Reisverhaal Vanuit Washington door Virginia
Like ons op Facebook

Reisverhaal Vanuit Washington door Virginia

door Frans Verhagen

Rondom Washington DC, de hoofdstad, ligt een regio die bol staat van de geschiedenis. Om wat er in de stad te zien is beter te kunnen waarderen en in context te plaatsen, is een trip door Virginia ideaal.

Geschiedenis, architectuur, natuur en, desgewenst, strand: het is allemaal te vinden in een straal van twee uur rijden van de hoofdstad.

Het alleroudste Virginia

Waarschijnlijk komt u aan op Washington Dulles, het internationale vliegveld van Washington, op ruime afstand van de stad. Dat kwam ons niet slecht uit: we wilden een bezoek aan de hoofdstad toch tot het laatst bewaren. Voor een historische tocht door een van de oude dominions van de Verenigde Staten kun je toch beter eerst de oudere delen tot je nemen en daarna het resultaat daarvan: de hoofdstad van de wereld. We pikten onze auto op en stonden al midden in de staat die we wilden exploreren.

Eerst gaan we op weg naar het alleroudste Virginia, het koloniale gedeelte ten zuidoosten van Washington. Het colonial park bestaat uit verscheidene gedeeltes waarvan Williamsburg het bekendste is. Dit is het populairste 'living history' museum van Amerika (in vergelijkbare traditie als Sturbridge, elders in dit nummer). Williamsburg is een getrouwe copie van de hoofdstad van de kolonie op 11 november 1775, aan de vooravond van de Onafhankelijkheidsoorlog. In Williamsburg probeert men een hele stad tot leven te brengen door hem te bevolken met mensen die hun vak uitoefenen of de straten en huizen bevolken.

Als zodanig is het een waanzinnig succes. Denk de hordes toeristen weg (en voeg stof en stank toe) en je waant je inderdaad in een ver verleden. Luister naar de mensen die vertellen over hun vak, naar het koetsje op de straat, eet in het restaurant, bezoek het gouverneurshuis of laat de kinderen, die hier bij uitstek aan hun trekken komen, danspasjes oefenen of een vrijwilligersbrigade bemannen. De stad leeft.

Williamsburg werd de hoofdstad toen Jamestown, de eerste nederzetting, aan de andere kant van dit schiereiland, te nat en te ongezond bleek. Men besloot te verhuizen naar de plek waar niet lang tevoren het William and Mary School & College was geopend. Hier werden ook (dat zal kinderen aanspreken) dertien piraten van het schip van Zwartbaard veroordeeld en opgeknoopt in 1719. Hier ging Thomas Jefferson naar school en werd hij later afgevaardigde, net als de andere mannen die rond 1775 over onafhankelijkheid gingen denken. Kortom, hier gebeurde het allemaal in de achttiende eeuw.

Die geschiedenis wordt hier uitstekend verteld, deels in traditionele musea maar vooral in het levende museum. Neem er liefst meer dan één dag voor, het is echt de moeite waard. 's Morgens vroeg zijn de rijen voor populaire delen, zoals het Governor's House en het Capitol Building, het minst lang. Het is ook de moeite waard om ook straatjes achteraf langs te slenteren, te praten met de vaklui over wat ze doen, een pint te drinken in de taveerne, kortom, neem er de tijd voor. De toegangsprijs van $26 per persoon is voor één dag, maar voor $30 krijgt u een Colonist's Pass dat twee dagen geldig is. Voor de meeste bezoekers zal dat voldoende zijn. Wij konden maar één korte dag blijven en ervoeren dat als veel te weinig.

Plantages langs de rivier

Ook op het schiereiland ligt Jamestown, de eerste permanente Engelse nederzetting in Amerika, een afdeling van Bush Gardens en Carters Grove Plantation. Als u Williamsburg hebt gezien is Jamestown misschien niet meer nodig, maar het is een goede basis om te overnachten in plaats van rondom druk en duur Williamsburg. Bush Gardens sla ik altijd over, maar Carters Grove Plantation herinner ik me uit een vorig bezoek als heel imposant. Maar misschien kunt u beter de plantages aandoen die liggen langs de James River. Volgt u dan Route 5 naar Richmond, een prachtige weg met plantages als Evelynton Plantation, Westover Plantation, Berkeley Plantation en Shirley Plantation. Wie net als ik iets heeft met Amerikaanse presidenten, zal ook willen stoppen bij Sherwood Forest, dat eigendom was van John Tyler, de eerste vice-president die zelf het hoogste ambt kreeg na de dood van zijn baas, William Harisson, in 1841.

Route 5 brengt ons in Richmond, de hoofdstad van Virginia en tijdens de Burgeroorlog de hoofdstad van het Zuiden. Virginia is sowieso de staat die het meest te lijden heeft gehad van de Burgeroorlog. Rondom de stad en ook in Petersburg, een half uur ten zuiden ervan, zijn talloze slagvelden te vinden. Wie echt geïnteresseerd is, kan ook naar Appomattox, de plaats waar generaal Lee zich overgaf aan generaal Grant, maar dat is voor ons op deze reis te ver weg.

Ik kan moeilijk beoordelen of de Burgeroorlog voor iedereen interessant is, want ik ben een liefhebber die alles wat hij erover tegenkomt in zijn geheel opneemt. Een liefhebber? Van de Burgeroorlog? Ja, er is iets in het bestuderen van de Amerikaanse geschiedenis dat deze Amerikaanse broederstrijd razend interessant en fascinerend maakt. Ook omdat ik uit ervaring weet hoezeer de Burgeroorlog en in het algemeen de Noord-Zuid problematiek nog steeds een belangrijk element is in het Amerikaanse dagelijks leven. En ook omdat je kippenvel krijgt op sommige slagvelden, zoals Gettysburg, Antietam en Manassas. Maar ook als u minder gegrepen raakt: de Burgeroorlog is zo belangrijk voor Amerika dat u de kans om daar wat van mee te nemen niet mag laten lopen.

Jefferson drukte zijn stempel

Voor mij sprak het dus vanzelf dat we op deze historische tocht ook stopten in Richmond. In een straatje achteraf, in het centrum, bijna overschaduwd door een groot nieuw ziekenhuis, staat daar het Confederate White House. Dit was de ambtswoning van de enige president die de Confederatie ooit heeft gehad, Jefferson Davis. Het heeft niet de grandeur en de herkenbaarheid van het Witte Huis tweehonderd kilometer verderop, maar ja, het Zuiden verloor de oorlog ook. Toch is het interessant om te bezoeken. De tentoonstelling geeft een mooi kort overzicht.

Richmond is niet spectaculair maar wel degelijk interessant. Het is een prima plek om te overnachten, op weg naar Charlottesville en Monticello. Maar eerst Richmond zelf. Afgezien van het Confederate White House is de State Capitol interessant. Nu zijn die gebouwen altijd interessant omdat ze een mooi beeld geven van de manier waarop een staat naar zichzelf kijkt, maar in dit geval is ook het gebouw uniek. Het heeft wat van een Romeinse tempel, een zeer klassieke uitstraling. Dat is te danken aan Thomas Jefferson, de derde president en ook gouverneur van Virginia, die zo'n enorm stempel op de staat heeft gedrukt. Ook deze tempel van democratie is zijn werk. Tijdens Jeffersons verblijf als ambassadeur in Frankrijk was hij zeer onder de indruk van het Maison Carré in Nîmes. Hij schreef onmiddellijk lange brieven naar Virginia, waar ze net aan hun state capitol waren begonnen. Op aanraden van Jefferson zetten ze een heel ander gebouw neer dan eerst het plan was. Ga vooral naar binnen, want ook de huidige geschiedenis van Virginia is interessant. De staat is politiek verdeeld tussen een relatief liberaal en Democratisch noorden (de suburbs van Washington) en een aartsconservatief en Republikeins zuiden. Deze combinatie van verre en nabije historie levert een gevarieerd patroon op. Zo had Virginia de eerste (en tot nog toe enige) zwarte gouverneur van het land. Maar tegelijkertijd leverde de staat heel conservatieve gouverneurs op en is Virginia een bolwerk van televisiedominees zoals Jerry Fallwell van de Moral Majority en voormalig presidentskandidaat Pat Robertson.

In het Zuiden is de geschiedenis nooit verleden tijd, schreef Faulkner, als ik hem vrij mag citeren. Dat blijkt bijvoorbeeld op Monument Avenue. In Richmond houden ze van standbeelden, maar hier gaan ze helemaal uit hun dak. Volgens enthousiastelingen is het een van de mooiste boulevards ter wereld maar dat lijkt me wat overdreven. Wel interessant is de verering van de Confederale helden in grote standbeelden die hoog op hun sokkels staan op kleine rotondes in de boulevard. Generaals J.E.B. Stuart met zijn gepluimde hoed, de geniale leider Robert E. Lee, president Jefferson Davis en Stonewall Jackson. In een poging het racistische verleden van Richmond te ruste te leggen, heeft ook de tennisser Arthur Ashe er een standbeeld gekregen - hij groeide op in de stad. Helaas leidde dat tot een onverkwikkelijke rel die het nodige te denken geeft over de huidige stand van zaken in Richmond (en over het gezonde verstand van haar inwoners).

Wij overnachtten in Linden Row Inn, een prachtig oude stijl hotel, opgebouwd uit een hele rij huizen aan Franklin Street. Mocht u daar verblijven, ga dan ook even langs bij Jefferson Hotel, drie blokken verderop. Duur en monumentaal, maar imponerend. Men zegt dat de trap in dit hotel een inspiratiebron was voor Gone with the Wind. Zal best. Toen ik er binnen liep was er een receptie gaande van een of andere business club waar ik welgeteld één zwart stel telde, dat opzichtig afzijdig stond. 's Avonds amuseerden we ons prima in Shockoe Bottom, waar het uitgaansleven bloeit langs Main Street, vooral tussen 16th en 19th Street. Veel live muziek en veel eettenten (in Virginia mag je alleen drank schenken als je ook eten serveert, vandaar).

Mooiste huis van Amerika

Richmond is een goede uitvalsbasis voor Monticello, in Charlottesville, een dik uur rijden. Een bezoek aan Monticello is een bezoek aan Thomas Jefferson. Ik ben er nu al meer keren geweest dan ik kan bijhouden, maar het huis blijft fascineren: in zijn ingenieuze eenvoud een wonder van goede smaak en vernuft. Fascinerend is vooral de combinatie van het huis met de derde president, die het grootste deel van zijn leven bouwde, afbrak en herbouwde aan dit huis. Als Monticello u bekend voorkomt, althans het profiel ervan, dan klopt dat: het staat op de Amerikaanse quarter. Dat zegt meteen al een hoop over de plaats van Jefferson in het Amerikaanse pantheon van nationale helden.

De laatste jaren worden er wel schoten gelost op de reputatie van Jefferson, over de discrepantie tussen de mooie woorden die hij pende in de Onafhankelijkheidsverklaring en de slaven die hij thuis hield (en zijn maîtresse), over zijn liefde voor Frankrijk en zijn bereidheid het bloedvergieten tijdens de Franse Revolutie door de vingers te zien, en zo zijn er wel meer zaken. De gemiddelde Amerikaan en trouwens ook de meeste historici, trekt zich er weinig van aan. De man blijft een genie, een ware renaissance man. Monticello getuigt daarvan.

Steeds weer ben ik geïmponeerd. het begint al in de hal. Het was de bedoeling dat die een soort overgang vormde tussen binnen en buiten. Er hingen opgezette dieren die onderzoekers Jefferson toestuurden, giften van Indiaanse leiders, kaarten en andere zaken die de brede interesse van de president lieten zien. En er is natuurlijk die klok die hij zelf had ontworpen. De loden ballen aan de zijkant wezen de dagen aan, alleen was de hal niet hoog genoeg, zodat Jefferson een gat in de vloer moest maken voor de laatste dag.

Maar wat het meest opvalt is wat er niet is. Geen grote, brede trap met een bombastische ontvangst. Daarvoor interesseerde de man zich niet. Nee, gewoon een deur links naar zijn werk en slaapvertrek, waar een stukje staat van zijn boekenverzameling. Hij verkocht zijn hele bibliotheek in 1815 aan de Library of Congres die door de Engelsen was platgebrand, en die collectie werd de basis van wat mag gelden als de meest uitgebreide bibliotheek ter wereld. Een mooier eerbetoon aan Jefferson de altijd penetrerende geest, is niet goed denkbaar.

Ik mocht bij mijn bezoek deze keer ook de biljartkamer in de koepel bezoeken - iets wat u, als eenvoudige toerist, niet zal worden toegestaan. Ik was onder de indruk. Typerend is dat Jefferson er niets om gaf. Hij had alleen maar een koepel op zijn huis gezet omdat dat architectonisch zo hoorde. Een biljartkamer? Niets voor Jefferson.

Ook de eetzaal is imponerend, maar, net als het hele huis, toch nog verrassend klein. Op twee meter hoogte staan kleine bustes van belangrijke Amerikanen, mannen als Benjamin Franklin, George Washington en andere grote mannen. Het doet me altijd wat als me voorstel hoe die geniale mannen die de Amerikaanse Revolutie maakten hier om de tafel zaten, genietend van een wijntje uit Jeffersons uitstekende voorraad. Bij mooi weer konden ze de slimme ramen openschuiven die Jefferson had ontworpen (drie delen tot aan de vloer waarvan je de onderste twee omhoog kon doen, zodat het eigenlijk open deuren waren) en je ziet ze niet een zwaar diner in de voormiddag rondwandelen op het grasveld. Daar konden ze uitkijken over de heuvels van Virginia en net als Jefferson mijmeren over de kleine boer, de gewone man, die volgens hem de ideale Amerikaan was. Van alle kolonies was Virginia de meest eigen, de meest unieke. En van alle mensen die uit Virginia kwamen was Jefferson de meest unieke, de boven iedereen uittorenende gigant - niet als staatsman, want daar moest hij de eer laten aan George Washington, die we later op onze trip gaan bezoeken, maar als alleskunner, als visionair, als dromer, als filosoof.

Monticello balt dat alles samen in één huis. Het mooiste huis van Amerika, vond ik altijd en vind ik nog steeds. Niet vanwege dat huis op zich, al is dat heel mooi, maar vanwege de uitstraling, de persoon waarmee het vrijwel samenvalt.

Een halve dag is te weinig voor Monticello. Helaas gaat veel tijd op aan wachten om naar binnen te komen, want het is behoorlijk populair geworden. Maar neemt u vooral ook de tijd nemen om de werkruimten te verkennen, de slavenkwartieren, de ijskelder en ook wandelen op het landgoed. En vergeet Charlottesville niet. Dit was Jeffersons stad. Hij stichtte er de University of Virginia, waarvoor hij als goed renaissance man ook het gebouw ontwierp, het curriculum schreef en de dagelijkse leiding had. Dit laatste maar kort, want dat was niet iets wat Jefferson graag deed. Maar het gebouw dat is weer typisch Jefferson: een prachtige rotunda, een campus die aan de verre korte zijde open is en waarvan de twee lange zijden van elkaar weglopen om optisch de indruk te krijgen dat ze gelijkop gaan.

Charlottesville is een leuk stadje om te overnachten. Een studentenstad, dus genoeg aardige kroegen en goedkope restaurants, al kan het wat moeilijk zijn om in de stad een betaalbaar motel te vinden. Maar geen nood, rondom de stad zijn er genoeg.

Kleurverandering in de herfst

Van Charlottesville naar Shenandoah National Park is maar een uurtje rijden. Veel mensen realiseren zich niet hoe imposant de natuur in Virginia kan zijn: in het oosten zijn immers veel minder nationale parken en als ze er al zijn dan hebben ze niet die beelden die op het netvlies blijven hangen (kale rooie rotsen zeg ik wel eens oneerbiedig). Dat is onterecht, want het oosten was eenvoudig te vroeg ontwikkeld om grote stukken land te kunnen afzonderen. Doe er uw voordeel mee: de parken hier zijn niet zo druk en niet zo geconcentreerd als die in het westen (ik bedoel dat iedereen naar dezelfde plek gaat, want dat doen ze daar nu eenmaal).

Shenandoah National Park is prachtig, zowel vanaf de weg die zich over de ruggegraat van het park slingert, maar vooral als je daarvan weg wandelt, het park in. Dit is een goed park voor korte dagtochten, vanaf gemakkelijk met de auto te bereiken plekken. Wie meer wil kan rustig dagen rondzwerven zonder iemand tegen te komen, wie minder wil kan toch genieten van de natuur en de uitzichten. In de herfst wordt het wel wat drukker, vooral als de bladeren van kleur verschieten, zeg maar halverwege september. De variatie is minder groot dan in New England, maar dat wordt gecompenseerd door de hoeveelheid en de natuurlijke setting zonder dorpen en steden.

Vanuit Shenandoah National Park in noordelijke richting is het niet ver rijden naar Harpers Ferry, een stadje op de grens van West Virginia, Virginia en Maryland. Harpers Ferry balt een flink deel van de geschiedenis van de achttiende en negentiende eeuw samen in zijn compacte structuur op de kliffen waar de Shenandoah River en de Potomac samenvloeien.

Harpers Ferry werd berucht door de opstand die John Brown er in 1859 probeerde te beginnen. Brown, een professionele volksmenner met nogal onsubtiele methoden, hoopte met zijn opstand de zwarten aan te zetten om tegen hun bazen op te staan. Hij zou dan met een steeds groeiend leger heel Virginia en heel het Zuiden veroveren - een schrikbeeld van de zuidelijke slavenhouders. Brown begon bij Harpers Ferry omdat daar wapenopslagplaatsen lagen van het Amerikaanse leger. Met 21 man veroverde hij op 16 oktober 1859 de Armory en een aantal strategische punten. Zijn 'bevrijdingsleger' werd binnen 36 uur in de pan gehakt. Brown werd gevangenen genomen en opgehangen. Maar hij gaf een van die laatste zetjes voor de Burgeroorlog, het wantrouwen tussen het Noorden en het Zuiden verder vergrotend.

Tijdens de Burgeroorlog was deze strategische lokatie voor beide partijen van belang en het stadje werd geregeld bezet door troepen van het Noorden en het Zuiden. Het veranderde acht keer van handen tussen 1861 en 1865. Iedere keer als een partij zich terug moest trekken, staken de soldaten wat nog resteerde in brand. Nu is Harpers Ferry een historisch monument en uiteraard nog steeds zo prachtige gelegen als in de tijd van Thomas Jefferson, die er lyrisch over schreef.

Harpers Ferry National Historic Park heeft zes thema's aan de hand waarvan de geschiedenis wordt verteld. John Brown als de bekendste historische gebeurtenis, de Burgeroorlog, de African-American geschiedenis, de industriële revolutie, transport over de rivieren en het milieu. Dit laatste is natuurlijk een toevoegsel van de jaren zeventig en in zijn politieke correctheid doet het wat gewrongen aan, maar goed, het is leuk bedoeld en toch de moeite waard.

Bloedige veldslagen uit de Burgeroorlog

Van hieruit is het verstandig Route 65 te nemen naar Antietam National Park, de plek waar een van de bloedigste slagen uit de Burgeroorlog werd uitgevochten. Omdat de Noorderlingen nu eens niet verslagen werden en de troepen van het Zuiden flinke schade toebrachten, kwam hier een einde aan de eerste poging van het Zuiden om de oorlog naar het Noorden toe te brengen (de tweede poging strandde in Gettysburg, in 1863). De slag bij Antietam, in september 1862, volgde vlak na de tweede slag bij Manassas, een plaatsje zestig kilometer naar het zuiden in Virginia. Daar wonnen de zuiderlingen, maar omdat in Antietam hun voortgang werd gestopt, kon Lincoln met enig optimisme de tweede helft van de oorlog ingaan. Hij ontleende er ook de politieke kracht aan om met de Emancipatie Verklaring te komen.

Staatsgrenzen moeten we niet te serieus nemen en Antietam in Maryland moet u zeker in uw reisprogramma opnemen. Overnachten in Harpers Ferry is na de lange tocht door Shenandoah een goede optie, dan kunt u de volgende dag door naar Antietam. En omdat we toch bezig zijn met slagvelden, nemen we Manassas er meteen bij. Dit is het bekendste slagveld van Virginia, op minder dan uur rijden van Capitol Hill en het Witte Huis. Hier werden twee slagen uitgevochten. Of eigenlijk drie, zeggen lokale mensen, want een jaar of vijf geleden had Disney bedacht dat je hier wel een soort themapark kon openen voor de Burgeroorlog. Gelukkig is dat initiatief na flink tegenstribbelen van de bewoners van Manassas, de nek omgedraaid.

Manassas Junction was een kruispunt van wegen. Hier vond de eerste slag van de Burgeroorlog plaats, in juli 1861. Hoewel het Noorden zo vlak na het begin van de oorlog nog lang niet klaar was, stond Lincoln onder enorme druk om het Zuiden er van langs te geven. Zo kon hij met een snelle overwinning op het ongeorganiseerde Zuiden laten zien dat rebellie niet zou worden getolereerd. Op 21 juli, een bloedhete dag, vielen de brandnieuwe recruten van generaal Scott van de Unie de even maagdelijke troepen aan van generaal Beauregard van de Confederatie. De zuidelijken verdedigden een sterke positie bij Manassas Junction, op een heuvelrug boven de rivier de Bull Run (de zuiderlingen hebben het dan ook nog steeds over de Battle of Bull Run). Op het slagveld is goed te zien hoe de strijd zich ontwikkelde: hij vloeide als het ware logisch voort uit het landschap (in Gettysburg krijg je ook dat gevoel van vanzelfsprekendheid).

Vanuit Washington waren de dames en heren in koetsen en picknickmanden naar het slagveld gekomen. Een tijdlang was het voornamelijk de vraag welke partij het eerst zou wegrennen, maar geleidelijk aan vonden de rebellen een stabiele positie. Eén van hun commandanten moedigde zijn troepen aan door te wijzen op de volgende sectie in hun linie: 'Look at Jackson's men, standing like a stone wall.' Zo kreeg generaal Jackson zijn bijnaam Stonewall Jackson.

De Unietroepen hadden problemen. Ze begonnen al met een domper omdat de soldaten van Pennsylvania een dag eerder waren vertrokken: ze hadden ingetekend voor negentig dagen en waren niet van zins langer te blijven. De noordelijke aanval, heuvelop, liep geleidelijk aan vast. En toen, zonder aanwijsbare reden, sloeg ineens de paniek toe. In plaats van een strategische terugtocht van een paar kilometer om zich te hergroeperen, gingen de noordelijke soldaten ineens op de loop. Ze vluchtten in paniek helemaal terug naar Washington waar de bruggen over de Potomac volliepen met een hysterische menigte.

Het was een historische dag, al had die nog belangrijker kunnen zijn als of het Zuiden had doorgedrukt en Washington had veroverd, of het Noorden inderdaad het Zuiden direct in de pan had gehakt. Nu was Virginia opeens vrij van federale troepen, waardoor de zuiderlingen de hoofdstad konden verplaatsen van Montgomery, Alabama, naar Richmond, onder de neus van Lincoln. De rol van Manassas in de Amerikaanse geschiedenis was hiermee nog niet uitgespeeld. In juli 1862 had generaal Lee van de Confederatie de noordelingen in de tang. Met verrassingsacties had hij de troepen van de unie opnieuw Virginia uitgejaagd. Lincoln schraapte van de resterende troepen een leger bijeen en stuurde dat onder leiding van generaal Pope, een van grote miskleunen waarop de Unie het patent had, richting Lee. Pope riep allerlei dreigende en opschepperige taal, waarin hij onder meer zei dat zijn 'hoofdkwartier in het zadel zou zijn.' Lee antwoordde dat het zadel een betere plaats was voor de 'hindquarters', voor het achterwerk, en versloeg Pope meedogenloos bij Manassas, op 19 augustus. Dit was de Second Battle of Manassas, of zou u wilt, de Second Battle of Bull Run.

Het slagveld wordt, zoals alle Burgeroorlog monumenten, uitstekend onderhouden door de National Park Service. Ook als u nog niets weet van de Burgeroorlog, kunt u precies volgen was er hier gebeurde (en als dat zo is, kunt u uw basiskennis aanvullen).

Dakterras met uitzicht op het Witte Huis

Van de begindagen van de Verenigde Staten als nieuw land en het grootste conflict dat de staten onderling hebben uitgevochten, keer ik aan het einde van deze rondreis terug naar de Founding Fathers. Dé Founding Father om precies te zijn, George Washington. Zijn huis aan de Potomac, Mount Vernon, op een half uurtje maar van Washington DC mist de allure en de stijl van Monticello maar heeft zijn eigen charme. Net als Jefferson ontwierp Washington het grootste deel van zijn landhuis (hij was een hereboer die de onderbrekingen als legerleider en president vooral als zijn burgerplicht zag en bepaald niet als zijn ideale bezigheid).

In het seizoen is het hier druk (meer dan een miljoen bezoekers per jaar) want Washington is toch verreweg de populairste historische president. Alleen het Witte Huis, een stukje verderop aan de Potomac, wordt door meer mensen bezocht. Toch is het landgoed interessant en groot genoeg om van deze menigten weinig last te hebben. In elk geval is goed te zien waarom Washington zo dol was op deze plek: het uitzicht op de Potomac, de bloeiende bloemen in de lente, de wind door de bomen en het dagelijks leven op een boerderij.

Ik krijg nog steeds een kick van Mount Vernon. Niet zo intens als van Monticello, maar Washington is dan ook een president die vooral aan het hart appelleert, terwijl Jefferson ook de geest beroert. De combinatie van beide huizen geeft een aardig inzicht in het leven van de Founding Fathers in de achttiende eeuw. Op de terugweg stoppen we nog in Alexandria, ooit de havenplaats aan de Potomac die veel belangrijker was dan Washington; nu een plezierig stadje aan het water.

Vandaar is het een kleine stap naar de hoofdstad van de Verenigde Staten, Washington DC. Om die stad goed te bezoeken, hebben we een paar dagen vrijgemaakt. Maar dat is een ander verhaal. Onze trip door Virginia ronden we af op onze favoriete plek voor een borrel: het dakterras van het Hotel Washington. Je moet er soms een half uurtje voor wachten (vooral rond borreltijd) maar als je eenmaal zit, heb je een fabuleus uitzicht over de mall, het Witte Huis, de Treasury en de verten vol bekende monumenten. Op een mooie dag, en de zijn er veel in Washington, kijk je zo over de Potomac heen Virginia in. Een eerste rangs uitzicht op de Amerikaanse geschiedenis.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors