|
|
|
|
|---|---|---|
|
Jouw site over de presidentsverkiezingen 2008 | ||
| Deze onafhankelijke website en de lezingenreeks voor middelbare scholieren zijn een initiatief van: John Adams Institute Amerika.nl |
Waar wil je heen? |
Inhoudsopgave Opdrachten Dagelijks volgen verkiezingsnieuws
|
|
Alles weten over Obama? Lees dit boek: 120 pag's, € 9,95 Gemaakt door en onder redactionele verantwoordelijkheid van Copyright 2004: |
Kiesmannen/Electoral votes |
Ga ook hier kijken, voor een tabel met kiesmannen e.d. | |
Het Amerikaanse kiessysteem is nogal gecompliceerd maar het zit logisch in elkaar. In geen enkel opzicht lijkt het op wat we in Europa gewend zijn. Op 2 november wordt helemaal geen president gekozen Het belangrijkste wat je je moet realiseren is dat het op 2 november allemaal gaat om de kiesmannen. De kandidaat met de meerderheid aan kiesmannen wint, niet de kandidaat met de meeste stemmen. Het is niet zo dat de stemmen niet meetellen, maar je moet de meerderheid halen per staat. Dan krijg je namelijk alle kiesmannen van die staat. Als de Democraten bijvoorbeeld 50,1 procent halen in Californië en de Republikeinen 49,1 procent, dan gaan alle 55 kiesmannen van Californië naar de Democraten. Als de stemverhouding 60 procent tegen 40 procent was, zou dat ook gebeuren. Hoe komt het nou dat Californië 55 kiesmannen heeft? Elke staat heeft zoveel kiesmannen als hij Afgevaardigden en Senatoren in het Congres heeft, in het geval van Californië 53 Afgevaardigden en 2 senatoren. Alle staten hebben een aantal Afgevaardigden dat gebaseerd op het aantal inwoners van die staat (dun bevolkte staten als North Dakota en Wyoming hebben maar 1 Afgevaardigde) en elke staat heeft 2 Senatoren, ongeacht hoe groot hij is en hoeveel mensen er wonen. Verduidelijking. Ik heb het niet helemaal helder opgeschreven, gezien de vragen. Iedere kandidaat heeft een lijst met zijn eigen kiesmannen. In Californië heeft Bush er 55, Kerry 55 en Nader 55. Voorbeelden van aantallen kiesmannen:
In totaal zijn er in Amerika 538 kiesmannen en om een meerderheid te halen moet je er dus minstens 270 bij elkaar sprokkelen. Het is even wennen, zo’n systeem, maar als je gewoon per staat kijkt wie kan winnen en dan de kiesmannen optelt, zie je de uitslag. Hoe kan het nou dat iemand meer stemmen heeft en toch niet de meeste kiesmannen? Dat kan gebeuren als in grote, dichtbevolkte staten veel mensen komen stemmen op één bepaalde kandidaat. Dat gebeurde in 2000 bijvoorbeeld in Californië en New York voor de Democraten. In veel andere staten was het kiele, kiele. In New Mexico, Iowa, New Hampshire, Wisconsin en Florida lagen Bush en Gore dicht bij elkaar. Het pakte nu net zo uit dat Bush voldoende kiesmannen had voor een meerderheid, terwijl Gore net vijf kiesmannen tekort kwam. Klik hier voor een kaart die de aantallen kiesmannen per staat aangeeft. Er is dan nog geen president gekozen. Volgens de Grondwet komen die kiesmannen namelijk pas op 18 december bijeen in de hoofdstad van hun staat. Daar brengen zij hun stem uit: iedere kiesman heeft er één voor president en één voor vice-president. Kiesmannen zijn niet verplicht hun eigen kandidaten te kiezen, maar dat doen ze meestal wel. Er is wel een geval bekend, uit 1988, dat een kiesman van Dukakis zo kwaad was over diens campagne, dat hij zijn stemmen omdraaide en koos voor de vice-presidentskandidaat, Lloyd Bentsen. De uitgebrachte stemmen worden verzegeld en opgestuurd naar de voorzitter van de Senaat in Washington, die ze op 6 januari 2001 openmaakt en de uitslag voorleest aan beide kamers van het Congres. Degene met een absolute meerderheid, dat wil zeggen minstens 270 stemmen, wordt president. Waarom dat rare systeem met die kiesmannen? Hoewel het in Florida in 2000 lelijk mis ging, levert het systeem in de praktijk meestal stabiele en duidelijke resultaten op. Als er problemen zijn dan beperkt zich dat tot één of een paar staten. Je hoeft niet alles over te tellen. Het levert meestal ook duidelijke meerderheden op, grotere verschillen in kiesmannen dan in stemmen. Zo lijkt de president duidelijker gekozen en kan hij gemakkelijker de stap maken om de president van iedereen te zijn. Het systeem dateert ook uit een tijd dat de politiek graag werkte met getrapte verkiezingen. Bovendien was de communicatie in 1790 nog niet zo snel, dus met die kiesmannen had je ruim de tijd om naar Washington te gaan en de beslissingen te nemen. Allemaal heel duidelijk. In een tijd van minder haast en moeizame logistiek, was dit een mooi getrapt systeem: zo kon je rustig stemmen tellen, kiesmannen bijeen laten komen en de koerier naar Washington sturen. Het past in het Amerikaanse stelsel dat staten beslissen. Bovendien vonden de Founding Fathers dat die kiesmannen een mooie buffer waren tussen kiezers en gekozenen, terwijl het systeem ook zorgde voor een duidelijke meerderheid in het kiescollege, ook als de stemmen dicht bijeen lagen. Zo kon Bill Clinton in 1992 winnen met 42 % van de stemmen (George Bush de Oudere had 37 % en een derde kandidaat, Ross Perot, had 20 %) maar hij had wel een dikke meerderheid in het kiescollege. Is dat onrechtvaardig? Ach, elk systeem heeft zijn nadelen. In Nederland hebben een we een evenredige vertegenwoordiging. Dat betekent dat in het parlement elke stem vertegenwoordigd is maar doordat er kleine partijen zijn die zelden of nooit invloed hebben, zijn sommige kiezers toch ondervertegenwoordigd. Bovendien moet er altijd een compromis gesloten worden om te kunnen regeren want niemand heeft de absolute meerderheid. In Amerika heeft de president in elk geval duidelijk een meerderheid gehaald (als er niemand een meerderheid aan kiesmannen haalt, dan gebeurt er weer wat anders). Houd je van lijstjes, klik dan hier |
Kijk hieronder links voor een nadere verduidelijking van die kiesmannen. | |