Filmdebuut in Vegas
Like ons op Facebook

Filmdebuut in Vegas

door Math Wijnands

Van Las Vegas naar Hollywood. Het stond helemaal niet in onze reisplanning en ook op de routekaart hadden we deze weg niet uitgestippeld. Immers, er lagen zoveel boeiende 'landmarks'.

Tussen deze twee hoofdsteden van de show, de glitter en de ultieme verbeelding, dat het een doodzonde zou zijn om deze weg in één keer af te leggen. Maar die ene juli-avond in Freemontstreet in Las Vegas, in die allesverzengende hitte van de woestijn, stonden we plotseling op de set van een Hollywoodfilm. Nee, niet achter de camera, ervoor! En reken maar dat die camera draaide. Nooit één seconde gedacht aan een carrière op het witte doek en daar maken we dan plotseling ons filmdebuut. Nota bene in een wereldwijde kassakraker.

Bryce Canyon

Deze onvergetelijke dag begon vroeg. We hadden de wekker in de comfortabele kamer van de Bryce Canyon Lodge in het gelijknamige nationaal park van de staat Utah om 07.00 uur gezet. Nauwelijks bekomen van de indrukken van de regionale rodeo, die toevallig de avond vantevoren werd gehouden, zouden we op tijd koers zetten naar Las Vegas. Niks uitslapen, de stad die 24 uur per dag wakker is wachtte. Op naar de wereld-gokstad, Sin-city, het epicentrum van de kitsch, de stad waar het nooit nacht wordt en eigenlijk altijd nacht is, waar meer dollars per uur omgezet worden dan op de beurzen van Brussel en Amsterdam in een heel jaar, waar... Ja welke superlatieven, (voor)oordelen en kwalificaties hadden we eigenlijk niet gehoord? Vandaag zouden we zelf met eigen ogen gaan zien, wat je volgens iedereen die er geweest is pas kan geloven als je er geweest bent: namelijk de overtreffende trap van gek, gekker, het gekst.

Het zou dus gaan gebeuren, nota bene de dag dat we wakker werden in het mooiste landschap van de Verenigde Staten. Of is de Grand Canyon het allermooist? De meningen zullen eeuwig verdeeld blijven. In ieder geval is het voor een stel nuchtere Nederlanders - die in een week tijd de Grand én de Bryce Canyon zien en onderweg ook nog langs Painted Dessert en Lake Powell komen - moeilijk een definitief standpunt in te nemen.

Er moest even iets anders op het netvlies om later in alle rust tot een afgewogen oordeel te kunnen komen. Kortom, na zoveel verpletterend natuurschoon nu weer naar de asfalt-jungle. Aan het ontbijt nogmaals de routeplanning doorgenomen. In totaal 240 mijl. Een makkie in de pas drie maanden oude huurBuick. De cruise control, car-hifi, airco en het buitengewone geriefelijke zitcomfort van het type Regal zorgen voor een prettige reis. Bovenmodaal blik zouden we het in Nederland noemen, in The States een midden-klasser. Het adembenemende landschap voorkomt ook maar één seconde verveling.

Zion National Park

Via de 89 naar Mt. Carmel Junction. Vanuit de koele Buick zien we prachtige rotsformaties. Komt er dan nooit een einde aan zoveel schoonheid? Nee, blijkbaar niet. Want we naderen Zion National Park. Alhoewel volgens weer anderen dít 's lands mooiste landschap is, besluiten we omwille van de tijd en het psychische verwerkingsvermogen (overdaad kan schaden, nietwaar) slechts een korte stop te maken. Bovendien wachten ons de komende weken nog de natuurparken Death Valley, Sequoia, Kings Canyon, Yosemite en de Highway nr. 1 (de Droomstraat van de Wereld). Met de afspraak dat we de volgende keer meer tijd zullen vrij maken voor Zion, gaan we snel via de negen in westelijke richting naar de Interstate 15. En jawel hoor, tegen de middag duikt plotseling de sky-line van "Vie-gkas" op.

'Welcome in Nevada'. Its'gonna be hot today', luidt de dubbelzinnige en profetische tekst op het eerste reclamebord. Het opent een onafzienbare bontgekleurde laan van opvallende en soms knettergekke billboards. Zoveel voordeel is ons nog nooitten deel gevallen.

Een maandje door het zuidwesten van de VS rijden, levert een aantal malen een echte kick op. Welnu, The Strip in Las Vegas is er een van. Vanaf de passagierstoel klinkt het repeterend: ,,Waauw. Waaaaaauuw. Kijk daar eens! Waaaauw. Kijk voor je. Pas op! En kijk daar." Las Vegas overdag vermorzelt je, hoe moet het dan 's avonds zijn? Aan het begin van The Strip de ene 'wedding chappel' na de andere, afgewisseld door souvenirshops, pandjeszaken en stripbars. Hier is kitsch kunst.

En dan duiken de 'big ones' op, de grote casino-hotel-theaters. De vulkaan voor The Mirage spuwt vuur, voor Circus Circus vermaken jongleurs het publiek, Stardust kondigt de spectaculairste shows aan, in Tropicana is het goedkoop eten en drinken. Negen kilometer lang komt er geen einde aan een ongeëvenaarde goldrush. ,,Hier is de fantasie op hol geslagen," luidt onze te vroege conclusie, omdat we dan nog niet weten wat er zich binnen afspeelt. En in de verste verte geen vermoeden hebben wat ons die avond te wachten staat. Want daarover hebben we nog nooit één seconde gefantaseerd. Ja, over de jackpot fantaseer je wel eens. Maar die winnen we in ieder geval niet vanavond.

Nog voordat we de allergrootste paleizen van vermaak kunnen zien - Excalibur (4000 hotelkamers), Sphinx (dagelijks uitgekeerd prijzengeld 50 miljoen dollar), New York New York (met ingebouwd pretpark) - moeten we al afslaan naar ons hotel-casino Aladdin. Ooit een van de grootsten, tegenwoordig in grootte ver overtroffen. Maar niet in glorie. Alsof Elvis - die Aladdin als zijn 'stamkroeg' beschouwde - nog steeds op het podium staat te zingen: Viva Las Vegas. ,,Zullen we misschien toevallig de kamer krijgen die The King ooit bewoonde?

Nèèèh..."

Pas als we uit de gekoelde Buick stappen, voelen we hoe verwoestend woestijnhitte in juli is. Snel naar binnen, naar de behaaglijke airco. Die lokt als een oase in de Sahara. De airconditioning blijkt in zomers Las Vegas een primaire levensbehoefte. Wat nu? Toch maar eerst even een frisse duik in het zwembad boven op het dak van het gebouw, zoals de picollo ons aanraadde. Of even genieten van de ruime en luxe kamer met alles erop en eraan? Het wordt het zwembad. Als we in het water duiken, begrijpen waarom we de enigen zijn. Een open zwembad op een hoog gebouw in Nevada heeft hetzelfde natuurkundige effect als een volle fluitketel op een opgestookte kolenkachel.

The Strip

Vooruit dan toch maar de eerste lopende verkenning van The Strip. Onze nieuwsgierigheid brandt immers harder dan de zon, die pal boven de gokstad staat. Werkelijke temperatuur 40 graden, gevoelstemperatuur misschien wel 65. Maar het spektakel doet de hitte vergeten. Het is niet eens avond - doorgaans het moment dat de stad wakker wordt - en nu is het al een onbeschrijfelijke gekkenbende. We raken niet uitgekeken en lopen maar door. Kilometers lang vergapend aan een wereld die een geslaagde poging doet de overdrijving te overtreffen. Maar dan plotseling het besef, het is nog kilometers terug naar het hotel. En het kwik in onze hoofden blijft maar stijgen.

Terug over de brede stoep aan de overkant, waar we de fraaie staaltjes van architectonische grootheidswaanzin nog niet nauwkeurig hebben bekeken. Het maakt ook de 'terugreis' overkomelijk. En gelukkig zijn er de tieners die voor een extra zakcentje uit mobiele koelkasten home-made lemmonade verkopen. Veel te duur eigenlijk, de snotapen maken misbruik van de situatie. Maar als het maar ijs- en ijskoud is. Bovendien weer eens iets anders dan die de zwarte cooldrink van de firma's Coca en Pepsi.

,,Zo, jullie gaan overmorgen naar Death Valley. Turn your way. In juli is dat een survival. Rij om." We zijn in de bar van Aladdin aan de praat geraakt met Stan, het archetype van de gepensioneerde Amerikaan met volle bankrekening en dito buik.

Even raken we in dubio. Zullen we twee dagen omrijden? Stan zit ons heus niet te stangen. Het kan misschien wel, maar hijzelf zou het niet doen. Enkele dagen later, weten we dat zijn bezorgdheid overdreven was.

Het gesprek met Stan doet ons beseffen dat we eigenlijk al enkele weken afrekenen met weer zo'n betweterig vooroordeel uit de polder, zoals vaker nergens op gestoeld. Namelijk dat Amerikanen oppervlakkig zijn. Nooit zijn we op een vakantie zo makkelijk en prettig in contact gekomen met autochtonen. Stan vertelt dat hij volgend jaar naar Europa gaat, naar familie in Noord-Duitsland. En dat hij met een huurauto naar Italië wil. Of het verkeer in Europa inderdaad zoveel wilder is als in de States wil hij weten. Er is maar een passend antwoord: ,,Zo, je gaat naar Duitsland. En met de auto naar Italië. Turn your way. Dat is een overlevingstocht. Neem het vliegtuig."

Hoogste tijd om te douchen en betere kleren aan te trekken. Weliswaar zijn de smokings in de casino's van Las Vegas al jaren geleden vervangen door de shorts en t-shirts, maar ons Europese conservatisme als het om dresscode gaat schrijft nog altijd anders voor: 's avonds uitgaan doe je gekleed, warm of niet. Dat het goed uitpakt dat we 'tenue de ville' kiezen, weten we pas uren later.

Opgedoft voor de Vegas Night naar beneden. Eerst een hapje eten in het restaurant van het hotel. Waar we in de volgende verbazing vallen. ''All you can eat and drink. 4,75 dollar," vermeldt het bord. Zal toch niet het snelbuffet van een gaarkeuken zijn. Nee, voor 4,75 dollar serveren koks in kraakhelder wit en met hoge mutsen majestueuze schotels. De keuze is enorm en de kwaliteit hoog. De inrichting en bediening? Naar de maatstaven van een restaurant dat dingt naar minstens één Michelin-ster. Alleen met de wandversiering en het cliënteel is iets vreemd. De gasten blijven heen en weer kijken tussen het papiertje naast hun bord en de fel oplichtende cijfers op de muur. Een serveerster legt het graag uit. Op de ene wand kunnen we de paardenraces spelen, op de andere bingo.

Sunset. De avond is langzaam maar zeker gevallen. Een vloedgolf van neonlichten overspoeld ons in een oceaan van kleuren. We vergapen ons aan de light-shows, banen ons een weg door de duizenden spelers in The Mirage, zien acrobaten boven ons vliegen in Circus Circus, lopen begeleid door herautengeschal Ceasars Palace binnen en wagen een gokje in Middeleeuwse ambiance van Excalibur. Het krioelt van de mensen, met honderdduizenden tegelijk zijn ze op jacht naar die ene prijs: eeuwige rijkdom. Een kakofonie van geschreeuw, rinkelende bellen en kletterende munten overheerst alles. En we willen ook nog naar de andere, de oudere, casino-wijk van de stad. Freemontstreet, waar fameuze casino's als de Golden Gate, Horse Shoe, Four Queens en Las Vegas Club zich omringt weten door tientallen in fel neon badende grotere en kleinere speelhallen. Ja, we willen ineens alles tegelijk zien. Las Vegas maakt vrekkig. Of is het ons lot, dat we daar naar toe gedreven worden?

We halen snel de auto op bij het hotel. Het zijn zeker negen kilometer tot Freemontstreet. In de recht-toe-recht-aan straten is dit stadsdeel snel gevonden. Maar hoe vreemd, de brede straat vlak bij Freemont is verlaten. We rijden er helemaal alleen. Geen mens, niemand. Het kabaal van The Strip zoemt nog na in onze hoofden. De te grote overgang geeft ons het gevoel in een spookstad aanbeland te zijn. Amper een kilometer verderop licht Freemont op, maar geen levend wezen op weg ernaar toe. Behalve wij. Een leeg wegdek midden in een grote Amerikaanse stad. Dat ruikt naar onraad. Toch zeker nergens een afzetting ongezien voorbijgereden? Zeker weten van niet. Ook nergens politie tegengekomen. Hier moet iets aan de hand zijn. Zou dit zo'n onheilspellende buurt zijn waar ultra-criminele jeugdbendes heersen? Het hart bonkt in de keel. We gaan toch hopelijk niet met de sticker van het verhuurbedrijf achter op de bumper een hele foute buurt in. Alsof we midden in het script van een ijzingwekkende thriller zitten. ,,Ach, kijk daar is een afzetting. Gelukkig ook politie," klinkt het ineens geruststellend. Geen wonder dat er hier geen verkeer meer is. Iedereen rijdt om vanwege de blokkade.

Nadat we de auto langs de kant hebben gezet, plenty plaats, nemen we poolshoogte. Voor de afzetting verdringt zich een enthousiaste meute. We kunnen net zien dat er veel schijnwerpers staan. En filmcamera's. Wordt er hier een film opgenomen?, vraag ik een ietwat oudere dame die in permanente staat van extase verkeert. ,,Sure. Dit wordt de opvolger van 'Honey, I shrink the kids', namelijk 'Honey, I blew up the Kids'. Kijk, daar zit Ricky Moranis." Haar opwinding, en trouwens ook die van veel andere omstanders, laat niet na. Ik veins uit beleefdheid herkenning en enthousiasme.

Want hoewel ik toch heel wat films zie, heb ik nog nooit van Ricky Moranis gehoord. Pas later ben ik hem echt regelmatig tegengekomen op het witte doek en het tv-scherm. Je leest of ziet wel eens dat het opnemen van een film een spektakel op zich is, maar dat er zoveel uit de kast wordt gehaald hadden we niet verwacht. De set neemt honderden meters Freemontstreet in beslag. Midden op het kruispunt hangt op ongeveer 30 meter hoogte een ballon aan een touw. Op straat staan en rennen honderden in paniek geraakte figuranten. Productiemedewerkers schreeuwen driftig instructies door de megafoons. ,,Panic. Scare, Yeah, run." Het blijkt niet goed. De regisseur buldert door de geluidsinstallatie: ,,Cut! Opnieuw dit is niet goed. Allemaal veel banger naar de ballon kijken."

Die ballon wordt middels trucage in de film (voor degenen die hem gezien hebben) omgevormd tot het zoontje. De kleuter is namelijk door zijn vader, een klunzige uitvinder (Rick Moranis), opgeblazen tot zo'n dertig meter.

De regisseur is druk in overleg. Het geduld van de figuranten wordt in de hitte op de proef gesteld. Maar ja, roem kost nu eenmaal bloed, zweet en tranen. We lopen nog wat rond langs de afzetting van de set. De trottoirs langs het deel van de straat waar de camera's, de techniek, de regie en de cast zitten, zijn vrijgelaten om de casino's bereikbaar te houden. ,,Zeg, als ik nu op de een of andere manier daar tussen die figuranten probeer te komen, dan maak ik mijn filmdebuut," bedenk ik plotseling hardop. Mijn vrouw verklaart me voor gek.

,,Je komt heus niet door die afzetting. Bovendien heb je er niets te zoeken." Maar, zo redeneer ik, de zijgevel van het casino waar we voor staan ligt achter de afzetting. Stel dat daar een onbewaakte nooduitgang is, dan... ,,Niets ervan, ik ga hier geen problemen zoeken," hoor ik mijn vrouw zeggen, terwijl ik al het casino in loop. En ja hoor, er is een nooduitgang.

,,Kom terug, die is toch op slot."

,,Nooduitgangen zijn nóóóit op slot."

American Dream

Ik weet niet wat het is, maar in een vlaag van verstandsverbijstering zie ik ineens echt een filmdebuut voor me. Is dit nu de invloed van een halve dag Las Vegas? Ben ik bevangen door de gekte of door de hitte. Ik ben toch zeker te rationeel voor de American Dream? Ik merk snel dat het zomaar om de kick gaat. De ondefinieerbare drang, die af en toe opkomt, om iets raars te doen. Soms roep ik wel eens dat je nu moet investeren in de verhalen later op het bankje voor het bejaardentehuis. Aangezien pensioenfondsen daar niet in voorzien, is het moment aangebroken om zelf weer eens deze oudedagsvoorziening aan te vullen. Het is immers een kans voor een belegging met hoog rendement en laag risico.

De nooddeur is inderdaad niet op slot. ,,Ai. Shit." Ik mompel heel zacht als ik de deur heb opengedaan. Desondanks kan mijn vrouw het horen en ze wil gelijk terug. Want ook zij ziet wat ik bedoel. Er staat een heel leger politieagenten voor de deur. Politieauto's en -motors staan klaar voor inzet.

,,Terug. Nu onmiddelijk. Zo dadelijk zitten we op het politiebureau in plaats van op de film," beveelt mijn vrouw. ,,Denk je nu werkelijk dat iemand gearresteerd wordt, omdat hij zich in de deur vergist heeft. Kom op, niet zo bang." Ik probeer mijn meest onschuldige gezicht op te zetten. Maar geen agent die het ziet. Wat raar eigenlijk, ze gunnen ons geen blik waardig. De heren roken een sigaretje en maken een praatje. Niemand in dit land waar iedereen behangen is met 'badges' die hier naar onze 'permission' vraagt.

Geen wonder, dit zijn acteurs. Ze spelen de rol van politie in de achtervolgingsscène. Ze hebben even pauze.

Nog maar tien meter tot de set en geen enkele afzetting of dranghek meer. De figuranten staan nog steeds te wachten op het startsein van de regisseur. Plotseling roept er iemand door een megafoon dat iedereen dezelfde positie moet innemen als op het moment toen de opname gestopt werd. Mijn vrouw blijft stokstijf staan. In een flits besef ik dat ik nu de straat op moet sprinten. En meng me onder de figuranten. ,,Ga in precies dezelfde houding staan en op het moment dat de camera gaat draaien weer in paniek raken," beveelt de megafonist.

Ik neem zomaar een houding aan. Niemand, maar dan ook niemand van de tientallen filmmedewerkers en mede-figuranten, die in de gaten heeft dat op mijn plaats die avond niemand stond. Dat ik er nooit geweest ben. 'Action. Now', gilt de regisseur. Ik begin net als iedereen in de lucht te wijzen naar de ballon cq. kleuter. Grijp van schrik naar mijn hoofd en speel met een volstrekt onbekende man naast mij een paniekgesprek. Na enkele minuten roept de regisseur: "Cut. Yes, this is perfect." De opname is gelukt. Ik maak me snel uit de voeten.

Deze scène kan blijkbaar feilloos vastgemonteerd worden aan de vorige. Miljoenen bioscoopbezoekers over de hele wereld ontgaat het dat er in een scène plotseling een mannetje teveel is, zomaar uit het niets gekomen.

Terug in het hotel klinken we nogmaals het glas: Viva Las Vegas.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors