De aantrekkingskracht van Ron Paul
Like ons op Facebook

De aantrekkingskracht van Ron Paul

door Frans Verhagen

Hoe is het mogelijk dat Ron Paul, een 76 jarige Texaanse beroepspoliticus, zo hoog scoort in de Republikeinse voorverkiezingen? President zal Ron Paul nooit worden, maar hij heeft wel een prominente rol.

Vooral in debatten, caucuses en voorverkiezingen. Het is mogelijk dat hij wint in Iowa en door het systeem van evenredige verdeling van de stemmen dat de Republikeinen dit jaar hanteren, zal Paul in elk geval een paar maanden nadrukkelijk aanwezig blijven.

Zijn leeftijd en uitstraling ten spijt is Ron Paul populair bij studenten. Dat komt omdat libertarisme populair is bij studenten. Ayn Rand, de patroonheilige van het libertarisme, verkoopt pakken boeken, vooral aan enthousiaste jongeren die haar woorden wegen als ware gelovigen. Alle aanhangers van Rand zijn gedreven gelovigen en als je ze wegzet als een licht geschift mens dat vuistdikke boeken schreef met bordpapieren karakters die een bizar leven leiden dan levert dat geheid een stortvloed aan ingezonden emails op.

De aanhangers van Paul worden Paulista's genoemd. Ze zijn niet alleen fanatiek, actief, ideologisch recht in de leer maar vooral ook consistent. Daarom tellen de peilcijfers van Paul zwaarder dan die van andere kandidaten. Wie Paul steunt doet dat niet om een niet-Romney te vinden of omdat de smaak van de maand uitgewerkt is. Pauls aanhang is trouw en gedreven. Zijn fans komen opdagen en doen wat ze moeten doen en in Iowa is dat kiezers overhalen en naar de caucusbijeenkomsten brengen. Dat Paul überhaupt serieus genomen wordt, al was het maar als spoiler, is een enorme vooruitgang voor de kandidaat die in 2008 als vijfde eindigde. De vraag is dan ook niet waarom Paul zo goed scoort maar waarom hij zoveel volgelingen heeft.

Het antwoord is, kort samengevat: Paul vindt dat de overheid vrijwel niets goed kan doen en eigenlijk moet worden ingetoomd tot het allernoodzakelijkste. Om met Pauls in Republikeinse kringen meest revolutionaire gedachte te beginnen: hij past dat principe ook toe op buitenlandse politiek. De meeste conservatieven mogen een hekel hebben aan de overheid, bij de debatten dit najaar bleek dat ze vrijwel allemaal graag flink te keer gaan in de buitenlandse politiek. Het was nog net niet Trumans doctrine of Kennedy's belofte om elke last te dragen, maar in het wapengekletter over Iran kwamen de kandidaten aardig in de buurt. Paul was de enige die min of meer verstandig klonk.

Ron Pauls beleid op dit terrein valt samen te vatten als 'leave us alone and bring home the troops', isolationisme pur sang. Hoewel dat bij Republikeinen die rondlopen met 'exceptionalisme' of 'American Greatness' ideeën slecht valt, is het niet een stellingname die veel kiezers bij voorbaat afstoot. Het is een sterke onderstroom in de Amerikaanse politiek en zeker bij de Republikeinen. Paul staat ook in een lange traditie. Het was John Quincy Adams die als minister van Buitenlandse Zaken stelde 'Amerikanen gaat niet naar het buitenland op zoek naar monsters om te verslaan.' De aanhangers van Paul zijn dol op deze quote en komen er te pas en te onpas mee op de proppen.

In 2008 had Paul het lef om te zeggen dat 9/11 geen onverwachte reactie was op de manier waarop Amerika zich in de wereld gedroeg. Hij kreeg tonnen hoon en woede over zich heen van politici als John McCain en Rudy Giuliani. Ze komen niet hier, zei Paul, om ons aan te vallen omdat ze zo jaloers op ons zijn. Ze komen omdat wij dáár zijn. Paul stelt ook dat de regering Bush de aanval op 9/11 uitbuitte om Irak binnen te vallen. Het zijn beide opinies die een redelijk afstandelijke analist kan maken (proberen 9/11 te verklaren, rechtvaardigt de terreur nog niet, maar dat is een nuance die niet besteed is aan andere Republikeinen zoals Michele Bachmann, waarvoor Paul een stevig dédain heeft) maar Paul durft ze in de politiek in te brengen en krijgt de wind van voren. Volgens een lid van de editorial board van de Wall Street Journal is Paul een 'propagandist voor onze vijanden' en dat vat de establishment kritiek wel ongeveer samen. Nodeloos te zeggen dat Paul zich ook niet voor het karretje van Israël laat spannen en rustig durft te zeggen dat de VS wel eens andere belangen heeft en die moet behartigen.

Het aardige en soms verwarrende is dat Pauls ideeën over de rol van de overheid in de economie hem een lieveling van de Teaparty en ook van de Wall Street Journal zouden moeten maken - al is in het Wall Street Journal geval Pauls stelling dat al die banken en verzekeraars in 2008 maar failliet hadden moeten gaan nou weer niet zo populair. Ook zijn pleidooi voor een terugkeer naar de goudstandaard plaatst hem vooral in het gezelschap van de extreme academici of goudhandelaren zoals we die ook in Nederland een paar kennen.

Paul is uiteraard een ferm tegenstander van de Federal Reserve Bank en de vermeende invloed van de centrale bank op de Amerikaanse economie, hij zou de Fed onmiddellijk afschaffen. Ook hier vertegenwoordigt hij een lange traditie in de Amerikaanse politiek. Andrew Jackson won in 1832 al eens een campagne met strijd tegen een nationale bank en het duurde tot 1913 voor de VS een Federal Reserve kende. Paul en zijn libertijnse vrienden moeten er niets van hebben. De markt kan het allemaal zelf wel af.

Een politieke rally van Paul bestaat uit een lezing op van dertig minuten over monetaire politiek, de gevaren van buitenlandse interventies, de vrije markt en de manier waarop de vrijheid in de meest absolute zin van alle kanten wordt bedreigd. Bezuinigen onder president Paul zouden behoorlijk ver gaan: hij wil geen 4000 miljard dollar bezuinigen, zoals de meest vergaande Republikein in het Huis, maar 10.000 miljard van de begroting snijden. Het restant zou hij herverdelen over algemene pensioenen, enige zorg voor kinderen en niet veel meer. In een debat zei hij dat iemand die om wat voor reden geen ziektekostenverzekering heeft en in een levensbedreigende situatie komt, dat aan zichzelf te wijten heeft en daar de consequenties van moet dragen. Het leverde hem applaus op. Een vrouw die zei dat ze wegens haar borstkanker werd geweigerd door verzekeraars moest maar hulp zoeken bij de kerken en ziekenhuizen die draaien op liefdadigheid, vond Paul. Het kostte hem in elk geval één stem, die van de betreffende vrouw.

Want Paul is recht in de leer en in elk geval oprecht in zijn verdediging ervan. Hij houdt geen politieke praatjes om stemmen te winnen maar hij verkondigt het woord als een predikant en laat zich niet afleiden door het feit dat sommige stellingnames mogelijk onpopulair zijn. Het Republikeinse establishment haat hem, al zien ze hem als degene die de andere gevaren voor dat establishment, de oncontroleerbare Newt Gingrich of een radicale geloofskandidaat, kan afremmen ten bate van Mitt Romney. Wat dat establishment zorgen baart, of zou moeten baren, is dat veel kiezers lijken aangetrokken tot Paul omdat hij de enige is die consistent is, die al jaren dezelfde boodschap verkondigt.

Dat doet Paul al 24 jaar als afgevaardigde voor de Republikeinen uit een conservatief district in Texas. Hij was van huis uit gynaecoloog, vandaar dat hij door menigeen als Dr. Paul wordt betiteld - een dissertatie schreef hij nooit. Dit is zijn laatste jaar als afgevaardigde, Paul heeft aangekondigd dat hij in 2012 eigenlijk alleen met de presidentsverkiezingen bezig wil zijn. Mogelijk een aanwijzing dat hij een derde partij kandidatuur overweegt als hij in de voorverkiezingen redelijk scoort maar door zijn onverkiesbaarheid met lege handen blijft staan.

Paul heeft een niet onomstreden achtergrond. In de jaren tachtig en negentig hield hij zich intens bezig met de meer radicale en zelfs gevaarlijke elementen van de anti-overheidsgroepen in de VS, de paranoïde mensen die denken dat de Verenigde Naties binnenkort de wereldmacht overnemen. Deze groepen schurken vaak dicht aan tegen de neonazi's of white supremacy fanatici en in een nieuwsbrief die onder Pauls hoofdredactie werd gepubliceerd, verscheen in die jaren nogal wat onappetijtelijke racistische en antisemitische taal. In 2008 werd Paul daar al mee geconfronteerd en ontkwam hij aan langdurige aandacht omdat hij niet echt meedeed. Maar het onderwerp is nu terug en Pauls reactie in een CNN interview eerder deze maand - kwaad weglopen - heeft hem geen goed gedaan. Hij betoonde zich ongewoon wezelachtig in het ontduiken van de verantwoordelijkheid voor wat onder zijn naam en voor zijn politieke fondsenwerving werd geproduceerd. Het is moeilijk te geloven dat hij daar niets van wist.

De Republikeinse kandidaat zal Paul niet worden maar zijn geloof, het libertarisme, is de laatste jaren populair. Onder jongeren, vooral onder studenten, zou je libertarisme het marxisme van deze tijd kunnen noemen. Zoals in de jaren zestig en zeventig menig student werd verleid tot het gesloten en samenhangende systeem dat marxisme leek te bieden, met een antwoord op elke mogelijke vraag, zo is dat nu libertarisme.

In de Verenigde Staten zijn de libertarians al tamelijk lang in opkomst, nog afgezien van de aanhangers van Ayn Rand die al eerder in machtsposities kwamen, zoals de nu wat minder gerespecteerde Federal Reserve president Alan Greenspan. Er is al heel lang een Libertarian Party. Hun kandidaat in 1980, de totaal onbekende Ed Clark, scoorde toen 1,1 procent van de stemmen bij de landelijke verkiezingen, hun beste prestatie ooit. Het was ook de eerste keer dat ze in alle vijftig staten meededen. Ron Paul zelf was in 1988 de kandidaat van de Libertarian Party maar hij kwam niet verder dan 0,5 procent. In 2008 was Bob Barr, een omstreden afgevaardigde en intellectuele lichtgewicht, de Libertarian kandidaat in 46 staten. Hij haalde toen 0,4 procent van de stemmen. Het Cato Institute is sinds de jaren tachtig een interessante denk tank die meer invloed heeft in Washington dan zijn radicale gedachtegoed zou doen verwachten. Wat hen interessant maakt is hetzelfde dat Ron Paul populariteit geeft: ze nemen opmerkelijke standpunten in en redeneren die door. Daarmee zetten ze mensen aan het denken en met enige regelmaat worden ideeën opgepikt.

Het is mogelijk dat Ron Paul na zijn tot mislukken gedoemde rol in de Republikeinse voorverkiezingen zich opnieuw tot kandidaat laat kiezen voor de Libertarian Party. Als afgevaardigde op leeftijd geeft Paul er weinig om wat er overblijft van zijn reputatie en wil hij best het Republikeinse karretje de sloot in duwen. De enige overweging die hem zou kunnen weerhouden kan de politieke toekomst zijn van zijn zoon Rand Paul die nu senator is voor de staat Tennessee. Aan de andere kant is Paul een ware gelovige die deze kans om een groot podium voor zijn overtuigingen te vinden niet zal laten lopen. En gegeven de opkomst van het libertarisme is het niet onmogelijk dat juist zijn zoon daarvan zal profiteren. In elk geval zijn de Republikeinen nog niet af van deze oude man.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors