Vakantie in Amerika. Praktische tips, alle staten, alle steden, parken. |
Elections 2008 |
|
Geef hier u op voor verkiezings nieuwsbrief OPENINGSPAGINA IMMIGRATIEPROJECT IN DIT GEDEELTE: |
|
Alles wat u wilt weten over President Obama: nu in de winkel. Uitgever: Prometheus |
200 jaar ervaring met immigranten. Zouden we daar iets van kunnen opsteken? Niet te vinden? Maak 18,50 over op rekening 4092178 tnv Big Sky Amsterdam en u heeft het binnen een week in huis. Gesigneerd!!
|
U kunt downloaden en opslaan wat u wilt, maar misbruik van het copyright door hergebruik zal vervolgd worden. Big Sky Productions,
Goedkope vliegtickets naar de Verenigde Staten van Amerika. Travelnauts, Experts in verre gezinsreizen.
|
|
|---|
Tweede termijn presidenten breken geen potten |
|
De tweede termijn van George W. Bush was, laten we ons voorzichtig uitdrukken, geen geweldig succes. Het zelfvertrouwen na de verkiezingen van 2004 maakte al snel plaats voor overmoed. Social security hervorming sneuvelde, Katrina was rampzalig, Rumsfeld donderde maar niet op, Irak werd steeds slechter. Enfin. Hij past in een patroon.
Door Frans Verhagen Net zomin als de meeste van zijn voorgangers heeft George W. Bush van zijn tweede termijn een historisch relevant succes weten te maken. Dat past in een patroon: vrijwel al zijn twintigste eeuwse voorgangers faalden in hun tweede termijn. Van Bush' voorgangers die aan een tweede termijn toekwamen (al of niet na een volledige eerste termijn) wist niemand zijn eerste termijn te verbeteren. Sterker, tweede termijnen neigen naar mislukking. Of het nu komt door politieke overmoed, oververmoeidheid of gewoon gebrek aan fantasie, of misschien door het onmiddellijk intredende lame duck effect, na een herverkiezing lijkt steeds het noodlot toe te slaan. Vroeg of laat struikelt de fris herverkozen president - meestal over zijn eigen benen - of over een stagiaire. Neem Franklin Roosevelt, de meest succesvolle president van deze eeuw (1933-1945). FDR had een imponerende eerste termijn, was in 1936 overweldigend herkozen maar werd daarna zo overmoedig dat hij het aandurfde om het Supreme Court, dat veel van zijn New Deal plannen had gedwarsboomd, te herarrangeren. Het congres accepteerde die machtsgreep niet en tikte hem keihard op de vingers. Zonder de Tweede Wereldoorlog, waarin FDR de kans kreeg zijn ware grootsheid te bewijzen, was zijn historische positie (in de top drie) aanzienlijk minder prominent geweest. Landslides, grote verkiezingsoverwinningen, zijn een soort doodskus voor zittende presidenten. Niet alleen FDR maar ook Dwight Eisenhower (1953-1961) en vooral Lyndon Johnson (1963-1969), Richard Nixon (1969-1974), Ronald Reagan (1981-1989) en Bill Clinton (1993-2001)raakten tijdens hun tweede termijn stevig in de problemen, terwijl ze er toch aan begonnen met een gigantische overwinning achter de kiezen. In Johnsons en Nixons geval was dat niet omdat ze geen ideeën meer hadden maar vooral omdat ze misleid waren. De grote overwinning in respectievelijk 1964 en 1972 betekende niet dat de kiezers hen een vrijbrief hadden gegeven om te doen wat ze wilden. Eisenhowers tweede termijn bestond uit passen op winkel - een activiteit die historisch gezien nu aanmerkelijk hoger gewaardeerd wordt - en hartaanvallen, beroertes en herstel op de golfbaan. Lyndon Johnson, een fabuleus succesvolle president als het gaat om binnenlandse wetgeving, ging onderuit in het moeras van Vietnam en de daarmee verbonden binnenlandse onrust. Richard Nixon legde het af tegen zijn eigen donkere demonen en Ronald Reagans tweede termijn kenmerkte zich door schandalen en schandaaltjes, met als hoogtepunt de Iran-Contra affaire, een schending van de constitutionele regels die veel verder ging dan Watergate maar gelukkig voor Reagan geen blijvende consequenties had. Als gevolg van Reagans desinteresse, geestelijke afwezigheid en slechte benoemingen, dansten in het Witte Huis de onderknuppels op tafel. Inhoudelijk bracht Reagan in de tweede termijn weinig tot stand. In 1996 leek het erop dat Clinton zou kunnen gaan oogsten, maar we weten allemaal hoe dat af liep. Hij begon voorzichtig maar voor hij die voorzichtigheid had afgeschud, was het al gedaan. Of voorzichtigheid überhaupt helpt, is de vraag want ook presidenten als Woodrow Wilson (1913-1921) en Harry Truman (1945-1949), beide maar nipt herverkozen, raakten tijdens hun tweede termijn in de problemen. Wilson vervulde een historische rol door Amerika in de Eerste Wereldoorlog te engageren maar verloor zijn grip op het vredesproces en elke voeling met wat het thuisfront bereid was te accepteren. Truman slaagde er niet in de oorlog in Korea tot een acceptabel einde te brengen en was aan het eind van zijn termijn een van de impopulairste presidenten in de geschiedenis. Overigens is voor historische grootsheid geen tweede termijn nodig (wel helpen een paar oorlogen). De nu vrij onbekende James Polk (1845-1849) zei vooraf dat hij maar één termijn wenste. Vervolgens deed hij in vier jaar alles wat hij beloofd had, inclusief het inlijven van Texas, het opengooien van Californië en het vernietigend verslaan van Mexico, en pakte zijn biezen. In de historische top veertig staat Polk nu op gelijke hoogte met mensen als Jefferson, Jackson, Theodore Roosevelt, Wilson en Truman (near great). Polk was echter een uitzondering, want een tweede termijn komt zittende presidenten haast vanzelfsprekend voor. Van alle 43 presidenten zijn er vijftien gekozen voor een tweede termijn; elf probeerden het en verloren; drie met een gedeeltelijke eerste termijn achter de rug, trokken zich terug (Teddy, Coolidge en Johnson), en zeven ten slotte werden na vier jaar of minder terzijde geschoven door hun partij (denk aan omhooggevallen vice-presidenten als Tyler, Fillmore, Andrew Johnson en Arthur). Een probleem met tweede termijn presidenten is dat ze vaak te veel aan de geschiedenisboeken denken. Clinton had daar last van. In een interview met de Washington Post vertelde Clinton in 1997 te hopen dat hij zou worden beschouwd als 'een van die zeldzame leiders die hun stempel drukken op een tijdperk'. Volgens het artikel had de president hoge ambities voor wat historici later over zijn ambtsperiode zouden schrijven. Hij zei te boek te willen staan als de enige president, samen met Theodore Roosevelt, die 'een tijdperk van dramatische verandering vorm kon geven zonder een grote oorlog die daarvoor als katalysator fungeerde'. Well, Fat Chance. Clinton had echter goed gezien dat presidenten historisch de grootste rol speelden in tijden van oorlog, crisis of andere rampspoed. Zonder Burgeroorlog zou Abraham Lincoln niet aan de top staan, zonder Tweede Wereldoorlog zou FDR aanmerkelijk minder indruk gemaakt hebben. Grote tijden maken grote presidenten. Of deze tijden zich lenen voor een war president, zoals Bush graag zou willen claimen, staat nog zeer te bezien. Verstandige presidenten vertrekken op tijd. Zoals Calvin Coolidge. Die ondergewaardeerde president zei er dit over: 'Een nadere bestudering van de records van die presidenten die acht jaar hebben gediend zal laten zien dat in bijna alle gevallen de latere gedeelten van hun ambtstermijn weinig voortbracht in constructieve resultaten. Ze werden vaak overschaduwd door enorme teleurstellingen'. Coolidge was een wijs man. In de zomer van 1927 liet hij weten niet langer beschikbaar te zijn. |
Tweede termijn presidenten, plus oordeel tweede termijn: Theodore Roosevelt Woodrow Wilson Franklin Roosevelt Harry Truman Dwight Eisenhower Richard Nixon Ronald Reagan Bill Clinton George W. Bush |