Vakantie in Amerika. Praktische tips, alle staten, alle steden, parken. |
Elections 2008 |
|
Geef hier u op voor verkiezings nieuwsbrief OPENINGSPAGINA IMMIGRATIEPROJECT IN DIT GEDEELTE: |
|
Alles wat u wilt weten over President Obama: nu in de winkel. Uitgever: Prometheus |
200 jaar ervaring met immigranten. Zouden we daar iets van kunnen opsteken? Niet te vinden? Maak 18,50 over op rekening 4092178 tnv Big Sky Amsterdam en u heeft het binnen een week in huis. Gesigneerd!!
|
U kunt downloaden en opslaan wat u wilt, maar misbruik van het copyright door hergebruik zal vervolgd worden. Big Sky Productions,
Goedkope vliegtickets naar de Verenigde Staten van Amerika. Travelnauts, Experts in verre gezinsreizen.
|
|
|---|
Campagnes |
|
|
De Schot James Bryce schreef in 1888 dat tijdens een verkiezingscampagne in de VS 'gedurende drie maanden, processies, meestal met fanfares, vlaggen, badges, menigten van juichende toeschouwers, aan de orde van de dag en de nacht zijn, van het ene naar het andere eind van het land.' Bryce gaf daar als commentaar op: 'Dit gedoe bevalt de deelnemers omdat het hen doet geloven dat ze iets tot stand brengen; het brengt de toeschouwers onder de indruk door ze ze te tonen dat andere mensen oprecht hieraan deelnemen, het voedt de verbeelding van de mensen in gehuchten op het platteland die lezen over wat er omgaat in de grote stad. Kortom, het houdt de 'boom' gaande en een Amerikaanse verkiezing wordt geacht, terecht of onterecht, vooral een zaak van 'booming' te zijn. De mechanieken zijn wat veranderd, campagnes zijn zowat permanent
geworden, maar in essentie is dit nog steeds het geval. Het proces van
kandidaten kiezen en daarna van de president onderstreept de
democratische aard (kleine d) van het land. Het heeft ook nog praktische
consequenties: de kandidaten moeten bereid zijn dit spel mee te spelen.
Nog niet zo erg in de negentiende eeuw, waar een sluwe kandidaat een
'front porch' campagne kon houden, maar zeker sinds Theodore Roosevelt
1900 op pad ging om zijn eigen vice presidentschap van McKinley te
verzekeren (en presidentschap toen McKinley in 1901 werd doodgeschoten.
Wie dit proces niet aankan, fysiek of psychisch, wie uit zijn humeur
raakt, wie zich niet kan verlagen tot het kussen van babies en het uiten
van cliché's, die komt niet ver (een uitzondering als Richard Nixon
daargelaten). Ieder campagne moet keuzes maken. Een van de keuzes is waar campagne te voeren (zie electoral systeem voor de redenen. Bijvoorbeeld welke staten wel en welke niet. Sinds Richard in Nxon in 1968 het Zuiden veroverde in wat de Southern Strategy werd genoemd, kan het Zuiden als Republikeins gebied beschouwd worden. Dat heeft demografische redenen (het zwaartepunt van het land is verschoven, met veel keurige Republikeinen die van het midden westen naar het zuiden zijn gegaan), politieke redenen (tot 1968 waren Democraten de racisten waar je automatische op stemde) en redenen die te maken hebben met de veranderde cultuur van Amerika (meer gelovig, meer fundamentalistisch, meer zuidelijk). De vraag is dan, hebben de Democraten überhaupt een kans in het Zuiden of moeten ze de regio gewoon vergeten? Het argument voor vergeten is behoorlijk sterk. Dat Clinton twee verkiezingen won met ook kiesmannen in het zuiden is misleidend. Als je goed kijkt, blijkt hij tussen 1992 en 1996 zelfs stemmen verloren te hebben in de staten waar hij nog wel won (Arkansas, Kentucky, Louisiana en Tennessee in 1992, plus Georgia in 1992 en Florida in 1996). Maar Al Gore, afkomstig uit Tennessee (nou ja, officieel dan) verloor in 2000 zelfs die staat en ook nog Florida. Toch kwam hij op vier kiesmannen van het Witte Huis. Er is dus heel goed een strategie mogelijk die het Zuiden gewoon negeert. De les: de oude New Deal coalitie kan niet meer nieuw leven ingeblazen worden. De hertelling in Florida was zo dicht als Democraten voorlopig bij een overwinning zullen komen (Jeb Bush won herverkiezing in 2003 met 13 procentpunten voorsprong). Ook gerrymandering is een probleem - het indelen van de staten in congresdistricten die een voorspelbare winnaar opleveren. Daardoor hebben districten die zwarte congresafgevaardigden kiezen 80 % zwarte inwoners, zodat succes van een zwarte kandidaat verzekerd is en juist deze kiezers niet komen opdagen - het is immers niet vreselijk hard nodig. Dat schaadt de andere Democraten. Het zuidwesten is een ander verhaal. Het toegenomen aantal Hispanic kiezers daar biedt de Democraten mogelijkheden terwijl milieu hier een grotere rol speelt. Over het algemeen kan een Democraat ervan uitgaan dat het Noordoosten en de Pacific States (de kuststaten) goed terrein zijn voor Democraten. De staten in het Mid westen zijn gemengder, maar naarmate ze nu meer post industrieel worden, zijn ze beter te bewerken door Democraten. Wel hebben ze Ohio altijd nodig. De Republikeinen kunnen rekenen op de zuidelijke staten en de mountain states. Dat is dus een totale ommekeer met wat in het verleden als de typisch Republikeinse staten werd beschouwd. Howard Deans campagneleider, Joe Tippi, stelde eerder dat als een Democraat alle Gore staten van 2000 wint, plus New Hampshire, dat dit voldoende is. Omdat de volkstellingsresultaten de Bush staten 7 extra kiesmannen hebben gegeven, gaat dat niet meer op, maar het idee blijft staan van een niet-zuidelijk campagne voor de Democraten. Aardig genoeg was dat jarenlang de strategie van de Republikeinen, ongeveer honderd jaar geleden: McKinley, teddy Roosevelt, Warren Harding en Calvin Coolidge deden het zo. Financiering campagnes In een poging het verkiezingsproces te democratiseren (en in reactie op Nixons armtwisting van steunpilaren) nam het Congres in 1974 een campaign finance reform bill aan. Deze wet beperkte niet alleen de omvang van bijdragen van individuele steunpilaren maar ook hoeveel politici mochten uitgeven. Het is de ondermijning van dit laatste aspect dat ervoor zorgt dat politici permanente geldinzamelaars zijn geworden. En die ondermijning was de schuld van het Supreme Court dat in 1976 in Buckley v. Valeo uitmaakte dat geld gelijk was een free speech en dat een politicus dus wat uitgaven betreft niet aan banden gelegd kon worden. Buckley was een rijke politicus (broer van William F. Buckley, de conservatieve paus), die erop stond zijn eigen geld uit te geven om gekozen te worden. Dat mocht van het Supreme Court. Hervormingen van de financiering van campagnes dateren echter al van het einde van de negentiende eeuw. Gelijke rechten en bescherming van het eigendomsrecht zijn de basis van westerse democratie. Het principe één burger, één stem zou moeten corrigeren voor de daaruit voortvloeiende ongelijkheid. Maar toen de grootvermogenden hun geld gingen gebruiken om politieke campagnes te financieren, corrumpeerde dat het democratische systeem. In 1908 kwam Theodore Roosevelt met de eerste hervormingen, bedoeld om de gelijkheid in het politieke systeem opnieuw te waarborgen door het te beschermen tegen particulier bezit. Overigens dateert ook de invoering van referenda en dergelijke uit die tijd (en de directe in plaats van de getrapte verkiezing van senatoren). McCain Feingold is het initiatief dat sinds 2002 de regels bepaald. Het werd met tegenzin getekend door Bush en ligt nu voor het Supreme Court, in de hoop dat die een set van duidelijke regels zullen maken. De meeste waarnemers denken dat het SC sommige delen van de nieuwe wet zullen handhaven en andere zullen vernietigen. De ban op soft money is de spil van de wet: de enorme donaties aan politieke partijen door ondernemingen, vakbonden en rijke individuen. Verder gaat het o de algemene vraag hoe strikt de overheid grenzen mag stellen aan campagne uitgaven van lobby groepen. Tegenstanders zoeken hun heil bij Buckley v. Valeo en claimen dat hun free speech aan banden wordt gelegd. Money talks wordt hier wel heel letterlijk genomen. In Austin v Michigan Chamber of Commerce, uit 1990, nam het SC het standpunt in dat de overheid (de staat in dit geval) gerechtvaardigd was in het plaatsen van beperkingen op 'the corrosive and distorting effects' van geld van ondernemingen. Volgens dezelfde redenering (en met vrijwel dezelfde verdeling van rechters) zou ook McCain Feingold als een bescherming van het democratische proces opgevat kunnen worden. |
|
|
|