Tijdzones

Tijdzones

door Frans Verhagen

'Tijd is geld' verklaarde Benjamin Franklin al in 1748. Maar hoe laat het was, wist hij alleen voor zijn eigen stad Philadelphia. Tot 13 november 1883 had namelijk iedere stad in Amerika zijn eigen tijdsbepaling.

Het midden van dag, oftewel de hoogste stand van de zon, was meestal het ijkpunt. Maar ongelukkigerwijze ligt dat steeds op een ander tijdstip naarmate je verder naar het westen gaat. Vertrek je van de stad New York dan verschuift het midden van de dag met één minuut per 13,5 mijl (20 kilometer) die je westwaarts gaat.

Eigen tijdsmeting

In de negentiende eeuw hielden de meeste Amerikaanse boeren, levend in betrekkelijk isolement, er hun eigen tijdsmeting op na. Klokken en horloges waren voor hen onbetaalbare apparaten, zodat ze zich tot de zon moesten wenden om te weten hoe laat het was. Dat gebeurde met een noon mark, een primitief soort zonnewijzer. Als de schaduw van de stok precies gelijk viel met de lijn die oost en west middelde, dan was de middag begonnen. De treinentrepreneur Jay Gould, die in de jaren vijftig van de negentiende eeuw werkte als landopmeter en kaartenmaker, verdiende in die jaren wat bij door voor boeren het exacte noorden te bepalen, zodat ze de noon mark konden opstellen.

In dorpen en steden werd het midden van de dag vaak gemarkeerd met het luiden van een bel, het afvuren van een kanon of het neerhalen van een tijdsbal van een hoge mast. Veel steden testen nog steeds hun sirenes precies op het midden van de dag en de beroemde bal die in de oudejaarsnacht neerdaalt op Times Square is een restant van deze gebruiken.

In de praktijk was het een rommeltje: als het twaalf uur was in New York dan stond de klok op vijf voor twaalf in Philadelphia, op dertien voor twaalf in Washington en vijf over half twaalf in Pittsburg. De staat Illinois alleen al had 27 verschillende lokale tijden, Indiana had er 23 en Wisconsin liefst 38.

Spoorwegen

Niemand maakte zich daar vreselijk druk over, totdat de spoorwegen over langere afstanden begonnen te rijden en de telegraaf vrijwel zonder tijdsvertraging berichten kon overseinen. Geleidelijk aan werd het moeilijk om afspraken te maken voor reizigers die ergens moesten zijn op een bepaald tijdstip. Handboeken uit die jaren hadden vaak tabellen waaruit een zakenman de lokale tijd kon opmaken, maar naarmate de spoorwegen groeiden en een landelijk systeem opzetten, werd dat problematischer.

Een trein kwam geregeld vroeger aan dan hij was vertrokken. Reizigers klaagden steen en been, om over de treinplanners maar niet te spreken.

In 1848 maakte Groot Brittannië als eerste een doorbraak door met Greenwich Standard Time te gaan werken. Nu was dat voor het Verenigd Koninkrijk niet zo moeilijk: het land beslaat maar acht lengtegraden. Het probleem bij de Verenigde Staten was evident. Van kust naar kust beslaat het land 60 lengtegraden. Als je de lokale tijd in Kansas City de nationale standaard zou maken, dan viel het middaguur in San Francisco om half elf
's ochtends terwijl het in Boston volgens de oude meting al half twee was. Dat werkte dus niet.

Time-Table Convention

In 1872 werd daarom een Time-Table Convention bijeengeroepen. Het was Charles Dowd, de hoofdmeester van de Temple Grove Seminary for Young Girls in Saratoga, New York, die met de suggestie kwam voor een aantal tijdszones. Dit idee sprak de spoorwegen bijzonder aan en er werden verscheidene systemen geopperd.

Het spreek vanzelf dat congresleden tegen waren. Ze durfden niet te erkennen dat iemand anders' tijd beter was dan de lokale tijd in hun district. Ze wilden geen keuze maken. En zo waren het uiteindelijk de spoorwegen zelf die in 1883 in de General Time Convention (zoals de club inmiddels was genoemd) met een standaard kwamen. William F. Allen, de hoofdredacteur van de Official Guide of the Railways, stelde vier zones voor: Eastern, Central, Mountain en Pacific. Hij legde de omslagpunten op respectievelijk de 75ste meridiaan (bij Philadelphia), de 90ste(bij Memphis), de 105e (bij Denver) en de 120ste (bij Fresno, Californië).

Invoering

In oktober 1883 gingen de spoorwegen akkoord met Allen's voorstel en besloten ze vanaf 18 november 1883 met de nieuwe standaard te gaan werken. De invoering ging vrij soepel, zij het niet helemaal zonder problemen.

In New York, handelsstad bij uitstek, gaf de burgemeester opdracht alle stadsklokken op de nieuwe standaard in te stellen en de burgers pasten zich direct aan. In Washington besloot de minister van Justitie echter dat het Congres toestemming moest geven om de klokken te verzetten. De superintendent van de Naval Observatory, de officiële tijdmeter van het land, negeerde de minister simpelweg en telegrafeerde de nieuwe spoorwegtijden naar de klanten met een tijdabonnement. Van de minister werd niets meer gehoord. Natuurlijk waren er protesten. Streng gelovige lieden verklaarden te werken 'op God's tijd, niet die van Vanderbilt'. Een theatraal ingestelde predikant in Tennessee sloeg zijn horloge stuk met een hamer.

Overigens nam het systeem van Allen wel een risico. Het veronderstelde namelijk dat de nulmeridiaan door het Londense Greenwich heen liep. Het probleem was dat destijds geen enkel ander land dat erkende. Meer vergaderen was de oplossing en het Amerikaanse Congres initieerde een internationale conventie. Die vond plaats in 1884. Natuurlijk waren de Fransen fel tegen - als er ergens een nul lag, dan was het natuurlijk wel bij hen. Anderen zagen liever dat de meridiaan midden in de Atlantische Oceaan zou vallen en menig predikant pleitte voor Bethlehem. Gezond verstand overheerste echter en uiteindelijk koos de meerderheid van de afgevaardigden voor Greenwich.

Binnen een paar jaar had iedereen zich aangepast aan de treintijden en liepen alle klokken en horloges gelijk.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors