Rondreis Alabama
Like ons op Facebook

Rondreis Alabama

door Onbekend

Alabama is niet het eerste wat in je opkomt wanneer je aan mooie vakantiebestemmingen denkt. De staat staat niet bekend om zijn schoonheid, geweldige toeristenoorden of warme gastvrijheid, hoewel dit er wel allemaal is.

Voor de rest van het land zijn de hardnekkige beelden berucht: George Wallace die in de deuropening van een school staat, koppig zijn politiek van `Segregation forever' verdedigend. Of Jefferson Davis een eeuw eerder, het Zuiden uit de Unie en in een oorlog leidend om een levenswijze en een arbeidsethos te bewaren die nu gelukkig `Gone with the Wind' zijn.

De diepste Deep South states

Maar juist vanwege de rol die Montgomery in de beslissende momenten in het Zuiden speelde -de Burgeroorlog en de Burgerrechten beweging- is het de ideale plaats om deze reis door drie van de diepste Deep South states -Alabama, Mississippi en Louisiana- te beginnen. We wilden de plaatsen bezoeken die de rol van het Zuiden in de Amerikaanse geschiedenis laten herleven. Onderweg wilden we onze gemoederen verzachten met het welbekende culturele aanbod van de regio: volkskunst, eten om je vingers bij af te likken en lekkere muziek.

Montgomery was een handelscentrum in de bloeiperiode van de katoenteelt, maar is nu voornamelijk een gouvernementsstad met een uitgebreid regeringscentrum. Het dominante gebouw in de 192.000 inwoners tellende stad is het Alabama Capitol, met marmeren trappen, een fonkelende koepel en muurschilderingen van de geschiedenis van de staat. (Het rondleidingenbureau heeft beschrijvingen voor bezoekers.)

Het Capitol, vanaf een heuvel over het centrum van Montgomery kijkend, is deels de werkplek voor de uitvoerende ambtenaren van de staat en deels museum van de Confederatie. Montgomery was de eerste hoofdstad van de Confederatie, voordat de Zuidelijke wetgevers Richmond aanwezen vanwege de strategische ligging tijdens de Burgeroorlog. In de geornamenteerde Senaatskamer op de eerste etage, die open staat voor bezoekers, stemden afgevaardigden in het Confederale Congres op 4 februari 1861 voor afscheiding van de Unie en de vorming van de Confederale Staten van Amerika. Twee maanden later zonden zij een telegram naar South Carolina met het bevel: "Open het vuur op Fort Sumter." Confederale troepen voerden het bevel uit om half vijf in de ochtend van de twaalfde april, waarmee de Burgeroorlog een feit was.

Bezienswaardigheden Montgomery

Buiten de westelijke zuilengalerij markeert een bronzen ster de plaats waar Jefferson Davis als president werd beëdigd en verklaarde dat het Zuiden "zou zorgen dat iedereen die tegen haar was Zuidelijk kruit zou ruiken en Zuidelijk staal zou voelen." Bij de noordingang staat een monument voor de Confederale soldaten. Zelfs de bomen op het terrein zijn een soort gedenkteken: vele groeiden uit de eikels die soldaten van Alabama van verre slagvelden meebrachten.

Vanaf de voet van de marmeren treden kijk je direct tegen de Dexter Avenue King Memorial Baptist Church aan, het epicenter van de volgende nationale crisis die in Montgomery is ontstaan. Vanaf haar start in 1877 was de kerk controversieel. In een brief aan de hoofdredacteur van de Montgomery Daily Advertiser verzet een blanke schrijver zich tegen de bouw van van de kerk aan één van Montgomery's mooiste avenues, omdat "de neger demonstratief van aard en luidruchtig in zijn religieze beleving is" en de blanken in de buurt zou storen. De schrijver had geen idee hoe profetisch hij was, maar zou al lang overleden zijn op het moment dat de echte verstoringen begonnen.

De dominee Martin Luther King Jr. was voorganger aan Dexter Avenue in 1955 toen een zwarte naaister genaamd Rosa Parks weigerde haar plaats in de bus af te staan aan een blanke man. Haar arrestatie vanwege het uitdagen van de segregatiewetten startte de moderne burgerrechtenbeweging. King, toen 26 jaar, leidde de nu beroemde Montgomery bus boycot vanaf de preekstoel.

Dagelijkse rondleidingen beginnen in de kelder van de kerk, waar de zwarte leiders op 2 december 1955 bijeen kwamen en tot de boycot besloten. Vandaag de dag is linkermuur van de kelder beschilderd met taferelen uit de burgerrechtenbeweging - van de boycot tot King's laatste optreden in Memphis. Boven kun je je op de preekstoel wagen vanwaar hij preekte. En op zondag kun je deelnemen aan de vrolijke, luidruchtige diensten, die om half elf 's ochtend beginnen.

Een indrukwekkend monument buiten het Southern Poverty Law Center op 400 Washington Avenue eert King en andere martelaren van de burgerrechten. Ontworpen in 1989 door Maya Lin, maakster van het Vietnam Memorial in Washington, D.C., is het Civil Rights Memorial geïnspireerd door het bijbelse vers dat King citeerde in zijn `I Have a Dream'-toespraak in 1963: "until justice rolls down like water and righteousness like a mighty stream." Net als Lin's Vietnam muur is het monument in Montgomery gemaakt van zwart graniet en vermeldt het de namen van hen die vielen in de strijd. De achtergrond bestaat uit een muur waar water over de rand stroomt. Op de voorgrond staat een ronde tafel waar water over de randen loopt en waarop inscripties staan als: "23 April, 1963.

William Lewis Moore: slain during one-man march against segregation. Atalla, Ala." "Het water blijft stil, tot je het aanraakt," heeft Lin gezegd. "Je handen veroorzaken rimpelingen, die het stuk veranderen, net als het lezen van de woorden het stuk volmaakt." Het monument werd betaald door het Law Center en trekt jaarlijks meer dan 200 duizend bezoekers; degenen die komen, lijken te worden gedwongen het aan te raken. Op de dag dat wij het bezochten, arriveerde er een groep zwarte en blanke kinderen in een schoolbus, die hun vingers door het water haalden en de inscripties lazen - een beeld dat op zichzelf al een eerbetoon aan de burgerrechtenbeweging was.

Martha's Place

Men kan historisch Montgomery gemakkelijk in een dag zien, met een trip naar Martha's Place op 458 Sayre Street voor de lunch tussen de stops. Martha's, in een huis van twee etages in een zwarte buurt op ongeveer 800 meter van de kerk, heeft de beste gebakken kip, garnituur en zoete aardappeltaart van de stad. Toen we er aankwamen was de kleine hal volgepakt met mensen die wachtten om binnen te komen.

Martha Hawkins's levensverhaal is even bevredigend als haar eten. Als gescheiden moeder van een vierjarig kind woonde zij in een project toen het haar in 1988 lukte een lening van $2.500 te krijgen om een restaurant te beginnen. De Small Business administration had haar afgewezen (ze had geen familieleden), maar de Black Women's Economic Development groep kwam haar te hulp. Hawkins geeft nu af en toe seminars voor bijstandsmoeders om uit hun benarde situatie te komen.

De gemiddelde toerist kon nooit langs de huizen van de grote Amerikaanse schilders gaan en een persoonlijke rondleiding krijgen - tenzij de schilders Zuidelijke volkskunstenaars zijn. Ondanks de groeiende populariteit van deze autodidactische meesters, zijn ze toch nog even benaderbaar als een dorpsbuurman. Na de lunch liepen we drie deuren verder naar het huis van één van de meest prominente volkskunstenaars in het land, de tachtigjarige Mose Tolliver. Elke muur in zijn huis is gevuld met zijn kunst; als je hem thuis treft, is hij altijd bereid je rond te leiden. Als zoon van een sharecropper haalde Mose T., zoals hij bekend staat, slechts de derde klas en werkte hij als tuinman, huisschilder en manusje-van-alles. Hij werkte ook af en toe voor een meubelmakerij, waar eind jaren zestig een kist marmer op zijn been viel, zijn enkel verbrijzelde en zijn leven veranderde. Depressief, niet in staat om te werken en dronken, probeerde hij te schilderen. Zijn primitieve, vibrerende beelden - mensen met enorme ronde hoofden en Gumby-achtige lichamen, helrode tomaten aan een kronkelende plant, bloemen in een vaas - hebben in de Corcoran Gallery of Art in Washington, D.C., en New York's Museum of American Folk Art, dat werkt aan een Mose T. Retrospective, gehangen.

Als Mose T. de stad uit is of op bezoek is bij zijn vriendin, Miss Fanny, tref je altijd wel een familielid dat je een gratis rondleiding geeft en je misschien nog een schilderij verkoopt. Een babbelende achterkleinzoon met heldere ogen van ongeveer zes jaar marcheerde ons door het huis en stond erop ons alles in elke kamer te laten zien.

Voor meer kunst van Mose T. of andere Zuidelijke volkskunstenaars kun je het beste terecht bij Art Objects in het Cloverdale kwartier, een paar minuten met de auto buiten het centrum. Eigenares Marcia Weber, die overloopt van enthousiasme voor autodidacten, verkoopt hun werk voor $100 tot $5.000 (alleen op afspraak, 334-262-5349). In New Yorkse galeries moet je dieper in je buidel tasten.

In de avond waagden we ons opnieuw naar Cloverdale voor haar trendy restaurants en bars. Kat and Harri's heeft smakelijk Amerikaans eten en een bluesband, waardoor de mensen blijven dansen. Bij Martin's, een eetgelegenheid met een geweldige Zuidelijke keuken, kun je je volproppen als een kerstgans voor slechts $6, inclusief de ijsthee.

Montgomery heeft niet veel keus wanneer het op hotels aankomt, maar de Riverfront Inn is charmant - een vrachtdepot uit 1890, in 1980 verbouwd tot een Sheraton, met houten vloeren in de lobby en een buitenzwembad ($60 voor een tweepersoonskamer; 334-834-4300).

Landelijk Alabama

Ongeduldig om landelijk Alabama te zien, trokken we de volgende ochtend over een slingerend weggetje zuidwaarts naar Mobile Bay, door 290 kilometer pijnbossen en katoenvelden. Highway 231 naar Troy ligt parallel aan Interstate 65, maar in plaats van saaie snelweggezichten te bieden, doorsnijdt hij ouderwetse stadjes met uithangborden die gekookte pinda's en barbecue aanprijzen. Buiten Troy namen we Highway 29 naar Andalusia om een andere bekende volkskunstenaar te bezoeken, Woodie Long (zie inzet). Zijn zuster drijft de Little Kitchen aan Highway 29 - een goede plaats om te stoppen voor de lunch en aanwijzingen naar Long's hut te vragen.

Het platteland van Andalusia tot Brewton ziet in de nazomer en herfst wit van de katoenvelden - een zacht, etherisch gezicht dat het slopende werk dat de katoenpluk was, verdoezeld. Na Brewton, een houtzagerijstadje net ten noorden van de grens met Florida, verdwijnt het betoverende landschap, waardoor reizigers die per sé Mobile Bay willen bereiken de voorkeur kunnen geven aan de I-65 naar de Bay Minette afslag (route 41 voert van Brewton naar de interstate). Aan de andere kant kunt je je weg vinden over de achterafweggetjes, om de grens met Florida heen over Highway 31 naar Bay Minette en dan naar het zuiden en westen richting kust, waar je de schitterende Route 98 vind; de weg zuidwaarts naar de mooie stranden en slaperige stadjes als Daphne, Fairhope en Point Clear.

Onze bestemming voor deze nacht was het Grand Hotel in Point Clear, een gracieus 220 hectare groot oord aan de oever van de baai, met zoveel sfeer uit het antebellum, dat je verwacht Scarlet O'Hara tussen de magnolia's te ontmoeten. Het hotel was een Confederaal ziekenhuis tijdens de oorlog; vlakbij de golfbaan is een Confederaal ereveld waar 100 ongeïdentificeerde soldaten begraven liggen. Het Grand is nu een Marriott hotel (tweepersoonskamers $125 tot $175, lager buiten het seizoen; 334-928-9201), met mogelijkheden om te golfen, tennissen, zwemmen en paard te rijden. De high tea is het hoogtepunt van de verwennerij. Als je niet in de stemming bent om elegant te dineren in het Grand, heeft de Grill in het stadje uitstekende visgerechten.

Fairhope, net ten noorden van Point Clear, is gesticht als een experiment in 1894, met als theorie dat mensen zouden worden aangemoedigd om te investeren als zij alleen maar belast zouden worden voor het land waar ze op woonden, en niet voor hun inkomsten of omzet. Het stadje zegt de oudste gemeenschap met een enkele belasting in het land te zijn. De eerste kolonisten dachten dat het stadje een `fair hope' op succes bood; geoordeeld naar het prachtige strand, de schone lucht en de ogenschijnlijk goedlopende winkelpromenade moeten wij hen gelijk geven.

Mobile

Aan de overkant van de baai is het vanaf de stadjes aan de oostkust slechts twintig minuten via de I-10 naar Mobile, met haar eikenlanen en statige huizen. De veranda's zijn voornamelijk bedoeld om frisse zeelucht te vangen, maar zijn ook elegant, met zuilen en gedetailleerd smeedijzer. Om iets te proeven van de gracieze antebellum levensstijl, bezoek je Oakleigh House (geopend 10-4 behalve op zondag, 2-4; $5). Onze gids, een oudere dame in een antebellumjurk, vertelde ons hoe James Roper's slaven het huis in 1833 bouwden, waarbij ze stenen maakten uit de klei van het landgoed. Vandaag is het uitgebreid gemeubeleerde herenhuis het middelpunt van een historisch district.

Tijdens de Burgeroorlog waren er binnen Mobile geen schermutselingen, maar de baai was het toneel van één van de belangrijkste zeeslagen uit de Oorlog. Fort Gaines en Fort Morgan, enorme gemetselde forten met stalen oorlogsschepen, bewaakten de monding van de baai. De Confederale admiraal Franklin Buchanan had Unionistische rooftochten voorkomen door mijnen, `torpedoes' genaamd, in het 5 kilometer brede kanaal te plaatsen. Maar op 5 augustus 1864 brak de Unionistische admiraal David Farragut door, volgens de legende uitroepend: "Vergeet de torpedo's. Volle kracht vooruit." Federale troepen bombardeerden de forten met kanonnenvuur. In Fort Gaines vochten meer dan 850 soldaten vier dagen keihard voor ze zich overgaven. De soldaten in Fort Morgan hielden 19 dagen stand. In beide forten kan men tegenwoordig op eigen gelegenheid rondwandelen; je kan de kanonnen bekijken, de kerkers, brieven en andere oorlogsvoorwerpen.

Mobile heeft ketenhotels zoals Holiday Inn, maar wij kozen voor de charmante Malaga Inn, met antiek in de kamers (tweepersoons kamer $60; 800-235-1586). Justine's is een chique eetgelegenheid in het centrum, met een fraaie schildpaddensoep en Gumbo. Voor muziek later op de avond ga je naar Dauphin Street, waar de mensen uit de nachtclubs puilen, wat de straat het aanzien van een beetje wild buurtfeest geeft. Wij gingen naar de Gathering, wat groot, druk en vriendelijk is. Leden van de jazz band babbelden tijdens de pauzes met de klanten.

Toen we de volgende morgen Mobile verlieten over Coastal Highway 90 voor een tocht van 225 kilometer naar New Orleans, maakten we één stop; Ocean Springs, Mississippi - één van de mooiste (en minst toeristische) badplaatsen van de staat. Aunt Jenny's aan Washington Street is een schat waar het visgerechten betreft, met delicate gebakken catfish en `fried green tomatoes'. Aan dezelfde straat, aan de overkant van de snelweg, ligt het Walter Anderson Museum of Art, met subtiele tekeningen, aquarellen en houtsnedes van wilde dieren aan de Golfkust van deze overleden artiest uit Ocean Springs, en zijn magnifieke kamervullende schilderijen van het indianenleven, betaald door de Works Progress Administration in de jaren dertig. Eenzaam werkend op het nabijgelegen Horn Island, verwierf Anderson een reputatie als excentriekeling toen hij duizenden schilderijen en tekeningen maakte. Anderson's broer Peter was de pottenbakker in de familie; zijn kinderen drijven nu de Shearwater Pottery bij de haven.

Vanuit Ocean Springs vlogen we voorbij de casinokust in plaats van te stoppen en ons geluk te beproeven - een keuze die vele anderen waarschijnlijk hebben gemaakt sinds het casinogokken naar Mississippi kwam in 1992. Het gokken verloor veel glans na het eerste enthousiasme; honderden casinomedewerkers zijn ontslagen toen de casino's sloten of afslankten.

Big easy

Vóór ons lonkte de Big Easy. We namen de I-10 West naar New Orleans, de geboortestad van Louis Armstrong. Het Sheraton aan de rand van het French Quarter was een beetje duur (tweepersoons kamer $99-$299, afhankelijk van het seizoen; 504-525-2500), maar hoe dichter je bij het French Quarter bent, hoe beter, aangezien het zwerven langs de clubs, restaurants en galleries een groot deel van het plezier is. We gingen naar één van de bekendste jazz gelegenheden in de stad, het Palm Court Jazz Cafe, waar we een levendige band hoorden en Jambalaya met rode bonen en rijst aten.

New Orleans is misschien wel Amerika's meest multiculturele stad. Afrikaanse, Engelse, Franse, Spaanse en vele andere immigranten (en slaven) hebben elkaar beïnvloed en continu iets nieuws aan de mengelmoes toegevoegd. Zwarten en Franssprekenden werden lang behandeld als tweedeklas burgers. Maar de Voting Right Act uit 1965, progressieve leiders in de stad en scherpe marketing hebben de vele subculturen veranderd in symbolen van burgerlijke trots - en belangrijke toeristentrekkers. Wanneer je Bourbon Street afloopt, waar `Satchmo' T-shirts te koop zijn en blikkerige Dixieland muziek van alle kanten schettert, kun je je afvragen of Armstrong's nalatenschap misschien eerder commercieel dan artistiek is.

Maar de ziel van de New Orleans muziek is te sterk om te worden gecoöpteerd. Het House of Blues, bijvoorbeeld, een ontzettend populaire plaats sinds de opening in 1994, is er één in een keten van drie. Toch stijgt het boven het ketendom uit. De club lijkt op een uit de kluiten gewassen Delta Juke Joint; de muren zijn overladen met volkskunst. En de grote dansvloer is afgeladen met lichamen die bewegen op een onvervalste plaatselijke blues band.

"Het House of Blues is opgezet om de muziek en kunst van de Deep South te bewaren en te eren," vertelt een voorlichtster ons. Ze zegt dat het idee achter de club een "totale uitstalling van de cultuur" is - een terechte opmerking aan het einde van de reis. Dat was ook ons voornemen voor de tocht.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors