First nations in Canada

VISITCANADA.NL

 

 

Let op: de pagina's van deze site zijn verplaatst.

Klik op de foto voor de link 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

POLITIEK DAGBOEK | HOME |BULLETINBOARD | SAMENLEVING





 



 

Eindelijk erkenning voor de First Nations


Sinds een jaar of tien is de Canadese regering druk bezig zich te verontschuldigen voor het beleid van de voorgaande honderd jaar tegen de inheemse bevolking van hun land. En het blijft niet bij excuses, er wordt nu ook actief gewerkt aan het verbeteren van de leefomstandigheden van de Canadese Indianen. De autochtonen zelf proberen ook gebruik te maken van de hernieuwde interesse om hun lot te verbeteren.

Door: Ronald de Lange

De bijna 800.000 geregistreerde Indianen, Métis en Inuit in Canada hebben er lang om moeten vechten, maar ze beginnen langzaam aan hun rechten terug te krijgen. Begin 1998 heeft de federale regering van Canada een ‘verklaring van verzoening’ uitgegeven, compleet met excuses voor de daden van voorgaande regeringen. Ook worden steeds meer verdragen gesloten over teruggave van land en zelfbestuur.

In 1993 meldde de toen net aangetreden regering van Canada dat de bestaande departementen voor Indianenzaken zouden worden vervangen door vormen van zelfbestuur. In 1995 werd daarvoor een beleidsplan aangekondigd, al duurde het tot begin 1998 voor het er kwam. In de tussentijd is wel al met diverse ‘Nations en ‘bands’ beraadslaagd. Sommige van die onderhandelingen hebben ook al tot nieuwe verdragen geleid.

Het zelfbestuur omvat eigen verantwoordelijkheid voor zaken als onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid en rechtspraak. Dat valt te vergelijken met de taken die bij de provincies liggen, binnen de grenzen van een federatie in ontwikkeling. Het gaat erom dat de oorspronkelijke bewoners van Canada het recht hebben zelf beslissingen te nemen over onderwerpen die hun eigen leefgemeenschappen aangaan, aldus het federale ministerie voor Indianenzaken en Noordelijke Ontwikkeling. Aangezien de oorspronkelijke bevolkingsgroepen ieder hun eigen specifieke behoeften hebben, kan er geen eenduidig model van zelfbestuur worden toegepast.

First Nations en Inuit

Afhankelijk van de historische, geografische, culturele, politieke en economische omstandigheden van de bewoners kunnen afspraken over zelfbestuur in verschillende delen van Canada allerlei vormen aannemen. Het overleg daarover valt niet mee. Het land telt volgens Statistics Canada momenteel zo’n 550.000 geregistreerde Noordamerikaanse Indianen, ruim 200.000 Métis en 50.000 Inuit. Voor de goede orde: Indianen worden nu liever ‘First Nations’ genoemd, de Inuit zijn beter bekend als Eskimo’s maar dat is bij hen een scheldwoord, de Métis zijn halfbloeds (Europese mannen getrouwd met Indiaanse vrouwen). Overigens zegt 1,1 miljoen Canadezen van inheemse afkomst te zijn, maar dat zijn niet allemaal officieel geregistreerde aboriginals.

De First Nations tellen meer dan zeshonderd ‘bands’ (zeg maar stammen), verdeeld over 52 volkeren (zoals de Mohawk, de Cree, de Blackfoot, de Iroquois en de Ojibwe) die zo’n vijftig verschillende talen spreken. Er zijn momenteel ruim 2400 reservaten, verspreid over heel Canada. Iets minder dan de helft van de geregistreerde Indianen woont buiten die reservaten, vooral in de grote steden. In de noordelijke gebieden zijn er 53 Inuit-gemeenschappen. De Eskimo’s wonen in eigen dorpen of vormen familie-nederzettingen die rondtrekken in grote gebieden tegen of net binnen de poolcirkel.

Volgens de rekenaars is ongeveer 4,5 procent van de Canadese bevolking van inheemse afkomst. Een kwart van de totale wereld-eskimo-bevolking woont in Canada. Dit soort getallen geven aan hoe moeilijk het is om in het verleden gemaakte politieke fouten te herstellen. De hulp en de waarden van de inheemse volkeren die de nieuwkomers op dit continent verwelkomden, zijn te vaak vergeten, zegt federatie-minister Jane Stewart van Indianenzaken en Noordelijke Ontwikkeling in de verklaring van verzoening. De bijdragen van alle aboriginals aan Canada’s ontwikkeling zijn niet goed erkend.

Uit naam van alle Canadezen doet de regering van Canada dat nu wel. De regering, zo zegt ze verder, ziet in dat het beleid om de inheemse volkeren te laten vermengen met en te laten opgaan in de rest van de bevolking, niet de goede weg was om een sterk land op te bouwen. Daarbij dacht ze ongetwijfeld aan de sociale en gezondheidsproblemen in de reservaten. Nu wordt gezocht naar manieren om de aboriginal-gemeenschappen volledig te laten deelnemen aan het Canadese economische, politieke, culturele en sociale leven op een wijze die hun eigen identiteit beschermt en versterkt.

Landbrug met Siberië

First Nations en Inuit bevolken Noord-Amerika al duizenden jaren. Volgens wetenschappers zijn aboriginal-groepen tussen de 10.000 en 30.000 jaar geleden over een landbrug door de Bering Zee vanuit Siberië gekomen. De voorvaderen van de huidige Eskimo’s kwamen in het poolgebied terecht en wisten zich aan het barre klimaat aldaar aan te passen. Ze ontdekten de isolerende werking van sneeuw en bouwden iglo’s. Ze pasten hun boten zodanig aan dat ze ermee tussen ijsschotsen en in de ijzige wateren konden manoeuvreren, en ontwikkelden de kajak.

Diezelfde kajaks kwamen First Nations goed van pas die in de onherbergzame bossen van het noorden van de Rocky Mountains hun stek hadden gevonden. Ze konden ermee de wilde rivieren op om de wouden binnen te trekken. Andere Indianen gingen achter de bizons aan en werden nomaden in de prairies van centraal-Canada. Ze ontwikkelden een lichtgewicht onderkomen om gemakkelijk van de ene plek naar de andere te verplaatsen: de teepee, gemaakt van dierenhuiden. In het westen, aan de kusten van de Stille Oceaan, leerden aboriginals dammen te maken om vis te vangen, ze bouwden dorpen en ontwikkelden een beeldhouw-traditie.

In de loop van de eeuwen verbeterden ze hun technieken, leerden andere materialen gebruiken en zich aan te passen aan hun omgeving, ontdekten planten met genezende werking. Daarbij hadden ze een speciale relatie met de natuur, met Moeder Aarde, die alle respect verdiende en heilig voor ze was. Ze waren er volledig van afhankelijk en leerden ermee te overleven. Veel van die kennis droegen ze over op de eerste Europeanen toen die vanaf 1500 in Noord-Amerika aankwamen. De bonthandelaren deden er hun voordeel mee. Het zou de Europeanen veel meer tijd hebben gekost zich in Noord-Amerika te vestigen zonder hun hulp en medewerking, zegt de overheid nu.

Verdragen

Toen de Engelsen in 1760 Noord-Amerika in hun bezit kregen, werden decreten uitgevaardigd die de rechten van de inheemse volkeren zouden beschermen. Zo kregen ze stukken land toegewezen waar reservaten werden gesticht en waar landverhuizers uit Europa en de USA geen aanspraak op konden maken. Financiële middelen werden beschikbaar gesteld in ruil voor het sluiten van verdragen waarin ze afstand deden van de rest van hun grondgebied. Ook werden jaag- en visrechten toegewezen. Vanaf 1830 werden de Indianen feitelijk beheerders van grondgebieden uit naam van de Canadese regering. Sindsdien is de invloed van de overheid op het doen en laten van de aboriginals alsmaar toegenomen.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de overheidscontrole volledig. Met de invoering van de eerste Indianenwet in 1876 kon de centrale regering bepalen wie Indiaan was en wie niet, welke kinderen wanneer naar school mochten, hoe het geld werd besteed van de Nations en van individuele personen, hoe de reservaten en grondgebieden werden beheerd. Indianen mochten niet stemmen. In feite werden ze aangemoedigd de reservaten te verlaten en in de ‘gewone’ steden en dorpen te gaan wonen. Integratie met de Europeanen was het doel. Het grootste deel van deze wet is met amendementen gewijzigd in het voordeel van de aboriginals, maar, zo geeft het departement voor Indianenzaken en noordelijke ontwikkeling toe, ze is in feite nog steeds van kracht. De centrale overheid moet nog altijd toezien op het verloop van verkiezingen van de volkeren van de First Nations en hun besluiten hebben de goedkeuring nodig van diezelfde overheid.

Gronden weer terug

De laatste twintig jaar begint de positie van de aboriginals in Canada te verbeteren. Na een periode van grote werkloosheid (vooral in de jaren veertig tot zestig), problemen door alcoholisme en slechte sociale en medische omstandigheden, hebben ze zichzelf uit een moeras van ellende weten te halen. Ze hebben nu eigen scholen binnen de reservaten en in de eigen dorpen, het aantal afgestudeerden van hoger onderwijs groeit, de gemiddelde leeftijd stijgt. Hun organisatie ‘Assembly of First Nations’ is nu het officiële platform voor overleg met de centrale overheid. Nieuwe verdragen worden gesloten over het eigendom van grondgebieden die in het verleden van de inheemse volkeren waren afgenomen, hoewel dat soms gepaard gaat met botsing van verschillende belangen. In British Columbia bijvoorbeeld zijn grote multinationale ondernemingen die zich bezighouden met houtproduktie. Die willen hun activiteiten niet zomaar overdragen aan de plaatselijke First Nations. Toch ziet het ernaar uit dat ze daaraan zullen moeten gaan geloven. En in New Brunswick strookt het kappen van bomen door de natives niet met het provinciale-overheidsbeleid dat dit verbiedt in het kader van natuurbehoud.

Opvallend resultaat van de nieuwe benadering door de Canadese centrale overheid is het verdrag dat is gesloten met de Inuit-volkeren. Als gevolg daarvan heeft de overdracht plaats gevonden van grondgebied met een omvang van ongeveer driemaal Frankrijk en de vorming van het nieuwe Canadese territorium Nunavut (‘ons land’ in de taal van de Eskimo’s). Het beslaat ruwweg de oostelijke helft van de huidige Northwest Territories, tot ver binnen de poolcirkel en nagenoeg helemaal boven de boomgrens. In 1999 moet een nieuwe kaart van Canada worden gemaakt om Nunavut een eigen plek in de wereld te geven.

Ondernemen en dansen

De aboriginals zelf zijn ook ondernemend geworden. Volgens een recente telling van Statistics Canada zijn er nu meer dan tienduizend bedrijven en bedrijfjes die eigendom zijn van en beheerd worden door de oorspronkelijke bevolking. Daarbij gaat het onder meer om de ontwikkeling van onroerend goed, bosbouw, toerisme, mijnbouw en kunstnijverheid. Het werk van aboriginal-kunstenaars, zowel van Indiaanse afkomst als Eskimo’s, wordt steeds meer geaccepteerd door de nationale en internationale kunst-gemeenschap.

Inuit-sculpturen en -etsen zijn veel gevraagd, vooral de beeldjes van diverse soorten zeepsteen. Culturele producten van aboriginals openen de deur naar onze historie, zeggen ze zelf. Inheemse artiesten, ontwerpers en ambachtslieden zorgen voor een uitgebreid en exclusief, door hun afkomst geïnspireerd pakket van authentieke voorwerpen. Ze zijn te zien en te koop in de talloze eigen culturele centra, souvenirwinkels en kunstgalerieën, binnen en buiten de reservaten en aboriginal-gemeenschappen.

De laatste jaren maakt echter vooral het aboriginal-toerisme een explosieve groei door. Exotische namen als Quaaout, Xats’ull, Tsuu T’ina, Medicine Hat, Kruda Ché, Teslin Tlingit, Rainy River First Nation, Algonquins of Golden Lake en Big Cove Micmac spreken tot de verbeelding. Daarbij komen gedachten op van mannen met grote verentooien op het hoofd en kleurige gewaden aan die rond een totempaal ritmische dansen uitvoeren. Stereotype beelden die uit de tijd zijn, denk je. Ondernemende First Nation bands hebben die tradities echter teruggehaald en opgepoetst. Nu voeren ze hun krijgs- en regendansen uit ten behoeve van de toeristen. Wees op het juiste moment in een reservaat en je kunt deelgenoot worden van rituelen en activiteiten die je gedacht had alleen in films van Winnetou en Old Shatterhand te zullen kunnen zien.

Elk van de stammen en volkeren geeft eigen invulling aan hun erfgoed. Ook is ieder gespecialiseerd in activiteiten die nu als kunstzinnige nijverheid worden gezien. Zoals de Indianen van de westkust, in British Columbia, die zich hebben ontwikkeld tot vaardige houtbewerkers. Ze maken ingewikkelde, gigantische totempalen en bouwen ranke kano’s waarmee ze heer en meester zijn in de woeste branding van de Stille Oceaan. Toeristen kunnen mee of met gidsen de westkust-trail volgen. In de provincie Alberta aan de oostkant van de Rocky Mountains organiseren gidsen van First Nation volkeren avontuurlijke excursies te paard de rijke natuur van de bergen in of achter de bizons in de prairies aan. Voor meerdaagse tochten worden natuurlijk teepees meegenomen.

IJskoude avonturen

Wie echt avontuur wil kan terecht bij de op maat gemaakte wildernis-avonturen-reizen die worden aangeboden in het Yukon-territorium. Eskimo-gidsen hebben er één- en meerdaagse tochten te paard en in kano’s opgezet die inzicht geven in het leven in het poolgebied. De natuur en de dierenwereld staan centraal bij de oorspronkelijke bewoners en dus ook bij deze ondernemingen. De toeristische bedrijfjes van de Inuit in de Northwest Territories nemen bezoekers in hun kajaks mee langs ijsvelden en ijsbergen, op sledetochten naar hun visplaatsen, of laten alles zien over hun jacht op de immense muskus-ossen, zeehonden en walvissen. Logeren in een iglo hoort er natuurlijk ook bij en het aanschouwen van het noorderlicht maakt dat allemaal nog spectaculairder.

In het nieuwe territorium Nunavut worden tal van avontuurlijke activiteiten georganiseerd, gericht op sneeuw en ijs, en het overleven in poolgebieden. Op het programma staan onder meer hondenslee-tochten, iglo’s bouwen, walvissen kijken, zeehonden-jacht, op excursie gaan naar de toendra’s en de ‘bloedige watervallen’. Er zijn hier geen klokken om de tijd te meten, zeggen de plaatselijke Eskimo’s, alleen de trommels die de hartslag van het land weergeven. Bizons en ijsberen De bizon-jacht was voor de Indianen in de prairie-provincie Saskatchewan de belangrijkste bezigheid. Ze leverde behalve voedsel ook gereedschappen en bouwmaterialen op. In historische parken en teepee-dorpen is daarover meer te zien.

De vlaktes leveren bovendien verrassingen op: grotten met eeuwenoude afbeeldingen van de bizon-jacht en andere activiteiten van de Indianen, duizenden jaren oude sporen en archeologische plekken. Aboriginal-gidsen leiden reizen naar de toendra-vlaktes en de rijke visplaatsen, houden wildsafari’s. In de tweede prairie-provincie, Manitoba, is het verleden nog altijd aanwezig, zeggen de toeristisch ondernemende First Nations. In het noorden is de grootste verzameling ijsberen-verblijven van Noord-Amerika, in de omgeving van Churchill. Ook hier hebben ze excursies opgezet, nu met speciale ijsbussen of in kleine groepen met sneeuwscooters op fotojacht naar kariboe, poolvos, ijsbeer, wolf en sneeuwhoen. Zuidelijker zijn teepee-dorpen ingericht voor de ontvangst van toeristen, waar dansen worden opgevoerd en verhalen worden verteld uit de tijd van voor de Europese veroveringen.

Culturele reizen

IJsberen hebben ze ook in het noorden van de provincie Ontario, in Polar Bear Provincial Park. Ondernemende Indianen en Eskimo’s organiseren er excursies heen. Ze hebben er ook diverse geheel verzorgde culturele rondreizen, in lengte variërend van zes tot vijftien dagen, met bezoeken aan festiviteiten (zoals pow wow’s) van de inheemse bevolking, hondenslee-ritten, kano-tochten en verblijven in teepee-dorpen waar het lokale eten kan worden geproefd en de sfeer van het Indianenleven opgesnuifd, er al of niet naar toe gereisd per watervliegtuig. De bezoeker kan historische routes van bonthandelaren volgen, op zalm vissen, naar walvissen kijken, nagebouwde Indianendorpen bezoeken.

First Nations in de provincie Québec verzorgen traditionele maaltijden en rondleidingen in forten en reservaten. Ook organiseren ze er avontuurlijke reizen naar onherbergzame gebieden in het noorden waar geleerd wordt iglo’s te bouwen, met de natuur om te gaan en hoe te overleven. De inheemse volkeren van de Atlantische provincies (New Brunswick, Newfoundland and Labrador, Prince Edward Island, Nova Scotia) hebben vergelijkbare bedrijfjes waar toeristen terecht kunnen voor excursies, rondreizen en verblijven in iglo’s en wigwams.

Het leven aan de kust heeft er de nadruk, met veel activiteiten op het gebied van walvissen kijken en visvangst. Het bijzondere aan deze oostkant van Canada is dat hier de eerste Europeanen aankwamen, eerst de Vikingen en later Fransen, Engelsen, Schotten en wat Nederlanders. Aboriginal reis- en toeristische ondernemingen overal in Canada verwelkomen de toeristen voor unieke en op cultuur en historie gebaseerde vakantie-bestemmingen, stelt de organisatie ‘Aboriginal Business Canada’.

Persoonlijke ontmoetingen zijn mogelijk met kunstenaars, ambachtslieden, schrijvers, ontwerpers en musici. Ze zijn vaak zelf aanwezig op de plaatsen waar hun producten te koop zijn: ‘in touch with the spirit of enterprise’. Ze noemen Ontario het land van de schitterende wateren en Toronto de plaats van de ontmoetingen. Ottawa komt van Odawa, een van de 52 First Nations-volkeren, Canada is afgeleid van het Iroquois-woord kanata, dat dorp of gemeenschap betekent, Niagara is ‘donderen van water’. Ze vergelijken hun diversiteit met de takken van een boom, hun culturen verbonden door wind, water en de Aarde. Langzaam hervinden de Indianen, Eskimo’s en Métis van Canada hun eigen plaats in economie en cultuur, beginnen hun slechte tijden om te slaan in een hoopvolle toekomst.


Terug naar opening