Banen uit China komen terug naar de VS

Banen uit China komen terug naar de VS

door Frans Verhagen

Of het president Obama zal helpen bij de komende verkiezingen is de vraag, maar het lijkt beter te gaan dan lang gedacht met het scheppen van banen in de productiesector in de Verenigde Staten.

De afgelopen twee jaar hebben Amerikaanse bedrijven in deze sector zo'n 490.000 nieuwe banen gecreëerd. Dat is lang niet voldoende om het banenverlies tijdens de recessie te compenseren maar voor het eerst sinds het begin van de jaren negentig is er sprake van serieuze groei in deze sector. Het is een ontwikkeling die 'reshoring' wordt genoemd: in plaats van banen naar China te verschepen ('off shore'), brengen bedrijven nu banen terug naar de VS.

Bekende productiebedrijven als General Electic en Otis Elevator zetten de toon, maar recente beslissingen van Google laten zien dat deze ontwikkeling zelfs in de high tech sfeer plaats heeft. Overigens is de productiesector (manufacturing in de Amerikaanse terminologie) in zijn totale toegevoegde waarde altijd blijven groeien, ook al zijn sinds het hoogtepunt in 1979 toen er twintig miljoen Amerikanen in werkten zo'n twaalf miljoen banen verdwenen. De Verenigde Staten sloot daarmee aan bij een wereldwijd patroon: overal in de westerse wereld verdwenen banen in de productiesector. Ook Duitsland en Japan verloren banen, vooral in de autoproductie, staal en andere zware industrie, maar ook in de assemblage van elektrische apparatuur. De Amerikaanse rustbelt, de vele leegstaande fabrieken in het hartland van Amerika, in staten als Ohio, Michigan en Indiana, dateert al van de jaren tachtig.

Deels was dit banenverlies een gevolg van rationalisering en productiviteitsverbeterende technologie, deels verdwenen de banen naar Zuid Oost Azië, eerst naar tijgerlanden als Taiwan en Zuid Korea, later naar China. Een van de belangrijke redenen was dat China in 2001 toegelaten werd tot de World Trade Organization (WTO) waardoor allerlei barrières wegvielen op voorwaarde van evenredige uitruil (die volgens Amerikaanse politici helemaal niet plaats vindt). Sindsdien kreeg China er veertig miljoen fabrieksbanen bij. Die trend lijkt nu te stokken en er lijkt zelfs een omgekeerde stroom van banen op gang gekomen, een ontwikkeling die volgens Boston Consultancy Group nog veel verder zal gaan. Het consultantsbureau verwacht in een in augustus 2011 verschenen rapport Made in America, Again, dat dit tegen 2020 minstens drie miljoen banen op kan leveren.

Belastingvoordelen en aansporingen

Kien op goed nieuws, wees president Obama er al op in zijn State of the Union in januari. Het was een gouden kans die gepakt moest worden, vond hij. In april hield Obama een toespraak in Albany waarin hij vaststelde dat 'het voor veel bedrijven nu zinnig is om banen terug naar huis te brengen'. Hij pleitte voor een creatief industriebeleid dat deze ontwikkeling zou stimuleren. En inderdaad loopt zijn regering voorop in het uitdelen van belastingvoordelen en aansporingen om deze trend te versnellen, waarbij ze nog het liefst probeert investeringen te sturen naar die gebieden die de afgelopen decennia zoveel banen verloren.

Steeds vaker ook doken er artikelen op over bedrijven die deze trend bevestigden. Zo werkt Master Lock, een producent van sloten in Milwaukee, voor het eerst in vijftien jaar op volle productiecapaciteit. Het produceert nu meer dan het bedrijf toen deed, maar doet dat met 412 werknemers, 750 minder dan vijftien jaar geleden.

General Electric en Caterpillar, ooit grote werkgevers in het Midden Westen, investeren nu weer in productie in Amerika. Sinds 2009 heeft GE plannen aangekondigd die 11.000 productiebanen moeten opleveren. En kijk naar Detroit, de stad die het meest heeft geleden onder de de-industrialisering van de VS en steevast wordt opgevoerd als een van de hopeloze gevallen in de rustbelt. Voor het eerst in jaren worden er in Detroit weer televisies gemaakt. Weliswaar is Element Electronics is een relatief klein bedrijf maar de terugkeer van de televisieproductie op Amerikaanse bodem wordt als significant gezien. GE maakt weer white goods, de Amerikaanse benaming voor wasmachines, droogtrommels en dergelijke in Louisville, Kentucky. Het bedrijf maakte gebruik van een contract met vakbonden dat het gemiddelde loon flink omlaag bracht en kreeg ruime subsidies van staats, stads en federale overheden. Overigens is het de vraag of de concurrentie van regio's en steden door allerlei voordelen aan te bieden niet tot weggegooid geld leidt aangezien bedrijven die toch al wilden investeren nu ongegeneerd kunnen shoppen naar de beste voordelen.

GE nieuwe investering was ook een aardig succes voor president Obama die de baas van GE, Jeffrey Immelt, in 2009 benoemde tot voorzitter van zijn commissie om banen te scheppen (waarna we er overigens weinig meer van hoorden). 'Er is een gevoel dat we een wereldwijde renaissance van de industriële productie meemaken', zegt Immelt nu. Dat vindt ook de Boston Consulting Group die in zijn Made in America rapport stelde dat een derde deel van alle Amerikaanse bedrijven met meer dan een miljard omzet overwoog om zijn productie terug te brengen naar de VS. Het bureau voorspelde dat het twee tot drie miljoenen banen op kan leveren. Maar je moet er ook niet al te veel van maken: maar een kwart van deze banen zou direct in de productie zitten.

Gestegen arbeidsproductiviteit

Behalve gedaalde loonkosten in industrietakken die vroeger sterk georganiseerd waren, speelt de toegenomen productiviteit van de Amerikaanse arbeiders een rol. In een nieuw boek, The New Geography of Jobs, berekent de econoom Enrico Moretti van de University of California at Berkeley dat de gemiddelde Amerikaanse fabrieksarbeider tegenwoordig 180.000 dollar aan goederen per jaar produceert, drie maal zoveel als in 1978 (in dollars van nu). Investering in technologie en arbeidsbesparende productietechnieken betalen zichzelf terug.

Net als vroeger in de autoindustrie is het rimpeleffect van grote bedrijven belangrijk. In de glorietijd van General Motors en de andere autoproducenten leverde iedere baan in de fabriek drie tot vijf banen op in de omgeving, zowel in de toelevering als de dienstverlening. Die dynamiek rondom grote ondernemingen is niet veranderd.

Volgens Moretti zorgen de 33.000 werknemers van Apple in Cupertino (in Silicon Valley) voor 171.000 banen in de regio. Manufacture is daarvoor een slechte terminologie want als we het hebben over traditionele producten dan 'produceert' Apple bijzonder weinig in Californië. Maar ondertussen zijn alle bedrijven die apps ontwikkelen, evenmin een 'product' dat je kunt aanraken of omarmen, er wel van afhankelijk. Andere producten maar dezelfde dynamiek.

Deze vaststelling laat zien hoe belangrijk wereldwijd opererende bedrijven wel degelijk kunnen zijn voor lokale economieën. Je kunt eenvoudig vaststellen dat de meeste nieuwe banen in de VS zijn niet gevoelig zijn voor globale temperatuurswisselingen. Het gaat om banen als schoonmakers, kinderoppassen en tuinlieden, mensen die dingen voor je doen die je zelf niet wilt doen en ook dingen die je niet door iemand ver weg kunt laten doen. Soms gaat het om laaggeschoold en uitwisselbaar werk, maar evengoed betreft het doktoren, juristen en vaklui, zoals loodgieters en dakdekkers. Het is die sector van afgeleide dienstverlening die in de jaren tussen 1990 en 2008 de meeste nieuwe banen schiep, volgens een studie van New York University goed voor meer dan 27 miljoen banen. Dit zijn banen die niet kúnnen vertrekken. Maar ze hangen wel degelijk af van de banen van de mensen die zich deze dienstverleners kunnen permitteren, vandaar de bereidheid van overheden om bedrijven die zo'n vliegwielfunctie kunnen hebben, te subsidiëren. En dat geldt nog sterker in de nieuwe industrieën: volgens Moretti levert iedere baan in de 'innovatie' industrie drie maal zoveel afgeleide banen op als een productiebaan, deels hoog opgeleide professionals, deels lage lonen banen als papierschuiver of werknemer in de diner.

Hogere lonen China, lagere lonen in VS

Subsidies zijn één reden om in Amerika zelf te produceren maar vooral zitten er structurele factoren achter die veel vertellen over de handelsstromen in de wereld en de comparatieve voordelen van verschillende landen. Een van de belangrijkste redenen dat productiebanen terugkomen naar de VS is simpelweg dat de lonen in China flink zijn gestegen. Zolang je in China mensen voor 58 cent per uur aan het werk kon houden, was een Amerikaans alternatief niet aantrekkelijk. Maar nu de lonen in de kustgebieden van China zijn gestegen tot drie en soms wel zes dollar per uur, is dat veranderd. Nog steeds zijn dat aanzienlijk lagere uurlonen dan in de VS maar de Amerikaanse productiviteit is veel hoger. Textiel is al aan het vertrekken naar Vietnam, Thailand en binnenkort Myanmar. Voor andere producten geldt dat Mexico nog steeds aantrekkelijk is met een combinatie van lage lonen en korte afstanden (investeringen in Mexico worden 'near shoring' genoemd). Bovenop de gestegen loonkosten geldt dat in China de prijzen voor energiegebruik zijn gestegen, net als de huur van bedrijfspanden.

De hoge olieprijzen - ironisch genoeg deels veroorzaakt door China - maken het transport van kant en klare producten minder aantrekkelijk. Het is duur, risicovol en kost veelt tijd waarin kapitaal vastzit dat elders beter gebruikt kan worden. In Mexico gemaakte producten zijn in twee dagen op de Amerikaanse markt, vanuit China duurt het minstens 21 dagen. Voor sommige bedrijfstakken, zoals grootbeeldtelevisies, speelt ook een rol dat de VS hoge importtarieven hanteert voor kant en klare producten. Veel belangrijker nog, want een blijvende verandering, is de investering die bedrijven hebben gemaakt in arbeidsbesparende technologie waardoor de factor arbeid gewoon minder relevant is.

Wat werkt voor grote televisies die meer dan 500 dollar kosten in de winkel, of wat geldt voor wasmachines en andere grote apparaten gaat niet vanzelfsprekend op voor kleine elektrische apparaten zoals broodroosters en andere klein grut. Daar zijn de transportkosten minder relevant en blijft het voordelig om ze overzees te maken. Als het groot en ingewikkeld is dan wordt het wel belangrijk om producten lokaal te assembleren. Zo heeft Siemens in Charlotte, North Carolina, een fabriek opgezet om gasturbines te maken. In die context moet ook de beslissing van Airbus gezien worden om in Amerika te produceren, al spelen daar ook politieke overwegingen een rol.

Een van de problemen waar deze nieuwe producenten tegenaan lopen is het verval van de industriebasis in de VS. Zo moeten de componenten voor de televisies van Element Electronics ingevoerd worden uit Aziatische landen: er is geen lokale producent meer van onderdelen.

Een ander probleem dat veel zegt over de staat van de Amerikaanse economie is het gebrek aan opleiding van potentiële werknemers. Element liet nota bene Chinese arbeiders naar Detroit komen om zijn werknemers te trainen. Volgens Deloitte en de National Association of Manufacturers zijn er liefst 600.000 vacatures in de productiesector, simpelweg omdat er geen adequaat opgeleide werknemers zijn te vinden. Het geeft aan dat een behoorlijk industriebeleid meer moet zijn dan subsidies, het moet ook zorgen voor een goede infrastructuur, behoorlijke opleidingen en een plezierig leefklimaat voor schaarse hoogopgeleide werknemers. Allemaal koren op de molen van president Obama, al weet hij er tot nog toe weinig inspirerend vorm aan te geven. Zijn commentaar dat entrepreneurs 'het niet alleen deden' probeerde iets in deze richting maar Obama formuleerde het zo klungelig dat de Republikeinen het juist gebruikten om te tamboereren op zijn gebrek aan inzicht.

Netwerken

Een van de belangrijkste factoren is wat ze in de zakenwereld 'networked manufacturing' noemen, de term voor een intensieve wereldwijde uitwisseling van ideeën en vaardigheden tussen leveranciers, producenten en productontwikkelaars. Daardoor kun je ook in een land met relatief hoge lonen concurrerend zijn. Volgens de CEO van ABB is dit een van de redenen dat bedrijven minder snel vertrekken uit hoge lonen landen, volgens andere bedrijven is het een reden om productie die ooit werd weggehaald weer terug te laten komen.

Of neem Google dat pas net begint met het maken van tastbare apparaten. Volgens een artikel in de New York Times maakt het bedrijf de draadloze Nexus Q media player, onlangs op de markt gebracht, helemaal in eigen land. Op de onderkant staat 'Designed and manufactured in the U.S.A.', plezierig maar niet erg relevant voor consumenten. Die betalen een hoge prijs om andere redenen dan economisch patriottisme. Maar het geeft een goed gevoel aan een land dat zijn tanden knarst als blijkt dat de kleding van de Olympische ploeg in China is gefabriceerd. Google voegt nog een veelgehoorde reden toe aan de structurele factoren voor deze ontwikkeling: zorg over diefstal van 'intellectual property' in landen als China.

Maar de belangrijkste overweging voor Google is eigenlijk tamelijk eenvoudig: in een markt waarin time-to-market een competitief voordeel is, is het voor ontwerpers en technici nou eenmaal gemakkelijker om tien minuten te rijden naar de fabriek dan zestien uur te vliegen. De bedrijven die hiermee werken zijn snel, sluw en leveren betere kwaliteit. Een andere factor is trends die te maken hebben met distributie en klantgerichte productie, je wilt flexibel kunnen zijn.

Google is voorzichtig. In de New York Times noemen ze het 'een experiment'. De grootste uitdaging was het vinden van leveranciers van onderdelen die in de buurt zaten. Het web van toeleveranciers dat in China aanwezig is, bijvoorbeeld rondom de assemblage operaties van Foxconn, is vaak cruciaal. Daarmee kun je een verandering in het ontwerp in een paar uur laten uitvoeren. Uiteindelijk slaagde Google erin om alle componenten in de VS te verkrijgen en wist het een bedrijf te vinden in het Midden Westen dat een speciaal ontworpen metalen basis kon maken. Halfgeleiders was een groter probleem, die worden soms in de VS gemaakt maar dan naar Azië vervoerd om met andere componenten samengevoegd te worden. De Q word nu gemaakt op 15 minuten van het hoofdkwartier van Google.

Ook niet onbelangrijk is de vaardigheid om technologische ontwikkelingen in verschillende velden aan elkaar te koppelen en dat vergt meer kennis dan overzees soms aanwezig is. Verder kan met korte lijnen het productieproces gemakkelijker worden toegesneden op de eisen van klanten, zeker bij gecompliceerde producten. Waar de markt veel vaker dit soort specifieke producten vraagt, wordt die vaardigheid steeds belangrijker. Een ander modewoord is dan ook 'cluster dynamics', het groeperen van toeleveranciers in een beperkt geografisch gebied niet zozeer om dichtbij de producten te zitten maar om de uitwisseling van ideeën scherp te houden.

Sceptici

Niet iedereen loopt mee in de good nieuws parade. Business Week meldde in een kritisch artikel dat reshoring feitelijk maar weinig banen oplevert en dat er nog steeds banen verdwenen. Een concurrent van BSC, het consultancy bureau Hackett Group, publiceerde een rapport dat concludeerde dat de VS nog steeds banen verliest en dat het netto effect van beide ontwikkelingen nul was.

Andere sceptici wijzen erop dat de loonkosten in Azië nog steeds zoveel lager zijn dan in de VS dat het zo snel niet zal veranderen. De Ipads en telefoons van Apple zullen niet snel meer in de VS worden geproduceerd, waar de onderneming te maken krijgt met minder flexibele en minder uit te buiten werknemers, vakbonden en andere problemen zoals striktere milieuregels. Ook de kleine producten, speelgoed, kammen en wat al niet zullen zeker niet naar Amerika terugkeren.

Reshoring of terugkeer van banen is geen goede benaming van deze trend, of in elk geval zet hij op het verkeerde been. Want de structurele factoren erachter maken duidelijk dat de banen die verloren zijn aan China en andere lage lonen landen niet 'terugkomen'. Het zijn andere banen. In het gunstigste geval, zoals bij Google, vereisen ze meer vaardigheden of deskundigheid en betalen relatief goed.

De conclusie van de columnist van de New York Times was dat innovatie en niet productie op zich de vooruitgang van Amerika bepaalt. Dat is belangrijk in de afweging voor de mate waarin de overheid een 'industriebeleid' wil voeren waarin bedrijven worden aangetrokken te investeren. Het belonen van bedrijven die weer dingen produceren in de VS is dan minder aantrekkelijk en minder effectief als het stimuleren van bedrijven die dingen bedenken die wereldmarkten bedienen en de rest van Amerika van banen voorzien. Overheden moeten creatiever zijn dan simpelweg belastingvoordelen aanbieden en Obama zal meer moeten bedenken dan de eenvoudige formule in zijn State of the Union.

Volgens de Financial Times heeft de nieuwe ontwikkeling, 'de veranderde wereldwijde machtsbalans in de productie van goederen' het potentieel om 'van winnaars verliezers te maken en van also-rans kampioenen'. Als de oude economieën een kans hebben om terrein terug te winnen dat ze eerder verloren aan nieuwkomers als China en India, dan is het hier. Volgens de CEO van Siemens is 'her-industrialisatie' overal waar hij komt een prioriteit in het politieke denken.

De krant meent dat dit niet de 'platte wereld' is die Thomas Friedman ooit voorzag in zijn boek met die titel. Meer landen en meer bedrijven kunnen concurreren maar ze doen dat juist heel divers. Organisatie en creativiteit bepalen de kansen. De trend is onmiskenbaar. Waren tot voor kort bedrijven als HP, Dell en Apple vooral ontwerpbureaus en marketingorganisaties, nu worden ze ook weer productiebedrijven in de VS zelf. Ook de beslissing van Airbus om in Amerika te gaan produceren past in dit patroon, al gelden daarvoor ook politieke overwegingen.

Het zou een onverwachte opsteker zijn voor president Obama als deze banen een rol gaan spelen in de verkiezingen. Als hij erin slaagt om Immelt en andere CEO's van grote bedrijven dit positieve verhaal te laten vertellen zou het de ondankbare dwarsigheid van Wall Street tegenover de president misschien wat temperen. Maar niets werkt natuurlijk beter dan lagere werkloosheidcijfers in de VS zelf. En als dat toch net wat te lang duurt, dan kan Obama altijd nog aan Romney verwijten dat hij degene was die de banen naar China exporteerde.

Like deze pagina

Specialisten Amerika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Amerika kenner
Sponsors