|
VISITCANADA.NL
|
|||
| POLITIEK DAGBOEK | HOME |BULLETINBOARD | SAMENLEVING | |||
|
|
|
Reis in British Columbia |
||
|
Start in Vancouver Frans Verhagen Van alle steden aan de noord-Amerikaanse westkust is Vancouver misschien wel de leukste. Canada's derde stad (na Toronto en Montreal) ligt niet alleen prachtig aan een natuurlijke haven, met stranden, bergen én ski-pistes op korte afstand, het is ook een intens plezierige stad. Canadezen zijn vriendelijk, open en levensgenieters - net als de Amerikanen van de westkust maar wat meer relaxed. Kortom, een bezoek aan het westen van Canada kunt u niet beter beginnen dan in deze heerlijke stad. U hoeft maar een paar uur rond te wandelen in Vancouver, naar de haven
bijvoorbeeld, naar Canada Place met zijn congresgebouw waarvan het dak uit
vijf zeilen bestaat, naar In twee dagen kunt u dit niet allemaal doen, maar wat in geen geval op
uw lijstje mag ontbreken is het geweldige Museum of Anthropology. Neem een
taxi naar dit museum op het
Richting RockiesAls u zich begeeft in de richting van de fantastische Canadese natuur U zult met enige spijt in uw hart Vancouver achterlaten. Groen, bergen en sneeuw bepalen hier het zicht: dit is nadrukkelijk het landschap van het noordwesten van Noord-Amerika. Het is niet zo warm, veel groener en ook veel ruiger dan u bijvoorbeeld in de Verenigde Staten kunt verwachten. Het is een land dat ideaal is om zelf te bereizen, niet te heet, niet te koud, altijd verrassend. Wel moet u zich realiseren dat Canada dunbevolkt is en dat de afstanden aanzienlijk zijn. Vanuit Vancouver volgt u de Fraser River waarlangs u geleidelijk aan in
het landbouwgebied terecht komt, door talloze historische dorpjes. Maak
bijvoorbeeld een tussenstop bij Fort Langely, een handelspost van de
Hudson Bay Op weg naar Penticton gaat u door het Manning Provincial Park, het noordelijkste deel van de bergrug die in de Verenigde Staten North Cascades National Park heet. U kunt er doorheen rijden zonder te stoppen maar dan doet u zichzelf tekort. Rijdt bijvoorbeeld naar de Cascade Lookout, voor een prachtig zicht op de omliggende valleien en bergen, soms tot in de Verenigde Staten. Plak er nog acht kilometer rijden aan vast en u bent bij de bergweiden aan de voet van Blackwell Peak, waar u tijdens de korte bloeiperiode in juli en augustus een ware kleurenplacht wacht. Penticton betekent in 'Plaats om voorgoed te blijven', maar u doet er beter aan om na overnachting snel door te rijden naar Revelstoke. Vanuit die plaats kunt u een kijkje nemen in het eerste nationale park op uw weg: Mount Revelstoke National Park. Dit is letterlijk de overgang van wat het Interior Plateau word genoemd naar de Canadese Rockies. Aangezien u morgen onderweg gaat naar het beroemde Banff en Lake Louise, over de Rogers Pass en een van de ruigste landschappen van Canada, kunt u de rest van deze dag goed gebruiken om dit wat kleinere park te verkennen en vast te wennen aan de grandeur en grootsheid van het landschap. Probeer bijvoorbeeld het Meadows in the Sky pad te bereiken, hoog bij de top van Mount Revelstoke, aan de Summit Parkway. De Canadian Rockies zijn een belevenis op zich, niet te vergelijken met welk ander natuurgebied dan ook. In dat natuurgebied zijn de kroonjuwelen de twee bekende nationale parken: Banff en Jasper National Park. De eerste halte, Banff, is bekend van zijn vele gelikte foto's in toeristenbrochures. Maar de werkelijkheid is veel mooier dan u ooit op een foto kunt vatten. Banff was Canada's eerste nationale park (1914) en het is nog steeds het populairste. Met drie miljoen bezoekers per jaar kan het er druk worden maar u heeft zelf in de hand in hoeverre u daar last van heeft. Beter gezegd, U heeft het in de voet, want wie alleen wil zijn loopt gewoon een eind weg. In een park met 6500 vierkante kilometer, weinig bestrate wegen en 25 toppen van boven de 3000 meter is aan ruimte geen gebrek. Banff is een aardig, zij het toeristisch stadje, maar daarvoor bent u natuurlijk niet gekomen. Natuur is hier de boodschap. Op de heenweg bent u al een stuk langs Lake Louise gereden dat zich ten
noorden van Banff uitsterkt. Negeer hier het dorpje van deze naam maar
geniet van het fantastische en Icefields Parkway Tussen Lake Louise en Jasper loopt een van de mooiste natuurwegen van Noord-Amerika: Icefields Parkway. De route volgt de waterscheiding, The Continental Divide, vanwaar het regenwater aan de ene kant westwaarts aan de andere oostwaarts stroomt - de gemiddelde hoogte is 1700 meter. 'Het kan hier kouder zijn dan u denkt', staat op de top van Bow Summit, een pas op 2086 meter hoogte. Als u daar bent, rijdt u via een zijweg naar de Peyto Lake Overlook, een fenomenaal uitzicht over dit gletsjermeer. U rijdt langs meer dan honderd gletsjers, tienallen watervallen en eindeloze bergmassieven. Dit zijn de meest populaire landschappen van Canada. De lengte van de Icefields Parkway is niet meer dan zo'n 230 kilometer maar zo'n landschap leent zich bij uitstek voor nader onderzoek. Een dag kunt u er gemakkelijk doorbrengen. Het volgende hoogtepunt is de Sunwapta Pass op 2035 meter. Vlak daarbij ligt ook de gignatische Athabasca Glacier. Nog maar een paar cijfers: deze gletsjer is meer dan zes kilometer lang en heeft een oppervlakte van 326 vierkante kilometer. En dit is nog maar een uitloper van het Columbia Icefield, het grootste veld van sneeuw en ijs in Noord-Amerika, buiten de poolgebieden. De meeste bezoekers kiezen voor een ritje met de verwarmde snowcoach, maar de enige manier om de gletsjer echt te ervaren is de wandelschoenen aan te trekken en op pad te gaan. Dan ziet u tenminste wat anders dan al die anderen die op een klein gebied bij elkaar blijven. U bent inmiddels al in Jasper National Park, het grootste park van de Rockies. Geleidelijk aan daalt u af naar de duizend meter hoogte waarop het stadje Jasper ligt, omringd door rivieren, meren en bossen en in de luwte van drieduizend meter hoge bergen. Jasper is als het ware de tweelingzus van Banff maar volgens velen minder druk en minder ontwikkeld, en dus minder bedorven. Nou valt het met die bedorvenheid van Banff ook wel mee, maar echte natuurliefhebbers vinden dat de bouw van suburbs en vakantiehuizen daar wel erg hard is gegaan. Maar in een landschap zo wijd en zo gevarieerd als de Rockies in het bijzonder en British Columbia in het algemeen, is drukte maar een heel betrekkelijk begrip. Wandel een paar honderd meter en u bent alleen. Het park is groter en wilder dan Banff. Bij het verlaten van Jasper National Park over de Yellowhead Pass komt u vlak langs de hoogste berg van Canada, Mount Robson (3954 meter). U volgt Yellowhead Road, genoemd naar een Iroquois pelsjager, bijgenaamd Tete Jaune, die veel mannen van de Hudson Bay's Company over deze nauwelijks bekende passen leidde. We praten dan eind negentiende, begin twintigste eeuw, want het duurde lang voordat dit land werd ontwikkeld. Wells Gray Provincial Park What's in a name? Banff en Jasper zijn nationale parken, Wells Gray Provincial Park is maar een provinciaal park. Maar als u ziet wat dit in Canada betekent, realiseert u zich hoe rijk het land is dat het niet eens nodig vindt om zo'n park niet een nationaal fenomeen te maken. Dit is wat je noemt een wilderness park, 5200 vierkante kilometer groot. Wells wordt vaak het 'waterfalls park' genoemd en u ziet meteen waarom. Sterker, u verblijft vlak bij de Helmcken Falls, 137 meter hoog en, zeker in het voorjaar, een indrukwekkend spektakel van massief kletterend water. Nodeloos te zeggen dat er meer watervallen zijn, maar dat alles in een landschap van met sneeuw bedekte pieken, oude vulkanen en lavastromen, ijskoude minerale bronnen, alpenbossen en alpenweides en een grote hoeveelheid meren en rivieren waar gevist en gekanoot kan worden. En dan hebben we het nog niet over de mogelijkheden om serieus te wandelen. Na deze natuurfenomenen rijdt u noordwaarts, voor een confrontatie met de wijde, eindeloze en altijd spectaculaire natuur van Canada. U legt flinke afstanden af, maar dat is Canada nou eenmaal. Alleen al de namen: een van uw overnachtingen vindt plaats in 100 Mile House. Honderden meren waar vissers en jagers en in het algemeen natuurliefhebbers, want dat zijn Canadezen, graag veel tijd doorbrengen. U begrijpt waarom deze mensen hier willen wonen - hier in het westen van Canada, niet per se in de wildernis, maar wel met een wilde achtertuin die deel is van het leven. In die achtertuin zult u meer herten, moose en beren ontmoeten dan mensen. Route 97 voert naar Prince George en vandaar brengt Route 16, weer de Yellowhead Highway, u naar Prince Rupert. Met een lange lus zwaait u zo om een van meest ontoegankelijke gebieden van Canada: de Coast Mountains. Tussen Route 97 en de fjorden-achtige kust liggen sneeuwgetopte, steile bergen en het gigantische Tweedsmuir Provincial Park. Prince George noemde zichzelf altijd de 'Dennenhoofdstad van de wereld' - en ooit stonden hier honderden zaag- en houtfabrieken. Het stadje wordt ook wel Gateway to the North genoemd omdat van hier de weg voert naar de Alaska Highway en de Yukon. De werkzaamheden in deze regio zijn niet bijzonder divers. Is het hout in Prince George, in Burns Lake, ruim tweehonder kilometer verderop kondigt een groot bord aan: 'Three Thousand Miles of Fishing'. En ja, dat doen ze hier, al of niet op het ijs. Deze toegangsplaats tot het onherbergzame Tweeds Muir Provincial Park, waar zo goed als geen wegen lopen, ligt op uw route naar Smithers, aan de voet van de 2560 meter hoge Hudson Bay Mountain. De weg eindigt letterlijk bij Prince Rupert, afgezien van Vancoucer, de enige echte serieuze haven aan de westkust van Canada. City of Rainbows noemt Prince Rupert zichzelf, wat een andere manier is om te zeggen dat het er veel regent. Maar de rauwe setting op de diepgekloofde, onherbergzame kust geeft het stadje een heel speciale sfeer. De ferries gaan hier of noordwaarts, naar Alaska, of zuidwaarts, naar Vancouver Island. Vancouver Island en Victoria Onze reis voert ons naar Port Hardy, het havenplaatsje helemaal op de noordpunt van Vancouver Island. Dit is een deel van de beroemde Inside Passage, een volle dag slalommend door de eilanden en scherend langs de rotskusten van dit onherbergzame land. Leunend over de railing begrijpt u dan iets meer van de levensomstandigheden van de kust Indianen, waarvan u de boten, huizen en totempalen in het museum in Vancouver heeft gezien. Vancouver Island, dat u in Port Hardy betreedt, is het grootste eiland voor de Noord-Amerikaanse kust. Het strekt zich zo'n 450 kilometer uit voor de kust van British Columbia. Het fungeert als een wind- en regenbreker voor die kust, aangezien het eiland aan de oceaankant een prachtige hoge bergrug heeft, doorkliefd met meren, rivieren en diepe inhammen. De oceaanstormen lopen hierop stuk en zorgen voor veel regen op de afgelegen stranden en barre wandelroutes langs de kust - vaak opgezet om schipbreukelingen te redden. De oostkant is veel vlakker, in de regenluwte gelegen, dichter bevolkt en voorzien van de nodige stranden. Groen is de kleur hier, dat zal niet verbazen met zoveel regen: bomen, mos, gras. U zult zien waarom natuurliefhebbers hier rustig weken door kunnen brengen - het eiland is veel groter dan de gemiddelde bezoeker verwacht. Campbell is een visserstadje. Van daaruit kunt u via route 28 doorsteken naar de westkust, dwars door het enorme Strathcona Provincial Park naar Gold River. Victoria, helemaal op de zuidpunt van Vancouver Island, is een heel
andere wereld. De hoofdstad van British Columbia biedt in een aantal
opzichten een complete retro-sfeer, terug naar het Britse rijk, maar is
aan de andere kant gewoon een gezellige, typisch west-Canadese stad. De
stad is zo jong als dit continent: het eerste fort werd hier pas in 1843
gevestigd, ter bescherming van Britse handelsbelangen. Nadat de gold rush
van de jaren vijftig van die eeuw honderden nieuwe bewoners had gebracht,
werd Victoria in 1866 hoofdstad van de provincie. Vandaar het forse
parlementsgebouw aan de ene kant van de haven. Vlak ernaast ligt een van
die Vanuit de B.C. Ferry Terminal, een kilometer of dertig ten noorden van Victoria, vaart u dan weer terug naar Vancouver. Onderweg kunt u nog Buchart Gardens aandoen, een gigantische tuin annex park, maar doet u dat alleen als het heel mooi weer is en u niets anders te doen hebt. Misschien is het leuker om in Vancouver nog wat tijd in Stanley Park rond te hangen voordat u het vliegveld opzoekt.
|
Programma
van deze reis:
|
|
| Terug naar British Columbia |