Americana
   Canada

 

 Bij het overlijden van Ted Kennedy
De meest succesvolle van de Kennedy broers

Edward (Ted) Moore Kennedy (1932-2009)

Wie lang leeft, haalt vanzelf zijn eigen belofte in. Van de vier Kennedy broers was Edward de enige van wie nooit werd gezegd ‘had kunnen' maar ‘heeft gedaan'. Het is de afgelopen dagen al vaker betoogd: Ted Kennedy heeft meer invloed gehad op de Amerikaanse samenleving dan zijn beide vermoorde broers. Beter dan wie ook heeft deze Kennedy zich gerealiseerd dat je geen president hoeft te zijn om macht uit te oefenen.

Zo werd Ted Kennedy een van de machtigste politici van de twintigste eeuw, niet omdat hij macht had maar omdat hij een superieure senator was. Drie aspecten van zijn politieke functioneren zijn nadere overweging waard. Om te beginnen was Kennedy nadrukkelijk politicus in het Amerikaanse systeem. Door de machtenscheiding ligt de basis voor de Amerikaanse binnenlandse politiek in het congres en steeds meer sinds de twintigste eeuw, bij de senaat waar politici zes jaar dienen en meestal lang dienen. Want anders dan bij ons komen de wetsvoorstellen in Amerika van congresleden. Als de regering iets wil, moet ze sponsors zoeken. Daarom is het cruciaal te weten hoe het systeem werkt, wat je wel en niet kunt voorstellen, wat de procedures zijn, wat je kun combineren en wat niet. Kennedy had geleerd hoe hij dat systeem moest gebruiken. Zijn woede over de wetgevende incompetentie van president Carter was een belangrijke drijfveer voor Kennedy's desastreuze gooi naar de Democratische nominatie in 1980.

Een tweede element van zijn funtioneren was Kennedy's gedrevenheid als politicus. Hij zorgde dat hij binnen dat systeem maximaal effectief was. Kennedy werkte hard, veel harder dan zijn reputatie als feestbeest doet vermoeden. En hij omringde zich met de beste mensen: iedereen in Washington weet dat Kennedy altijd de beste staf had. De beste mensen, de slimste afstudeerders, ze wilden allemaal voor hem werken. Hij kocht ze niet, ze kwamen af op zijn drive, zijn kracht als senator en de mogelijkheid om een onvervalste progressieve agenda te dienen. Niet alleen waren deze jonge mensen de meest belovende van hun generatie ze bleken ook intens loyaal aan hun patroon. Dat gold ook voor de staf van de invloedrijke senaatscommissies waarvan Kennedy door zijn senioriteit voorzitter werd. Wetsvoorstellen waren technisch van het hoogste niveau en interviewers van de senator stonden altijd versteld van zijn eigen kennis van zaken, van de details van subsectie zus of onderdeeltje zo. Doordat die staffers na verloop van tijd hun weg vonden in het Amerikaanse systeem reikte de invloed van Kennedy's politieke familie diep in de samenleving.

Deze twee kenmerken maakten Kennedy tot een praktisch politicus, een politicus gericht op resultaat maar bovenal was hij iemand met een agenda. Want dat is het derde element van Kennedy's succes: hij stond zonder terughoudendheid voor een ouderwetse, progressieve agenda in de traditie van Franklin Roosevelt, Harry Truman en Lyndon Johnson. Dat die agenda sinds de Reagan jaren niet populair meer was, deerde Kennedy niet. Het veranderde niets aan zijn uitgangspunt dat Amerika het aan zijn armste en minst kansrijke burgers verplicht was hen de kans te bieden op een waardig en leefbaar leven. Misschien is met Kennedy de laatste invloedrijke gelovige in klassieke progressieve idealen weggevallen, maar zoals hij zelf zou zeggen: de urgentie van een progessieve agenda is onveranderd aanwezig. Op het Democratische conventie, afgelopen zomer, stelde Kennedy nog maar eens dat universele gezondheidszorg voor alle Amerikanen ‘een recht [is], niet een privilige'.

Misschien dat een van de raadsels van de Amerikaanse politiek: dat de onvermoeibare voorvechters van sociale rechtvaardigheid vaak zo rijk zijn. Ted Kennedy maakte zich zijn leven lang nooit één seconde druk over geld; dat werkte blijkbaar niet alleen bevrijdend maar ook verplichtend. Dit was de sleutel tot zijn progressieve agenda. Van deze politici, de Kennedy's en de Roosevelt's, moeten Amerika's armen en minder kansrijken het hebben. Dit zijn de politici die zich voor hen het vuur uit de sloffen lopen. Het is meer dan noblesse oblige. Kennedy had die drive, de morele overtuiging dat een land zich tegenover zijn burgers op een bepaalde manier moet gedragen. Liberalisme als morele uitdaging, de overheid met een morele plicht, de welgestelde burger met een opdracht die zelfzucht overstijgt. Het was een boodschap die de afgelopen decennia uit de mode leek, maar Kennedy geloofde erin, bleef erin geloven.

Belangrijker, en misschien een les voor de dolende progressieven elders in de wereld, was dat Kennedy altijd praktisch bleef. Hij had geleerd om resultaat te waarderen boven ideaal, het beste niet de vijand van te maken van het goede. In 1973 bood president Nixon een unieke mogelijkheid voor een universele ziektekostenverzekering. De Democraten accepteerden zijn gift niet: niet genoeg en vooral, niet van hen. Kennedy had er altijd spijt van. Hij werd een expert in het scheppen en benutten van kansen, in het realiseren van wetgeving in plaats het scoren van politieke punten. Vandaar dat Kennedy tegelijkertijd de favoriete kop van Jut was voor conservatieve mediaschreeuwers én in staat was politieke tegenstanders aan zich te verplichten, zoals bleek uit de oprechte lofuitingen van Republikeinse senatoren als John McCain en Orrin Hatch, de behoorlijk conservatieve senator van Utah. Politiek handwerk is slepen en sleuren, inslikken en herformuleren, porren en prikken. En oogsten als er wat te halen valt. Kennedy deed het allemaal zonder zijn idealen uit het oog te verliezen.

Progressieven vertrouwden hem. Als Kennedy akkoord ging, zoals de onderwijsdeal die hij in 2001 sloot met George Bush, dan waren andere progressieven gedekt. Zoals de New Republic het mooi formuleert: ‘Als het goed genoeg was voor Kennedy, wisten we, dan was het goed genoeg voor ons. We wisten dat hij pragmatisme niet zag als een alternatief voor ideologie. Het was enkel een noodzakelijke methode om hem te vervullen.' Een formulering die aanhangers van pragmatisme overal ter wereld boven hun bed mogen hangen. Kennedy liet zien dat het bereiken van resultaten nog niet betekent dat je geen basisstandaarden hanteert, dat ideologie geen vies woord moet zijn. Dat iedere praktische deal moet voortkomen uit een ideeënwereld van wellicht onpraktische maar diep gevoelde idealen.

Natuurlijk was Ted Kennedy al heel lang geen belofte meer. Anders dan zijn broers kon hij na een lang leven terugkijken op wat hij ervan gemaakt had en in dat laatste jaar van omkijken, zal hij niet ontevreden zijn geweest. Vergeet Chappaquidick, vergeet zijn minder dan opbeurende privé leven. Als dienaar van de publieke zaak én als hoeder van het progressieve erfgoed kende Kennedy geen gelijke. En zo laat Kennedy wel degelijk een belofte achter. De belofte van een betere samenleving.

De Groene Amsterdammer, 10 september 2009

 AdSense
http://www.travelnauts.nl/

 Go Amerika
 CheapTickets.nl

Vliegtickets naar de Verenigde Staten

 Nieuws voor 2010
madiwodovrzazo
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930 
 
 AdSense
 Ooggetuigen geschiedenis

De Amerikaanse geschiedenis in bijna honderd ooggetuigeverslagen.

Colofon Contact Disclaimer Adverteren Statistieken
Voor de hele site geldt:
Copyright: Big Sky Productions

U kunt downloaden en opslaan wat u wilt, maar misbruik van het copyright door hergebruik zal vervolgd worden.