Red 'assimilatie' van de scherpslijpers
Like ons op Facebook

Red 'assimilatie' van de scherpslijpers

door Frans Verhagen

Sommige woorden verdienen een beter lot dan te verdwijnen in de maalstroom van politieke correctheid. Assimilatie is zo'n woord. Als socioloog heb ik altijd een zwak gehad voor deze klassieke sociologische term. Helaas is assimilatie nu niet meer de beschrijving van een proces maar van een beleid, een doelstelling, zelfs een ideologie. Assimilatie wordt geassocieerd met dwang, met het opgeven van een minderheidscultuur en er zweeft een vage geur omheen van superioriteit van de meerderheidscultuur. Sommigen vinden dat verwerpelijk, anderen willen dat juist. Door assimilatie daarvoor te gebruiken doen beide groepen onrecht aan een waardevol sociologisch concept dat prima beschrijft wat er gebeurt als verschillende groepen in een samenleving zich mengen. Dat is zonde want een betere term voor het proces hebben we niet.

Al voor het begrip bestond, was er het verschijnsel. In de negentiende eeuw zagen Amerikanen hun immigranten geleidelijk aan meer Amerikaans worden en tegelijkertijd Amerika veranderen. Duitse immigranten werden steeds Amerikaanser maar sleutelden ook aan Amerika zoals het was: een saai puriteins land. Ze brachten muziek en theater mee, ze gokten en dronken bier, zelfs op zondag. Amerika werd er een stuk leuker van. Negentiende eeuwers benoemden dit proces niet. Ze vonden het vanzelfsprekend.

Rond 1900 werd assimilatie wel gebruikt maar vaker had men het over de melting pot, een begrip dat al sinds de achttiende eeuw populair was. In een bekend toneelstuk van die naam uit 1908 werd min of meer betoogd dat immigranten als vanzelf opgingen in de Amerikaanse samenleving en dat werd gezien als een unieke kwaliteit van Amerika. Niettemin groeide het ongenoegen over de miljoenen immigranten uit Italië en Rusland terwijl de Eerste Wereldoorlog spanningen veroorzaakte met Duits-Amerikanen. Uiteindelijk sloot Amerika in 1924 zijn grenzen voor de meeste immigranten.

Assimilatie als wetenschappelijk concept dateert van de jaren twintig en is nauw verbonden met de Chicago School van sociologen, vooral met het werk van Robert E. Park en W. I. Thomas. Zij concentreerden hun onderzoek in hun eigen Chicago, de stad met de grootste variëteit aan etnische buurten. Park zag een ontwikkelingspatroon. Volgens hem maakten alle interetnische verhoudingen het zelfde proces door van vier stappen. Het begon met contact, dan concurrentie, vervolgens accommodatie en tenslotte assimilatie. Park en Thomas kwamen met de eerste definitie van assimilatie: 'een proces van interpenetratie en fusie waarin personen en groepen de herinneringen, sentimenten en attitudes van andere personen en groepen verwerven en, door het delen van hun ervaringen en geschiedenis, met hen worden geïncorporeerd'. Individuele verschillen en concurrentie of conflicten tussen groepen verdwenen niet, maar er ontstond genoeg eenheid voor een 'gemeenschap van doelstelling en actie'.

De Chicago School werkte het concept van assimilatie uit door middel van een groot aantal empirisch studies. Een van de originele inzichten was dat assimilatie minder problematisch verliep als de immigrantengroepen hun eigen snelheid van aanpassing aan het Amerikaanse leven mochten hanteren dan wanneer ze gedwongen werden. Later werd Park sceptischer over culturele cohesie als de bepalende eigenschap van assimilatie. Dat was niet zo heel erg nodig. Hij maakte het vervolgens een stuk eenvoudiger door te stellen dat een immigrant geassimileerd is 'zodra hij heeft laten zien dat hij zijn weg kan vinden in het land'. Park was een optimist en benadrukte dat assimilatie een natuurlijk proces was. Een overheid had je er niet voor nodig en trouwens ook niet de beleidsadviezen van de sociale wetenschappen.

Veel sociaal wetenschappelijk onderzoek in de jaren dertig hield zich bezig met de marginalisering van tweede generatie jongeren, vooral Italianen. Die moesten kiezen: helemaal Amerikaan maar altijd gediscrimineerd, helemaal Italiaan en altijd afgezonderd, of ergens er tussenin met moeizame conflicten en veel ruzie. Echt lekker was het nooit. Bij de derde generatie en zeker later bleek er toch een wederzijdse aanpassing te hebben plaatsgevonden. De discriminatie werd minder of verdween, de Italianen werden Amerikaanser en Amerika werd Italiaanser (het is goed om even in herinnering te brengen dat er in het Supreme Court twee katholieke rechters zitten met een Italiaanse achtergrond: Samuel Alito en Antonin Scalia.

Het concept van cultuur, belangrijker gemaakt door antropologie, bracht met zich het gebruik van acculturatie als uitwisselbare term met assimilatie. Het begeleidde de opkomst van cultural pluralism in de jaren vijftig, niet als alternatief maar als een verlicht en liberaal systeem om het doel van assimilatie te bereiken, namelijk een harmonieus verenigde samenleving. Culturen bleven niet apart bestaan, naast elkaar en afgescheiden, maar droegen in al hun variatie bij aan een gemeenschappelijke Amerikaanse cultuur. Deze tolerantie voor diversiteit was nu de liberale orthodoxie geworden: Amerika was één in zijn basiswaarden en de verschillen tussen groepen waren oppervlakkig en gemakkelijk te accepteren.

Tegelijkertijd leidde die eenvormigheid van de jaren vijftig tot de terugkeer van etnisch bewustzijn, ook gestimuleerd door de strijd om de burgerrechten die zwarte Amerikanen voerden. Als zwarten trots waren op hun achtergrond, waarom dan niet Italianen, Duitsers, Chinezen en Nederlanders? De streepjes identiteit werd de norm. Je was Amerikaan maar daarbij ook iemand met een culturele achtergrond.

Deze etnische revival verleidde de sociologen Daniel Patrick Moynihan en Nathan Glazer tot het schrijven van hun klassieker Beyond the melting Pot (1963). Zij lieten zien dat ook na enkele generaties verschillen tussen etnische groepen bleven bestaan maar dat dit maatschappelijke integratie zeker niet verhinderde. In hun visie bleef etniciteit een belangrijk referentiepunt voor lokale stedelijke politiek. Hier ligt een aansluiting met hedendaagse sociologen, zoals in Nederland Han Entzinger, die de mate van integratie afmeten aan wat mensen bindt en niet wat hen scheidt. Er is niets mis met symbolische etniciteit, het je verbonden voelen met de cultuur waarin je opgroeide maar dan vooral als een plezierig extraatje. Op Saint Patricks Day zijn we allemaal even Ieren.

Helaas waren de kritiese sociologen niet erg ontvankelijk voor de complexiteit van het begrip assimilatie. Dat werd nu neergezet als een dwingend concept waarin mensen gedwongen werden hun oude identiteit af te leggen. Het is tijd voor een restauratie. Want gestript van zijn normatieve en ideologische ballast is assimilatie nog steeds een mooi sociologisch concept dat aangeeft wat er gebeurt met immigranten en hun kinderen. Het is geen beleid, het is geen doel, maar een proces en naar zijn aard loopt dat proces over meerdere generaties. Pas als de in het land geboren tweede generatie serieus maatschappelijk actief is, kun je meten wat er precies gebeurd is. Meestal is pas in de derde of vierde generatie duidelijk dát assimilatie heeft plaats gevonden.

De sociologen Richard Alba en Victor Nee hebben het voortouw genomen bij deze herwaardering. Zij definiëren assimilatie als de 'vermindering van een etnische onderscheid en de daaraan gekoppelde culturele en sociale verschillen'. Opnieuw hoeft daarin etniciteit niet te verdwijnen: al assimilerend kunnen groepen sterke etnische of andere markeringspunten neerzetten. Alba en Nee's uitgangspunt is dat assimilatie vrijwel altijd het gevolg is van keuzes van individuen, zoals bepaald onderwijs volgen, ergens gaan wonen of een bepaalde baan nemen. Dat hoeven geen bewust keuzes te zijn. Mooi samengevat: 'Assimilatie is iets dat vaak gebeurt met mensen terwijl ze andere plannen maken.'

In elk geval is gedwongen assimilatie, of assimilatie als beleidsdoelstelling, meestal niet effectief gebleken. Beleid dat immigrantenculturen probeerde te breken, de mensen probeerde te spreiden en ze onder druk zetten, werkte averechts, riep actief verzet op. Ook is het goed steeds te benadrukken dat er alleen maar een meerderheidsgroep is om dat er eerder groepen geassimileerd zijn. In ons verzuilde en historisch diverse Nederland zou dat een bij uitstek herkenbaar verschijnsel moeten zijn.

Laten we eens kijken wat we met assimilatie kunnen in de Nederlandse context. Ik volg daarbij Alba en Nee's indeling in drie mechanismen die assimilatie sturen, qua snelheid en qua intensiteit. Het eerste is het institutionele effect via de wet en overheidsbeleid waardoor discriminatie onacceptabel is geworden. Daarmee is racisme of discriminatie nog niet verdwenen maar het is geen standaard of gelegitimeerd denken meer. Je kunt vaststellen dat de weerstand tegen Ieren, Italianen, Chinezen en Joden in de VS altijd aanmerkelijk harder en wreder was dan wat we in Nederland hebben meegemaakt. Ons land is geen paradijs maar immigranten en hun kinderen vinden weinig formele obstakels op hun weg naar zelfverbetering. De voorwaarden voor assimilatie zijn beter dan ooit.

Een tweede mechanisme zijn de dagelijks beslissingen van individuele immigranten en hun nazaten. Die leiden vaak tot assimilatie, niet zozeer als uitgesproken doelstelling maar wel als onbedoeld gevolg. Als ouders hun kinderen alleen Engels (of Nederlands) leren, als kinderen hoger onderwijs volgen, als ze deelnemen aan de samenleving dan ontstaat er vanzelf grensvervaging. Dat is de reden dat sommige immigrantenouders zich verzetten tegen de invloed van scholen. Die openen de wereld en zijn daarom de vijand, zoals ook orthodoxe gelovigen weten. Je hebt als immigrantenkind twee keuzes. Je kunt bouwen op de mogelijkheden in je eigen gemeenschap of je volgt een 'mainstream'-strategie richting onderwijssysteem en open arbeidsmarkt. In Nederland kiest de tweede generatie massaal voor deze weg.

Een derde mechanisme is de rol van de immigrantengemeenschappen en netwerken die mede bepalen hoe hun leden inspelen op het leven in hun nieuwe land. Door als groep bepaalde normen vast te leggen en te handhaven, kun je de grens scherper of vager maken. Ik denk aan voorbeelden als de Ieren die sociaal gezien afstand namen van de zwarten om te voorkomen dat ze in dezelfde raciale hoek werden gezet. Alba noemt ook het voorbeeld van Duitse joden in New York die hun charitatieve kracht gebruikten om de Oost Europese joden te helpen. Ze waren bang dat hun armlastige bestaan het imago van alle joden onderuit zou halen (ook in het Amsterdam van de zeventiende eeuw speelde dat). Het zijn gevallen waarin de etnische gemeenschap zelf assimilatie vergemakkelijkt, in essentie door hun de waarden en verwachtingen van hun eigen leden te beïnvloeden. Turkse Nederlanders die onlangs een noodkreet lieten horen over een deel van hun jongeren, zouden dit mechanisme moeten gebruiken.

Alba en Nee voeren het concept in van een grensgebied ('social boundary') waarin individuen in hun dagelijks leven navigeren en dat hun houding tegenover anderen vorm geeft. Assimilatie kun je dan zien als het geleidelijk aan vervagen van zo'n grens: mensen aan weerszijden zien elkaar steeds meer als hetzelfde. Zij zijn wij. Een grens die eerst heel duidelijk was, zoals waar je woont of wat voor werk je doet, kan vervagen. Klassiek voorbeeld zijn natuurlijk de compleet geassimileerde en vaak geseculariseerde Joden die hun eigen feestdagen en rituelen bewaren en bewaken.

Zo gezien zijn er drie manieren van assimileren, van het wegwerken van die grenzen. Je kunt 'grenzen oversteken': een individu neemt als individu de meerderheidscultuur over en stapt uit zijn eigen cultuur. Er kan zijn van 'grensvervaging': de grens wordt onduidelijk, je kunt jezelf presenteren als lid van beide gemeenschappen. Je bent Turkse Nederlander of Nederlandse Turk. Of, minder vaak voorkomend, de grens kan 'verschuiven': outsiders worden insiders. Zo zijn in Amerika de Ieren en de Joden uiteindelijk gewaardeerd onderdeel geworden van de meerderheidscultuur. Assimilatie is geen éénrichtingverkeer.

Het is ook zeker niet zo dat assimilatie onvermijdelijk is. Er zijn vele varianten mogelijk, waardoor zelfs behoorlijk onderscheiden groepen deel uitmaken van de samenleving. Want al assimileren de meeste groepen in hun geheel, er zijn altijd enclaves geweest van mensen die de oude stijl behielden. Zoals de Amerikanen de Amish hebben, hebben wij Staphorst en de Hoekse Waard. We hebben ons verzekerings- en inentingssysteem er zelfs aan aangepast. Van Amerika weten we dat sommige rassen, zwarten en aziaten, niet móchten assimileren. Maar zelfs bij die groepen bleek na verloop van tijd assimilatie het eindresultaat.

Assimilatie blijkt zo een heel nuttig en veel waarden vrijer concept dan de afgelopen decennia deden vermoeden. Het heden lijkt meer op het verleden dan dat het ervan verschilt en de meeste etnische minderheden zullen de meerderheidscultuur overnemen en zelf veranderen, zoals andere groepen dat in het verleden deden. Het vereist wel een lange termijn visie: je moet over enige generaties heen kijken anders zie je niets. Assimilatie is altijd een proces van lange adem.

Voldoende reden om het concept van assimilatie - ik noem het expres niet een theorie - een nieuw leven te geven. Want als we zien wat er in Nederland gebeurt, zoals geïllustreerd door de cijfers van CBS en SCP, dan past assimilatie daar heel mooi op. We zien dat onze tweede en aan derde generatie als geheel steeds meer neigt naar het gemiddelde van de Nederlandse samenleving, en zelf dat gemiddelde verandert. Een heel gevarieerd, multicultureel Nederland wordt steeds gevarieerder, met nieuwe culturen toegevoegd aan het bestand, onderwijl steeds moeiteloos vaststellend dat we allemaal toch wel heel Nederlands zijn. Assimilatie kortom, u ziet het om u heen. Het is niet goed en het is niet slecht, het is er gewoon. Tijd voor de terugkeer van dit mooie concept.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors