Onbewerkte
Archieven

De meest complete website over de Verenigde Staten.

REIZEN IN DE VS | BULLETINBOARD | POLITIEK DAGBOEK | NABESTELLEN AMERIKA'S

HOME
REIZEN IN DE VS
SAMENLEVING EN POLITIEK
VISITCANADA.NL
VERKIEZINGEN
2004
  POLITIEK DAGBOEK
MEEST GESTELDE VRAGEN
SYSTEEM VERKIEZINGEN
REPUBLIKEINEN
DEMOCRATEN
ONDERWERPEN
ACHTERGROND
VERKIEZINGEN 2000, ARCHIEF
POLITIEK ALGEMEEN
STAATSRECHTELIJK SYSTEEM
ALLE PRESIDENTEN
ALLE VERKIEZINGEN SINDS 1788
ARTIKELEN OVER POLITIEK
VERKIEZINGEN 2004 MET ARCHIEF 2000
BOEKBESPREKINGEN

Nu in de boekwinkel:

200 pag's € 9,95

Copyright 2004:
Big Sky Productions BV

U kunt downloaden en opslaan wat u wilt, maar misbruik van het copyright door hergebruik zal vervolgd worden.

Big Sky Productions
de Amerika-kenners

klik hier voor meer informatie


Disclaimer: wij proberen onze informatie up to date en juist te houden maar kunnen niet garanderen dat op de site verschafte informatie ook klopt. Aan de hier verschafte informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Campagnes werken!
Posted 24 januari
Leve het Amerikaanse campagnesysteem

Door Frans Verhagen

Vandaag gaan de Amerikanen weer van start met hun bizar ogende manier om presidenten te kiezen. Toch doen ze dat zo gek nog niet, gegeven hun politieke systeem. Uiteindelijk moeten de Amerikanen iemand kiezen die ze nu nog maar nauwelijks kennen, waar ze vier jaar niet vanaf kunnen en voor onbekende omstandigheden. Kortom, ze nemen een sprong in het diepe en stellen wel enige eisen aan degene die hen daartoe uitnodigt. Het mooie van het campagnesysteem is dat het ongeschikte en minder campabele lieden genadeloos ontmaskert. En dat de kiezers die dan heerlijk naar huis kunnen sturen.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de campagne van 1988, toen George Bush Sr de vloer aanveegde met Michael Dukakis. Menig weldenkend Amerikaan was na acht jaar Reagan bereid om een faire kans te geven aan Dukakis, een weldenkende, rustige en beschaafde man die als gouverneur van Massachusetts zijn staat had omgevormd van een roestvaalt tot een centrum van high tech. Dukakis gold als een Nieuwe Democraat: bewogen en betrokken maar rationeel en niet gevangen in het big government-denken. George Bush was voor veel mensen een whimp, een slappeling, die zijn ziel had verkocht aan Ronald Reagan en nog nooit was betrapt op eigen ideëen.

Aan het eind van de campagne was duidelijk dat Dukakis niet geschikt was om president te worden. Hij was overmoedig, arrogant, had zijn campagne niet onder controle, kon niet organiseren, niet debateren, verdedigde zich halfslachtig als hij werd aangevallen, zag er niet presidentieel uit en gedroeg zich evenmin zo - kortom: de opeenstapeling van indrukken tijdens de campagne maakte duidelijk dat hij vooral geen president moest worden. De Amerikanen kozen massaal voor Bush, niet uit liefde of overtuiging, maar op basis van gezond verstand.

Het was een duidelijke keuze gebaseerd op duidelijke motieven, gegrond in wat mensen het jaar daarvoor hadden gezien.

Dukakis is niet het enige voorbeeld. In 1964 en 1972 gingen respectievelijk Barry Goldwater en George McGovern aan een soortgelijke zelfdestructie ten onder. Achteraf lijkt het alsof die twee altijd al kansloos waren, maar zo vanzelfsprekend was dat niet. In het begin weet het land gewoon nog weinig van de kandidaten. Soms gaat het zelfs andersom: dan blijkt een onbekende ineens meer in huis te hebben dan iedereen dacht. Kijk naar Wendell Willkie in 1940 en Jimmy Carter in 1976. Het kiezen voor Ronald Reagan in 1980 was gebaseerd op de indruk die hij in de campagne maakte. Zo verrassen Bill Bradley en John McCain dit verkiezingsjaar.

Ontelbaar is het aantal kandidaten dat ooit veelbelovend oogde maar in het voorverkiezingsproces werd vermalen door incompetentie of domheid. Phil Gramm, Gary Hart, John Glenn, Alan Cranson en ik kan u nog tien onbekende namen noemen: allemaal capabele politici die dachten dat ze als president iets konden betekenen. U hoeft er geen traan om te laten. Een campagne is een test. Een vuile test, een harde test, maar wel een relevante test. Deze heren waren niet geschikt.

Er wordt vaak over geklaagd: het zou de beste mensen buitenspel zetten, het zou de verkeerde eisen stellen. Dat is niet zo. Het Amerikaanse systeem is niet ideaal, maar het het doet feilloos wat het moet doen: ongeschikte mensen uit het Witte Huis houden. Dat betekent niet dat wie er wél terechtkomt bij uitstek gekwalificeerd is, maar ja, niemand weet wat een president een succes maakt en dan is het nog niet zo gek je neer te leggen bij een systeem dat in elk geval dommeriken, luiaards, radicalen en gevaarlijke gekken buiten de deur houdt.

Ik wil maar zeggen: campagnes zijn nuttig. Ze zijn een mooie leerschool voor de grote mensen wereld. Tijdens een campagne moet een kandidaat niet alleen zichzelf definiëren en het vertrouwen winnen, hij moet ook laten zien dat hij een organisatie kan runnen, de juiste mensen kan aantrekken, financiers enthousiast kan maken, kortom, hij moet tonen dat hij iets in zijn mars heeft. Dat vertelt een hoop. Wat moet je met een kandidaat die zijn campagnehoofdkwartier vollaadt met duurbetaalde adviseurs die hem vertellen dat een cirkel rond is en een vierkant hoeken heeft? Zal die straks in het Witte Huis wel op eigen benen kunnen staan? Waren al die onthullingen over Clinton in 1992 nu echt zo irrelevant?

Zelfs het geld is belangrijk. Want ook hier geldt dat de vaardigheid om dat geld los te krijgen minstens twee dingen duidelijk maakt. Ten eerste laat het zien of de kandidaat een minimum van steun heeft bij mensen die geld over hebben voor politiek. Het lijkt alsof dat alleen maar rijke en/of conservatieve politici bevoordeelt, maar dat is niet zo. Niet alle rijken zijn onverbeterlijk conservatief of hebzuchtig. Hollywood en Silicon Valley zijn bijvoorbeeld tamelijk liberaal. Ook als het campagnesysteem hervormd zou worden, moeten kandidaten steun verwerven en ik denk dat de dynamiek niet fundamenteel verandert.

Ten tweede vereist geld inzamelen een organisatie én een boodschap. Als Elizabeth Dole al in november 1999 moest afhaken, dan was dat vanwege haar falen om een boodschap uit te dragen of een geloofwaardige campagne op poten te zetten. Geen boodschap, geen geld. Kijk maar naar Bill Bradley die op eigen kracht meer geld heeft ingezameld dan vice-president Gore. Hij overtuigt, Dole niet. Geld smeert niet alleen, het selecteert ook.

Het verklaart ook waarom al die vervelende vragen worden gesteld. Bush’ verschrikte reactie op de vraag naar zijn cokegebruik liet zien hoe onvoorbereid hij was, na twee jaar treuzelen, op een campagne. Zijn vermeende gebrek aan kennis en diepgang zijn relevant. Maar ook zijn kennelijke bereidheid om snel te leren. Dat Al Gore voor 15.000 dollar per maand een adviseur heeft ingehuurd om hem zijn andere ik te laten ontdekken vertelt iets over Gore’s onzekerheid, én over zijn dure campagne vol met zakkenvullers. Senator McCain zou iemand zijn met onbeheersbare woedeaanvallen? Nou, laten we dan maar eens proberen hem kwaad te krijgen, je wilt uiteindelijk geen losgeslagen kanon in het Witte Huis. De meest futiele vragen zijn gerechtvaardigd, het porren is nuttig, en ook de weigering om te antwoorden vertelt wat. Zo heeft Bill Bradley blijkbaar een grote mate van afscherming van zijn privéleven verworven.

Campagnes zitten vol met incidenten en schijnbaar triviale ééndag-verhalen. Gelukkig maar. Crises in de campagnes geven de kandidaten de kans om te laten zien dat ze daarmee kunnen omgaan. Kunnen ze dat niet en brokkelt hun hun geloofwaardigheid gestadig af onder de genadeloze aanvallen van tegenstanders en pers, dan kun je dat zielig vinden, maar in elk geval weet je dat de man niet geschikt is voor het ambt dat hij wil verkrijgen. En daar gaat het allemaal om.

Copyright 2000 Frans Verhagen

 


top.gif (80 bytes) Terug naar boven