Zeven dagen in Noord Arizona
Like ons op Facebook

Zeven dagen in Noord Arizona

door Frans Verhagen

De stad op zich is geen bestemming, maar omdat Flagstaff omringd wordt door schoonheid, biedt het prima mogelijkheden als uitvalsbasis. Niet alleen naar de Grand Canyon maar ook naar andere bestemmingen.

Een week Noord-Arizona vanuit Flagstaff. Verslag van een praktische reis.

De uitdaging is deze: organiseer tijdens de twee weken voorjaarsvakantie een reis met twee volwassenen, twee kinderen van zeven en acht, en - gedurende één week - Amerikaanse grootouders op leeftijd. We willen geen risico lopen met het weer, er moet genoeg te zien zijn en afstanden mogen niet te groot zijn. Verder wensen we een vorm van overnachting die grootouders én kinderen rust biedt en de mogelijkheid om relaxed het tijdsverschil te overbruggen.

De regio is snel gekozen. De combinatie van seizoen en weer, afstanden, natuur en cultuur leidt regelrecht naar Arizona. Na het nodige lees- en surfwerk komen twee plaatsen in aanmerking als uitvalsbasis: Tucson in het zuiden van Arizona en Flagstaff in het noorden. Totaal verschillende plaatsen, zo verschillend als het klimaat waarin ze liggen; Tucson in de Sonora Desert, Flagstaff hoog op het Coloradoplateau waarin ook de Grand Canyon ligt. Tucson kan fungeren als vertrekpunt voor de grensstreek, Saguaro National Park, het Sonora Desert Museum, zilverstadje Bisbee, Tombstone en Chiricahua National Monument.

Flagstaff is een mooie basis met binnen een straal van 200 kilometer enorm veel mogelijkheden. Ga maar na. Twee nationale parken: de Grand Canyon en, iets verder weg, Petrified Forest. Vijf National Monuments: Montezuma, Sunset Crater, Wupatki, Walnut Canyon, Tuzigot. Vier State Parks: Fort Verde, Red Rock, Slide Rock, Dead Horse Ranch. Eén grote stad: Flagstaff met het Museum of Northern Arizona, Riordan Mansion en Lowell Observatory. Eén kleine stad: Sedona. En tenslotte Jerome Historical Park. Dat lijkt een hoop en dat is het ook.

Goede b&b traditie

We besluiten om vanuit beide plaatsen een week rond te trekken. Voor de grootouders lijkt Flagstaff aantrekkelijker. Het vraagstuk van overnachten zonder al te hoge kosten en zonder saaie avonden in een motel blijkt ook snel opgelost. We hebben sowieso een voorkeur voor Bed and Breakfasts (soms guesthouses genoemd) en al surfend ontdekken we 'Comficottages', een vreselijke naam voor een aantrekkelijke verhuurder van huizen. Leve het internet: we kunnen de huizen van binnen bekijken, op de stadskaart traceren en een algemeen idee krijgen wat ons wacht.

De prijs is niet laag: $195 per nacht, met 10 procent korting omdat we zes nachten nemen. Dat tikt aan, maar dan heb je ook wat - drie hotelkamers kosten niet veel minder. Zo huren we aan Beal Street in Flagstaff een bungalow met een huiskamer, eetkamer, keuken, drie slaapkamers, drie badkamers en een tuin. Het ziet er allemaal keurig uit en volgens goede b&b traditie, hoort ontbijt erbij. We beginnen in Flagstaff, simpelweg omdat het huis alleen beschikbaar is onze eerste week - daarna beginnen de afstudeerfeesten aan de universiteit.

Schop en pikhouweel

Met één overstap komen we laat in Phoenix aan. Uit ervaring weten we dat je dan niet meer moet gaan rijden. Een relatie bij Arke heeft ons de weg gewezen naar het Sunburst Hotel aan Scottsdale Road. Ideaal: goede kamers, een mooie binnenhof met een veilig zwembad waar gejetlagde kinderen al vroeg terecht kunnen (ze hebben meestal drie à vier dagen nodig voor herstel). Dat ze aanvankelijk onze reservering niet kunnen vinden, nemen we maar op de koop toe.

Al vroeg vertrekken we uit de gigantische collectie suburbs die Phoenix is geworden - Los Angeles is er niets bij. Interstate 17 is saai maar daar malen we op zo'n eerste dag niet om. Bovendien stoppen we een paar maal, de eerste keer bij het Arizona Pioneer Living History Museum, een kilometer of vijftig van downtown Phoenix. Dit openluchtmuseum met gebouwen uit de pionierstijd is een aardige introductie tot de staat: zo loop je in Amsterdam, zo werp je stof op in Arizona.

Geleidelijk aan stijgt de weg nu, het landschap verandert. Rond lunchtijd zitten we bij Camp Verde State Historic Park, twee uur rijden van Phoenix, een mooie break. Dit fort aan de oevers van de Verde River werd voor het eerst bemand in 1865. Wat er nu nog staat dateert uit 1871, toen het leger 22 gebouwen neerzette rondom een kaal veld. Het fort werd een belangrijke post in de oorlog tegen de Indianen, maar over het algemeen hanteerden de soldaten meer de schop en pikhouweel dan het geweer. Er zijn nog vier originele gebouwen over, waaronder het huis van de commandant, de officieren en de dokter. Een tentoonstelling is ingericht in wat later de school werd voor het dorp rondom het fort.

Speciale bescherming had Fort Verde niet nodig, want anders dan Hollywood meent, werden forten zelden belegerd of zelfs maar aangevallen. Vandaar dat het leven van een soldaat vooral bestond uit het verdrijven van de verveling. Ook de trips naar saloons in nabijgelegen dorpen zijn een verzinsel van de film - op ongeoorloofde afwezigheid stond de doodstraf. Deze soldaten kwamen maar heel zelden bij Mrs. Horn's Saloon, een paar kilometer verderop. Zat ze er nog maar, want erg veel is hier nog steeds niet te doen. Het is goed dat we onze lunch hebben meegebracht.

Sneeuw in Arizona

Een half uurtje verderop ligt Montezuma Castle National Monument. Daar kopen we ons National Park Pass: in Arizona haal je 50 dollar er zo uit. De naam Montezuma is een misser van de Spanjaarden die in de zeventiende eeuw dit leegstaande 'kasteel' aantroffen en het aan de Azteken koppelden. Wisten zij veel. In werkelijkheid werd het vijf verdiepingen en twintig kamers tellende complex onder de rotsoverhang gebouwd door de Sinagua, taaie Indianen die door slimme irrigatie in deze barre regio overleefden - hoewel ze in de dertiende eeuw vertrokken zonder dat we weten waarom.

Vanuit het Visitor center lopen we over een breed pad naar de ruïnes. Helaas mag je het gebouw niet meer betreden en moeten we het vanaf het pad onder verschillende hoeken bekijken. Op een meter of dertig boven de vloer van de vallei vult het gebouw een grote opening in de wand van de klif. Lange ladders reikten eens tot aan de kleine deuropeningen daarboven. Vermoedelijk diende deze constructie ter bescherming tegen vijanden en het weer - zo heb je geen dak nodig tegen regen of sneeuw - maar in het dagelijks gebruik zal het niet gemakkelijk geweest zijn.

Minstens even indrukwekkend vinden we de Montezuma Well, vijftien kilometer ten noordoosten van het Castle. We rijden erheen op aanraden van een Ranger. Het is niet echt een bron, maar eerder een oase: een enorm gat in de grond met water op de bodem. Onder de rand zijn restanten zichtbaar van rotswoningen. Via het niet al te steile wandelpad lopen we helemaal naar de bodem, waar het water wegsijpelt in een riviertje. Van onderop wordt het weer aangevuld in een continu proces dat ervoor zorgt dat het reservoir nooit helemaal leeg is.

Zo'n eerste dag is een prima manier om erin te komen, dat vinden ook de kinderen, al slapen die natuurlijk nog voor we in Flagstaff zijn. Dat is aan het einde van de middag en we vinden keurig op de afgesproken plek de sleutel van het huis. Terwijl we naar het vliegveld gaan om grandpa en grandma af te halen, begint het te sneeuwen. Dan realiseer je je ineens hoe hoog Flagstaff ligt. Ik hoop dat het net lang genoeg blijft liggen om de Grand Canyon met sneeuwtopjes te zien. Dat zou een buitenkansje zijn.

Route 66

Maar nee, we zitten wel hoog maar ook warm en de sneeuw verdwijnt voor de zon. So much voor mijn dagdromerijen. Mijn gezelschap is ook nog niet helemaal klaar voor afstanden dus houden we het lokaal. Verwacht van Flagstaff geen wonderen. Het is een klein, aangenaam stadje dat vooral leeft van zijn status als aanloop naar de Grand Canyon. Maar met dat gegeven is het plezierig genoeg. Het ligt nog verdraaid mooi in de kom van de San Francisco Mountains die in een halve cirkel in het noorden om de stad liggen.

U raadt het, Flagstaff is genoemd naar de vlaggenmast die een ondernemende pionier op 4 juli 1876 hier plantte, ter gelegenheid van honderd jaar onafhankelijkheid. Met de komst van de spoorwegen, vijf jaar later, groeide er rond de mast iets op van een handelscentrum. Met name de houtkap was een bron van inkomsten, in de rest van het westen schreeuwde men om hout. Bekend is Flagstaff als pleisterplaats op die gouwe ouwe Route 66, en één van de namen in het lijstje in Bobby Troupe's liedje. Er is nog een stripje dat veel verwijzingen heeft naar die historie, maar laten we zeggen dat de authenticiteit minimaal is.Flagstaff is een universiteitsstadje en dat merk je nergens beter dan in de Beaver Street Brewery, één van de aardigste restaurants. Pizza's, burgers en van alles en nog wat, gelardeerd met vele soorten bier. In downtown kunnen we The Black Bean Burrito Bar & Salsa Co. aanbevelen. Het ligt in het oude stadshart, dat eerlijk gezegd niet vreselijk veel voorstelt.

We bezoeken deze eerste dag het Museum of Northern Arizona en het Pioneer Historical Museum, beide vlak bij ons huis. Het Pioneer Museum valt tegen: niet veel meer dan een oude rommelzolder, zonder veel systeem. Het Museum of Northern Arizona is een heel andere verhaal. Hier bevindt zich één van de belangrijkste collecties aan Indiaanse kunst en kunstnijverheid van het Zuidwesten. Mooi opgesteld en informatief toegelicht. De opvallende roodbruine keramiek van de Sinagua Indianen steelt de show.

's Middags is iedereen aan het eind van zijn Latijn en rijd ik op mijn eentje naar de toegangsweg naar Sunset Crater Volcano National Monument. Op top is nog sneeuw blijven liggen. Ik geniet van het zicht op de witgetopte zwarte berg in de verte, tot de jetlag ook mij in zijn klauwen krijgt. Het voordeel van een huis is ons allemaal duidelijk. Bij de supermarkt om de hoek huren we een video voor de kinderen - geen probleem, ze kennen er het huis.

Driebaansweg

Dan is het tijd voor de Grand Canyon. Op de heenweg nemen we Route 180, richting Grand Canyon Village. We gaan vroeg, om te profiteren van het zachte licht dat scheller wordt naarmate de zon hoger staat. De weg gaat door bossen van pijnbomen die geleidelijk dunner worden en uitlopen in een open vlakte, waar op een gegeven moment in de verte het grote gat in de grond zichtbaar wordt. Met enige verbeeldingskracht kun je je de verrassing van die Spanjaarden voorstellen, die hier ruim vier eeuwen eerder vastliepen.

Onderweg prijzen we ons gelukkig dat we niet hoefden te overnachten in vreselijke oorden als de kruising van Route 180 en de 64, in het motel met de wrakke speeltuin, of in Tusayan, net buiten het park, een naargeestig oord dat het meeste heeft van een parkeerplaats omringd door motels en restaurants. De driebaansweg naar de ingang geeft een idee hoe druk het hier 's zomers wordt - nu kunnen we zo doorrijden.

Grand Canyon Village oogt al plezieriger, maar ik moet er niet aan denken hoe het er in juli uitziet. De locale shuttle brengt ons naar het open busje dat westwaarts langs de rim rijdt, naar Hermit's Point. Ideaal systeem. Je kunt op- en afstappen waar je wilt en ook weer terugrijden. Tussendoor kun je stukken wandelen en van verschillende invalshoeken de Canyon gadeslaan. Het werkt fantastisch. Grootouders gaan tot het eind, blijven lekker zitten en draaien dan weer om. De kinderen lopen nog een flink stuk en als we moe worden, nemen we de bus terug. Wel is het een stuk kouder dan verwacht - weer die hoogte.

Raar landschap

Ik vind het verrassend moeilijk om iets zinnigs over de Grand Canyon te zeggen. 't Is een wereldwonder dat je gewoon ooit gezien moet hebben, dus dat moet u ook maar gaan doen. Deze keer wandel ik niet naar beneden, dat heb ik al eens gedaan en daar moet je echt de tijd voor nemen. Ik heb medelijden met de mensen die welgemoed het Bright Angel Trail opstappen om het een stuk te lopen. Tamelijk zinloos, dunkt me. Voor je ver genoeg bent om er echt van te genieten, moet je alweer terug. En om je heen schuiven paarden en pakezels je van het pad af terwijl overal mensen hobbelen mensen die zichzelf verkeerd ingeschat hebben.

Nee, dan maar beter de rim volgen, op mooie punten stoppen en denken: hmm, daar zou ik graag naar beneden wandelen. In de diepte zie ik de Phantom Ranch liggen. Doen we volgende keer wel weer. Kunnen de kinderen ook mee.

In de loop van een dag zien we zo de meest interessante punten langs de rim-route, uitlopend op de Watchtower, het gebouw dat architecte Mary Jane Colter heeft ontworpen op basis van pueblo-voorbeelden. Links kijk je de Grand Canyon in, rechts dat rare landschap van Painted Desert. Met 150 kilometer voor de boeg, terug naar Flagstaff, heb ik een moment spijt van onze keuze voor een vaste uitvalsbasis. Maar toch, als we twee uur later lekker in de woonkamer zitten met afhaalsalsa, realiseer ik me dat dit niet beter kon.

Spirituele zipcode

Dat besef ik ook de volgende dag, als we iets heel anders doen. We rijden nu zuidwaarts, via Alternate 89 door de steil oprijzende zandstenen muren van Oak Creek Canyon. Route 89A voert uiteindelijk naar Sedona. Zoals veel zuidwestelijke stadjes ligt het in de schaduw van omringende bergen en rotsformaties, maar hier hebben ze zoveel varianten rood dat je er nooit raakt uitgekeken.

Tot Hollywood deze achtergronden begon te gebruiken in westerns was het een uitzicht dat weinig mensen kenden. Inmiddels is het stadje sterk gegroeid en in goede westerse traditie zonder bouwbeperkingen: de wildgroei is fenomenaal. Eind jaren zeventig kwamen een paar honderd New Agers naar Sedona, gelokt door het natuurschoon en de rust. Sindsdien is het hard gegaan met de New Age-Business, zozeer dat Sedona wel wordt omschreven als de 'spirituele zip-code voor de VS'. De beslissende gebeurtenis was de komst van duizenden pelgrims naar de Harmonic Convergence, in 1987. Ze bleven hangen.

Tegenwoordig komen New Agers naar Sedona om de power points te voelen die in de canyons zouden zijn te vinden. 'De power points of vortices van de planeet zijn plekken waar energie kan worden gezien, gevoeld en ervaren', vertelt een brochure getiteld The Sedona Vortex Experience. 'Op deze plekken doen zich vaak ongewone fenomenen voor'. Als u dat gelooft dan vindt u het vast niet erg om voor $45 per persoon een begeleide toer te maken. Als niet-gelovigen vinden wij de Chapel of the Holy Cross, aan de rand van het stadje, veel interessanter. Een enorme kruisvorm, van verre zichtbaar, draagt de kapel die erachter ligt op de rode rotsen. Mooi.

Sedona heeft niet alleen veel souvenirwinkels, maar ook onwaarschijnlijk veel winkels met kristallen. Voor een dollar of vijf kun je een kristalletje kopen dat 'opgeladen' is op Airport Mesa, een vortex-rijke zone nabij het vliegveld. Ook verkrijgbaar is de Micro-Crystal Card die niet alleen een 'beschermend energie veld' opwerpt, maar ook 'bepaalde elektromagnetische vervuiling en andere negatieve vibraties kan neutraliseren' - voor het geval u daar dringend behoefte aan mocht hebben.

Wandelen is een veel betere manier om je te vermaken, maar ook is het mogelijk een van de vele Jeep Tours te nemen door de canyons. Het heeft wel iets van een achtbaan in de woestijn, omhoog en omlaag, maar het is een leuke ervaring - zeker voor kinderen - als is het aan de prijzige kant. Onze bestuurder, Dick Johnson, is amusant, goed geïnformeerd en praatzuchtig over zijn nu afgesloten carrière als manager in een verzekeringsbedrijf. Hij woont pas drie jaar in Sedona, en vindt nu, net als iedereen die eenmaal binnen is, dat de groei aan banden gelegd moet worden.

Op de weg terug leggen we aan in Slide Rock State Park. In een nauwe vallei vormt het water van de rivier een paar poelen waar hij over de rotsen stroomt. Je kunt er inderdaad in je zwembroek meeglijden. Zo neutraliseren we eventuele negatieve vibraties op onze eigen manier.

Massieve zwartheid

Het is verstandig om Walnut Canyon, Sunset Crater Volcano en Wupatki National Monument in één dag te doen: ze sluiten qua belevingswereld op elkaar aan. We beginnen met Walnut Canyon. In eerste instantie zie je vanuit het Visitor Center alleen een beboste vallei, op dit vroege uur nog gehuld in diepe schaduwen. Geleidelijk aan onderscheiden we de rotswoningen onder de overhangende wanden.

Via een ingenieuze trap dalen we af naar een soort vrijstaande rotspartij, midden in de vallei. Je kunt er omheen lopen, de huizen van de Sinagua bekijkend, of wat daar nog van over is. Het zijn huizen van één verdieping, niets gecompliceerds, bewoond van ongeveer 1100 tot 1250. De Sinagua kwamen hier vanwege de vruchtbare grond en de rivier die we beneden zien lopen. Ze verdwenen plotseling, zonder bericht na te laten waarom. Een Ranger vertelt dat de huizen zo zijn aangelegd dat ze 's zomers schaduw bieden en 's winters maximaal profiteren van de zon. Ze waren altijd redelijk beschermd tegen vijanden, die helse toeren moesten uithalen om de plek te bereiken. Van Walnut Canyon is het hemelsbreed niet ver naar Sunset Crater Volcano, de zwarte berg die het uitzicht hier domineert, ook al is hij veel lager dan de omliggende San Francisco Mountains.

Het schijnt dat Sunset Crater vaak wordt verward met Meteor Crater, dat verder weg ligt aan de I-40. Daar begrijp ik niets van: Meteor Crater is een tamelijk oninteressante stop, terwijl Sunset Crater Volcano fascinerend is. De kegel die 350 meter boven het omringende gestolde lavalandschap uitsteekt, is indrukwekkend in zijn massieve zwartheid, op grotere hoogte overgaand in de kleuren waarin de berg zijn naam dankt. De vulkaanuitbarsting in 1064 moet behoorlijk wat indruk gemaakt hebben op de lokale bewoners. Je mag er helaas niet meer opklimmen, maar het nature trail door het National Monument toont voldoende van de gestolde lava en de as om een idee te krijgen.

Aan het einde van de loop waaraan Sunset Crater ligt, vinden we de grootste Pueblo nederzetting uit deze omgeving. Het contrast met Walnut Canyon is enorm. Hier liggen resten van gemetselde, ingewikkelde huizen met meerdere verdiepingen. Het grootste bouwwerk heeft honderd kamers en een gemeenschapsruimte. Er is zelfs een ovaal die waarschijnlijk dienst deed als speelveld. De uitbarsting van de Sunset Volcano leidde tot een soort volksverhuizing. De Hohokam Indianen, landbouwers die rond 600 in de Verde Vallei waren opgedoken, gingen noordwaarts nadat de vulkaanas de grond vruchtbaarder had gemaakt.

De Sinagua kwamen rond 1125. Ze gebruikten de irrigatiewerken van de Hohokam en bouwden gemetselde, bovengrondse woningen, een idee dat ze mogelijk van de Anasazi hadden geleend. De pueblo's dateren van na 1150. Het was een periode dat de Indiaanse activiteiten zich concentreerden, misschien als gevolg van droogte en daarop volgende onrust. De dorpen bij Montezuma en Tuzigoot bereikten in de veertiende eeuw hun maximale omvang.

Vroeg in de vijftiende eeuw verdwenen de Indianen, zonder dat we daar een goede verklaring voor hebben. Misschien was het de bevolkingsdruk, misschien waren het de Yavapai, de stam die er woonde toen de Spanjaarden in 1583 arriveerden.

Wupatki bestaat feitelijk uit een aantal pueblo's waarvan we er een paar bezoeken. De Wupatki Pueblo bij het Visitor Center is de grootste. De eenzaam gelegen Wukoki Pueblo lijkt meer op een toren, die ooit drie verdiepingen gehad lijkt te hebben. Het is nu onherbergzaam gebied en je vraagt je af hoe die mensen hier ooit hebben kunnen overleven. Maar Arizona was 800 jaar geleden minder droog dan nu.

Lange schaduwen

Back in town profiteren we opnieuw van het huis door gewoon ons eigen eten te koken en op ons gemak onderuit te gaan. Omdat niemand voor morgen veel zin heeft, besluit ik nog een keer naar de Grand Canyon te gaan - het weerbericht verwacht geringe of geen bewolking. Ik ben om zeven uur op weg. Opmerkelijk hoe vroeg de scholen hier beginnen! IN een dik uur (Enige pagina's terug was het 150 kilometer!!)ben ik bij de rim van de Grand Canyon, vroeg genoeg om bij Mather Point nog de lange schaduwen te zien.

Vergeleken met twee dagen geleden is het een heel andere ervaring. Toen was het bewolkt en winderig. Het punt is dat de Grand Canyon nooit hetzelfde is. Elk ander licht, elke verschuiving van wolken geeft een nieuw beeld.

Terwijl ik rondzwerf langs de Canyon, vermaken kinderen en grootouders zich in en rond het huis. Onze pogingen een open zwembad te vinden, zijn op niets uitgelopen.

's Middags neem ik ze mee naar Lowell Observatory. Op Mars Hill, een heuvel naast de stad, ligt een van de beroemdste sterrenwachten van Amerika. We komen te laat voor het begin van de toer maar mogen aansluiten in de bibliotheek: het geheel is alleen onder begeleiding toegankelijk. Zo krijgen we ook de Clark Telescope te zien, de Pluto Walk en de Pluto Telescope. Pluto is hier belangrijk, dat spreekt, en niet zonder reden: op 18 februari 1930 werd deze planeet hier in Flagstaff ontdekt.

De sterrenwacht heet naar Percival Lowell, een astronoom die zeker wist dat de kanalen op Mars bewezen dat er menselijk leven was op de planeet.

In 1894 kwam hij naar Flagstaff, vanwege de heldere hemel, om Mars te bestuderen en zijn theorie te onderbouwen. Hij had ongelijk over Mars maar latere ontdekkingen maakten Lowell wereldberoemd. Zo bewees aan het begin van de twintigste eeuw V. Slipher dat lichtbronnen, spiral nebulae geheten, met hoge snelheid wegbewegen van ons sterrenstelsel, de Melkweg. Dit leidde tot de theorie van het uitdijende universum. In 1930 ontdekte de astronoom Clyde Tomblaugh Pluto, de negende planeet die het verst verwijderd is van de zon. Allemaal dingen waar ik weinig tot niets van weet, wat leidt tot vele onbeantwoorde kindervragen. Maar Lowell maakt het allemaal een stuk helderder. Zo hebben we behalve de natuur en het Indianenmuseum ook ons stukje wetenschap meegepikt, deze vakantie. De speeltuin aan de voet van de heuvel waarop Lowell Observatory ligt, bewijst goede diensten.

Colorado River in de achtertuin

Het wordt tijd om Noord-Arizona te verruilen voor het zuiden. We zetten de grootouders weer op het vliegtuig en volgen de I-40 richting Holbrook. Zowel Meteor Crater als het stadje Winslow, bekend van een liedje van The Eagles (standing on a corner in Winslow, Arizona), zijn duds: niets aan. Er wordt hier heel wat afgezeurd over Route 66 en ik moet toegeven dat Wigwam Motel in Holbrook wel wat heeft, maar daar is het wel mee gezegd. Vooral veel hype en flauwekul.

Bij wijze van afscheid van Noord-Arizona stoppen we in Petrified Forest National Park. Op 150 kilometer van Flagstaff valt het park net buiten onze radius, maar zo pikken we het onderweg toch nog mee. Petrified Forest heeft zeker zijn charme als plek waar tientallen versteende bomen te zien zijn, maar verder is het een bar park. We houden het bij een kort bezoek - niet onze gewoonte in nationale parken, maar dit keer hebben we niet meer tijd nodig. Vanuit het park gaan we richting St. Johns, op zoek naar een plek om te overnachten. Via Route 180 naar Edgar komen we terecht in Greer. We hebben er wat over gelezen op internet, maar het is een gok. Zo komen we min of meer per ongeluk terecht in een bijzonder aantrekkelijk hotel, met in de achtertuin de Little Colorado, waar wie dat wenst, kan leren er leren met vliegen te vissen. Voor ons is het een stop op weg naar Zuid-Arizona. In het volgende nummer Bisbee, Tombstone, Tucson en omgeving.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors