Praktische reis door Californië
Like ons op Facebook

Praktische reis door Californië

door Peter Galjé

Californië in acht dagen? We lijken wel Amerikanen !!!! Plotseling is het idee daar. Dochterlief in Amerika aan het studeren en tijdens de spring-break weet ze niet precies wat ze wil gaan doen.

Pa en Ma, die toch al jaren heimelijk de wens koesteren om eens met een camper door Amerika te rijden, besluiten in een vlaag (van overmoed of verstandsverbijstering) om samen met dochter Audrey door California te gaan toeren. Eerst uitgebreid informeren bij reisbureaus naar voordelige vliegreizen. Na allerlei aanbiedingen te hebben gekregen blijkt dat je wel goedkoop kan vliegen maar daar dan ook de nodige reisuren in moet steken, dit door overstappen in Londen of Washington. Dat dit je reistijd met vijf uur kan verlengen is op zich niet zo een ramp, maar de normale vliegtijd is toch al een ruime elf uur en we zijn bang dat inclusief het tijdverschil je dit per saldo aardig kan opbreken op een dergelijk relatief korte reis. (goed punt, redactie)

Met de camper door Californië

Tweede punt was hoe we in Californië zouden gaan reizen. Eerste plan was per personenauto en slapen in hotels. Na lange gesprekken, rekensommen en een bezoek aan Jan Doets in Heerhugowaard, besluiten we toch voor een camper te kiezen, of een RV (ArVie) zoals ze in Amerika zeggen. Dit heeft tevens het voordeel dat je een reispakket boekt waarmee je de korting op het vliegticket van de KLM verkrijgt, normale vliegticket ruim fl. 1835,00, met het zgn. reispakket gaat hier ruim fl. 450,00 af, dit maal 2 personen is vlug verdiend als het aan je doel beantwoordt.

Tevens was het mogelijk onze dochter ook in het hotel te laten overnachten (verplicht bijkomen door middel van een normale nachtrust is een voorwaarde om de gehuurde camper mee te krijgen), en dit voor dezelfde prijs. Omdat je door de camperverhuurder opgehaald wordt vanaf je hotel om de camper in ontvangst te nemen, voorkomen we dat de volgende dag eerst Audrey opgehaald moet worden, acht dagen is tenslotte niet al te veel en iedere tijdwinst is meegenomen.

Na aldus geboekt te hebben breekt het tijdperk wachten aan, wat je de gelegenheid geeft zoveel mogelijk info over Californië te vergaren. In ons geval is dit via de ANWB in de vorm van reisboeken die ruim gesorteerd in de ANWB winkels verkrijgbaar zijn. Dit geldt overigens niet alleen voor Californië maar voor de gehele Verenigde Staten en Canada, door allerlei web-links kan je door heel Noord-Amerika surfen, eventueel inclusief foto's en wegenkaarten. Werkelijk een enorme bron van informatie !!! Verder is het tijdschrift "Amerika", op wiens website u dit leest een onuitputtelijke bron van informatie met vooral veel achtergrondinformatie over Amerika. En wanneer je de reispapieren van Jan Doets ontvangt krijg je daar ook een ruime sortering aan wetenswaardigheden en reistips bij.

Wij kiezen in onze planning om de Nationale Parken te bezoeken en de steden, die de moeite zeker waard zijn, te vermijden in verband met de beperkte reisdagen. Je houdt dan in ieder geval nog de wens over deze alsnog eens te bezoeken. Wanneer de dag dan eindelijk aangebroken is vertrekken we in de overtuiging dat we niets aan het toeval hebben overgelaten en verdere planning laten we afhangen van de mogelijkheden die we op de reis tegenkomen.

Los Angeles

Los Angeles. Wat moet je over deze gigantische mierenhoop zeggen? Ongelooflijk groot in oppervlakte, maar toch niet overkomend als een stad waarin je opgesloten zit. Door de laagbouw, hoge torens zie je eigenlijk alleen maar in het centrum, maakt het toch een open indruk. De gedachte aan 13,5 miljoen inwoners in alléén Los Angeles en het totaal van ruim 20 miljoen inwoners in greater Los Angeles doet je meewarig aan Nederland denken wat je al zo vol vindt met 15 miljoen inwoners. Gebouwd volgens de Amerikaanse dambordmethode, grote boulevards of avenues met genummerde zijstraten.

Om de weg te vinden moet je wel de naam van de wijk of stadsgedeelte kennen. Wij ondervonden dat je het financieel knap benauwd kan krijgen indien je dit niet weet toen we Audrey gingen ophalen. Op het verzoek aan de taxi-chauffeur ons naar Sepulveda boulevard 3640 te brengen staarde hij ons afwachtend aan in de veronderstelling dat we daar nog een toelichting bij zouden geven. Na enig heen en weer gepraat vertelde hij ons dat dit soort grappen een kostbare geschiedenis kunnen worden indien je de verkeerde chauffeur treft, hij zou ons wel een uurtje of twee op de Sepulveda boulevard bezig kunnen houden als we niet nader zouden aangeven in welk stadsdeel we moesten zijn, in ons geval Westwood.

Wij troffen gelukkig een goede chauffeur die ons tevens het advies gaf nooit met groot geld te betalen. Ten eerste hebben de chauffeurs in de meeste gevallen niet meer wisselgeld dat hooguit 10 dollar bij zich, en om op straat met biljetten van 50 of 100 dollar te zwaaien is vragen om moeilijkheden. Nadat we in het hotel wat hadden gegeten knalden we 's avonds tegen de eerste in onze ogen wat bekrompen Amerikaanse regeltjes aan. In de bar stonden verschillende tv's aan en toen we daar op ons gemak naar wilden kijken, we hadden tenslotte een lange dag achter de rug, kreeg Audrey het verzoek haar indentiteitspapieren te laten zien om duidelijk te maken dat zij 21 jaar was of als zij deze leeftijd nog niet heeft bereikt de bar te verlaten.

Hoewel we zeiden dat ze onder begeleiding van ons was en geen alcohol gebruikte moesten we de bar toch verlaten. De scherpe controle op naleving van deze wet liet hun geen andere keus. De volgende ochtend werden we na een telefonische afspraak om 09.00 uur afgehaald en naar het camper- afhaal station gebracht, in ons geval California Rentals. Daar kregen we een uitgebreide instructie, zeg maar cursus; gebruik van koel/vrieskast, generator, accu, magnetron, oven, douche etc. Aan de buitenzijde was het technische gedeelte; allerlei luiken werden opengezet waarin de apparatuur was opgeborgen; een afvoer slang voor aansluiting op de afvoerput van de camping (hook up), een waterslang met drukregelaar voor rechtstreekse wateraansluiting op de camping, electrische kabel die een aansluiting van 50 ampères (wel even bedenken dat 110 volt in Amerika geldt) toestaat , een generator, gastank etc. De uitleg is uitgebreid en volledig en je kunt er gerust een klein uurtje voor uittrekken.

Gelukkig is het zo in de RV geregeld dat bijna alles automatisch werkt wat maar mogelijk is en veiligheid heeft men prioriteit gegeven. Je accu kun je niet ontladen worden tot een niveau die het je nog mogelijk maakt de motor te starten, koelkast regelt zelf op welke voeding hij staat, bij gebrek aan electriciteit neemt hij gas, bij gebrek aan gas neemt hij de accu; in het interieur zijn twee rookmelders die soms wat al te makkelijk afgaan bij het brood roosteren, we lijden alle drie niet aan slechte adem dus weten niet of het systeem daar ook op reageert.

's Morgens kan je op de campgrounds meemaken dat sommige rookmelders een hekel hebben aan verandering van luchtsamenstelling, her en der begint dan een concert van piepende rookmelders. De auto heeft een automatische versnellingsbak en een cruisecontrol die je gevoelens van heimwee geeft als je thuis in je vertrouwde eigen auto stapt. We werden uitgewuifd met een plattegrond van LA en een tip waar we de eerste levensmiddelen konden inslaan. Een beetje gespannen reden we hierna de stad uit richting San Bernardino via de I-15.

De spanning viel snel weg toen ons duidelijk werd dat er in Amerika echt rustig wordt gereden en er een tolerantie ten opzichte van elkaar bestaat die we in Nederland nog nooit hebben meegemaakt. 65 mijl per uur (± 104 km per uur) was het maximum en iedereen schijnt zich daar ook redelijk aan te houden. Na een uurtje werd het duidelijk minder druk op de weg en toen we bij Cajun Junction de 138 richting Palmdale opreden werd het weer mogelijk de auto's die je tegenkomt te tellen.

Hier zien we ook de eerste Joshua trees, een soort uit zijn krachten gegroeide yucca, die tijdens ons bezoek ook nog eens in bloei blijken te staan. Omdat we nog op Nederlandse schaal denken stappen we onmiddellijk uit om er foto's van te nemen, stel je voor dat je ze niet meer tegenkomt ! Op de verdere reis zien we deze grappig uitziende kandelaars nog vele malen.

Desert

Als we bij Palmdale de 14 (freeway) opgaan richting Lancaster krijgen we echt het gevoel in de desert te rijden, her der mesquito bosjes en sagebrush versterken dit gevoel. Hier zien we ook voor het eerst de achtbaanwegen (bumps en dips) die je vaak in Amerikaanse films ziet en als er dan ook nog een coyote de weg oversteekt is het voor ons dan ook echt begonnen en wachten we vol spanning op het moment dat er een roadrunner onder het slaken van de kreet meep-meep onze camper voorbij spurt. Deze wens kwam niet uit. Aan onze rechterkant en vlak voor het stadje Mojave waar deze desert zijn naam aan ontleent, of andersom, blijkt Edwards Air Force Base te liggen, waar soms ook de ruimteveren landen. Als we bij Mojave de 14 in noordelijke richting blijven volgen naderen we onze geplande eerste overnachtingsplaats; Red Rock Canyon, een State Park waar je echt in the middle of nowhere een schitterend voorbeeld van op elkaar gestapelde steenlagen voorgeschoteld krijgt.

Er werden hier ook diverse filmscenes gemaakt van o.a. Westworld en Jurassic Park. De camping was vol, maar omdat het niet wenselijk wordt geacht midden in de woestijn te overnachten heeft men voor een zgn. overflow gezorgd. Water en electra is er weliswaar niet, maar tegen betaling van tien dollar kun je er gebruik maken van deze overflow. Af en toe komt er een ranger even kijken of alles naar wens gaat en om de tien dollar te innen welke je in een zakje aan de ingang in een soort postbus dient te gooien. Voor ons kan deze dag al niet meer stuk en als we eindelijk zijn uitgefotografeerd gaat de zon in dit gedeelte van de wereld onder.

Als we 's avonds onder een schitterende sterrenhemel nog even staan te genieten maakt de temperatuur ons duidelijk dat het in een woestijn behoorlijk koud kan worden als de zon op stok is gegaan. De volgende ochtend zorgt dezelfde zon voor een prachtige lichtshow door fel op de canyonwand te schijnen waardoor alle aardlagen duidelijk zichtbaar zijn. Je kan in dit State Park stevig "hiken" maar wij moeten genoegen nemen met een kleine sightseeing per RV.

Death Valley

Ons volgende doel is Death Valley en als we de volgende ochtend via de US 395, naar verluidt de mooiste weg van Californië, bij Olancha naar het noorden de 190 opdraaien op ontwaren we links van ons de besneeuwde bergen van de Sierra Nevada en voor ons het drooggevallen Owens Lake. Overigens is het pas na enige tijd dat het ons opvalt dat er iets vreemds is met de heuvels, ze zijn namelijk erg kaal aan de onderzijde en de begroeiïng begint pas halverwege, het wordt ons duidelijk dat dit met de droogte in de valleien te maken heeft, op grotere hoogte is er lucht met een hogere vochtigheid en dat biedt de struiken en boompjes meer mogelijkheden te overleven.

De 190 staat op de kaart van Hildebrand's Travel Map aangegeven als scenic road en ze hebben daarin niet overdreven, vergezichten zijn hier in overvloed. Wanneer we de Pinamint Range inrijden via de 1500 meter hoge Towne Pass krijgen we een schitterend zicht op Death Valley en hoewel de naam Vallei der Doden onheilspellend aandoet is het zicht op de diepte, de vallei ligt op zeeniveau tot 86 meter onder zeeniveau, overweldigend. Bij de stops, en dat zijn er vele, valt het op dat er overal om je heen vulkanisch gesteente ligt, net of het er is neergelegd om indruk te maken, bij ons lukt dat in ieder geval. Een stukje voorbij Towne Pass ontwaren we een gigantische scheur in het gebergte welke voornamelijk uit zwart lavagesteente bestaat. Koud is het trouwens ook op deze hoogte !

Hierdoor lijkt het wat overdreven van de camperverhuurders om vanaf 01 mei t/m 30 september te verbieden om er per camper doorheen te rijden. Enkele uren later beseffen we bij een inmiddels opgelopen temperatuur van 29 graden celsius dat het overdrijven wel meevalt, tenslotte is het nu pas half april. Via Stovepipe Wells bereiken we Furnace Creek, een oase met palmen die nogal verassend op je overkomt. De namen zeggen in elk geval dat het hier nog veel warmer kan zijn. In de statistieken staan indrukwekkende temperaturen; in juli 1996 werd het ruim 51 graden celsius en 's nachts kan de temperatuur gemakkelijk zakken tot ± 4 à 5 graden celcius. Omdat we laat in de ochtend zijn aangekomen nemen we 's middags de kans waar om met de camper door de vallei te rijden.

Een ranger heeft ons de tip gegeven om de artist palette te bezoeken hoewel zij enigszins bedenkelijk keek toen ze hoorde dat we met een RV van 7,25 mtr. gingen. De rit was inderdaad de moeite waard en het voorbehoud van de ranger was niet helemaal onterecht, via smalle wegen waar de rotswanden steeds verder opdrongen kregen we het gevoel dat we misschien achteruit weer terug zouden moeten rijden om te voorkomen dat we schade opliepen. Dit was echter niet nodig en de beloning was een echt schilderspalet, maar dan van alle mogelijke kleuren in het rotsgesteente. Een regelrechte aanrader!

Verdere punten die een bezoek waard zijn; Devil's Golfcourse, Zabriski point, Badwater (het laagste punt van de VS, 86 meter onder zeeniveau) en een touristentrekker van de eerste orde welke wij niet hebben bezocht Scottys Castle, een "kasteel" in alle mogelijke bouwstijlen en voldoende souvenirs om een vliegtuig vol te laden. Omdat we richting Lake Tahoe gaan zijn we gedwongen om dezelfde weg via Stovepipe Wells ook terug te rijden. Dat je dan een totaal andere kijk hebt op het landschap blijkt als we Telescope Peak (3370 m. hoog) met een witte muts zien glinsteren in het zonlicht en we vlak voor Stovepipe Wells aan onze rechterkant enorme zandduinen (Mesquite Flat) helder zien afsteken tegen de omringende bergen, als om ons duidelijk te maken dat we ons op een heel laag niveau bevinden. Na een flinke klim naar Towne Pass dalen wij weer af naar Owens Lake wat wij nu aan de noordelijke kant passeren en ons een fantastisch uitzicht biedt op Mount Whitney die met zijn 4418 m. hoge top de hoogste berg van Amerika genoemd mag worden, met de nadrukkelijke vermelding dat Alaska en Hawaï niet mogen worden meegerekend. Dus binnen een afstand van 200 km. zijn wij het hoogste en het laagste punt van Amerika gepasseerd.

Onderweg zien we geregeld borden staan die ons een stukje highway aanbieden waarna je wordt geacht dit vrij te houden van afval. Andere borden vertellen ons dat de burgemeester van Badwater en zijn vrouw, de plaatselijke padvindersafdeling, de vestiging van Mac.Donald of gewoon Nancy Jones de komende 10 mile van de highway hebben geadopteerd. Geen slecht idee om ook in Nederland in te voeren. Op rommel uit de auto gooien staat overigens een boete van $ 1000,00. (later in de staat Nevada zagen we waarschuwingen die ons in geval van littering of rotzooi maken, een boete van $ 2000,00 beloofden) Ondanks ons veelvuldig opgeheven waarschuwende vingertje kunnen we dus nog genoeg leren van het buitenland.

Sierra Nevada

Ondertussen zijn we de plaats Lone Pine gepasseerd en rijden we weer op de US 395 met een steeds indrukwekkender landschap. We rijden nu door Owens Valley die tussen de Sierra Nevada en de Inyo Mountains ingeklemd ligt. Hier ontwaren we dat we ons in een geologisch onrustig gebied bevinden, soms rijden we tussen wallen lavagesteente door en overal om je heen zien we zwarte blokken basalt. De stadjes waar we doorheen rijden zoals Independence, Big Pine en Fish Springs geven steeds meer een western indruk en als we in Bishop uit een supermarket komen wandelen hebben we de nijging om naar ons paard te zoeken i.p.v. naar de camper te lopen.

Hoge besneeuwde bergen, afstekend tegen een helder blauwe lucht, geven niet ten onrechte het idee dat dit een uitstekende wintersport omgeving zou kunnen zijn. Dit wordt even later ook bevestigd door de in deze schitterende omgeving soms wat misplaatste en overdadig aandoende reclame-uitingen voor ski's en skischolen. Heel stiekem heeft de 395 nu een hoogte van ± 2000 tot 2500 m. bereikt, ongemerkt, want veel geklommen hebben we volgens ons gevoel niet. De naam Deadmans Pass met de aanduiding van 2449 m. hoogte doen ons echter beseffen dat we al behoorlijk hoog zitten, in tegenstelling met Europa zien we hier om ons heen nog steeds hoge bomen en dat zal het gevoel versterken dat je niet zo hoog kan zitten. Bij Lee Vining slaan we af naar Mono Lake wat op een hoogte van 1949 m. ligt en veelvuldig is te zien in pauzefilmpjes op te tv. Het meer heeft een hoog zoutgehalte (veel hoger dan de oceanen) doordat het geen afwatering heeft.

Door verdamping van het water daalt het niveau en als gevolg hiervan worden er zgn. tufa torens afgezet. Een wandeling bij het Tufa State Reserve is aan te raden. Op het moment dat wij daar waren was het meer zo glad als een spiegel en op de juiste plaats staand kan je de toppen van de Sierra Nevada, allen tussen de 3000 en 4000 m. hoog, zich zien spiegelen op het wateroppervlak, met daarnaast de wit afstekende tufatorens die het geheel iets sprookjesachtig geeft.

De rit vervolgend blijkt dat bij Bridgeport de US 395 is afgesloten, waardoor is ons tot op heden nog onduidelijk. Een duidelijk aangegeven omleiding via de 182 en 338 voert ons door het Toyiabe National Forest door een mooie omgeving waar je nauwelijks dorpjes tegen komt naar Wellington, de rit doet ons de teleurstelling over de omleiding vlug vergeten. Bij Wellington komen we via de 208 weer op de 395 en onze rit komt ten einde in Carson City, de hoofdstad van de staat Nevada. Deze dag hebben wij de meeste kilometers gereden volgens onze planning, de indrukken die we hebben opgedaan maken dat we er totaal geen erg in hadden.

Nevada

De campground van Carson City ligt midden in de stad, dat dit geen vrijbrief voor wandelingetjes door de stad geeft blijkt 's avonds. Nergens waren wandelaars te zien en trottoirs waren nauwelijks verlicht en erg smal. Aan lopen schijnen ze hier een broertje dood te hebben zodat we ons een beetje onprettig voelen en besluiten om de wandeling maar te vergeten. We zijn in Nevada, dat voor gokkers het Mekka schijnt te zijn, en in de verte zien we uitnodigende neonverlichtingen die ons vragen om een gokje te wagen, ook daar zien we maar vanaf.

De campground is trouwens heel erg ingericht op doortrekkers (gokken?) met veel hook up's. Als we de volgende ochtend gaan afrekenen ($22,00) raken we in gesprek met de beheerder die zoals wij meerdere keren ondervinden van andere Amerikanen, erg vriendelijk maar vooral erg nieuwsgierig is naar onze herkomst. Als dan blijkt dat dit Holland is dan hebben we het gemaakt en volgt er een gezellig praatje wat doorspekt is met tips.

Op de mededeling dat we van plan zijn Virginia City te bezoeken geeft hij ons de tip de route voor trucks te volgen omdat de route erg smal en steil is. Door een foutieve afslag te nemen zijn we gedwongen om de normale route (weg 341) te gaan volgen. Gelukkig wel !! Door een prachtige omgeving met inderdaad erg smalle en steile wegen en dwars door gehuchten waar nog steeds goud- of zilverzoekers schijnen rond te struinen, met overal half ingestorte mijningangen, bereiken we de roemruchte plaats Virginia City waar men in het verleden verschillende rushes gekend heeft waarvan de zilvervondsten de bekendste is. Je wordt onderweg gewaarschuwd de mijngangen niet te betreden, zonder waarschuwing vonden wij het toch al niet erg raadzaam gezien de kwaliteit van de stutbalken.

Het is jammer dat er langs de houten "sidewalks" pick up's staan geparkeerd, anders zou je denken dat we honderd jaar in de tijd terug gegaan zijn. De plaats is nu een beschermd monument en dit is te merken aan de souvenirszaken en (Nevada !!) casino's. Curieus is de begraafplaats waar pioniers van honderd jaar terug zijn begraven en waar je vanaf de hoofdstraat op neerkijkt met op de voorgrond ingestorte mijnafgravingen. Midden in het centrum staat een lijkwagen met de bloemrijke naam "Bucket of Blood", dit geeft een indruk van de sfeer die er in de vroegere dagen moet hebben geheerst. Een beetje Volendam en Marken maar toch een bezoek zeker waard. Door middel van de opbrengst die via een gokje uit een éénarmige bandiet wordt gehaald, een asbak vol muntjes ter waarde van $ 20,00 , hebben we toch nog wat zilver uit Virginia City meegenomen. Via de 431 (niet verwarren met 341) vervolgen we onze weg naar Lake Tahoe. Voor we Washoe City bereiken komen we door ski area's waar de skiliften nog volop draaien en ook hier rijden we nog steeds door bossen omdat de boomgrens veel hoger ligt dan in Europa.

Lake Tahoe

Als we vanaf 9000 ft. naar de US 28 afzakken hebben we een fantastisch uitzicht op Lake Tahoe, wat op 1899 m. hoogte ligt, en gezegend is met kraakhelder water. Als je bij de talloze parkeerplaatsen aan de oever van het meer staat zie je de bergen overal op het wateroppervlak spiegelen en in de tintelende frisse lucht, het is nog steeds april, is het hier echt genieten. Langs de oever rijden we naar Stateline waar slimme jongens onder de wetten van Nevada casino's hebben gebouwd met geleende namen als Ceasar's palace (Las Vegas) om de californians de gelegenheid te geven hun geld kwijt te raken. Op de route passeren we aantal stadjes waar het opvalt dat het hier heel normaal is op de hoofdstraat een maximum snelheid van 15 mile (22 km. per uur) in te stellen, dit kan oplopen tot 20 (32 km.) of 25 mile (40 km.) per uur en het wordt ook trouw opgevolgd.

Stateline is dus de grens, orginaliteit wisselen Amerikanen veelvuldig af met het voor de hand liggende, van Californië en Nevada. Hier komen we in aanraking met een andere Amerikaanse eigenaardigheid, we worden namelijk naar een grensovergang van het departement van landbouw geleid waar we vriendelijk doch streng worden gevraagd waar we vandaan komen en of we fruit en groente uit de staat Idaho bij ons hebben, wat blijkbaar zeer ongewenst is. Verder blijkt dat je weer rommel mag weggooien voor de prijs van $ 1000,00 i.p.v. $2000,00.

Na Stateline gaat de 28 over in de Highway 50 en rijden we richting Sacremento, hoofdstad van Californië. Het landschap begint langzaam te veranderen en omdat we afdalen naar Sacremento Valley gaat de temperatuur ook omhoog. Langs de route zie je veel ranches met glooiende weiden. Omdat we vandaag het Yosemite National Park willen bereiken slaan we voor Sacremento af naar de highway 99, richting Fresno en slaan we bij Manteca af naar de 120, richting Yosemite.

Bij Chinese Camp, zo genoemd omdat er in de vorige eeuw veel chinezen heen trokken, begint het berggebied met veel steile en kronkelige wegen. Kort hierna bereiken we Groveland waar we uit verschillende campgrounds Yosemite Pines uitkiezen. Deze is prachtig gelegen in de bossen en beschikt over veel hook up's, gemak dient de mens ! Omdat we buiten het seizoen zijn is het heerlijk rustig en fluiten de vogels uitbundig, soms onderbroken door allerlei kreten van dieren uit de bossen. Als dan 's avonds boomkrekels gaan meedoen aan het concert kunt u zich indenken dat we ons erg rijk voelen. Volgende dag al vroeg op weg naar Yosemite Valley om maar geen tijd te verliezen.

Hoe verder we doordringen in de bergen hoe meer we onder de indruk komen van de overweldigende natuur die ons van alle kanten wordt aangereikt. Na bij de entree van het park het overal in nationale parken geldende tarief van $ 20,00, ongeacht het aantal personen, betaald te hebben, worden de stops veelvuldiger. Kort na de ingang stort de Cascade Fall zich woest onder de weg door en even later ontwaren wij de beroemde rotswand met de respect afdwingende naam El Capitan.

Deze is favoriet bij klimmers. Als je door het park rijdt, bijna overal eenrichtingsverkeer, donderen overal om je heen allerlei watervallen naar beneden, de één nog schitterender als de ander met namen als Bridaveil falls, Nevada falls, Vernal falls en niet te vergeten de upper- en lower Yosemite falls. Omdat he april is zijn de watervallen op volle kracht, in de zomer vermindert de kracht aanmerkelijk. Het park ligt op een hoogte van 2000 ft. (600 m.) tot 13000 ft. (± 4000 m.).

Yosemite Village

Yosemite Village ligt op 1200 m. hoogte en is als het centrum van het park te beschouwen met het visitor center als middelpunt. Hier kun je veel materiaal van de rangers ontvangen en als je van plan bent om de bergen in te gaan (hiking) dien je hier je vergunning af te halen. Via het zgn. Destinet systeem reserveren wij een plaatsje op een campground. Je kan trouwens alleen via Destinet een plaats krijgen en in het hoogseizoen moet je er vroeg bij zijn omdat de regel wie het eerst komt, het eerst maalt, hier van kracht is.

Wij krijgen een plaats aangewezen aan de oever van de Merced river, misschien was het paradijs mooier maar volgens ons benaderde dit het wel heel dicht. In het park rijden de gehele dag shuttle bussen rond die je met een maximale wachttijd van 15 minuten overal in de vallei kunt nemen. De stopplaatsen zijn legio, dus je auto kun je met een gerust hart op de campground laten staan. Wij besluiten de bus te nemen naar Happy isles om van daar uit naar de Nevada falls te lopen.

Tijdens de stevige wandeling, een flinke hoogte, dus ook weinig zuurstof, kan je genieten van mooie vogels als de Stellers jay, een gaai in een mooi verenkleed en een statig kuifje, en de redwinged blackbird en niet te vergeten de grondeekhoorns (squirrels) die je aandachtig en totaal niet schuw bekijken als je langs loopt. In het visitor center kun je veel over flora en fauna te weten komen d.m.v. brochures en boeken. Aangekomen bij de Vernal falls blijkt dat de Misty trail naar de Nevada falls is gesloten door grondverschuivingen. Gezien het aantal uithijgende toeristen onder aan de waterval en onze eigen door zuurstofschuld geteisterde groepje vinden we het alle drie stiekem niet zo heel erg.

De Misty trail wordt zo genoemd omdat je doornat wordt bij het naderen van de Nevada falls door de waternevel die hij verspreidt. In ieder geval kunnen we bij de Vernal falls al genoeg eerbied voor het geweld van het water opbrengen en is het de tocht ten volle waard. Weer beneden aangekomen nemen we de bus naar de Tenaya bridge vanwaar je een prachtige en gemakkelijke wandeling maakt naar Mirror Lake waar inderdaad een door de natuur ontworpen spiegel als beloning op je wacht. Het zicht op de beroemde Half Dome, een dominerende berg die er uit ziet of hij door midden is gesneden, is van hier uit adembenemend.

Terug in Yosemite Village brengen we een bezoek aan een museum over de beroemde fotograaf Ansel Adams waar prachtige foto's zijn te bewonderen. Bewust van het feit dat we eigenlijk veel langer in dit National Park zouden moeten blijven, wat gezien onze beperkt aantal dagen niet mogelijk is, gaan we terug naar de campground. De campsite is, zoals bijna overal op campings, voorzien van een grote pick-nick tafel met banken, een barbecue en, niet te vergeten, een beer-proof stalen opbergplaats. De beren in het park kunnen namelijk volgens de overal staande waarschuwingen zeer nadrukkelijk vragen om een uitnodiging je lunch te delen en als je kampeert in een tent doe je er goed aan, het is zelfs verplicht, je eten goed op te bergen in deze containers.

Doe je dat niet dan loop je de kans dat bruintje beer je tent komt verbouwen. Dat de natuur op geweldadige wijze duidelijk kan maken dat zij de baas is, was tijdens ons bezoek te zien aan de ravage die op sommige campgrounds is aangericht tijdens de zgn. January Flood van 1997 toen de rivier de Merced door overvloedige regenval en stormen buiten haar oevers trad. Vrijwilligers waren nog steeds met bulldozers in de weer om de rommel op te ruimen en het werd ons duidelijk dat het park pas weer sinds 21 maart 1997 toegankelijk was voor toeristen. 's Nachts nog even geluisterd naar een burenruzie van een paar racoons (wasberen) in de boom naast onze camper. De volgende dag via de 140 naar Mariposa Groves waar de sequoia bomen indruk staan te maken op verbijsterde toeristen.

Deze reuzen, die een hoogte kunnen bereiken van 80-90 meter en een diameter van 9 meter, groeien alleen op de westflank van de Sierra Nevada en zijn tussen 2300 en 2700 jaar oud, de oudste schijnt zelfs 3800 jaar oud te zijn. Dat de inhalige mens ze niet reeds naar de geschiedenis hebben geholpen is te danken aan de sequoia zelf, het hout is zeer zacht en werd hoofdzakelijk gebruikt voor potloden, het omhakken ging gemakkelijk genoeg maar het vervoer vanaf een gemiddelde hoogte van 1500 m. tot 2100 m. gaf nogal wat moeilijkheden. Gelukkig zijn zij nu beschermd want anders hadden we er vast wel wat op gevonden.

Tevens waren er gelukkig ook aan het einde van de vorige eeuw al mensen die zich om de natuur bekommerden en net als alles pakken Amerikanen ook natuurbescherming op grote schaal aan. De sequoia is goed beschermd tegen vuur en insecten door een jas van schors die een dikte van 30 centimeter kan bereiken. Perioden van droogte kunnen zij weerstaan en alleen omvallen, wat goed mogelijk is door de geringe diepte van de wortels, kan de dood veroorzaken. De enorme "cones" (denneappels) worden alleen losgelaten onder invloed van storm, vuur of ander natuurgeweld. Ieder jaar produceren zijn ± 13 m3 hout, genoeg voor een normale boom van 17 meter hoog. Nadat ons ontzag voor de natuur door de sequoia's is bijgebracht vervolgen wij onze weg via de 140 naar Fresno. Om de stad te vermijden gaan we vlak daarvoor richting Madera tussen enorme uitgestrekte vlakten met vruchtbomen naar de highway 99.

Pacific Coast

Bij Fairmead slaan we af naar de 152 om dwars door de San Joaquin Valley naar Monterey aan de Pacific Coast te rijden. Onderweg werd het allengs warmer, tot 29 Celsius, en toen we een Hollandse stamboekkoe bij een Amerikaanse windmolen en omringd door palmen zagen, vonden we het spijtig geen mogelijkheid te hebben tot stoppen en dit te fotograferen. Vanaf Monterey gaan we highway 1 op, meestal Cabrillo Highway genoemd, richting Big Sur. Dat men dit de mooiste kustweg van Amerika noemt is niet vreemd, en dat vele rijke lieden hun domicilie in Carmel e.o. hebben gekozen is nog minder vreemd. Aan de huizen te zien is dit geen omgeving voor minder bedeelden en als je uitzichten per view diende te betalen zouden wij in deze omgeving ook niet thuis horen. Plaatsnamen als Carmel en Pebble Beach (golf) klinken daarom niet ten onrechte duur in onze oren. De Cabrillo highway is aangelegd door gevangenen van San Quentin en ondanks het ontbreken van vrijheid moet dit toch beter zijn geweest dan een cel. Misschien dat zij dit niet met ons eens zouden zijn omdat er een enorme prestatie moest worden verricht om langs de rotswanden deze weg aan te leggen .

Een onprettige verassing wordt ons wederom bereid door het ministerie van transport, highway 1 is afgesloten vanaf 84 mijl van Monterey. We besluiten toch verder te rijden en worden hiervoor ruimschoots beloond, op deze dag ontbreken de beroemde mistflarden vanuit de oceaan en dat geeft ons gelegenheid om de kliffen zien, wild bulderende branding te horen en ver weg wolkenbanken te zien versmelten met het oppervlak van de Pacific. Op campground Big Sur slaan we onder enorme red wood bomen ons kamp op en gebruiken deze keer de barbecue. De enorme hond van de beheerder wist dit te waarderen en hield ons trouw gezelschap tot we uitgegeten waren.Na enkele hapjes van ons gekregen te hebben ontdekten we wat op zijn halsband stond; " Don't feed me, docters orders"

De volgende dag weer terug gereden richting Monterey en op aanraden van de beheerder een bezoek gebracht aan Point Lobos, zo genoemd door de Spanjaarden die het constant opklinkende gehuil van de zeeleeuwen aanzagen voor wolvengehuil. Dit park biedt je de gelegenheid om de zeeotters, zeeleeuwen, zeehonden en toen wij er waren zelfs een jonge zee olifant in het wild te observeren. De zeeolifant gaf enige opwinding omdat we dachten dat het dier ziek was. Toen we de ranger daarover inlichtte vertelde deze dat het geen zeehond was, zoals wij dachten, maar een jonge zeeolifant die aan het vervellen was, in de koude oceaan is dat voor hen niet mogelijk zonder te sterven. We hadden dus geluk dat we dit konden zien. De aanwezige rangers geven je zelfs brochures in het Nederlands. De beroemde Monterey Cypres is hier te bewonderen op schitterende wandelingen. Wel werden we dringend gewaarschuwd voor de Poisoned oak, de bladeren en zelfs de takken kunnen akelige uitslag op de huid veroorzaken.

Morro Bay

Door de afsluiting van highway 1 waren we genoodzaakt de 101 te gaan volgen, een vergeleken met de 1 nogal saaie snelweg, richting Morro Bay waar we ons kamp wilden opslaan. Op de 101 kwamen we het enige stukje highway tegen waar je 70 mijl mocht rijden, dit stuk was echter maar 30 mijl lang.

Morro Bay is in het bezit van een markant herkenningspunt in de vorm van een grote rots die schijnbaar vlak voor het stadje in de branding is gesmeten als een soort vooruitgeschoven fort. Het plaatsje heeft een leuke vissershaven en een grote jachthaven in een baai die wordt gevormd door een enorme zandbank. De kustboulevard (waterfront) heeft vele giftshops en andere winkels, echter niet op de manier van Scheveningen, maar landelijker, met veelal zeegrijs geschilderde houten gebouwen. Het Hollandse accent wordt hier gevormd door "Dutch Landing" met een voor ons in het oog springend opschrift van "De Winkel".

Bij "de" Morro rock wemelt het van de squirrels, die in eeuwige burenruzie leven met de reusachtige meeuwen. Deze grondeekhoorns leven tussen de betonblokken die als zeewering dienst doen en zijn zo brutaal als de beul, voor je het weet zitten er tientallen om je heen en als je de moeite neemt wat brood te voeren kan je een kolonie beginnen. De brutaalsten klimmen zelfs bij je broekspijpen op, helaas gebruiken ze hier ook hun vlijmscherpe tandjes bij. Hoe brutaal ze ook zijn, uit je hand eten doen ze niet, de minste toenaderingspoging van je handen veroorzaakt een pijlsnel wegvluchten tussen de betonblokken. De duinen bij de branding zijn bezaaid met een soort van ijsbloemen en geven het geheel een fleurig aanzien. Als we de volgende dag richting Los Angeles rijden via plaatsen als Santa Barbera, Beverly Hills en Santa Monica beseffen we dat het feest zo goed als voorbij is.

Als we Los Angeles "binnenrijden" duurt het toch nog altijd ruim 2 uur door de verkeersdrukte voor we Newport Beach bereiken waar California Rentals gratis een campsite heeft gereserveerd op camping Newport Dunes, een uitgebreid complex met golfcourses, jachthavens, restaurants etc. Als we in de avond op uitnodiging van Audrey als afsluiting van haar "spring-break" luxe gaan dineren op een schitterende raderboot weten we zeker; als het mogelijk is komen we hier nog eens terug, maar dan langer, of als variatie; gezien, verliefd, verloren.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors