Geld en de verkiezingen

 

Jouw site over de presidentsverkiezingen 2008

Deze onafhankelijke website en de lezingenreeks voor middelbare scholieren zijn een initiatief van:

John Adams Institute

Amerika.nl
Waar wil je heen?

Inhoudsopgave

Rondleiding

Kiessysteem

Partijen en kandidaten

Onderwerpen in verkiezingsstrijd

Achtergronden


Geschiedenis

Opdrachten

Vaak gestelde vragen

Dagelijks volgen verkiezingsnieuws

Alles weten over Obama? Lees dit boek:

Klik hier voor meer over het Obama boek. Nu al tweede druk.

120 pag's, € 9,95


Gemaakt door en onder redactionele verantwoordelijkheid van
Big Sky Productions BV

Big Sky Productions zijn de Amerika-experts. Klik hier voor lezingen, artikelen, informatie.

Copyright 2004:
u mag downloaden wat u wilt voor privé gebruik, maar hergebruik op het internet of anders wordt vervolgd.

Colofon

Geld en verkiezingen


Dit belooft de duurste presidentscampagne aller tijden te worden. Dat geld een rol speelt, is onomstreden, maar het wil niet zeggen dat degene met het meeste geld in de bank ook wint. Volgens Thomas Mann van Brookings zou het goed kunnen dat er een miljard dollar omgaat in deze campagne. Hij baseert zijn cijfers niet alleen op wat de kandidaten bij elkaar sprokkelen maar ook wat hun partijen en bondgenoten doen.

Onzeker is nog hoe groot de bijdrage zal zijn van ‘outside groups' zoals Americans Coming Together of het Media Fund, beide aan de Democratische kant, die respectievelijk 90 en 50 miljoen dollar denken te gaan verzamelen en uitgeven. Deze groepen hebben als doel Bush te verslaan en lopen flink voor op hun eigen meest optimistische schema's.

Volgens sommigen (de Republikeinen bijvoorbeeld) gebruiken deze groepen – bekend als 527's – een gat in de campagne financieringswet. Zij hebben de Federal Election Commision gevraagd de ‘soft money ban' op hun werkzaamheden toe te passen. De 527's zijn gebruikt door de anti-Kerry veteranen.

President Bush had begin februari 145 miljoen dollar in kas en rekent op 200 miljoen in totaal. In 2000 gaf Bush meer uit dan Gore, 185 miljoen tegenover 120 miljoen. Van dit laatste bedrag was 67,5 miljoen afkomstig uit de federale kas, als ‘matching funds', omdat Gore zich daarvoor beschikbaar had gemaakt. Dit jaar hebben zowel Bush als Kerry gezegd dat ze niet wachten op federaal geld, wat betekent dat ze ook niet gebonden zijn aan de regels die daarmee samen gaan.

Excessen rond Nixon

Sinds mensenheugenis, en nog veel verder terug, is geld al een probleem in de Amerikaanse verkiezingsstrijd. Na de excessen van Richard Nixon, rond 1970, culminerend in Watergate, werd het systeem herzien. Maar zoals dat gaat, dat leverde weer nieuwe problemen op. De korte versie van het lange verhaal is dat iedere Amerikaanse politicus, afgevaardigde of senator, burgemeester of president, geld nodig heeft om campagne te voeren. Meer geld is meer publiciteit, zo simpel is het. Zo stromen iedere verkiezing weer honderden miljoenen dollars in de campagne kassen. Volgens puristen is dat de essentie van het recht op vrije meningsuiting, volgens sceptici is het de corruptie van het democratisch systeem.

Volgens praktische politici is het een voorwaarde om verkiezingen te winnen. Vandaar dat presidenten proberen hun ambt te gelde te maken, in de zin dat ze door optredens en gunsten mensen hopen over te halen om genereus in de buidel te tasten. Bush houdt patriottische toespraken om op zijn Irak faam te teren, Clinton verhuurde in feite de Lincoln Bedroom in het Witte Huis om een centje extra voor de campagne over te houden. Het kan soms bizarre en dreigende vormen aannemen, zoals de Chinese en Indonesische financiers die in 1996 in de Democratische campagne opdoken en Clinton nog aardig wat problemen opleverden. De schuld ligt in het systeem: hoe meer geld een noodzaak is, des te meer zullen politici er alles voor doen.

In 2000 was het codewoord soft money. Dat was geld waarmee de campagne financierings regels werden ontdoken. Het werd namelijk in brede zin aan een partij gegeven door rijke donateurs, waarna die partij het ook in brede zin moest gebruiken. Maar ja, als je in de presidentsverkiezingen als Republikein 'in algemene zin' campagne voert voor belastingverlaging of herstel van moraal in het Witte Huis, wie zou dat dan ten goede komen? Individuen mogen wel geld geven aan kandidaten. Dit is vastgelegd in een Supreme Court uitspraak van 1975 (Buckely vs. Valeo) die vaststelde dat het geven van een vorm van meningsuiting was die door de grondwet werd beschermd. Het congres beperkte het bedrag daarvoor tot $ 1000 in 2000. 

McCain Feingold

In 2002 werd de McCain-Feingold wet aangenomen, een moedige poging van deze twee senatoren (John McCain van Arizona en Russ Feingold van Wisconsin) om het systeem te hervormen. De belangrijkste regel in de wet is een ban op soft money, de ongereguleerde donaties aan de partijen. Het bedrag dat individuen aan een kandidaat voor een specifieke campagne kan geven, 'hard money' werd verdubbeld van $ 1000 naar $2000. Een andere hervorming was het verbieden van 'phoney issue ads', dwz. commercials die zogenaamd over algemene zaken gingen, maar in werkelijkheid de kandidaten direct ten goede kwam. De wet bant dat soort commercials in de zestig dagen voor een algemene verkiezing en in de dertig dagen voor een primary.

Hoewel de wet is aangenomen is de strijd erover nog niet voorbij (Bush tekende de wet met forse tegenzin - hij zag wel in dat het geen positieve reclame was om hem te vetoën - maar nodigde bijvoorbeeld McCain daarbij niet uit).   Senator Mitch McConnell van Kentucky, een van de grootste tegenstanders, bracht de zaak voor de rechter. Maar uiteindelijk zal het Supreme Court er wel over moeten beslissen.

De federale rechters die zich in de tussentijd erover uitspraken leken eerst de ban op soft money af te wijzen, maar dat lijkt nu niet het geval. Het was inderdaad zo dat de rechters de ban als geheel onconstitutioneel verklaarden, zodat partijen wel degelijk soft money kunnen inzamelen. Maar dat kunnen ze alleen nog voor algemeen campagne voeren dat niets met de kandidaten te maken heeft: registratie van kiezers, get-outthe-vote drives e.d. 

De dollars mochten niet worden uitgegeven voor campagnes om kandidaten voor nationale ambten te promoten of aan te vallen. Zo werd de basis van McCain-Feingold in elk geval overeind gehouden. Ook het deel van de wet dat kandidaten voor een federaal ambt verbiedt om ook maar ergens voor soft geld in te zamelen, werd overeind gehouden. Dus voor afgevaardigden, senatoren en presidenten is het afgelopen met soft money.

De 60 dagen werden niet goedgekeurd maar wel een back up definitie in de wet: geen advertenties op enig tijdstip als ze met soft money zijn gekocht. De rechters waren het er overigens mee eens dat soft money duidelijk probeert om de wetgeving tav campagne financiering heen te komen. Ze stelden ook vast dat soms niet duidelijk is waar geld vandaan komt. 

Matching funds

Er mag geen systeem zijn van publieke financiering van verkiezingen in de VS, dat wil niet zeggen dat de publieke financiën niet hun steen bijdragen. Vanaf het begin van zijn campagne mag een presidentskandidaat namelijk het equivalent van het door hem ingezamelde geld vragen aan de overheid. Die verdubbelt dus dat bedrag. Maar dan moet de kandidaat zich wel aan bepaalde regels houden. De meeste kandidaten kiezen voor dit systeem. Het betekent dat iedere dollar wordt 'gematched' tot een bedrag van 250 $ per gift, onder voorwaarde dat de kandidaat niet meer dan $ 40 miljoen dollar uitgeeft in de periode van de primaries. Dit maximum is de reden dat sommige kandidaten het liever zelf financieren, zoals in 1996 en 2000 de steenrijke Steve Forbes. Niet dat hij er veel stemmen mee haalde, maar het kostte hem wel een hoop geld. 

Algemeen publieke financiering

Er zijn drie stadia van algemene fondsenverschaffing:
- matching grants voor de primaries
- een block grant voor de conventies
- een block grant voor de algemene verkiezingen

Om geld te krijgen moeten kandidaten minsten $ 100.000  in individuele donaties verzamelen, met in minstens 20 staten $ 5000 elk. Kandidaten die er niet in slagen om minstens 10 % van de stemmen te halen in twee opeenvolgende primaries verliezen hun recht op verdere betalingen, tenzij en totdat ze minstens 20 % halen in een latere primary. Dit is de reden dat na de eerste twee voorverkiezingen veel kandidaten afhaken (en ook dat veel snelle mislukkelingen nog jarenlang schulden afbetalen, zoals John Glenn, Bruce Babbit en andere moesten). 

De twee grote partijen krijgen automatisch een grant voor het houden van hun presidentiële conventies. Kleine partijen krijgen een kleinere subsidie, voor zover ze in de voorgaande verkiezing meer dan 5 % van de stemmen hebben gehaald. In 2000 kreeg de partij van Ross Perot (goed voor 12 % in 1996) dus nog wel geld, maar in 2004 niet, na de wanprestatie van Pat Buchanan die de partij in 2000 overnam. 

Beide grote partijen krijgen een block grant voor de algemene verkiezingen, terwijl kleine partijen een bedrag krijgen dat proportioneel is voor het aantal stemmen dat ze eerder behaalden. 

In 2000 gaf de Bush campagne $ 193 mln uit, waarvan $ 101 mln. uit donaties van individuen en $ 67 mln van de overheid in matching funds. De Gore campagne had $ 132 mln te verspijkeren. 

De Bush campagne stelt zich in 2004 ten doel het dubbele binnen te halen en uit te geven. Als iedereen nou zijn belastingvoordeel dat hij van Bush heeft gekregen terug investeert, dan komt hij een heel eind. 

Gecompliceerd systeem? You bet! Zelfs de meeste specialisten snappen er niet veel van. Haast routinematig komt de Federal Election Commission jaren na verkiezingen tot de conclusie dat er regels zijn overtreden. Maar ja, dan is het al te laat. 


 

Terug naar systeem