|
VISITCANADA.NL
|
|||
| POLITIEK DAGBOEK | HOME |BULLETINBOARD | SAMENLEVING | |||
|
|
|
Cabot Trail | |
| Langs de kust van Nova
Scotia De volle maan stond hoog boven de South Bay Ingonish, en de schemering, het strand en de hoge kliffen hadden allemaal een getaande rode kleur aangenomen. De wind ruiste door de esdoornen buiten mijn cabin, zeemeeuwen krijsten, zwevend op de zuidenwind. Van ver weg kwam de lange fluistering van golven die op het zand slaan. Mijn dochter Erica kwam haar cabin uitrennen met een videocamera. Ze wil actrice worden en deze melodramatische setting was precies wat ze nodig had. Ze zette de camera aan, richtte op de kliffen en de maan en het strand en riep: Dit is Nova Scotia. En in zekere zin was dit Nova Scotia, en ook weer niet. We waren drie dagen onderweg op de Cabot Trail, die de loopt aan de zeezijde van Cape Breton Island in de provincie Nova Scotia. Het is een verrukkelijke weg die de Cape Breton Highlands omcirkelt - bijna driehonderd kilometer van steile kliffen, charmante dorpen en plotselingen gezichten op zee en bergen. Ik heb de wereld rond gereisd, verklaarde Alexander Graham Bell. Ik heb de Canadese en Amerikaanse Rockies gezien, de Andes en de Alpen en de Highlands van Schotland; maar voor eenvoudige schoonheid is er geen rivaal voor Cape Breton. Het is een ruw landschap, met soms de oudste zichtbare rotsen ter wereld, Precmabrisch gneis en het brokkelig bladergesteente dat is afgesleten en vormgegeven door erosie en gletsjers. Vanuit de baaien en valleien rijzen steile hellingen naar winderige vlakten op een hoogte van gemiddeld 400 meter boven de zee, begroeid met dennen en sparren. Deze heuvels, schreef de auteur Harry Bruce zijn nietig als je ze legt naast de Rockies, en toch zijn hun spookachtige, dodelijke, door de zee gebeukte kliffen zo prachtig dat ze je doen denken aan symfonie van Sibelius. Op sommige plaatsen lijken de bergen delicaat, maar de lange rechte ruggen waarover het Cabot Trail klimt, lijken zo zwaar als gietijzeren platen die zijn neergelegd naast een zee van staal. Hoewel je de Cabot Trail in één dag kunt afrijden, is dat onverstandig. Want al gaat een deel van de weg door een Canadees Nationaal Park, dit is niet een parkachtige plek. Het is een reis langs manieren van leven die heel ver terug gaan in de tijd. De Trail is genoemd naar John Cabot, die volgens de overlevering hier in 1497 aan land kwam. Sinds de achttiende eeuw wonen hier zowel Franse als Schotse pioniers. In 1787 schreef de landmeter Samuel Holland: Weinig Landen zijn door de natuur zo gezegend met zoveel voordelen als dit Eiland ... de algehele vruchtbaarheid van de grond; -de hoeveelheid Hout, de vele Rivieren, ... het wild .... Dit was het soort verhalen dat Schotse Hooglanders aantrok, die hun moederland in hordes verlieten na het uiteenvallen van het clansysteem, op zoek naar een beter leven of vrijheid van geloof, of gewoon van het land gegooid door hun heersers. Andere wereld Samen met Erica en mijn zoon David begon ik onze reis bij de formele viering van een stukje van die Schotse achtergrond. Het was de Gaelic Mod, die ieder jaar begin augustus wordt georganiseerd bij het Gaelic College of Celtic Arts and Crafts in de buurt van Baddeck. De Mod betekent vier dagen van muziekwedstrijden, concerten, en demonstraties van oude vaardigheden zoals schaapscheren, spinnen en weven, die werden gehouden op de gazons en in een openlucht theater. Het weer, dat in dit zeeklimaat altijd onzeker is, was lekker en helder, en het was bijna volle maan. s Nachts hing hij zwaar over het podium terwijl een optocht van zangers en orkesten eer betoonden aan het verleden. Het is alsof we zojuist een andere wereld in zijn gewandeld, meende Erica. En inderdaad, als je de doedelzakken hoorde was het gemakkelijk je te verplaatsen naar de haven van Glasgow in 1820, wachtend op een schip naar het westen, naar een andere wereld. Na de Mod reden we naar het noordoosten. Langs de kust zagen we de kleine huisjes en boerderijtjes genesteld in de bossen, en het landschap zag er vredig en open uit. Op een gegeven moment doken we omlaag over de klif van Cape Smokey, naar de vallei op zeeniveau van Ingonisch, een stadje dat zich kilometers uitstrekt langs een kust van roze steen, perzikkleurige stranden en helder, koel water. We sliepen die nacht in de beroemde Keltic Lodge - een majestueus hotel omringd door huisjes op een stuk land dat zo smal is dat het meer aanvoelde als een eiland. Het hotel biedt een golfbaan van wereldklasse; een prachtige eetkamer, waar we genoten van pompoensoep, zalm en eigengemaakte sorbet; en een zwembad met een fantastisch uitzicht op zee. Deze elegante omgeving leek mijlenver verwijderd van de keiharde levens van die vroege Schotse pioniers. Uitdagende weg De Trail ging verder. De afgelopen jaren hebben minstens twee autobedrijven hun commercials geschoten langs de Cabot Trail, wat iets zegt over de schoonheid van het landschap én over de uitdaging die de weg biedt. Die ging omhoog en omlaag, draaide en zwaaide, nu eens kilometers lang de kustlijn volgend, dan weer plotseling de bergen in voerend. Nog steeds naar het noorden gaand, volgden we de Trail langs de rand van Cape Breton Highlands National Park, dat het grootste gedeelte van de noordoosthoek van het eiland bedekt en behalve wandelpaden en kampeerplaatsen ook kale bergen en beschutte stranden biedt. We kozen een strand waar de lage golven op en neer gingen over lagen kiezel. Het geluid had iets van een waterval, maar dan gevarieerder - een instrument dat de oceaan bespeelt. Bij Neals Harbour, net ten oosten van de grens van het park, leek deze natuur ver weg. Neils Harbour is een hardwerkend klein dorp aan het water, met eenvoudige, kleine huizen en een coöperatie van vissers. In haven bewonderden we de vissersboten van zon tien meter lang, bekend als Cape Island boten. En we zagen de twee belangrijkste industrieën van dit deel van het eiland zij aan zij werken. In de haven gaven drie mannen plastic dozen met krabben door naar een koelwagen, gadegeslagen door de videocameras van een buslading toeristen. Chowder House biedt hier dé lunchgelegenheid, vlak bij de vuurtoren. We doen hier goede zaken, zegt Wanda Smith, terwijl ze de kreeft-burger met fries maakt. Maar wel heel kort. De rest van het jaar blijven we thuis en genieten we van de kinderen. Afgezien van de zomer, het toeristenseizoen, is het leven aan de Cabot Trail eenvoudig en geïsoleerd. Wandas woorden herinnerden me aan die van John Hamilton, de assistant manager van de Keltic Lodge. John had me verteld van het zware leven, van de schooheid en de eenzaamheid langs de Cabot Trail. Ik heb hier een rust en kalmte gevonden, zei hij, die ik nergens anders heb aangetroffen. Een paar dagen later bladerde ik in het gastenboek van een ander hotel, in Dingwall, en daar waren gelijksoortige woorden te zien. Het hotel, de Markland, was meer bescheiden dan de Keltic Lodge maar net zo mooi: een verzameling huisjes van boomstammen op een licht hellende weide bij de zee. Een folder in de lobby beval 50 dingen die je in de Markland kunt doen aan. Daaronder het ademen van frisse lucht, het genieten van het strand van Markland en Vraag onze kok naar Big Pond. We hebben het hier nu niet direct over de activiteitenagenda van een jet-set-plaats (Big Pond bleek het stadje waar de kok woonde) maar getuige het gastenboek, was het precies wat de bezoekers wensten. Een korte maar gepassioneerde notitie sprong eruit: Peaceful, stond er. Thank God. Hartverwarmende verhalen Ook bij de Markland vergezelde de maan ons. Die nacht liep ik het grasveld op dat tussen het hotel en de zee lag en staarde naar het pad van de maan op het water. Ik dacht dat de vredigheid hier niet alleen een produkt was van het landschap of het klimaat, want die kunnen beide nogal ontstuimig zijn. Nee, het kwam voort uit de mensen die hier woonden. Als je langs de Trail reist heb je het gevoel dat de mensen hier in balans zijn met zichzelf en hun onaantastbare omgeving. Veel van die aanpassing heeft te maken met de manier waar mensen hier hun familiebanden waarderen. De zin ik kende je vader geeft je overal entree en het is geen toeval dat een verzameling van korte verhalen uit de Maritime Provinces die ik tijdens onze tocht las, werd gedomineerd door soms bittere, soms hartverwarmende verhalen van generaties die eeuwenoude gevechten leverden om hun identiteit en cultuur te kunnen handhaven. We reden rond de noordkaap van het eiland, met een omweg langs het dorp Meat Cove, waar een steile camping vol tenten haast vrij leek te hangen boven de zee. Vervolgens gingen we door de bossen van het nationale park. Het koste niet meer dan een paar uur, maar de culturele afstand die we aflegden was enorm. We kwamen de heuvels uit, naar Chéticamp, een French Acadian vissersdorp dat westwaarts uitziet over de zee naar Prince Edward Island. De richtingborden waren nu Franstalig en bij het informatiecentrum Les Trois Pignons werden we met een hartelijk Bonjour welkom geheten. Natuurlijk wilden we ook Acadisch eten, en daarom zochten we het Acadian Restaurant op, dat verscheidene traditionele gerechten biedt, zoals chicken fricot (een stoofpot), vleestaart, kabeljauw cakejes, en bloedpudding, een soort worst. Vlak bij het restaurant vonden we een klein museum van lokale geschiedenis en cultuur waar een verlegen vijftienjarig meisje wol zat te spinnen. In haar lange jurk zag ze er net zo kuis en ouderwets uit als een kind-Evangeline, de heldin van Longfellows beroemde episch gedicht over de scheiding van een Acadian meisje van haar verloofde tijdens de verbanning van 1755 tot 1763 toen de Britten de Fransen in Acadië oppakten en hen deporteerden. Het wiel fluisterde en klikte, en leverde strengen zachte wol op. Om de een of andere reden vroeg ik wat voor muziek de jonge mensen in Chéticamp mooi vonden. Rap, zei ze. We hebben nooit onze eigen muziek opgenomen, zei Charlie Larade, de eigenaar van een platenwinkel aan de rand van Chéticamp - de enige muziekwinkel langs de Cabot Trail. Een koele bries ging over het water en droeg de geur met zich mee van vis en zout. Aan de muren hingen posters van country-sterren. Onze eigen muziek is Franse muziek met violisten, guitaren en mandolines, zei Charlie. Hij wees erop dat Arcadisch Frans een soort kunstmatige taal is geworden: het bevat idioom dat tweehonderd jaar geleden in Parijs voor het laatst werd gesproken. Maar de scholen onderwijzen hedendaags Frans. We raken ons patois kwijt, zei Charlie. Van Chéticamp reden we zuidwaarts, met de wateren van de Margaree, de beroemde zalmrivier aan de Trail, aan onze rechterkant. De heuvels lagen donker rondom ons, en de nacht was al gevallen, maar een kleurrijke schemerlucht viel op de muren van de schone witte huizen en lichtte de rivier op uit de donkerte erom heen. Onverbeterlijke optimist Toen we bij onze laatste overnachtingsplaats kwamen, de Normaway Inn, een afgelegen lodge met cabins in de heuvels van de Margaree River Valle, begroette de eigenaar, een energieke man die Dave MacDonald heette, ons met een voorstel. Je móet gaan dansen, bud", riep hij enthousiast. Het is maar 45 minuten hiervandaan. Ik kende hem nog niet goed genoeg om te weten dat hij, zoals altijd, een onverbeterlijke optimist was. De dansavond bleek ongeveer anderhalf rijden, over een netwerk van wegen dat tenslotte uitliep op tien minuten onverhard pad. Ik had geen idee waar we waren, maar we hadden even goed door een deur in het verleden kunnen stappen. Want daar leek het op: een oud gemeenschapshuis, gevuld met mensen van alle leeftijden, die bezig waren met square en step dances, begeleid door een piano en een viool. We arriveerden iets na middernacht, dansten een gelukzalige twintig minuten en daarna was het voorbij. Toen we bezweet en gelukkig de hal uitkwamen, zagen we een man die we ook bij de Gaelic Mod hadden ontmoet. Ik vermoed dat hij al enige tijd iets bijzonder sterks uit Schotland had gedronken, en hij sprak minstens vijf minuten in gedreven Gaelic tegen me voor hij door had dat ik er niets van begreep. Daarna nam hij ons mee naar de parkeerplaats waar verscheidene mannen hun accordeons, violen en guitaren te voorschijn haalden en vrolijk doorgingen met muziek maken. Het herinnerde me aan iets dat John Hamilton ooit zei: De beste muziek wordt gemaakt als mensen in de keuken bijeen komen. Andermaal realiseerde ik me hoe compleet het leven op Cape Briton Island is. De kracht van deze gemeenschappen komt nog steeds van binnen uit. Familiebanden zijn hier sterk en soms clan-achtig - mensen kunnen koel en afstandelijk zijn tegen vreemdelingen die er binnen proberen te dringen. Maar de mensen die ik langs de weg ontmoette, leken juist het tegendeel van die reputatie te bevestigen: mensen hier zijn vriendelijk tegen reizigers. Maar er zat logica in: de cirkel mag gesloten blijven, hij heeft de warmte van een haardvuur en je kunt gemakkelijk in de gloed ervan staan. Mensenstemmen Onze laatste nacht in de Normaway werd ik om twee uur s nachts wakker. Ik kon niet meer inslapen. Ik stond op en ging naar buiten. De afnemende maan was nu verborgen achter de wolken, maar er hing nog steeds een gloed over de nacht. Ik wandelde een tijdje door een avenue van bomen, hun donkerte warm afstekend tegen de koel grijze wolken. Ergens diep in het gras zong een krekel zijn lied, en ver weg klonk een auto op de Cabot Trail. Terwijl ik wandelde, verdween het geluid van de auto, maar de krekel ging door en zijn lied gaf diepte aan de rust. Na een tijdje hoorde ik lage stemmen klinken uit een huisje. Het was een bijeenkomst van geliefden, of van vrienden of, meer voor de hand liggend op deze plek, van familieleden. Ik verstond geen woorden, hoorde alleen het gemurmel van stemmen van mensen die vertrouwd zijn met elkaar. Deze weg, die loopt over de naad tussen bergen en zee, is een plek van groot natuurschoon en van ware rust, maar bovenal is aan de Cabot Trail het lawaai van de wereld niet al te luid. Hier hoor je nog steeds mensenstemmen.
|
|