit Salt-Lake City in Utah en waren deze stad min of meer ontvlucht door de problemen, die het leven in een grote stad meebrengen en vervolgens bij toeval op deze plek terechtgekomen, waar zij het café en een camping hadden gekocht. Hoewel de mensen in dat deel van New-Mexico erg individueel zijn waren ze toch onmiddellijk opgenomen in de gemeenschap van Lake Caballo.

Door de hitte hebben we voor het eerst die nacht slecht geslapen omdat de kabin geen airco had.

De volgende ochend zagen wij overigens wel een aantal roadrunners, de vogel van de staat New-Mexico

HOOFDSTUK 7DAG 6 - LAKE CABALLO - BERNANILLO - 392 KM

Benieuwd naar wat deze dag ons zou brengen vertrokken we via I-25 North naar Truth or Consequences met het plan daar te ontbijten en te telefoneren naar huis. Bij aankomst bij McDonalds bleek het razend druk te zijn, zodat we enige tijd moesten wachten, maar we hadden alle tijd, nietwaar. Het telefoneren naar huis wilde om een of andere reden niet lukken, zodat we besloten onze weg via I-25 North richting Albuquerque te vervolgen.

Door het tijdsverschil met Nederland konden we ook niet te lang wachten en bij het Bosque del Apache NF zijn we de weg afgegaan om bij een typisch Amerikaans chauffeurscafe koffie te drinken en te bellen. Wat ons in de stad niet lukte, lukte ons wel vanuit deze buitenplaats, waar bij elke tafel een telefoon was geïnstalleerd en we weer even onze moederstaal konden spreken en de laatste nieuwtjes uit te wisselen.

Vervolgens weer via de I-25 North langs o.a. Socorro gereden totaan Bernardo, waar we de US-60 namen richting Mountainair.

Door de hoogte (ca. 1800 meter) was de temperatuur lekker en door een mooi landschap reden we naar Mountainair om vandaar via de State 55 en de State 337 door het Cibola NF uiteindelijk uit te komen op de I-40 welke we westwaarts namen richting Albuquerque.

Deze Interstate heeft de plaats ingenomen van de oude Route-66 (de aloude Mother-Road van Chicago naar Los Angeles). Van deze oude Route-66 loopt nog een groot gedeelte (ca 25 mijl) door Albuquerque en uiteraard volgden wij dit gedeelte van de Route-66. Het eerste gedeelte wordt geheel beheerst door hotels, motels, tankstations, restaurants en winkelcentra, maar na het passeren van de University kwamen we aan bij de 66-Diner, een café, die nog geheel in de stijl van de tijd van de vijftiger-en zestiger jaren is ingericht en ook daadwerkelijk destijds een pleisterplaats langs Route-66 was.

Onder de klanken van Rock-en Rollmuziek hebben we daar heerlijk gegeten en ons overgegeven aan de herinneringen vanuit die tijd.

Ons volgend doel was de Sandia Peak Tramway, wat de langste kabelbaan ter wereld wordt genoemd en die te bereiken is via de I-25 North en een eigen exit en waar je naar een hoogte boven de 3000 meter wordt vervoerd. Het parkeren kostte 1 dollar, maar het bleek, dat de Tram niet in dienst was vanwege de wind en dat er voorlopig geen ritten werden gemaakt. Dat was natuurlijk een teleurstelling en ook de dollar parkeergeld kregen we niet terug, haha!

Van de nood een deugd gemaakt en besloten dan maar naar de camping Albuquerque North in Bernanillo te rijden en daarvan zouden we geen spijt krijgen. De ontvangst was bijzonder hartelijk en bovendien kregen we zelfs nog geld terug, want men vond, dat we teveel hadden betaald voor de kabin. Uiteraard werd dit in dank aanvaard, hoewel we niet eens wisten, hoeveel we dan wel betaald hadden, omdat het een pakketreis was, maar goed.

Het zwembad was helaas gesloten vanwege de wind, maar na ongeveer een uur kwam men ons waarschuwen, dat het zwembad open was en hebben we heerlijk genoten van het water en het zonnetje.

Om 18.00 uur moesten we ons melden in de winkel en er bleek een soort loterij gehouden te worden, waar we zowaar een prijsje wonnen (een knip om chips-zakken af te sluiten), maar waar we tevens bonnen konden kopen voor het diner. Vanaf 19.00 uur konden we plaatsnemen aan de tafels en konden we ons diner bestellen, dat door vrijwilligers op de barbecue wordt klaargemaakt. Wij kozen voor chicken en surloin (enorme biefstuk), welke werden geserveerd met chili con carne en coleslaw en het smaakte buitengewoon goed, waarbij we als dessert apple-pie met ijs en 2-scoops ijs met aardbeiensaustopping namen. Onze buiken waren lekker vol en we konden met een voldaan gevoel onze kabin opzoeken.

DAG 7 BERNANILLO - DURANGO - 592 KM

De dag begon goed met een gratis ontbijt van pancakes en koffie en na het hartelijk afscheid vertrokken we voor onze reis naar Colorado. Eerst nog even tanken en toen de H165 oostwaarts waarmee we rond de Sandia Peak naar het Turquoise Trail zouden rijden, maar na een tiental kilometers veranderde de weg in een onverharde weg, maar met een vaartje van 20 kilometer toch redelijk berijdbaar. Het werd overigens wel steeds spannender, want we kwamen niemand tegen en de weg klom steeds hoger en hoger en er leek geen eind aan te komen. Het enige teken van leven waren een paar kampeerplaatsjes, waar we wat campers of tenten zagen staan. Uiteindelijk kwam we uit bij de skiliften van het Sandia Peak-skigebied en de weg was ook weer geasfalteerd. Door de brede weg konden we met een behoorlijke snelheid afdalen naar de Turquoise Trail.

Deze route H14 is genoemd naar de edelstenen, die hier vroeger werden gevonden en je kunt de overblijfselen van de mijnbouw van destijds nog terugvinden in plaatsjes als Golden, Madrid en Cerillos. Aan het einde van de Trail arriveerden we in Santa Fé, één van de oudste plaatsen in het zuidwesten van Amerika, want deze stad werd reeds in 1610 gesticht, toen dit gebied nog onder Mexico viel (Nuovo Mexico). Je kunt hier de vele adobe-woningen bezoeken, terwijl in het centrum (Plaza) nog veel bouwwerken uit de begintijd van de stad kunnen worden bekeken.

Omdat wij nog een lange reis voor ons hadden zijn we na een uurtje vertrokken om via de US 84 en de State 68 naar Taos te rijden. Vooral het gedeelte over de State 68 tussen Espanola en Taos is adembenemend mooi, waarbij de weg stijgt naar een hoogte van 2300 meter en je de wilde Rio Grande volgt. De temperatuur in Taos bleek een heerlijke 23 graden te zijn, hetgeen een verademing was na de hitte, die we afgelopen dagen hadden meegemaakt. Taos staat vooral bekend om zijn kunstenaars en de vele boetiekjes, waarin Indiaanse kunst is te kopen, waarvan vooral de kleuren en weldaad voor je ogen zijn en je kunt gerust een uurtje uittrekken om door Taos rond te dwalen. Na de lunch bij jeweetwel in noordelijke richting gereden en een kijkje genomen bij Taos Pueblo. Deze nederzetting is nog volkomen in de oude stijl bewaard en wordt ook nog als zodanig bewoond door de Indianen, die hier verblijven. Tegen betaling van een fee kun je een rondwandeling maken, de moeite waard.

Vanuit de pueblo namen we de US 64 West richting Colorado en ik had al gelezen, dat men dit de "mooiste" weg van Amerika noemt en ik moet zeggen, dat daar weinig aan gelogen is.

Het begin loopt nog door een stuk woestijngebied, waar je plotseling wordt overvallen door de Rio Grande Gorge-bridge.

De brug zelf is niet zo bijzonder, maar je kijkt vanaf de rand in de kloof, die door de Rio Grande is uitgeslepen met een diepte van 200 meter en je krijgt alvast een voorproefje van de Grand Canyon. Na een dertigtal kilometers verandert het karakter van de weg drastisch, omdat je vervolgens tientallen kilometers door de bergen en de bossen van Carson National Park rijdt met prachtige uitzichten. De weg klimt naar een hoogte van 2800 meter en op sommige plaatsen lag de sneeuw nog aan de kant van de weg. We zagen onderweg nog een paar prachtige herten, maar ze wilden helaas niet wachten voor de foto.

De plaatsjes, die men passeert, hebben exotische namen als Tres Piedras, Tierra Amarilla en Ensenada, dus lijkt het soms of je in een ander land terecht bent gekomen. De schoonheid van de natuur onderweg is eigenlijk niet met woorden te beschrijven, je moet het met eigen ogen gezien hebben. Deze opmerking geldt natuurlijk voor veel zaken, die je weleens op de televisie hebt gezien, maar er gaat niets boven het zelf ervaren.

We kwamen uit in de plaats Chama en men kan hiervandaan een historische treinreis maken over de Cumbres Pass op 3000 meter hoogte naar Antonito in Colorado. Hiervoor zul je echter een hele dag moeten uittrekken, dus dit ging onze neus voorbij, maar wij wisten al, wat we de volgende dag zouden doen in Durango. Op de volgende splitsing namen we de US 84 North en na een paar kilometers reden we Colorado binnen om uit te komen in Pagosa Springs, een leuk toeristenplaatsje. Hier namen we de US 160 West richting Durango en door weer een schitterend landschap arriveerden wij uiteindelijk in Durango.

Onze camping Ponderosa bleek ca. 10 mijl ten noorden van Durango te liggen en we kwamen daar door de US-550 North te nemen en deze weg volgend kwamen we bij de camping uit. De camping ligt schitterend aan de Animas-rivier en zou voor de komende twee nachten onze thuishaven zijn. We hebben die avond lekker gegeten in het Ponderosa Rose Cafe op de camping en met plezier gekeken naar de Hummingbirds, die af en aan vlogen om van het suikerwater te drinken. Bij aankomst bij onze kabin werden we welkom geheten door een chipmunk (Knabbel en Babbel) en hebben we alles wat we die dag gezien hebben de revue laten passeren.

DAG 8 - DURANGO - SILVERTON - DURANGO - 0 KM

Vandaag zouden we een van de hoogtepunten van deze reis gaan beleven t.w. een treinreis per historische trein van Durango naar Silverton (gelegen in de San Juan Mountains) en terug. We konden vandaag de auto laten staan, omdat we van de camping gratis per bus naar het station in Durango gebracht werden. Het weer was prachtig dus dat beloofde het een en ander en ik kan nu reeds zeggen, dat de dag datgene heeft gebracht, wat ik ervan verwachtte.

De aanleg van de trein was noodzakelijk geworden door de rijke vondsten in Silverton en de eerste treinreis werd gemaakt in augustus 1881. De trein bleef rijden tot in de jaren 60 van deze eeuw, maar moest toen gesloten worden, omdat de exploitatie niet langer lonend was en er waren vaste plannen de rails e.d. op te breken, totdat de staat Colorado besloot, dat de trein toch mocht blijven rijden ivm het toerisme. In het hoogseizoen rijden er nu 3 treinen per dag en in de rest van het jaar is er elke dag minstens één vertrek, zomer en winter.

De wagens stammen nog uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw, terwijl de locomotieven uit de twintiger jaren van deze eeuw stammen.

Wij waren overigens niet de enigen, die de treinreis wilden maken, want het was knap druk op het station met groepen toeristen uit verschillende landen. Wij lieten onze voucher zien en kregen toen een aparte behandeling, samen met een ouder echtpaar uit Nederland, die, hoewel een andere rondreis makend, ook de treinreis hadden geboekt.

Wij konden op tijd onze vaste plaats in rijtuig no. 6 van de Durango & Silverton Narrow Gauge Railroad innemen, want je hebt namelijk op de heen-en terugreis een vaste plaats, zodat je zeker weet, dat je alles ziet. Onze stoelen waren nrs. 46 en 47, waarbij we op de heenreis aan de "bergkant" en op de terugreis aan de "rivierkant" zaten.

Het eerste gedeelte van de reis gaat nog door het vlakke gedeelte in Durango, maar al spoedig begon de beklimming, die uiteindelijk op 2800 meter hoogte in Silverton zou eindigen.

De natuur was bijzonder indrukwekkend en we konden vele mooie plekken op de video vastleggen, waarbij we ook aan onze kant de wildstromende Animas-rivier af en toe zagen. Af en toe stopte de stoomtrein om water in te nemen, wat we ook uit de westerns kennen en waarbij het personeel, gekleed in historische kleding, druk waren met het innemen van het water. Door een bepaald signaal van de stoomfluit merkten we wanneer we weer gingen rijden en zo had elk fluitsignaal zijn eigen betekenis.

Na een reis van 3,5 uur kwamen we in Silverton op 2800 meter hoogte onder een onbewolkte hemel en een lekker zonnetje. Het binnenrijden in zo'n oud mijnstadje is al indrukwekkend en we kregen 2 uur de tijd om in Silverton rond te kijken. Het eerste, dat we deden was het nuttigen van een overheerlijke hamburger en het drinken van een koele cola en we waren precies op tijd, want vlak na ons kwam er een groep Japanners binnen omhangen met camera's. Het leuke van het fotograferen van Japanners is, dat men zelf ook altijd op de foto wil, dus moest er veel van camera en plaats worden geruild. Hierna hebben we een wandeling door Silverton, waar alles nog zoveel mogelijk in de oude staat bewaard is gebleven en je je een voorstelling kunt maken hoe het leven destijds hier geweest moet zijn.

Na dit bijzonder oponthoud keerden we weer terug in de trein, waar het overigens een stuk rustiger was geworden, omdat hele groepen niet mee teruggingen, maar verder per bus werden vervoerd. Dit gaf wel de gelegenheid om een rustig plekje te zoeken om te genieten van de terugreis, die voerde langs de "rivierkant" en waar we vergast werden op het uitzicht van de snelstromende rivier in een diepe canyon.

Heel indrukwekkend en dan voel je je heel klein bij zoveel machtig natuurschoon.

We hebben in de trein heel gezellig zitten praten met een ouder stel uit Texas, die ook bezig waren aan een rondreis met hun eigen camper, waarbij hij ook herinneringen ophaalde aan zijn tijd in Europa. Hij bleek bij de spoorwegen te hebben gewerkt en kon ons veel over de trein vertellen.

Bij aankomst op het station bleek onze bus weer klaar te staan en kwam er zodoende, helaas, een einde aan een bijzondere dag.

DAG 9 - DURANGO - HOLBROOK - 699 KM

Achteraf gezien zou dit de langste afstand zijn, die wij tijdens de gehele reis hebben afgelegd. Het telefoneren vanaf de camping ging weer heel moeizaam, zodat we besloten later het nog maar eens te proberen. Via de US-550 South en na getankt te hebben in Durango, gingen we via de US-160 West richting Cortez. Bij een "restplace" weer geprobeerd te bellen en hoewel de verbinding slecht was, toch weer contact gehad met thuis. Tot onze verrassing stopte er een camper en daar kwam het Texaanse stel van de vorige dag uit en we werden heel enthousiast begroet en hebben nog even staan kletsen. Het bleek dat onze wegen zich in Cortez zouden scheiden, want zij gingen vandaar richting Moab, terwijl wij in zuidelijke richting moesten. We kwamen langs het Mesa Verde National Park ,een oude indiaanse nederzetting,maar we hadden helaas geen tijd om dit park te bezoeken. In Cortez namen we de US-160 South door het Ute-Indianenreservaat, waar tot onze verbazing een levensgroot casino stond. Sinds enige jaren mogen Indianen in hun reservaat gokspellen toelaten en dat schijnt een hele lucratieve bezigheid te zijn voor de bewoners van het reservaat. Na enige tijd gaat de weg weer richting het westen en we kwamen aan bij de Four States Corner,de enige plaats in Amerika, waar vier staten aan elkaar grenzen. Het ziet er een beetje uit als een kermisattractie en zijn dan ook snel verder gereden. Via de State 14 zijn we staat Utah binnengereden richting Bluff en hebben wij bij een rest-area bij de San Juan rivier een plaspauze gehouden. Opvallend in deze streek is de rode kleur van het gesteente en de vreemde vormen, die de rotsen soms hebben aangenomen.

Daarna via de US-163 richting Monument Valley via Mexican Hat en reeds rijdend richting Monument Valley zie je de meest bizarre vormen aan de horizon staan en vraag je je af hoe dit allemaal heeft kunnen ontstaan.

Monument Valley ligt geheel in het Navajo Indian reservaat in de staat Arizona, waar men zich overigens wel aan de zomertijd houdt in tegenstelling tot de rest van Arizona, wat verwarrend kan werken. Na het betalen van $ 5,-- per auto rij je de echte vallei binnen en kun je parkeren bij het Visitor Centre en van daaruit heb je een machtig uitzicht op de "Monumenten" van de vallei, waarbij je aan aantal herkent aan de reclamefilms, die hier zijn opgenomen. Een bekende western, die hier is opgenomen is "Stagecoach" met de bekende acteur John Wayne. Vanaf het Visitor Center kun je ook een rondrit van ca. 2 uur met de auto, per jeep of per paard maken door de vallei en waarbij je langs vele indrukwekkende rotsformaties komt met even indrukwekkende namen als "The Totem Pale", "The Three Sisters" en "Rooster Rock". Al die monumenten zijn ontstaan door het droogvallen van de zeebodem, waarna de wind de rest van de erosie heeft volbracht en waarbij de harde steenformaties zijn blijven staan.

Helaas moesten wij weer afscheid nemen van de vallei en vervolgden onze weg naar Kayenta, waar we US-160 East namen.

Wat ons erg is bijgebleven is toch de redelijke armoede, waaronder de Indianen daar moeten leven, in een klein hutje op een stuk volkomen kale grond met een stalletje ervoor, waar men Indiaanse sieraden verkoopt. Het is eigenlijk best triest, dat een volk zo moet leven, maar misschien zien zij het zelf wel anders.

Na een aantal kilometers namen we de State 59 richting Many Farms, waarbij je door een onbevolkt gebied rijdt, waar bijna niets wil groeien en bloeien. De naam Many Farms deed zijn naam eer aan door de boerderijen, die er dankzij de nabijheid van water kunnen overleven. Wij kwamen uit op de US-191, welke wij in zuidelijke richting opreden naar Chinle, waar een ware rode zandstorm bleek te zijn en we onze ramen moesten sluiten. Vanuit Chinle kan men de Canyon de Chelly bezoeken, waar nog goed bewaarde rotswoningen van Indianen zijn en men ook een georganiseerde trip kan maken per jeep of paard. Voor ons ontbrak helaas de tijd en we reden verder naar het Zuiden.

Bij het plaatsje Ganado bevindt zich de Hubbell Trading Post, die nog geheel in de oorspronkelijke staat bewaard is en waar men inkopen kan doen en waar prachtige Indiaanse sieraden te koop zijn met de bekende blauwe kleur. Overigens zijn deze sieraden niet goedkoop, maar hun geld meer dan waard.

Na deze stop verder richting de Interstate 40, waarbij we nog een ontmoeting hadden met een coyote, die 50 meter voor de auto de weg overstak.

Vlak voor het oprijden van de Interstate getankt bij een Trading Post en vervolgens westwaarts met het zonnetje in ons gezicht richting Holbrook gereden. We waren blij, dat we er waren, want het was een hele lange dag geweest, waarin we heel veel gezien hadden, maar we zouden er liever 2 dagen over gedaan hebben, omdat we toch het één en ander noodgedwongen moesten missen.

DAG 10 HOLBROOK - WILLIAMS - 531 KM

Na een prima nachtrust en een lekker ontbijt een stukje Route 66 door het centrum van Holbrook en vervolgens via de US-180 gereden naar de ingang van het Petrified Forest/Painted Desert National Park. Langs de weg er naar toe zagen we al plaatsen waar men stukken petrified forest/versteend hout kan kopen. Deze stukken zijn afkomstig van buiten het park, omdat het binnen het park verboden is dit hout mee te nemen. Men wordt bij binnenkomst en bij het verlaten van het park hierop gecontroleerd, hetgeen natuurlijk een goede zaak.

Bij de ingang hebben we onze Golden Eagle Passport gekocht, want vreemd genoeg was dit het eerste nationale park, dat we bezochten. Voor een prijs van $ 25,00 per auto heeft men een heel jaar toegang tot alle Nationale Parken. Het landschap van dit park is heel onwezenlijk. volkomen kaal en heel ontoegankelijk, zodat men dit soort landschap de "Badlands" noemt. De kleuren variëren van grijs tot bruin, dus ziet er weinig aanlokkelijk uit, maar juist door dit geheel is het heel indrukwekkend. Op diverse plaatsen heeft men "lookouts" gemaakt, waar je tussen de versteende bomen door kunt lopen en waar uitleg wordt gegeven hoe alles is ontstaan. In vroeger jaren was dit een weelderig landschap met bossen en rivieren, maar in de loop der eeuwen is het land geheel uitgedroogd, waarbij de bomen, met daarin de mineralen van edelstenen, zijn versteend en bij het aanraken ook als zodanig aanvoelen en waarin de kleuren van de edelstenen prachtig uitkomen.

Vlak voor het verlaten van het park krijgt men een prachtig uitzicht over de Painted Desert/geverfde woestijn, waarin vooral het rood overheerst.

Diep onder de indruk moesten wij helaas afscheid nemen van het park en reden we de I-40 West richting Flagstaff onderweg de plaatsen Holbrook, Winslow en Winona passerend, waar men veel verwijzingen krijgt naar Route-66 en deze plaatsnamen zijn dan ook bekend van het lied "get your kicks on route-66". Het landschap onderweg is rood, rood en nog eens rood.

Bij Flagstaff kwamen al de San Francisco Mountains in zicht (de hoogste bergen van Arizona) en we konden ook aan de temperatuur merken, dat we steeds hoger kwamen. Flagstaff ligt dan ook op een hoogte van bijna 2200 meter, waar bovenuit de Humprey's Peak steekt. Bij het uitstappen bij het Information Centre bleek er ook een fris windje te staan, zodat we snel naar binnen vluchtten om folders en informatie van de streek op te halen. Na de lunch bij "Jack in the Box" reden we de I-17-South op om na een aantal kilometers de afslag naar Sedona te nemen via de US-89Alt-South te nemen.

We reden daar door prachtige bossen en na een tiental kilometers bereikten we een uitzichtspunt, waar we een schitterend uitzicht hadden op de Oak Creek Canyon met zijn rode, oranje en witte kliffen, die bedekt zijn door groene bomen, hetgeen een bijzondere cachet aan de omgeving geeft. Na een prachtige afdaling, o.a. langs het Slide Rock State Park en tussen de rode rotsen door arriveerden we in Sedona. Deze plaats heeft een grote aantrekkingskracht op de mensen uit de grote steden, die in deze prachtige omgeving willen vluchten voor het leven in die steden. Veel aanhangers van de New Age-beweging hebben zich hier ook gevestigd en alles bij elkaar geeft dit een welvarend aanzien aan de plaats. Aan de winkelcentra, de vele banken en makelaars kan men die welvaart aflezen.

We moesten echter verder en verlieten Sedona via US-89A-South om via Cottonwood richting Jerome te rijden.

Jerome is een van de weinige plaatsen in Amerika, die op een berg is gebouwd en doet van afstand een beetje italiaans aan met z'n smalle, steile straatjes. De plaats is ontstaan bij een kopermijn, maar na het sluiten van de mijn verviel de stad, totdat een aantal mensen de restauratie van de plaats ter hand namen en zodoende kan men wederom een indruk krijgen van hoe de plaats er uitzag tijdens de bloeitijd van de mijn. Men kan hier o.a. het mijnmuseum bezoeken en men heeft een schitterend uitzicht op de vallei, die men zojuist heeft verlaten.

De weg vervolgde door een prachtig berglandschap en na een prachtige afdaling reden de we vallei binnen, waarin de stad Prescott (oude hoofdstad van Arizona) is gelegen. Vlak voor deze plaats moesten wij echter naar het noorden via de US-89 North richting de Interstate-40. Om onze bestemming Williams te bereiken moesten wij de I-40 East nemen, waarbij de weg door een mooi landschap is aangelegd en waarbij wij aan de linkerkant reeds onze bestemming van morgen, de Grand Canyon, konden vermoeden. De binnenkomst van Williams wordt weer beheerst door tankstations, motels enz langs de Route-66 tot aan de afslag naar de Grand Canyon, waar we via de State 64 bij onze camping Grand Canyon Koa aankwamen. Na de hartelijke ontvangst en het inschrijven, werd ons gevraagd of we een kacheltje wilden hebben voor onze kabin. Onze verbazing ziende, zei men, dat het 's-nachts erg koud kon worden op deze hoogte en achteraf gezien, klopte dat ook en waren we blij met het kacheltje. Voor het diner hebben we ons dan ook warm aangekleed en dat bleek geen overbodige luxe te zijn, want vooral de wind was behoorlijk fris. Na het diner hebben we gereserveerd voor een helikoptervlucht de volgende dag om vervolgens onze was te doen in de wasautomaat en droger, want het schone goed begon op te raken. Wij gingen naar bed met het spannende vooruitzicht van de dag van morgen "De Grand Canyon".

DAG 11 - WILLIAMS - GRAND CANYON V.V. - 296 KM

Onvergetelijk, indrukwekkend, groots, welke superlatieven je ook gebruikt en welk gevoel je na een dag Grand Canyon ook hebt, je moet de Grand Canyon gezien hebben om je zelfs maar een kleine voorstelling van dit "natuurgeweld" te kunnen maken.

Na een "fris" ontbijt reden we via de State 64 later de US-180 naar het noorden.Bij de samenkomst van deze twee wegen is een "Flintstone-dorp", wat natuurlijk leuk is voor de kinderen, maar wij reden daar voorbij om zo snel mogelijk de Grand Canyon te zijn. Wij wilden voordat we onze helikopter-vlucht zouden maken uiteraard eerst een blik in de Canyon werpen en langs het vliegveld en Tusayan arriveerden we bij de ingang van het park. Bij de ingang ontvangt men op vertoon van het Golden Eagle Passport een folder over de Grand Canyon met daarop aangegeven alle bezienswaardigheden en besloten bij Yavapai Point onze eerste stop te maken. Vol verwachting liepen we vanaf de parkeerplaats naar de rand van de Canyon en werden bijna overdonderd door het uitzicht, dat men vanaf de rand heeft. Zonder een woord te zeggen stonden we daar aan de rand en keken in een diepte, waarvan we vantevoren ons wel iets hadden voorgesteld, maar dat het zo indrukwekkend zou zijn hadden we zelfs in onze stoutste dromen niet gedacht.

Kleuren van grijs tot rood tot bruin tot groen, afhankelijk van de zonneschijn met in de diepte het groen van de rivier, de Colorado, die dit natuurverschijnsel op zijn geweten heeft.

De rivier heeft een Canyon uitgesleten, die 1500 meter diep is, 446 km lang en 15 km breed. Om van de South naar de North Rim te rijden moet men echter een afstand van meer dan 300 km afleggen, zodat je vantevoren de keus moet maken welke kant je zult bezoeken, waarbij de South Rim de meeste faciliteiten voor toeristen heeft.

In het Yavapai-museum kan men veel documentatie krijgen of kopen over de historie van de Canyon en tevens zijn er fotoboeken en video's te koop. Let bij video's wel op, dat men het juiste systeem kiest n.l. Pal/Secam en niet het amerikaanse systeem NTSC. Een aardig detail over de historie is wel, dat de Spanjaarden, die als eerste blanken de Canyon zagen, zelfs geen pogingen hebben gedaan af te dalen, omdat volgens hen er niets waardevols te halen was.

Na deze eerste indruk reden we terug naar het vliegveld voor onze helikoptervlucht en uiteraard waren veel te vroeg, maar dat zal wel van de spanning gekomen zijn. We hadden echter geluk, want we konden met een eerdere vlucht mee, omdat een aantal mensen niet kwam opdagen. Vantevoren krijgt men, in het nederlands, schriftelijke instructies betreffende veiligheid enz. om vervolgens, na het maken van een foto voor de helikopter, ingesnoerd in de veiligheidsriemen plaats te nemen in de helikopter. Vervolgens kregen we een koptelefoon op en konden luisteren naar een uitleg in het nederlands, wat we onderweg te zien zouden krijgen. Het leek overigens of prins Bernhard deze band had ingesproken, maar een en ander was toch goed te volgen.

Daarna volgde het spannende moment van het opstijgen, maar daar merk je niet meer van dan dat de bodem onder je verdwijnt en spoedig vlieg je boven de bossen richting de Grand Canyon, waarvan je, vreemd genoeg, in eerste instantie nog bijna niets ziet. We passeerden de rails van de Grand Canyon Railway om na ca. 5 minuten de rand te bereiken van de Canyon en waar je plotseling geen bodem meer onder je ziet, maar in een groot, diep gat kijkt. Wat volgde is zo mooi, want je vliegt tussen de randen van de Canyon, langs vreemdvormige rotsen, terwijl diep beneden de Colorado stroomt en je vergeet eigenlijk, dat je in een helikopter zit en je hebt geen tijd om bang te zijn.

Helaas moesten wij na ca. 20 minuten terugkeren en na een laatste afscheid aan de Canyon vanuit de lucht keerden we terug op het vliegveld. Een helikoptervlucht kost $ 160,-- per persoon, maar laat een dusdanig onvergetelijke indruk achter, dat je niet op die centen let.

Ons volgende doel lag aan de East Rim Drive, welke we zijn gevolgd tot aan de Watchtower. Deze toren was oorspronkelijk gebouwd door de Zuni-Indianen en is later van binnen prachtig versierd met indiaanse motieven en het is dan ook een "must" om deze toren te bekijken en te beklimmen, waardoor je een schitterend panorama hebt op de Canyon en de Painted Desert (zie vorig hoofdstuk). Aan de buitenzijde denk je, dat de toren elk moment zal instorten, maar het blijkt van binnen toch een solide bouwwerk te zijn.

Vervolgens zijn we gaan en lunchen in Grand Canyon Village om daarna een wandeling te maken langs de Rim tot aan de Bright Angel Lodge. Van hieruit kan men via de Bright Angel Trail in de Canyon afdalen te voet of per muilezel (9 maanden vantevoren bespreken), maar dat leek ons toch teveel van het goede en zodoende zijn we hier gestapt op de pendelbus, waarmee de West Rim Drive bezocht kan worden (auto's verboden). Na diverse stopplaatsen bereikten we het eindpunt, Hermit's Rest, waar we enige versnaperingen tot ons genomen hebben.

Bij terugkeer begon de temperatuur al aardig te dalen en zijn we "gevlucht" in het restaurant voor het diner. Overigens heb ik aldaar bij "Bank One" met mijn nederlandse europas dollars op kunnen nemen, want het bleek, dat we al aardig door onze contanten heen waren. Uiteraard zijn we ook nog wezen kijken in de Souvenir-shop en hebben ons een paar aandenken aan deze dag aangeschaft.

We wilden natuurlijk de beroemde zonsondergang zien en reden daarvoor naar Mather Point, omdat dit een goede plaats zou zijn. We stonden al helemaal klaar met onze camera, toen er een hele grote zwarte wolk voor de zon opdook en we het helaas moesten doen met een sombere zonsondergang, waarbij bovendien de temperatuur nog verder daalde en ondanks onze heldhaftigheid besloten we toch maar in te stappen en de terugreis naar de camping te aanvaarden. We kwamen onderweg ook nog onze vriend, de coyote, tegen en via dezelfde weg US180/S64 zijn we in het donker naar de camping gereden. Bij thuiskomst in de kabin lekker het kacheltje aangedaan en vervolgens met een meer dan voldaan gevoel gaan slapen.

DAG 12 - WILLIAMS - GLENDALE - 525 KM

De koude van gisterenavond bleek een voorbode te zijn van het weer van hedenmorgen, want op de ons omringende bergen lag een verse laag sneeuw en op onze hoogte regende het. Dit was na de hitte van Zuid-Arizona en New Mexico een hele grote overgang en in plaats van de airco moesten we in de auto de kachel aanzetten.

Via de State 64-South kwamen we op de I-40 East richting Flagstaff en tussen de sneeuw, die op sommige plekken lag, en door de regenbuien gingen we op weg naar de volgende staat op onze reis Utah. In Flagstaff de US-89 North richting Page en het begon steeds harder te regenen, zodat we van het landschap weinig zagen, behalve de verlaten kraampjes, waar normaal indiaanse sieraden en kunst werden verkocht. Bij Cameron passeerden we de toegang naar de Grand Canyon om bij Marble Canyon de splitsing naar de US-Alt 89 te nemen, waarna we na een aantal kilometers de Navajo Bridge bereikten. Dit is een van de weinige bruggen over de Grand Canyon en ondanks het slechte weer zijn we toch even uitgestapt om de brug te bekijken. Snel weer in de auto en langs de Vermillion Cliffs richting Jacobs Lake. Dit is het uitgangspunt naar de North Rim van de Grand Canyon, maar wij doken snel het restaurant binnen voor de lunch, want de sneeuw kwam behoorlijk hard naar beneden. Binnen was het heel gezellig en we namen dan ook ruim de tijd voor onze lunch, want buiten lokte het weer niet erg aan.

Na getankt te hebben moesten wij onze weg weer vervolgen door een prachtig landschap om na het passeren van Fredonia de staat Utah binnen te rijden bij de plaats Kanab. Deze plaats is geheel omring door rode rotsen en was en is een veel gebruikte lokatie voor het opnemen van westerns. Bij Mount Carmel Junction sloegen we linksaf richting Zion National Park via de State 9 West en gelukkig op dat moment klaarde het weer op en kwam de zon te voorschijn. Na het passeren van de ingang moesten we al snel stoppen omdat daar een tunnel is waar b.v. de bussen en campers in konvooi doorheen gaan vanwege de smalle doorgang. Het duurde gelukkig niet lang of we reden door de tunnel, die ca. 1,5 km lang is, om na het verlaten de eerste blik te kunnen werpen op vallei van het Zion NP. Dit was reeds indrukwekkend en na op de volgende kruising rechtsaf geslagen te zijn reden we de echte vallei binnen. Men staat hier op de bodem van de vallei, waarbij je wordt omringd door rotsmassieven van ca. 600 meter hoogte, die aan alle kanten boven je uittorenen. De rotsen dragen namen als The West Temple, Towers of the Virgin en The Great White Throne en zijn zo genoemd door de Mormonen, die als eerste blanken hier kwamen. Men kan in de vallei diverse wandelingen maken, die varieren van gemakkelijk tot inspannend en wij hebben de wandeling naar de Emerald Pools gemaakt.

Deze wandeling is bijna 2 km lang en is zelfs met rolstoelen te maken, omdat het hoogteverschil hier nog niet zo groot is. Aan het einde van de heenwandeling arriveert men bij een vijver, die wordt gevoed door een waterval en het zag er heel leuk uit. Na terugkomst doorgereden tot het einde van de vallei, waarna we nog een stuk langs de Virgin-rivier hebben gelopen en waarbij de vallei steeds smaller wordt. Onderweg zagen we op één van de rotswanden een aantal klimmers, dat bezig was naar boven te klimmen, zij liever dan wij. Je kunt je bijna niet voorstellen, dat dit riviertje deze vallei heeft uitgeslepen, maar het is wel zo en dan kun je je een voorstelling maken van de kracht van het water. Er zijn onderweg verschillende uitkijkpunten o.a. bij de Zion Lodge (begin van de wandeling), Weeping Rock en de Grotto. Zeer onder de indruk van dit alles zijn we dezelfde weg teruggevolgd naar Mount Carmel Jct., waarbij wij vlak na de uitgang van het park een kleine kudde bisons ontdekten en hebben deze uiteraard op de film gezet. Bij de kruising linksaf naar onze eindbestemming van die dag de Bryce/Zion Koa in Glendale, terwijl de temperatuur helaas weer zakte en we snel de aanwezige kachel in de kabin hebben aangezet. Wij wilden graag nog gaan dineren, maar in een omtrek van 20 km was er geen restaurant te vinden volgens de beheerster, zodat we maar met een paar zakken chips hebben volstaan.

DAG 13 - GLENDALE - LAS VEGAS - 525 KM

Deze dag zou blijken te zijn een dag van extremen wat betreft het weer en dat op zo'n relatief kleine afstand van elkaar. Bij het opstaan was het overigens wel droog en na het toilet maken vertrokken we via de US-89 North richting Bryce Canyon. Na het passeren van de plaats Hatch kwamen we bij het kruispunt met de State 12, welke wij rechtsafslaand richting het Oosten volgden tot aan de inrit van het park. We hadden nog niet ontbeten en stopten daarom bij Ruby's Inn om, naar later bleek, een heerlijk ontbijt te nuttigen tussen toch een behoorlijk aantal gasten voor de tijd van het jaar. Ook nog even naar huis getelefoneerd, waar gelukkig alles goed ging en vervolgens naar ons eerste uitkijkpunt gereden "Sunset Point.

Het uitzicht is werkelijk fenomenaal met op de voorgrond de rose en grijze kleuren van de Bryce Canyon in allerlei onwaarschijnlijke vormen en op de achtergrond het groen van de omringende bergen en bossen. De ca. 20 mijl lange "Loop" voert langs 10 uitkijkpunten, waar je elke keer een ander aspect van de Canyon te zien krijgt. Wij verkozen ervoor eerst tot aan het einde van de Loop te rijden n.l. Rainbow Point op een hoogte van 2748 meter en door die hoogte lag op verschillende plaatsen nog sneeuw, wat samen met de reeds gemelde kleuren een prachtig decor gaf. Het gaat te ver om alle punten te beschrijven en we beperken ons tot het vermelden van o.a. de Natural Bridge, waar je door een gat in het gesteente in de Canyon kunt kijken en je je nogmaals afvraagt hoe dit alles kan ontstaan. Men kan diverse wandelingen door de Canyon maken met of zonder begeleiding en het beste advies hiervoor kan men halen in het Visitor Center.

Na al dit moois gezien te hebben vertrokken we weer via dezelfde wegen in tegengestelde richting om bij de kruising met de State 14 westwaarts richting Cedar Breaks National Monument te gaan.

De weg begon onmiddellijk steil omhoog te gaan tussen prachtige bossen en bergen door, waarbij we nog langs een vakantieoord kwamen om na enige tijd de weg State 148 op te rijden naar het Monument. Dit monument ligt op 3100 meter hoogte (het hoogste punt van de reis) en is een verkleinde uitgave van de Bryce Canyon. Er lag op die hoogte nog volop sneeuw en de temperatuur was rond het vriespunt, maar gelukkig hadden we ons warm aangekleed. Het uitzicht was uiteraard wederom schitterend met de sneeuw op de roze rotsen en daarboven een hele dreigende donkere lucht, wat een groot contrast gaf aan de omgeving. Na dit bezoek volgde een adembenemende afdaling via de State 14 met prachtige vergezichten over de omgeving richting Cedar City, waar we rond het middaguur aankwamen en waar we al een eerste voorproefje kregen van het weer, dat we tegemoet reden. Na het oprijden van de Interstate 15 South zijn we op de eerste de beste parkeerplaats gestopt om ons in wat luchtiger kleding te verpakken.

Dit gedeelte van de Interstate is werkelijk schitterend aangelegd over de heuvels en door de dalen langs o.a. St.George, waarbij je vooral van de afdaling door de Canyon van de Virgin-rivier in een klein stuk Arizona het zweet in de handen krijgt. Aan het einde is een nauwe passage en plotseling rij je in de woestijn en het eerste, dat je ziet is de groene oase van Mesquite en de levensgrote borden met daarop de uitnodigingen om te komen gokken in het casino. We zijn in de staat Nevada. Wat je ziet is heel onwerkelijk, een volkomen kale en bruine vlakte met daarin stukken groen van de golfbanen en de tuinen van de hotels en casino's. Daarna volgde een eentonige rit door de woestijn op een brede weg en het enige opvallende zijn de borden, die naar de vele luchtmachtbases, die daar in de woestijn zijn gelegen, verwijzen. Op ongeveer een dertigtal kilometer voor Las Vegas kan men de eerste blik op Las Vegas werpen als de weg een heuvel beklimt en hoewel het nog volop dag was moet dat vooral 's-avonds, als alle lichten branden, een schitterend gezicht zijn. Na de weg verlaten te hebben om te tanken en waarbij we de eerste gokkasten in de supermarkt konden zien, keerden we hierop terug tot aan de afrit Flamingo Road om via deze weg naar ons hotel Days Inn te rijden welke vlak achter de Strip was gelegen. Bij binnenkomst van het hotel moesten we ons eerst een weg tussen de gokkasten door banen om bij de receptie te komen, maar het inschrijven ging heel vlot en konden we ons installeren in kamer 2052, ja U leest het goed. De kamernummering begint overigens bij 1004 en eindigt bij 3123. Ons uitzicht was een parkeerterrein met op de achtergrond het grootste hotel ter wereld, het MGM-Grand met meer dan 5000 kamers.

Na het uitrusten, douchen en omkleden eerst gedineerd in het hotel, alvorens ons te storten in het avondleven van Las Vegas. Binnen vijf minuten liepen we in ons eerste casino, Flamingo Hilton tussen duizenden trekautomaten, videogames, black jack-tafels enz, waarvan de meesten bovendien ook nog in gebruik waren en je komt ogen tekort om alles in je op te nemen. Buiten is het een kakofonie van geluid en licht en je wordt er bijna door verzwolgen en het beste is dan ook om je er maar gewoon aan over te geven en de mensen te volgen, die over de brede trottoirs lopen. Je wordt onderweg bedolven onder de gratis blaadjes waarin alle sexuele geneugten van Las Vegas worden genoemd, maar daar waren we niet voor gekomen.

Slechts een aantal hoogtepunten wil ik hier noemen zoals Le Mirage, waar voor de ingang een vulkaan is geinstalleerd, die op bepaalde tijden plotseling uitbarst en enorme vuren en rookwolken produceert. Om binnen te komen hoef je niet te lopen, maar je neemt plaats op een rolbaan en je rolt zo het hotel binnen en de eerste attractie, die we tegenkwamen was een tijgerkooi met daarin de tijgers, die door Siegfried & Roy worden gebruikt voor hun show. Dit zijn niet de enige dieren in het hotel, want er is ook nog een haaientank en een dolfijnenshow. Vervolgens kom je binnen in de enorme hal waar alle gokmogelijkheden zijn en waar duizenden mensen onder een diffuus licht en onder het geluid van al die gokkasten vertoeven. Je zult er maar werken en volgens ons ben je aan het eind van de dag half blind en doof van dit licht en geluid, maar het ziet er natuurlijk allemaal prachtig uit. We kwamen nog langs een tropische tuin om uiteindelijk toch nog een rustiger plekje te vinden n.l. de toegang tot het hotel met o.a. een winkelstraatje met hele dure winkels. Zo'n hotel lijkt net een dorp op zich en volgens ons hoef je niet eens naar buiten om in alle behoeften te voorzien. We waren blij weer buiten te staan, waar een temperatuur van 26 graden heerste (koel voor Las Vegas), want binnen met de airco is het behoorlijk fris.

Onze wandeling voerde verder langs o.a. Caesar's Palace, Bally's enz en elke keer ben je weer verbaasd over datgene, dat je ziet. Om alles in Las Vegas te kunnen zien is één avond absoluut onvoldoende, maar we moesten het er toch maar mee doen.

Bij terugkomst in het hotel namen we nog een drankje.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors