Buitenlands beleid als issue in de verkiezingen van 2004

 

Jouw site over de presidentsverkiezingen 2008

Deze onafhankelijke website en de lezingenreeks voor middelbare scholieren zijn een initiatief van:

John Adams Institute

Amerika.nl
Waar wil je heen?

Inhoudsopgave

Rondleiding

Kiessysteem

Partijen en kandidaten

Onderwerpen in verkiezingsstrijd

Achtergronden


Geschiedenis

Opdrachten

Vaak gestelde vragen

Dagelijks volgen verkiezingsnieuws

Alles weten over Obama? Lees dit boek:

Klik hier voor meer over het Obama boek. Nu al tweede druk.

120 pag's, € 9,95


Gemaakt door en onder redactionele verantwoordelijkheid van
Big Sky Productions BV

Big Sky Productions zijn de Amerika-experts. Klik hier voor lezingen, artikelen, informatie.

Copyright 2004:
u mag downloaden wat u wilt voor privé gebruik, maar hergebruik op het internet of anders wordt vervolgd.

Colofon

Buitenlandse politiek


Europeanen zijn nooit gelukkig geweest met George W. Bush. Op het ogenblik heeft weinig vrienden in het buitenland. Zelfs de mensen die hem hebben geholpen de afgelopen jaren, zoals de Engelse premier Blair en de Australische premier Howard, zijn nu wat koeler. Dat komt allemaal door Irak, waar Bush zijn eigen gang ging en volgens zijn tegenstanders, ook John Kerry, te weinig moeite deed om hulp van bondgenoten te krijgen.

Elf september: grote veranderingen

Elf september heeft alles veranderd, maar hoe precies, dat is nog niet duidelijk. Tot en met de aanval op Irak profiteerde Bush van zijn optreden na die aanval op Amerika. Zijn beleid was na 9/11 echter heel anders dan daarvoor. In plaats van een neo-realistisch machts balanceren en een afweging van de Amerikaanse directe belangen, koos Bush voor een assertief beleid van interventie. Of dat zijn belangrijkste doel, het bestrijden van terrorisme, heeft geholpen, staat nog te bezien. Volgens kritici heeft Irak het juist aandacht en energie afgeleid van de strijd tegen terrorisme.

Buitenlands beleid verandert niet zoveel

Wat veel mensen vergeten, is dat de continuïteit in buitenlands beleid altijd veel groter is dan de verkiezingsretoriek doet vermoeden. Wat Ronald Reagan wrochtte in 1981 was niet zoveel anders dan waar Jimmy Carter mee bezig was: hogere defensieuitgaven na de Russische aanval op Afghanistan, geen wapenbeheersingsonderhandelingen met de Sovjet Unie, middenlange afstandswapens in Europa etc. Het eerste jaar van de regering Bush was niet zo revolutionair afwijkend van de laatste jaren van Clinton. Amerika en Engeland hadden uiteindelijk al heel wat keren gezamenlijk Irak gebombardeerd, iedere keer als Saddam probeerde wat hij kon doen met de no fly zones en Europa pruttelde iedere keer. het Kyoto verdrag werd wel door Clinton ondertekend maar met de zekerheid dat het Congres het toch niet zou ratificeren, ongeacht wie er president zou zijn. Amerika's ongenoegen en onzekerheid over nation building was groot genoeg om interventies zoals in Haïti en Kosovo minder waarschijnlijk te maken en een stevige reserve in acht te nemen voor de volgende klus zou worden gestart.

Als kandidaat pleitte George W. Bush voor terughoudendheid. In debat met Gore zei hij zelfs dat een bescheiden Amerika meer respect af zou dwingen dan een al te actief land. Famous last words! Na 11 september onderging het denken van Bush en de zijnen een radicale wijziging, leidend tot de nieuwe nationale veiligheidsstrategie waarin ook preventieve en pre-emptieve oorlogen een plaats vonden. (klik hier voor een artikel over die strategie). Aangezien de Democraten deze jaren in gelukzalige oppositie doorbrachten is van hen op buitenlands gebied weinig tot niets vernomen. Maar als je er wat op moest zetten, zou de beste voorspelling zijn dat er geen revolutionaire veranderingen zullen komen.

De Democraten zullen moeten werken met wat ze op 20 januari 2005 aantreffen. Ze zullen hard aan het werk moeten om een visie te ontwikkelen. Waar ze het over eens zijn, in de woorden van Zbigniew Brzezinski is de analyse dat het wereldbeeld van president Bush 'paranoïde' is, en heeft geleid tot twee verontrustende fenomenen: het verlies van internationale geloofwaardigheid van de VS en een groeiend Amerikaans isolationisme. 
De aandacht voor bondgenootschappen, vooral met Europa, zal onder zowel een Democratische als een Republikeinse regering aan de orde komen. Maar de Democraten zullen met open armen worden ontvangen in de rest van de wereld waar de onbehouwen manieren van Bush, Rumsfeld en Wolfowitz nogal wat wantrouwen hebben opgewekt. 
Dat Amerika de wereld niet kan leiden puur op basis van zijn militaire macht, lijkt pijnlijk duidelijk na de oorlog in Irak. Buitenlands beleid moet een mengeling zijn van militaire macht, diplomatie, economische macht en vertrouwen. Er is een hoop werk aan de winkel. Kerry zal zeker beloven dat hij de geschade relaties met Europa zal verbeteren - Bush zal dat ook wel moeten doen, maar hij heeft dan veel weerstand tegen zijn persoon en zijn beleid te overwinnen. In die zin hebben de Democraten het gemakkelijker als ze nu met een schone lei kunnen beginnen.

portret van Condoleeza Rice, Bush' veiligheidsadviseur


Verschillende regio's

Stemmen van de oppositie:

Terug naar onderwerpen