|
VISITCANADA.NL
|
|||
| POLITIEK DAGBOEK | HOME |BULLETINBOARD | SAMENLEVING | |||
|
|
|
Saskatchewan: de ultieme prairie | |
Onder de big skies van oost-Saskatchewan liggen meer schatten dan alleen wuivende velden met goudgeel graan. U vindt er ook Oekrainse festivals, natuurparken, Mounties, wilde bloemen, meer watervogels dan u ooit had kunnen denken en mensen die oprecht blij zijn je te ontmoeten. Door John Madson Reizen heeft meerdere kanten. Zo heb ik nooit gevonden dat kleine wegen er zijn om je naar de grote wegen te voeren, maar denk ik juist het omgekeerde - en mijn favoriete kleine wegen zijn die waar het gras bijna de wege over groeit. Ik heb ook vastgesteld dat toeristische attracties menigten kunnen aantrekken, die zo groot zijn dat je van het landschap waar het om ging niets meer ziet, terwijl juist mindere juwelen de blijvende herinneringen geven. Voor mij hebben daarom de uitgestrekte vlakten en rustige stadjes van Canada's prairieprovincies heel wat te bieden. Aangezien het de regio ontbreekt aan de ruige dramatiek van nationale parken als Jasper en Banff, honderden kilometers naar het westen, zal een plek als oost-Saskatchewan nooit het toeristisch centrum van de westerse wereld worden - en dat is maakt hem juist zo aantrekkelijk. In het gezelschap van mijn vrouw reed ik op een mooie midzomerdag het platteland van Saskatchewan op, oostwaarts vanuit Regina, met op de autoradio de Canadese countryzanger k.d. lang kwelend over een big-boned gal from southern Alberta'. We wilden deze week een ruim 850 kilometer lang lusvormig traject afleggen: eerst naar het noordoosten, naar Yorkton en Duck Mountain National Park, dan zuidwaards naar Stoughton en terug naar Regina. Het prairielandschap was een lappendeken in briljant geel. Het waren de velden met bloeiend koolzaad, een gewas dat men hier kweekt vanwege de oliehoudende zaden. Aangezien het goed is je cholesterolniveau, is er steeds meer vraag naar koolzaad-olie door een het gezondheids-bewust publiek. In 1994 constateerde Saskatchewan, van oudsher een van de graanschuren van de wereld, dat koolzaad een even groot deel van de opbrengst vertegenwoordigde als het graan. Een ontevreden boer zou me later vertellen dat hij het spul haat, omdat het bij het maaien stinkt naar rotte kool. Alsof ons dat wat kon schelen. Amberkleurige golven van rijpende tarwe mogen hun schoonheid hebben, ze zijn niets vergeleken met het fonkelende goud van bloeiend koolzaad. Het is alsof de zon vanuit de wortels omhoog schijnt en de velden van binnen uit verlicht. Soms wisselde het koolzaad af met velden wilde blauwe vlas en leek het wel alsof er stukjes hemel naar beneden waren gevallen. Omlijst met vlas in de voorgrond en een blauw meertje verderop, liet het koolzaad duidelijk zien dat - graan of geen graan - Saskatchewan meer was dan een Canadese versie van Kansas. Wat je ook niet ziet in Kansas zijn de verhogingen (bluffs genaamd) met espen, die je hier regelmatig tegenkomt - eilandjes van bomen rondgestrooid in het landschap. Dit zijn de uitlopers van de espenbossen die tussen de prairies en de noordelijke poolbossen liggen. De bluffs zijn echter zo ongeveer het enige was over is van Saskatchewans oorspronkelijke prairie-landschap. Alles was nu bebouwd, zo ver als het oog kon zien. Vandaag de dag beslaat de grain belt van Saskatchewan ongeveer zestien miljoen hectare, en er is nog maar een heel klein deel met het originele prairiegras. Dat wil niet zeggen dat de prairie niet zijn sporen heeft nagelaten. Langs de spoorlijnen zagen we ruwe wilde grassoorten en kleine veldjes rode lelies. Het voorjaar en de zomer waren nogal nat geweest, zodat vennen, moerassen en kuilen tot de rand gevuld bleven en hun oevers verdwenen onder de kattestaarten. Deze inzinkingen, in vele varianten, stammen uit de ijstijd en zijn de woonplaats voor het kroost van Canadese ganzen en puddle ducks - wilde eenden, pijlstaarten en blauw-groene gevleugelde talingen. We waren nog geen uur onderweg uit Regina, of de weg ging omlaag, een diepe vallei in die als een scheur in de vlakte lag. Hier snijdt de rauwe Qu'Appelle Valley enkele honderden meters diep de prairie in. De rivier die er zijn naam aan geeft, stroomt langs de stad Fort Qu'Appelle en vormt een vijftig kilometer lange keten van vier meren. In de prehistorie vonden de Cree beschutting, voedsel en brandhout in de vallei. The Valley of the Calling Lakes' wordt dit stuk wel genoemd, naar de legende die vertelt dat de indianen in hun kano's vanaf de oevers de stemmen van geesten hoorden. De meren wemelen van de vis en zijn elk jaar in september het toneel van de Walleye Cup International Tournament, met een prijzengeld van $30.000. De stad Fort Qu'Appelle heeft een rijke geschiedenis. Het oude fort en de handelspost zijn niet bijzonder indrukwekkend - tenzij je je fantasie de vrije loop laat. Dan kun je de geesten voelen die de oude straten en heuvels bevolken: de Cree die in de vallei joegen op de overwinterende bisons; de bonthandelaren aan het begin negentiende eeuw; of Sitting Bull, de grote leider van de Sioux indianen, wiens met de dood bedreigde stamgenoten in 1877 over de medicine line' naar Canada vluchtten, op de voet gevolgd door het Amerikaanse leger. Al deze geestverschijningen liggen te wachten om opgeroepen te worden door bezoekers. Een uitstekende plaats om dat te doen is het kleine maar informatieve historische museum van Fort Qu'Appelle, gehuisvest in een van de oudste gebouwen van Saskatchewan, een gebouw uit baksteen en boomstammen dat eens deel uitmaakte van het oude fort. In de ruige kloven langs de flanken van de vallei buiten het stadje troffen we de saskatoon-bessen rijp voor de pluk. Al etend klauterden we omhoog. (De wrange, purperachtige vruchten worden ook wel juneberry of serviceberry genoemd in meer zuidelijke klimaten.) Voor een tweede ronde stopten we in het kleine pittoreske dorpje Mallard Cove, aan de noordkant van Mission Lake, met tuinen, winkeltjes en een theehuis. We zaten aan een schaduwrijke tafel met parasol, van waar we uitkeken over het meer en ons tegoed deden aan Engelse scones met slagroom en verse aardbeien-confituur. Wie de calorieen wil beperken, kan de uitstekende kunstgalerie met beeldhouwwerken, keramiek en landschapsschilderijen door Canadese impressionisten als alternatief nemen. We lieten de vallei achter ons, rijdend onder de unieke lucht die zo kenmerkend voor het prairieland: een immens blauwe koepel gevuld met witte, westwaarts jagende wolken, die hun schaduw voor zich uit lijken te duwen, het schitterende goud van de koolzaadvelden veranderend in dof koper. Waarschijnlijk is het die lucht, en de behoefte aan beschutting tegen de wind, die de boeren ertoe leidt hun woningen met bomen te omringen. Het helpt om die immense openheid buiten te sluiten. Maar andere mensen genieten daar juist van. Ellen Stachiw bijvoorbeeld. We ontmoetten haar achter de toonbank van een cadeauwinkel in het dorp Stockton toen we daar stopten voor saskatoon bessenjam. Ze kwam uit Nederland en was als jong meisje naar Saskatchewan geëmigreerd. Ze was dol op haar nieuwe land, inclusief die blauwe koepel. Ik heb een tijdje in Brits Columbia gewoond', vertelde ze, en het is daar erg mooi. Maar de bomen en de steile rotsen bederven het uitzicht op de lucht.' Ellen was een relatieve nieuwkomer, maar ik denk niet dat ook maar één van de mensen die ik ontmoette verder terugging dan de tweede generatie. In het Western Development Museum van Yorkton werd ons uitgelegd hoe de provincie was ontgonnen. Buiten staan landbouw-werktuigen uitgestald, variërend van zaaimachines tot tractoren. Het werkelijke verhaal ontvouwt zich echter in een serie uitstallingen binnen in het bakstenen museum gebouw: niet alleen een pionier-keuken, oude politie-uniformen en dergelijke, maar ook ruimtes die de verschillende nationaliteiten vertegenwoordigden die dit land hadden ontgonnen. De belangrijkste immigratiegolf begon te arriveren in het laatste decennium van de vorige eeuw met de komst van de spoorlijn. Het was de absolute bloeitijd van de prairieboerderij, toen dit gedeelte van Canada verheerlijkt werd als de Last Best West'. De tentoongestelde promotieposters laten zien hoe Canada zichpresenteerde in die dagen: Kom naar mij en ik zal je 65 hectare land geven. Geef me tien dollar om je claim op een boerderij te registreren en na een verblijf van drie jaar en verplichte bebouwing zal het land van jou zijn.' En de sodbusters zoals deze arme boeren genoemd werden, stroomden toe uit alle windstreken. Canadezen uit het oosten, Engelsen, Amerikanen, Duitsers, IJslanders en Zweden, maar de nieuwkomers die het zwaarste stempel op het land drukten, waren waarschijnlijk de Russen en de Oekraïners. De uitgestrekte steppen van het nieuwe land gaven wellicht een ontmoedigende en intimiderende aanblik voor net gearriveerde Britten, maar voor de Oost-Europeanen was het een herinnering aan thuis. Ze kwamen uit het land van de tarwe en dat was precies wat ze van Saskatchewan zouden maken. De Oekraïnse cultuur manifesteert zich in de gehele streek met ambachtswerk, architectuur en festivals. Het museum laat bijvoorbeeld talloze voorbeelden van pysanky zien, de prachtige Oekraïnse paaseieren. Elk meesterwerk heeft een complex geometrisch ontwerp, het patroon aangebracht met een fijne graveernaald en meerdere malen geverfd, viert de Verrijzenis van Christus. Naast pysanky verkopen cadeauwinkels in de regio ook andere voorbeelden van een typsich Oekraïnse vaardigheid: het tarwe vlechten. Een klein aantal zeer vakkundige kunstenaars vervaardigt nog steeds deze kleine decoratieve artikelen zoals gevlochten dieren, waaiers en orthodoxe kruizen. Er wordt gezegd dat ze geluk brengen, en boeren hangen ze gewoonlijk aan de voordeur om zich van een goede oogst te verzekeren of juist daarvoor te danken. Wij lieten ons vertellen dat de beste tarwevlechtster in de streek Mrs. Sapara uit Watson was, een dorpje ten noordwesten van Yorkton. We verwachtten een eerbiedwaardige, traditionele Oekraïnse baba te ontmoeten, rijk gezegend met kleinkinderen. Fout. Mary Jane Sapara was zo'n 35 jaar en had een man en vier kinderen. Het ontbrak haar niet alleen aan kleinkinderen, maar ook aan traditie. Haar grootmoeder had wel eens wat tarwe gevlochten, maar Mary Jane was pas tien jaar geleden begonnen nadat ze een cursus had gevolgd. Enthousiast geworden begon ze een winkeltje op de veranda. Veel van mijn eerste ontwerpen waren een mislukking', geeft Mary Jane toe. Het ontwerp dat ik het mooiste vond is allesbehalve mislukt: een ingenieuze kleine waaier met een afbeelding van de rode lelie, de officiële bloem van Saskatchewan. Oekraïners hebben hun sporen nagelaten in het gebied. Het zuiden van Saskatchewan heeft twee kenmerkende gezichten: graanslio's en ui-vormige Oekraïnse kerken. Bijna elke stad bezit een prachtig voorbeeld van zo'n Katholieke of Orthodoxe kerk. Sommige zijn bijzonder klein, net als de nietige dorpjes die ze bedienen. Andere, zoals de Oekraïns-Katholieke kerk van Sint Petrus en Paulus in Canora, zijn zo groot als een kathedraal. In dit vlakke en open gebied zie je de ui-vormige koepels van kilometers afstand. Onze favoriet staat vlakbij Highway 8 in het dorp Wroxton: de Oekraïns-Grieks Orthodoxe Kerk van Sint Elias, een gracieuze schoonheid met een zilveren koepel. Wroxton ligt aan de route naar Duck Mountain Provincial Park, zo'n tachtig kilometer ten noordoosten van Yorkton, een oase van rauw terrein in het door gletsjers afgevlakte boerenland. Toch zou zonder ijstijd Saskatchewan veel missen. De gletsjers schuurden de duizenden meren uit, die zo rijk aan watervogels zijn dat ze North America's Duck Factory worden genoemd. En zoals de glesjerkrachten de meren van Qu'Appelle Valley creërden door te graven, zo schiepen zij de Duck Mountain Highlands door een enorme hoop steenpuin op te stapelen in een stagnation moraine' van zwerfkeien, zand en klei van wel tweehonderd meter dik. Het klimaat hier is anders dan op de de prairies beneden - de gemiddelde temperatuur is lager en er is genoeg neerslag om bomen te laten groeien. Het resultaat is het meest zuidelijke bos met gemengde bomen in Saskatchewan: populieren, balsembomen, berken, sparren en lariksen, gedomineerd door hoge espen. Tijdens het weekend dat wij in Duck Mountain Provincial Park verbleven, kwamen veel lokale mensen naar deze meren, bossen en heuvels. Weggestopt tussen de bomen, alsof ze beschutting zochten voor de wijdopen prairielucht rondom het park, liggen hier groepjes privé vakantie-huisjes. Er komen vooral mensen uit de buurt. Voor de vreemdeling is het een ideale plek om gesprekken aan te knopen - mij viel dat gemakkelijk, omdat ik direct herkend werd als een buitenlander door mijn Midwesters accent. Niet dat lokaal taalgebruik zonder eigenaardigheden is: bijna iedere vraag eindigt op eh?'. Net zo enthousiast voelden we ons verwelkomd op onze volgende stop, de viering van het honderdjarig bestaan van de kleine stad Saltcoats ten zuiden van Yorkton. Het was heet die middag - boven de dertig graden en zonder schaduw - maar dat leek de menigte niet te deren. We bleken al snel de enige buitenstaanders. Een oude boerenvrouw drukte het zo uit: Dit is het soort plaats waar je voorzichtig moet zijn met wat je zegt over mensen. Je praat waarschijnlijk met vrienden of buren, of familie.' Een grote vlakke truck diende als het hoofdpodium voor de wel heel lokale programma's. Ze bestonden uit plaatselijk talent, soms gedenkwaardig, soms niet. Dames waren getooid in zonnehoeden en schorten voor de historische lezingen. De voorspelbare dosis patriottisme werd verzorgd door het Royal Canadian Legion. Schots-Ierse emigranten in traditionele kilts dansten op de muziek van doedelzakken die je op zoveel Canadese festivals tegenkomt. We hoorden een voortreffelijke solo tenor. Maar wat onze middag extra cachet gaf, was het optreden van de jonge Oekraïnse dansers in vol ornaat - vele schorten, onderscheidingen en borduurwerk. Hun dansen was goed en hun fris, jong enthousiasme maakte het nog beter. Ik had de hele reis al zitten denken dat ik wel eens met Mountie wilde praten en net voor de finale, de bekende Musical Ride van de Royal Canadian Mounted Police, kreeg ik mijn kans. Ik vroeg een grote sergeant naar zijn scharlaken tuniek. Ik vermoedde al dat de beroemde jassen zijn gemaakt van een dichtgeweven wollen serge-stof. Heet?' vroeg hij. Je kunt wel zeggen dat het heet is! Ik zou deze middag liever op een blok ijs zitten dan op een paard.' Daarna begon hij de voorstelling met zijn groep - 32 rode jassen op zwarte paarden, fladderende vaandels aan het eind van hun lansen, hun rijdieren stappend en steigerend op de walsen en marsen uit de bandrecorder. Afgezien van Moose Mountain Provincial Park, een gletsjer-hoogland dat wel lijkt op Duck Mountain, wordt het land steeds vlakker wanneer we de volgende dag verder trekken richting het zuiden. We reden richting Stoughton, van waar de spoorweg 150 kilometer kaarsrecht, zonder één bocht naar Regina loopt en waar steeds kleiner worden graansilo's de route achter de horizon markeren. Er zijn behoorlijk was vakantie-boerderijen en bed-and-breakfasts verspreid over Oost-Saskatchewan. Wij wilden graag naar een echte boerderij en ik vond die even ten noorden van Stoughton: Payton's Prairie Place, van Ida en Delbert Payton. We kwamen er rond de middag aan en parkeerden onze auto bij de achtertuin naast het grote huis. Ida, Elbert en hun twee honden heetten ons van harte welkom. Ze gingen ons voor naar de kolossale keuken, waar in het midden onder een gigantische verzameling potten, pannen, voedsel en gereedschap een reusachtige tafel schuil ging. Eerst maar eens verse, hete thee en wat wilden we die avond eten, eh? Dit was duidelijk het sociale centrum van het huis. Binnen geen tijd lag er een hond aan mijn voeten en ik maakte mijn keuze voor het avondeten: rosbief. Voor mij was het een soort terug-naar-vroeger. Sinds mijn jeugd in Iowa had ik niet meer zo'n keuken gezien, schoon genoeg om gezond te zijn, rommelig genoeg om gelukkig te zijn. Bij het avondeten (niet de hoofdmaaltijd, die is 's middags) bleek de roast beef heel well done, precies zoals wij plattelandsjongens het graag wilden. Daarna toonde Ida ons de dierentuin die ze er voor haar plezier op na hield - dikbuikige varkens, schapen met vier horens, dwerggeiten, Mexicaanse varkens, pauwen, verschillende soorten ganzen, hangoor konijnen en cavia's, die we aanschouwden door een waas van muggen. Op weg naar de boerderij hadden we vaak rokende vuren gezien waar paarden en vee profiteerden van de rook. Terwijl wij er flink op los mepten tijdens Ida's rondleiding, leek het alsof zij geen last had van de muggen. Delbert had de exotische levende have aan zijn vrouw over gelaten, om zichzelf voornamelijk bezig te houden met de paarden, zo'n 140 merries in een enorme nieuwe stal. Hun functie was niet om te berijden of te showen, maar zwanger zijn. Van tijd tot tijd wordt ieder dier met aan een stalen tank verbonden om de urine te verzamelen. Later wordt hier het door de zwangerschap in verhoogde hoeveelheden aanwezige hormoon oestrogeen uit gezuiverd, dat gebruikt wordt in allerlei takken van cosmetica tot de behandeling van osteoporose. Ik had wel verwacht dat Payton's Prairie Place behoorlijk nauw met het land verbonden zou zijn, maar had nooit kunnen dromen dat paardenpis de belangrijkste oogst zou zijn. Ida en Delbert organiseerden ook activiteiten als boerendansen, barbeques, nachtelijke plezierritjes en werk op de boerderij. Het was zeker niet de stijl van leven op een Brits landgoed, maar dat was nooit een erg zinnige manier om op de praire te wonen. Toch probeerde tijdens de jaren tachtig van de vorige eeuw een groep Engelse kolonisten dat op Cannington Manor. (Je kunt de vroegere kolonie nog bezoeken, nu een historisch park ten oosten van Moose Mountain). Ze poogden het leven van de typische Engelse landjonker te imiteren - vossenjacht, visitekaartjes op zilveren bladen en in het algemeen een levenswijze zoals de landadel die gewoon was. De poging mislukte jammerlijk. Zoals Ida het samenvatte: Dat soort zaken past gewoon niet in dit land, high tea en het prairie leven van Saskatchewan gaan niet samen. Af en toe haal ik de kandelaars en het kristal tevoorschijn, maar niet vaak.' Op onze weg terug naar Regina, dwaalden mijn gedachten af naar de mensen die we haden ontmoet. Ik waardeerde hen om hun openheid en vriendelijkheid. De Canadezen uit de prairie-provincies belichamen iets dat je nog zelden in de Verenigde Staten tegenkomt. Iets...jongers. Ik herinnerde me het enthousiasme waarmee een jonge Mountie in Saltcoats de plaatsen beschreef waar hij gestationeerd was geweest; het plezier waarmee Mary Jane Sapara uitlegde hoe ze verschillende soorten tarwe gebruikte in haar kunstwerken. Die hartelijke, bijna onschuldige frisheid is wat Saskatchewan de reiziger te bieden heeft. In grote toeristencentra lijkt het vaak of de eigenaren liever hadden gehad dat je weg was gebleven en je geld per giro had overgemaakt. Niet hier. Iedereen leek blij om me te zien, gewoon vanwge mezelf. Dat telt mee voor mee - weegt zelfs heel zwaar. Voor mij is de warmte van de mensen altijd het basisvereiste. Bergen zijn facultatief. |
|