Inkomensongelijkheid VS
Like ons op Facebook

Inkomensongelijkheid VS

door Frans Verhagen

De Amerikaanse droom is voor iedereen. Maar het is niet altijd gemakkelijk dat te geloven. Sinds 1929 is de inkomens ongelijkheid in de Verenigde Staten niet zo hoog geweest als nu. Het verschil tussen arme Amerikanen, middenklasse en vooral superrijke Amerikanen is groter dan ooit. De één procent superrijken verdienen inkomens die gewone mensen zich niet kunnen voorstellen.

De Amerikaanse droom

Net als in de jaren twintig waren de afgelopen jaren een periode van groei van de bedrijfswinsten en de topinkomens, maar ook van een stijging van de schulden per huishouden. In de jaren dertig liep dat uit op bank faillissementen en de Grote Depressie. En ook nu maken veel Amerikanen zich zorgen.

Maar niet over die inkomensongelijkheid op zich. Amerikanen dromen er namelijk van om zelf ook rijk te worden, heel erg rijk. Een beetje kort door de bocht mogen we dat de Amerikaanse droom noemen. Het idee dat je, ook als je als een dubbeltje bent geboren een kwartje kunt worden of zelfs een multimiljonair. Amerikanen dromen graag en dat moet de reden zijn dat zowat iedereen zichzelf rekent tot de middenklasse: dat geldt voor 85 procent van alle Amerikanen. Cijfermatig gezien is dat nogal vreemd. De mediaan van het Amerikaanse gezinsinkomen is 48.201 dollar: de helft verdient meer, de helft verdient minder. Dat lijkt aardig maar dit getal versluiert enorme inkomensverschillen: negentien procent verdient namelijk meer dan 100.000 dollar en 28 procent minder dan 25.000 dollar. Dan houd je nog maar 53 procent over die er tussenin zit - dat klinkt al meer als een middenklasse.

Maar het is juist hun manier van leven die gevaar loopt. Een leven van relatieve rijkdom. Deze middenklasse bezit in elk geval zoveel dat je het kunt kwijt raken: een huis, twee auto's, misschien een boot. Dat leven wordt steeds moeilijker. Want ondanks de economische groei stagneren de inkomens al jaren terwijl de kosten voor huizen, scholen, auto's en ziekteverzekeringen stevig stijgen. Tweeverdieners anno nu houden minder over dan een éénverdiener in 1970. Bovendien zitten ze tot over hun oren in de schulden. In zekere zin zijn arme Amerikanen gelukkiger: ze hebben vrijwel niets en kunnen dus ook weinig verliezen.

Nauwelijks verzet

Het opmerkelijke is dat er nauwelijks verzet is geweest tegen de sterke groei van de inkomensongelijkheid. Maar de onderwerpen die hier indirect mee te maken hebben zijn wel degelijk belangrijk in de politieke campagnes. De zorgen over de economie verklaart de afkeer van wereldhandel, de haat tegen immigranten, de wens voor ziektekostenverzekeringen, en de angst voor de dalende huizenprijzen. Deze campagne zal meer over klasse en over inkomen gaan dan lange tijd het geval was.

In dat verband moeten we de opmerking zien die Barack Obama vorige week maakte over de bitterheid van langdurige werkloze ex-fabrieksarbeiders. Hij had gelijk dat deze groep bitter is maar politiek was het slimmer geweest als hij hen de bedreigde middenklasse had genoemd. Soms is het beter om even niet de waarheid te zeggen in een campagne. En die waarheid is dat de verschillen tussen arm en rijk in Amerika gigantisch zijn en dat de Amerikaanse droom voor weinig mensen is weggelegd.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors