<?xml version="1.0" encoding="utf-8" ?>
				<!-- generator="e107" -->
				<!-- content type="Nieuws" -->
				<rdf:RDF xmlns="http://purl.org/rss/1.0/" xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:admin="http://webns.net/mvcb/" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/">
				<channel rdf:about="/cms/integratie/">
				<title>: Nieuws</title>
				<link>/cms/integratie/</link>
				<description></description>
				<dc:language>nl-NL</dc:language>
				<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
				<dc:creator>amerika@nospam.com</dc:creator>
				<admin:generatorAgent rdf:resource="http://e107.org" />
				<admin:errorReportsTo rdf:resource="mailto:amerika@nospam.com" />
				<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
				<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
				<sy:updateBase>2000-01-01T12:00+00:00</sy:updateBase>
				<items>
				<rdf:Seq>
						<rdf:li rdf:resource="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.9.1" />
						<rdf:li rdf:resource="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.8.3" />
						<rdf:li rdf:resource="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.7.3" />
						<rdf:li rdf:resource="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.6.3" />
						<rdf:li rdf:resource="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.5.3" />
						<rdf:li rdf:resource="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.4.3" />
						<rdf:li rdf:resource="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.3.3" />
						<rdf:li rdf:resource="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.2.3" />
				</rdf:Seq>
				</items>
				</channel>
						<item rdf:about="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.9.1">
						<title>Britse moslims meer patriottisch</title>
						<link>http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.9.1</link>
						<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
						<dc:creator>Frans Verhagen</dc:creator>
						<dc:subject></dc:subject>
						<description>De Wilders paradox</description>
						</item>
						<item rdf:about="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.8.3">
						<title>Rapport SCP</title>
						<link>http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.8.3</link>
						<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
						<dc:creator>Frans Verhagen</dc:creator>
						<dc:subject></dc:subject>
						<description>Nederland denkt positiever over immigratie en integratie</description>
						</item>
						<item rdf:about="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.7.3">
						<title>Woongedrag van etnische Nederlanders wijkt steeds minder af</title>
						<link>http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.7.3</link>
						<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
						<dc:creator>Frans Verhagen</dc:creator>
						<dc:subject></dc:subject>
						<description>Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau is de woonsituatie van etnische Nederlanders de afgelopen tien jaar steeds meer gaan lijken op die van hun niet etnische landgenoten. Dat wil zeggen dat het eigen woningbezit toenam en ook het aantal kamers dat men heeft of wil hebben. Steeds vaker beschikken vooral Marokkaanse en in minder mate Surinaamse Nederlanders over een eengezinswoning. Onder Turkse Nederlanders was dat al zo en dat is onveranderd. Ook als men niet kocht is men een groter deel van het inkomen aan het wonen gaan besteden omdat huren sneller stegen dan inkomens. Als ze huren maken ze gebruik van sociale huurwoningen en doen ze een beroep op de huurtoeslag. Met andere woorden, zegt het rapport, de opgave om de ‘minderheden’ te laten aanhaken op de mogelijkheden van de verzorgingsstaat, is geslaagd.De stijging van de waarde van de huizen was onder etnische Nederlanders gelijk aan die van anderen. Wel zijn ze steeds meer tevreden met hun woonsituatie. Er wordt ook vaker verhuisd in etnische groepen.Deze ontwikkeling, en dat is het goede eraan, is het gevolg van de verbeterde sociaal economische positie van etnische Nederlanders. Tweede generatie Nederlanders worden steeds meer op eigen kracht deel van de middenklasse en dan willen ze ook een huis hebben, net als andere mensen met dezelfde inkomens. Het SCP rapport verwacht dat deze ontwikkeling door zal zetten omdat de inkomens van etnische Nederlanders zullen stijgen. Bovendien wonen velen van hen nog ‘onder hun stand’, zoals het rapport het noemt.Het rapport stelt ook vast steeds meer Turkse, Marokkaanse en in minder mate Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders buiten de randstad wonen. In de steden waar ze wonen, neigen ze ernaar om bij elkaar te wonen. De aandelen van etnische Nederlanders in die wijken stijgen, maar het rapport stelt een ontwikkeling vast dat ze vertrekken naar groeikernen en andere buitengemeenten. Ruimtelijke segregatie is het sterkst (gemeten aan de kans van etnische Nederlanders om andere Nederlanders tegen te komen) in de grote steden, met Den Haag traditioneel op kop. In kleine steden zoals Zaanstad, Leerdam en Roermond, is de segregatie relatief sterker. Het patroon is gemengd. In sommige steden gingen etnische Nederlanders meer bij elkaar zitten, in andere juist minder. De verklaring is de ontwikkeling in de lokale woningvoorraad, maar ook de aanwezigheid van familienetwerken die men niet wil kwijtraken, speelt een rol. Ongeveer zeven procent van de multiculturele wijken met minimaal een kwart etnische Nederlanders is nadrukkelijk ‘niet arm’. Dit percentage stijgt.De verschillen tussen diverse groepen in koopgedrag zijn groot. Niet etnische huishoudens hebben voor 60 procent een eigen huis, Surinamers voor 30 procent, Antillianen 20, Turkse Nederlanders 26 en Marokkaanse Nederlanders 14 procent. Verklarende factoren zijn allereerst het lagere inkomen. Koopwoningen zijn direct verbonden met inkomen. Veder speelt het woningaanbod in de gebieden waar etnische Nederlanders wonen een rol. Met andere woorden, als je in je familienetwerk wilt blijven, valt er niets te kopen voor een aanvaardbare prijs.De familiebanden maken wel degelijk een verschil. Wat dat betreft lijkt het rapport een verslag van een verzuild deel van de samenleving. Vijftig jaar geleden besloten gezinnen ook tot wonen in een omgeving van mensen met dezelfde netwerkkenmerken. Wel anders is de vaststelling dat met name onder eerste generatie het een hogere prioriteit had om een (vakantie)huis te kopen in het thuisland dan in Nederland. Ook geen verrassing is dat hypotheken moeilijke dingen zijn. Sommige etnische gezinnen willen die verantwoordelijkheid niet aan, gekoppeld ook aan de onzekerheid over inkomensvooruitzichten.Over de ruimtelijke concentratie zeggen de onderzoekers dat die meer ten dele is te verklaren door kenmerken van huishoudens en van de woningmarkt. Met andere woorden, goedkope huurwoningen en lage inkomens verklaren slechts de helft van het verschil met niet etnische groepen. Familiebanden verklaren het meeste. Daar hechten etnische Nederlanders meer aan dan niet etnische Nederlanders. Voor een deel van de middenklasse is het juist aantrekkelijk om daaruit los te komen. Ze verhuizen om de druk en de claims van familie te ontlopen. Ten slotte is er enige terughoudendheid om in een helemaal Nederlandse wijk te gaan wonen. De weerstand komt vooral van de autochtonen kant. Daarom verhuizen ze liever naar een wijk waar al veel etniciteit genoten wonen. Het rapport constateert dat de ‘koudwatervrees’ van twee kanten komt.Conclusies zijn onder meer dat discriminatie vrijwel is uitgebannen. ‘De positieverbetering van met name Turkse en Marokkaanse Nederlanders ontwikkelt zich nu meer op eigen kracht’, zeggen de onderzoekers ook. Naarmate de etnische wijken gevarieerder worden, is het ook aantrekkelijker voor niet etnische Nederlanders om er te gaan wonen. Al was het maar omdat in die wijken de huizen nog betaalbaar zijn. Zo komen niet etnische Amsterdammers naar Slotervaart en Bos en Lommer, en zoeken jonge etnische gezinnen uit de middenklasse de Vinex wijken op.Het rapport is als PDF te downloaden.</description>
						</item>
						<item rdf:about="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.6.3">
						<title>Etnische ondernemers stomen op</title>
						<link>http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.6.3</link>
						<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
						<dc:creator>Frans Verhagen</dc:creator>
						<dc:subject></dc:subject>
						<description>Voor het eerst bevatte de Quote 500 een Turkse ondernemer. Cetal Oruç van virtuele provider Ortel kwam binnen op plaat 395, met een geschat vermogen van 71 miljoen Euro. Oruç begon als slager. Hij past in een patroon van immigranten die zich opwerken als ondernemer met een eigen bedrijf. Tussen 1998 en 2008 steeg het aantal Turkse ondernemingen in Nederland van 4000 naar 15.000. Het aantal Marokkaanse bedrijven steeg van 1700 naar 7.000. Onderzoek van de Kamer van Koophandel toont dat met name tweede generatie etnische Nederlanders met een serieus bedrijfsplan werken. Bovendien zijn ze aangesloten bij bedrijfsverenigingen.Net als in andere immigratielanden beginnen etnische ondernemers met zaken waarvoor relatief weinig vakkennis of kapitaal nodig is. Italianen in Amerika werden kapper, Koreanen kochten supermarkten en werkten zich een slag in de rondte. In die landen zag je ook al dat er nogal wat verschil bestaat tussen culturen en dat blijkt natuurlijk in Nederland ook het geval te zijn. Turken liggen organisatorisch voor op Marokkanen en Turks Nederlandse bedrijven zetten over het geheel genomen meer om.Bij alle etnische groepen is de band met het moederland sterk. Met name Marokkanen willen, als ze in Nederland goed verdienen, wel investeren in Marokko. Dat zegt althans Marjolein Veldman van het Marokko Fonds, die ontwikkelingshulp in Marokko stimuleert. Investeringen in Turkije lopen juist terug. Je kunt zeggen dat dit overeenkomt met ervaringen in Amerika en Australië. Na een paar generaties lopen overboekingen en investeringen terug, zeker als het indertijd verlaten moederland het beter doet dan tevoren (en dat geldt voor Turkije). Op een zeker moment biedt herinvestering in Nederland meer mogelijkheden dan in het moederland. Zoals Celal Oruç van Ortel het zegt in de NRC: ‘Ik heb mijn geld verdiend in Nederland, dus dat wil ik in Nederland of in Nederlandse bedrijven in het buitenland investeren.’(Deels gebaseerd op artikel in de NRC, 30 november 2008, Beeld van de sjofele allochtoon aan revisie toe).</description>
						</item>
						<item rdf:about="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.5.3">
						<title>Ook zonder startkwalificatie redelijke toegang tot de arbeidsmarkt</title>
						<link>http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.5.3</link>
						<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
						<dc:creator>Frans Verhagen</dc:creator>
						<dc:subject></dc:subject>
						<description>Meestal wordt gesteld dat de hoge schooluitval onder etnische jongeren leidt tot gebrekkige startkwalificaties die op hun beurt leiden tot zwakke kansen op de arbeidsmarkt. Volgens recent onderzoek in het kader van het TIES (The Integration of Second Generation) heeft de helft van de werkende mannen van de tweede generatie zonder startkwalificatie niettemin een vast contract (een mbo-I diploma wordt als minimum gezien). De meeste van hen werken in geschoolde beroepen. Een derde deel is intern geschoold. Het onderzoek concludeert dat waar het onderwijs er niet in slaagt om deze jongeren tot een startkwalificatie te scholen, het bedrijfsleven dat overneemt.Ga je terug naar het begin, dan blijkt dat Turkse en Marokkaanse kinderen later met school beginnen dan niet etnische Nederlanders. Ze gaan ook minder naar kinderdagverblijven – al nam dit aantal toe met de twede generatie. Omdat achterstanden op het gebied van bijvoorbeeld taal zo vroeg mogelijk moeten worden vastgesteld, is dit een probleem. Misschien is het overwegen van de verlaging van de leerplichtleeftijd interessant, zoals ze dat in België kennen.Van de Turkse en Marokkaanse tweede generatie sluit respectievelijk tien en veertien procent een hbo- of universitaire studie af. Voor niet etnische jongeren is dat getal meer dan de helft. Als je kijkt wie nu nog in opleiding is, ziet het beeld er heel anders uit. Nu zijn Turkse en Marokkaanse jongeren oververtegenwoordigd op hbo en volgt een derde deel een mbo-opleiding. Vooral vrouwen zijn oververtegenwoordigd op het hbo, dat geldt overigens ook voor niet etnische vrouwen. Meer Marokkaanse vrouwen weten de weg naar de universiteit te vinden dan Turkse vrouwen.Hoogopgeleide Turkse en Marokkaanse Nederlanders volgen vaak de lange route door het onderwijs: vmbo, mbo, hbo. TIES concludeert dat de vroege selectie van het Nederlandse onderwijssysteem negatief uitpakt voor etnische jongeren, in de zin dat ze een te laag advies krijgen. Uit het onderzoek blijkt dat tweederde van de niet etnische jongeren een havo of vwo advies krijgt, maar slechts een kwart van de Turkse en Marokkaanse tweede generatie. Door studies te stapelen krijgen ze extra kansen en die blijken ze veel te gebruiken. Omdat ze dus langer doen over hun opleiding, verwacht het onderzoek dat de verschillen kleiner zullen zijn dan ze nu lijken.Bron: Demos, uitgave van het Nederlands Interdisciplinair Demografische Instituut, Sept/Okt. 2008. Themanummer</description>
						</item>
						<item rdf:about="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.4.3">
						<title>CITO toets helpt, maar de systematische onderschatting van etnische kinderen is al sterk verminderd.</title>
						<link>http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.4.3</link>
						<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
						<dc:creator>Frans Verhagen</dc:creator>
						<dc:subject></dc:subject>
						<description>De NRC van 5 maart had een mooie opening. Vier foto's van etnische kinderen. Ze hebben alle ruim de cito score gehaald voor VWO. Eén wil zelfs naar het Barleus, wat me verrast. Niet vanwege het Barleus, maar omdat ik van de meeste etnische middelbare scholieren te horen kreeg dat ze liever het risico van een ongedeeld gymnasium mijden. Risico in twee opzichten. Het is een elite school, zoals een klasgenoot van mijn zoon op het Vossius zaterdag in de NRC uitlegde, en een gymnasium heeft een hoog afbreukrisico. Als je er niet slaagt en je ouders kunnen niet jarenlang bijspijkeren bij huiswerkinstituten, dan moet je eraf. Bij een lyceum is dat niet zo. Vandaar dat ik meestal hoorde dat ze wel gymnasium zouden willen (hoewel, waarom zou je je risico vergroten door twee dode talen te leren?) maar dat op een lyceum zouden doen. De auteurs zijn langsgeweest op het vierde gymnasium, hier in Amsterdam, de school van Hans Verhagen. Ik gaf er afgelopen jaar een lezing en was onder de indruk.In het begeleidende artikel beschrijft de NRC iets wat iedereen die het volgt weet en wat de Wilders kluit niet wil weten: deze kinderen maken een razendsnelle ontwikkeling door, sneller nog dan de arbeiderskinderen uit de jaren zestig. Ze gaan in één klap van niet Nederlands sprekende, soms analfabete ouders, naar het VWO (en vaak ook door naar de universiteit - een meisje, met hoofddoek en waarom ook niet, wil tandarts worden - ook dat is een bekend gegeven: praktische beroepen, waar je gewoon een serieuze baan mee kunt krijgen). In mijn lagere schoolklas ging tweederde van de kinderen naar de ambachtsschool en de ulo. Veel kans om op de universiteit te komen hadden ze niet. De leraren vonden dat ook helemaal niet nodig, en mijnheer pastoor gaf er weinig om. De CITO toets heeft dat veld opengegooid. Wat de docent ook zegt, als je boven de 545 scoort, dan doe je het verrekt goed.Uit het artikel blijkt ook dat de CITO vooral opwaarderend werkt: het bevestigt een advies. Als je lager scoort dan het advies, werkt het minder tegen je dan omgekeerd. Volgens onderzoeker Geert Driessen van het ITS komt 'onderadvisering van allochtone leerlingen niet systematisch voor'. Alweer een mythe weg. Socioloog Jungbluth zet er de kanttekening bij dat docenten vaak voorzichtig zijn met hun advies voor kinderen die van thuis geen steun kunnen verwachten. Lijkt me overdreven paternalistisch.</description>
						</item>
						<item rdf:about="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.3.3">
						<title>Goed nieuws over integratie - De discussie in Socialisme en Democratie: alles komt aan bod</title>
						<link>http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.3.3</link>
						<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
						<dc:creator>Frans Verhagen</dc:creator>
						<dc:subject></dc:subject>
						<description>Hoewel ik niet enthousiast ben over de PvdA nota over integratie, is de discussie die er omheen wordt gevoerd in onder andere Socialisme en Democratie een weldaad (hier te downloaden). Zo ongeveer alles wat er over integratie valt te zeggen, komt in het tijdschrift aan de orde. Van de meest simpele flinks-nonsens, tot de laatste reutel van de multiculti (hoewel in deze laatste categorie het vrij stil blijft). Het geheel is zeer de moeite waard. Voor mij sprongen een paar artikelen eruit. Om te beginnen het stukvan Fatima Elatik, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg. Geen geneuzel, geen gezeur bij haar. Ze stelt vast het 'het helemaal zo slecht niet gegaan is' met de integratie. Overal ziet ze diversiteit. Natuurlijk zijn er ook problemen en die wil ze niet ontlopen maar die brengt ze, beter klassieke sociaal democraten elders in het blad doen, terug tot het niveau van klassenproblemen. Huisvesting, onderwijs, banen. Ze wil 'keiharde preventie' maar dan via die categorieën en niet gebaseerd op etnische groepen.Ze beschrijft mensen die bij de voedselbank komen en vraag zich af 'Wat heb ik zo'n geval aan integratiebeleid? Niets. Armoedebeleid is wel zinvol, of beter nog: een succesvol werkgelegenheidsbeleid.'Echte verheffing, stelt ze, is in staat zijn je eigen keuzes te maken. En ze wijst op de oudere socialisten die dat toch zouden moeten weten. Heel liberaal stelt ze ook dat het haar niet uitmaakt wat iemand gelooft of wat zijn etnische achtergrond is, maar 'het enige dat telt is [..] je daden en de verantwoordelijkheid die je neemt in de samenleving.' Wij (PvdA) weten hoe je samenlevingen moet revitaliseren, zegt ze enthousiast.Wat een frisse wind waait hier! Dat is nog eens andere koek dan het getob over al of niet vermeend multiculturalisme, islamofobie, of Bos over links patriottisme.Ook interessant was de verwerping van de nota als geheel door Paul Kalma, Kees Groenendijk en Pauline Meurs afwijzend (de laatste is de auteur van het WRR rapport over meerdere identiteiten). Hun bijdrage is tamelijk vernietigend voor het rapport, vind ik. Dat geldt ook voor het meest interessante stuk in het blad, dat van Herman Obdeijn en Marlou Schrover, die geen spaan heel laten van het verhaal en de onderliggende assumpties. Ik zal het niet voor u samenvatten, maar lees het vooral als u wilt weten wat er mis is met deze nota.Verrassend kort door de bocht is de bijdrage van nieuwflinksers van neo-liberalen huize (actief in onder meer Lux Voor) Marcel Duyvenstijn, Eddy Terstall &amp; Job van Amerongen.Steeds meer dringt zich de indruk op dat deze visies op de samenleving nooit in één partij verenigd kunnen zijn. En ook dat deze nota niet geamendeerd kan worden tot een aanvaardbaar stuk. Dat stelt de partijleiding voor een interessant dilemma. Ondertussen is de discussie goed nieuws voor de integratie omdat een aantal onzin ideeën hier met vuur worden bestreden - zoals de notie dat er vrijwel geen goed nieuws is, allemaal kommer en kwel en getob.</description>
						</item>
						<item rdf:about="http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.2.3">
						<title>Sport in eigen kring: goed voor de integratie</title>
						<link>http://www.amerika.nl/cms/integratie/news.php?item.2.3</link>
						<dc:date>2010-09-09T20:55:13+02:00</dc:date>
						<dc:creator>Frans Verhagen</dc:creator>
						<dc:subject></dc:subject>
						<description>Een jaar of tien geleden ging ik met mijn zoontjes op zoek naar een voetbalclub in Amsterdam. Bij Swift, in Oud Zuid, wilden ze de vijfjarigen een proefwedstrijd laten spelen. Bij AFC, aan de Zuidas, moest je handtekeningen hebben van andere leden – ballotage. Bij Buitenveldert, verderop aan de Zuidas naast het VU ziekenhuis, konden we meteen beginnen in F9. Het zal u niet verrassen dat Buitenveldert etnisch gezien een veel gemengdere club was dan de andere twee (ook qua inkomens trouwens).Sportclubs, verenigingen in het algemeen, hebben een eigen sfeer. Die beschermen ze door mensen buiten de deur te houden die niet bij hen passen (of van wie ze dat denken). Ballotage is een middel. Selectie. Of gewoon, hoge contributies, of de eis dat je eigen kleding koopt. Je kunt ook inherent selecteren door gewoon ontzettend Oud Zuid te zijn of protestants of katholiek, of erg Marokkaans of Turks. Ik geef er persoonlijk niet zo veel om dat clubs hun toegang beperken. Ik kan er voor kiezen om zeven jaar op de wachtlijst van tennisclub Festina (in het Vondelpark) te staan – als ik tenminste door de ballotage heen kom. Ik kan ook ergens anders gaan tennissen. Buitenveldert was een leuke, gemengde club, met veel etnische jongens én veel meisjes; in ons elftal zaten Surinaamse, Marokkaanse, Turkse, Egyptische en Afghaanse jongens. Samen met kaaskoppen, gymnasiasten uit Oud Zuid.Dat was plezierig, maar moet sport leiden tot integratie? Moeten etnisch compacte clubs streven naar diversiteit, als een soort maatschappelijke opdracht? Toen mevrouw Verdonk nog minister was vond ze van wel. In typisch kortzichtige termen haalde ze indertijd uit naar ‘zwarte’ clubs. Die deden te weinig aan integratie. Lelieblanke clubs, etnisch nogal ongevarieerd, sprak ze natuurlijk niet aan. Het gaat mij niet om de onevenwichtigheid van Verdonk. Dat is geen nieuws. Haar verhaal paste toen in het denken na de moord op Fortuyn: sport in eigen kring is een belemmering van de integratie. Maar is dat wel zo? Moeten sportclubs dat maatschappelijk doel dienen? Is dat hun taak? En is het verstandig?Over dit onderwerp verscheen onlangs een interessant proefschrift van Sieuwpersad Ramsahai: Thuiswedstrijd in een vreemd land. Ik zal u details besparen, de conclusie is interessant. Hij stelt vast dat het onzin is te zeggen dat mensen die graag in eigen kring sporten per se een levenswijze hebben die erg afwijkt van de gemiddelde Nederlandse norm. Hij laat dat zien. Hij verwerpt de gedachte dat het hebben van gescheiden sport circuits ‘bewijst’ dat de integratie niet goed gaat. De leden van protestantse zaterdagamateurs zullen daar wel mee instemmen, schat ik zo. Evenmin voelen de AFC’ers zich niet geïntegreerd omdat ze qua klasse en etnische achtergrond vooral uit eigen kring komen.Ramsahai gaat een stapje verder, op basis van een survey van leden van etnische clubs. Hij stelt dat ‘gerichtheid op de eigen cultuur dan wel op de eigen groep [leidt] niet tot het oplopen van achterstand op de arbeidsmarkt.’ Nog sterker, ‘mede door sport in eigen kring is de verstandhouding tussen allochtone en autochtone voetballers verbeterd.’ Jazeker, verbeterd! Ze hebben meer respect voor elkaar, meer tolerantie en vriendschap. Sport in eigen kring , stelt Ramsahai, helpt juist om mensen die al een achterstand hebben, in opleiding of in taal, om een volwaardige plaats te verwerven in ‘het maatschappelijke engagement’. Meer algemeen: etnische Nederlanders die in eigen kring sporten richten zich op de eigen cultuurbeleving, wat niet gepaard gaat met het ondervinden van achterstand op het gebied van maatschappelijke participatie. Oftewel, het doet geen kwaad en waarschijnlijk een hoop goed.Probeer niet te mengen wat zich niet wil mengen, zo vat ik het maar samen. Ook onderzoeken in de VS naar participatie van zwarten in vroeger gesegregeerde clubs leidt tot deze resultaten. Afro-Amerikanen zetten toch liever hun eigen tentje op. Lekker onder elkaar. Niets mis mee. Kunnen we dit onderwerp nu laten vallen?Sieuwpersad Ramsahai, Thuiswedstrijd in een vreemd land. Een sociaal wetenschappelijke analyse van voetbal in eigen kring. Uitgeverij Box Press, 2008. ISBN 978-90-8891-074-6</description>
						</item>
				</rdf:RDF>