|
VISITCANADA.NL
|
|||
| POLITIEK DAGBOEK | HOME |BULLETINBOARD | SAMENLEVING | |||
|
|
|
Reis door British Columbia |
|
| Door Frits Klinkhamer
09 september Amsterdam Vancouver Een verslag van onze rondreis door een stuk van British Columbia, een verslag, zoals wij het hebben ervaren en meegemaakt. Natuurlijk staat er slechts een klein gedeelte in, we hebben niet álles opgeschreven of ingesproken. Onze eerdere ervaring met Canada, Nova Scotia 1997, was heel erg goed, en persoonlijke herinneringen van schrijver dezes aan BC logen er ook niet om, dus de verwachtingen voor deze werkreis waren hooggespannen. Ruim een uur te laat vertrekt de B767 van MP van de 2-4 Kaagbaan van Schiphol, men had problemen met de staart van het toestel, we zien een mannetje vanuit een klein bakje op een maintenance-car pielen aan die staart in de stromende regen, dat duurde even, en dan heb je zomaar een latere slottijd te pakken. Nu hebben wij heel wat gevlogen, óók met MP, maar we hebben nog nóóit meegemaakt dat MP op tijd vertrok, en 15 minuten te laat is voor ons óók op tijd! Wij vliegen na een kleine twintig minuten 358°, dat is dus bijna pal noord, er hangt een zware bewolking, er is dus veel turbulentie, en de vliegangst is als vanouds. Maar, ik heb het wel vaker gezegd, als je wat wilt zien, dan moet je wel. De maaltijden bij MP worden steeds beter, "vis of kip?", pollo dus, en die is nog goed ook! Met spinazie en piepers erbij, zelfs de boter is zacht, en dat komt absoluut niet vaak voor. De rode wijn is aan de frisse kant, maar beter iets te fris als iets te warm. De stewardess, die ons de maaltijd serveerde, had een prima hand van schenken, de bourbon vooraf, zat al ruim in 't glas, ook de rode wijn, werd niet bepaald "haags" ingeschonken. Hier scoort MP duidelijk pluspunten. IJsland passeren we "om de noord", we vliegen over Groenland, maar door de zware bewolking zien we er niets van. De hoogte is 33000 ft, we snellen met een gangetje van 892 k/u op onze bestemming af, we hebben nog 404 minuten nodig om de laatste 5152 km af te leggen, die ons naar Calgary moet brengen. Dan klaart het op, we zien stukken water met veel ijsschotsen, meanderende rivieren, en het is allemaal heel mooi om te zien. Hoge bergen met een dikke laag sneeuw, alles beneden ziet er stijf bevroren uit. Kreten als: mooi, schitterend, overweldigend en imposant zullen, vooruitlopend op de rest van dit verslag, veel vaker te lezen zijn. We maken een tussenlanding in Calgary, en Canada kent, net als de VS, de regel, dat je in de plaats waar je Canada binnenkomt, door customs moet. Daarom hadden we al een immigratieformulier gekregen, wat je moet invullen en af moet geven aan de dienstdoende beambte. We waren binnen no-time door de douane, maar je moet óók je bagage afhalen en weer op een band zetten, en laat nu die band kapot zijn! Maar ook dit wordt opgelost. De airport van Calgary is helemaal niet groot, wel lopen er veel hostessen rond in een schitterend uniform, die reizigers met raad en daad, vaak óók in 't Nederlands, terzijde staan. Allemaal White Hatters, collega's van schrijver dezes, want, ook ik ben een Honorary Calgary White Hatter, en sta officieel geregistreerd in The Book o' Friendly Folks. Air Canada is "on strike", en de jongens van North West doen óók niet meer aan passagiers-vervoer, er zijn dus honderden passagiers gestrand op de diverse luchthavens in deze regio, en MP doet haar uiterste best om ook een paar van deze slachtoffers te helpen. De reden van de strike bij Air Canada is een looneis, en de mensen van deze airline maken de traditionele fout om dit geschil over de ruggen van hun bestaan (lees: passagiers) uit te vechten. Heel veel Canadezen zijn woest op de piloten van Air Canada, ze hebben heel veel krediet bij de bevolking (lees: toekomstige klanten) verspeeld. "Als je een geschil met je baas hebt, moet je dat met hèm uitknokken, en niet over mijn rug", zegt een verontwaardigde Canadees tegen ons, als we vragen wat er precies aan de hand is. Hij heeft volkomen gelijk! Eenmaal in de lucht, wéér te laat, MP is kennelijk niet in staat om ergens op tijd te vertrekken, nu problemen met een niet geheel regelementair sluitend vrachtluik, blijkt dat we weer een nieuwe crew hebben, en onze nieuwe stewardess is óók bepaald niet kinderachtig met het inschenken van een goed glas, ze heeft er alleen geen verstand van, als je een bourbon vraagt, krijg je een whisky, niet dat dit erg is, maar ze deed er ijs bij, en dat hoort er nu nèt niet in.
Vliegtijd van Calgary naar Vancouver is 69 minuten, we vliegen over de besneeuwde wolkenloze Canadese Rockies, een heel mooi gezicht, er ligt dus nog stééds sneeuw, of er ligt àl sneeuw, en da's een heel verschil! Een mooie aanvliegroute gaat vooraf aan een harde landing, dan staan we voor de tweede keer op Canadese bodem. De koffer hebben we heel vlug, Marja ziet een wèlvoorziene stand met allerlei folders en foldertjes over van alles en nog wat over Vancouver en omgeving. Deze wordt door ons behoorlijk geplunderd, we zijn per slot van rekening op een werkreis, dus moet er veel info verzameld worden. Twee bekende boekjes zijn: Visitor's Choise summer 1998 WHERE Vancouver september 1998 Limocab just around the corner, staat er op een bordje, we gaan er naar toe, binnen een paar minuten verschijnt er zo'n slagschip aan de horizon, we geven ons eerste voucher van Grizzly Tours af, we stappen in. We zitten als vorsten achterin, om ons heen allemaal mooie kristallen tumblers en karaffen die maar één probleem kennen, ze zijn leeg! Ook een tv en video recorder ontbreken niet, we zitten zeker 4 meter achter de chauffeur, die duidelijk blij is met de fooi die hij krijgt als hij ons voor de deur van het hotel afzet. Als je met zo'n hoeresloep aan komt rijden, wordt je gelijk voor vól aangezien, er vliegen gelijk een aantal bellboys naar buiten om onze bagage aan te nemen, zodat wij er niet mee hoeven te slepen, dat ook dit een fooi kost, is duidelijk. Heel vlug staan we op de 17e etage in kamer 10, we frissen ons op, en gaan naar beneden, er zal vast wel ergens iets te happen zijn, veel trek is er niet, maar "iets" zal toch wel lukken. Het eerste wat ons opvalt als we buiten staan, heel gek, is het ontbreken van grote amerikaanse auto's. Deskundigen zullen vast wel een logische verklaring kunnen vinden, voor het feit, dat juist dàt ons het eerste opvalt, tijdsverschil, gebrek aan alkohol(?), something like that, een ander feit is, dat er van de pakweg 50 auto's, er 45 behoren tot de normale europese middenklasse!. Daar is natuurlijk niets mis mee, we hadden het alleen niet verwacht. We lopen wat in de richting van Robson Street, althans, we hopen dat we in die richting lopen. Door datzelfde tijdsverschil, gebrek aan alkohol(?), hebben we wat orientatie-problemen, maar, alles kwam goed. We lopen wat rond, en in "The Junction", hoek Robson en Burrard, serveert men ons een uitstekende tuna-sandwich met een heerlijke koel biertje, qua begin van de maaltijden in Canada kan het beslist beroerder. We gaan verder, maar we maken het niet lang meer, we hebben tenslotte 9 uur tijdsverschil, we halen het hotel, we, ik, drinken een drankje, een heerlijke whisky, The Famous Grouce Gold Reserve, aged 12 years, en het is een "De Luxe Scotch Whisky". We, ik, nemen een luxe slok,we gaan te bedde, raam open, licht uit, en onze luikjes vallen met een klap dicht. 10 september Vancouver We hebben goed geslapen, maar we zijn wèl vroeg wakker. Dat komt mooi uit, want het onbijt is complementary. Wat dit met elkaar te maken heeft, is mezelf óók niet helemaal duidelijk, maar het ontbijt is vrij uitgebreid, en in feite is dit ontbijt het beste complementary breakfast wat we ooit hebben gehad. Er liggen ook complementary newspapers, The Vancouver Sun, The Globe and Mail, USA Today en dat spreekt mij altijd aan. Het weer is lekker, maar bewolkt. We gaan de Trolleytour doen! En dat is voor iedereen die Vancouver bezoekt, een absolute aanrader. Er zijn een paar slimme geesten geweest (familie?) die het bedacht hebben, om een leuke route door Vancouver uit te zetten, die de meeste interessante bezienswaardigheden omhelzen, daar touristen op los te laten, die je oppikt bij de wat duurdere hotels. De Trolly tour in een nutshell. Het staat er wel wat knullig, maar hier komt het wel op neer. Men laat een fiks aantal bussen, in de vorm van een ouderwetse tram van The Vancouver Trolley Company, volgens een half uur dienstregeling een vaste route door Vancouver rijden tussen 0900 en 1600 uur. Je kunt de gehele route doen, bij elke halte uitstappen, daar ter plekke de bezienswaardigheid gaan bekijken, of bij een restaurantje wat eten of drinken, en dan vervolgens weer instappen, en je stapt, meestal, weer uit waar je ingestapt bent. Een ideaal systeem, kosten? 20 can $ inclusief alle taxes, over die taxen later, veel, meer. Bijna alle mensen die dit doen, zijn touristen, en die moet je natuurlijk ophalen in de betere hotels, want daar zit natuurlijk het meeste geld. Uiteraard heeft ons hotel óók een Trollystop (hebben wij geld dan?), en terwijl we staan te wachten, komt er nòg een nederlands stel aan. Die waren pas om 0200 uur gearriveerd, late boeking, vliegen met moeilijke maatschappijen, stakingen etc. Moraal? Boek tijdig! De Trolly is op tijd, we geven ons tweede voucher af, en onze eerste stop is natuurlijk de totempalen in Stanley Park, die zijn zó verschrikkelijk bekend, maar je wilt er toch een foto van hebben, nietwaar? Die maken we, we keutelen wat rond, zien hoe allerlei andere toeristen elkaar op, in, naast, onder en bovenop de totempalen fotograferen, L.V.T. denken we dan maar, (lvt = leuk voor thuis), en verdomd, precies na een half uur verschijnt de volgende trolly aan de horizon, daar stappen we in, op naar de volgende happening. Die rit voert ons langs allerlei mooie parken, we volgen de Beach Avenue, de Seawall Promenade, hier zien we, dat Vancouver binnen haar stadsgrenzen, vele, zeer goed uitziende stranden heeft, alwaar het in de zomer beslist goed toeven moet zijn, we gaan de Burrard Bridge over, langs Vanier Park, en bij Granville Island zegt de piloot van dit apparaat: "I'm kicking everybody out here, this is fun". And the man was right! Een soort eilandje in False Creek onder de beroemde Granville Bridge, een soort vermaakcentrum voor Vancouverianen, en, niet het minste, een enorm overdekte, heel gezellige markt. Daar is van alles te koop, heel vers, heel lekker, heel druk, heel gezellig. Overal zijn er terrassen en tentjes waar je allerlei lekkers kunt kopen, dat je dan aan een tafeltje of bankje opeet, met uitzicht op het drukke gebeuren op False Creek. Daar hebben ze ook een boekwinkeltje, Blackberry Books, toch even neuzen, en daar kopen we ons eerste boek, dat een belangrijke rol gaat spelen tijdens onze vakantie. The BIG new BC Travel Guide, "if you buy only one book on BC, buy this one". Ideaal! Dit boek doet ons eindelijk het "geheim" achter de ACRE uit de doeken, 1ha. is 2.47 acre, Canadezen en Amerikanen spreken altijd, als ze het over een oppervlakte hebben, over acres, nu weet je het. Hoe BC aan haar naam komt? Ook dat staat in het boek. De Spanjaarden gaven deze rivier de naam: Rio de San Roque, maar een kapitein uit Boston, ene Robert Gray, hernoemde deze rivier naar zijn schip, de Columbia, en het stroomgebied van deze rivier werd bekend als Columbia County. Het gebied erboven, werd door Simon Frazer New Caledonia genoemd. Toen kwam er, het lijkt wel een sprookje, ene George Vancouver, die besefte, dat er al een New Caledonia als Frans grondgebied was, en er een Colombia in Zuid Amerika lag. Maar hij moest, namens koningin Victoria van Engeland, de provincie een nieuwe naam geven, en dat werd dus British Columbia. Natuurlijk doet dit boek ook wat het moet doen, een guide zijn. Op onovertroffe wijze!! Heel goed, makkelijk, simpel, een heel goed boek voor de gemiddelde toerist. Nogmaals, een echte aanrader!! Dan gaan we weer terug naar de halte van de Trolly, da's altijd spannend, want natuurlijk is The Vancouver Trolly Company niet de enige maatschappij die dit soort trips organiseren. Pacific Coach Lines, Blue Mountain Tours, Town Tours en Decker/Trolly van Gray Line doen dit ook, ze hebben allemaal min of meer dezelfde route, maar, en nu komt het, verschillende halteplaatsen, en dààr gaat het fout! Heel veel touristen staan gewoon bij de verkeerde halte, ze zien hun eigen lijn wel voorbij rijden, maar die stopt natuurlijk nooit, dat doet ie een paar honderd meter verder, paniek, paniek! Gewoon goed lezen, blijkt voor heel veel mensen een groot probleem te zijn. Ook nu weer willen een paar mensen van de Gray Line met ons mee, maar nee, gewoon nog even 20 minuten wachten dus. Wij gaan verder, naar Chinatown, we onthouden goed waar we zijn uitgestapt, we lopen de straat in, en bijna gelijk zien we de ingang van de Dr. Sun Yat-Sen Garden, het ziet er allemaal heel imposant uit, maar wij lopen door. In China zelf, speelt een groot gedeelte van "Het Leven" zich gewoon op straat af, en dat is hier, in Vancouver, niet anders. Heel veel koopwaar staat dus gewoon op straat, net zo lang tot iemand het koopt. En dàt is nu juist voor ons weer zo leuk, je loopt tegen zéér merkwaardige zaken op, waarvan de etenswaren natuurlijk het leukst zijn. Nu had ik in Hong Kong al eens mogen proeven van dit buitengebeuren, en hier is dit ook machtig. Wat hier aan "vreemds" buiten te koop ligt, ongelooflijk! Allerlei soorten, alleen geplukte, vogels, in grootte varierend van een kolibrie tot een forse zwaan. Vlees in allerlei staten van ontbinding, en zo ruikt het ook. Men is hier gek op vis, varierend weer in grootte van guppies tot aan tonijnen van anderhalve meter, platgeslagen inktvissen, allerlei soorten groenten, ook groenten, die je nog nóóit gezien hebt, men is hier helemaal gèk van glimmende snuisterijen, van kralen tot metershoge beelden van dikbuikige Boedha's, "mode" winkels waar de totale vertrutting heeft toegeslagen, althans in onze ogen, we moeten natuurlijk niet vergeten, maar wel respecteren, dat wij nu in feite gast zijn in de Chinese wereld, en die is absoluut héél anders dan de onze. Het enige Engels wat we hier zien, zijn de nummerborden op de auto's, alles staat in Chinese karakters op borden, ramen en kranten. Lampen, die hangen aan hangers in de vorm van draken, grote spandoeken vol met deze tekens. En, natuurlijk, duizenden Chinezen op straat, er lopen ook blanken tussen, die houden beslist van de Kantonnese keuken, en dan kun je hier natuurlijk de lekkerste ingrediënten kopen. We zoeken onze halteplaats weer op, we gaan naar de meest bekende plek van Vancouver, Gastown. "Walk down cobble-stoned streets into Vancouver's origional frontier town" staat er in de folder van concurrent Decker/Trolley, "Surround yourself in history and mews in our courtyards full of creative architecture. It's a world of eclectic galleries, specialty and canadiana shops. Here you find some of Vancouver's finest dining in Quaint settings". Dat geloven we best wel, maar we hebben trek, en het is lunchtijd, en dat mag best een snelle hap zijn zonder die quaint settings. We vinden het in "The Old Spaghetti Factory" en daarover schrijft men: "Our restaurant is a living museum of British Columbia's colourful past" en dat klopt, binnen in de tent staat bijvoorbeeld een komplete spoorwegwagon, foto's en spullen herinneren aan een kleurrijk verleden, maar wij zitten nog steeds met trek in het heden, en we willen buiten eten. Dat kan, je geeft je naam op, en zodra er plek is, krijg je een seintje, en mag je aanvallen. Want, eenmaal buiten, kun je mensen kijken, en dat is in elke grote stad een heerlijke bezigheid. Toeristen in allerlei vormen en maten, bijzonder dikke mensen zonder enige vorm, met een zéér grote maat, en een meisje (?) op een fiets, zwaar onder de geestverruimende middelen, vel over been, zonder enige vorm, maar een zéér kleine maat, die bedelt om small chance of een cigarette. De jongen, die onze maaltijd brengt, kent haar, en informeert belangstellend "of het allemaal goed gaat", in werkelijkheid interesseert het hem geen reet, maar hij weet hoe toeristen, lees: west-europeanen, over dit soort mensen denken, en het enige wat hij wil, is een grote fooi. Maar voor dit soort ellende zijn we niet naar Canada gekomen, dit hebben we in eigen land ook in veel te grote mate, we willen mensen zien die duidelijk toerist zijn, er loopt een stel langs, in een soort safari-kleding, kompleet met tropenhelm, nu hebben hier veel dieren, met name beren, een aparte benaderingswijze nodig, maar of dit nu de goeie is? Man, met enorme buik, bruine schoenen, zwarte sokken, witte klapkuiten, hamertenen, klutsknieën, spekdijen in een lange, korte broek, spannend t-shirt en petje, Fuck them all, staat erop; mocht ie willen! Groepen japanners en Koreanen, de beroemde figuur met stok-en-vlag voorop Overduidelijke oosterburen, die denken dat hier in elke zaak en op elk terrasje duits gesproken wordt, jonge vrouwen, heel elegant gekleed, op hoge legerkistjes, de mode loopt hier duidelijk achter, of voor, wie zal het zeggen, op Nederland, wat de gemiddelde vrouw hier aanheeft, is moeilijk tot onverkoopbaar bij een Zeeman of WIBRA, en ligt al jaren als winkeldochter op de zwarte markt in Beverwijk, er lopen veel bedelaars rond, ook zitten er veel, die kunnen, doordat ze een been missen, niet meer lopen. Daaraan zie je, dat sommige zaken bij ons in Nederland anders geregeld zijn als hier. Ook vallen meer aardse zaken op, er wordt hier ongelofelijk veel gegokt, loterijen, in welke vorm dan ook, worden overal uitgedragen, de keerzijde, in de vorm van Pawn-shops, zie je ook zeer regelmatig opduiken. Opvallend is hier het aantal winkels dat uitsluitend handelt in sigaren, en dan de goede Cubaan, Cohiba, Bolivar, Partagas, en de betere Hollandse, Henry Upman, Balmoral, dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat, met name Cubanen, niet in Amerika verkocht mogen worden, Amerika hier vlakbij is, en het feit dat het roken, van goede, zware sigaren, helemaal in is. Prijzen van 15 tot 150 Can$ per sigaar zijn geen uitzondering! We gaan verder met onze Trolley, naar Pacific Center, een bijna ondergrondse Mall, vlak naast Eaton's, heel mooi, maar ze hebben niet wat we zoeken. Dat vinden we wel bij CompuSmart, een hele grote keten in Canada, die hard- en software op computergebied verkopen tegen uiterst concurrerende prijzen. Alle Natonal Geographic's op CD-rom. Een set van 30 CD's, die in Nederland bijna dfl 750,- kost, maar hier betalen we er 155,- Can$ voor, dat scheelt. We gaan terug naar ons hotel, en onderweg maken we een leuk opstootje mee. "Ergens" op een kruispunt, heeft een persoon, waar we toch enige vrouwelijk vormen in menen te herkennen, een knallende ruzie met een duidelijk manspersoon. Waarom? Geen idee!. Maar mooi is het wel, Als een vrouwelijke Rambo(la) deelt ze links en recht klappen en stoten uit, méér dan bàr! Onderwijl braakt ze kreten uit, waar schrijver dezes knalrode oren van krijgt, Marja, die naast me loopt, zonder rode oren(?), verzekert me bij hoog en laag, dat ze nog nóóit gezien heeft dat ik met zulke rode oren loop. Dan krijgt ze zelf een roei, ze gaat niet voor de vólle 10 tellen knock-out, maar een paar seconden kijkt ze toch wel versuft naar het asfalt, dan kiest ze eieren voor d'r geld, en taait ze luid tierend en vloekend af. Dat hebben we ook weer gehad, we drinken een klein drankje, eten een hapje, en gaan vroeg naar bed. 11 september Vancouver Whistler We hebben met onze Limburgse collega's, toeristisch dan, afgesproken, dat we gezamenlijk een taxi nemen naar het HERTZ steunpunt, alwaar we onze auto op moeten pikken. Wij zijn ruim op tijd na een snel doch goed ontbijt, maar die carnavalsvierders zijn helemààl op tijd. Het kost een dollar, dan laat de porter een taxi komen voor ruime bagage en 4 personen. Als we laten zien waar we heen moeten, kijkt de driver verdrietig, het is precies 4 blokken of twee straten verder, we lachen wat schaapachtig, maar hij laat zich niet kennen, stopt alles in zijn taxi, en brengt ons er binnen 1 minuut heen, in eerste instantie wil hij er niets voor hebben, maar is toch duidelijk blij met de 15 $ die we hem in z'n handen stoppen. We hebben zeer snel onze auto, wel geen Thunderbird, doch een gewone Taurus, ook lang niet slecht natuurlijk! De handrem is een geval apart, gewoon een soort trekding, links in het midden van het dashboard, dat waren we even vergeten. Gelukkig wist Marja dat binnen een paar seconden weer, maar dan druk ik uiteraard op de verkeerde knop, en schiet met een luide klap de kofferdeksel open. Komt ook weer goed, en kunnen we eindelijk rijden. Dat is zalig, een grote auto, met een ruim bemeten motor, die zeer snel reageert, het is de ochtendspits waar we in rijden, we genieten! Het verkeer is heel makkelijk, als je kunt tellen, een klein beetje gevoel voor richting hebt, en niet te snel denkt dat je er al bent, dan is het allemaal heel erg makkelijk. We rijden over de 7A, richting de Lionsgate Bridge, een kneiter van een Bridge over de Burrard Inlet, heel mooi om te rijden, maar heel erg krap allemaal. Na een paar keer draaien met de weg mee, komen we in Horsheshoe Bay, we draaien de 99 North, de Sea to Sky Highway op. Ondanks de bewolking, is het een bloedmooie weg, eigenlijk allemaal vlakbij Vancouver, je zit gelijk in een fantastisch landschap, en een voorproefje van wat ons verder te wachten staat. Het "plaatsje" Brittannia Beach, stelt niets voor, is wel bekend door het vele koper dat hier ooit gevonden is, maar nu herinnert slecht het Museum of Mining aan deze roemrijke geschiedenis. We werpen een eerste blik in ons eerste Park, het Shannon Provincial Park, gelijk hebben we een beste waterval te pakken, het water dondert hier 335 meter naar beneden, nu zou het onbewolkt moeten zijn, maar we kunnen niet alles hebben. Teruglopende naar de auto, zien we noordelijk een beste berg, een blik op de kaart leert ons, dat dit de Stawamus Chief moet zijn, een van 's-werelds grootste vrijstaande monolieten, 652 meter hoog, en zeer geliefd bij bergbeklimmers. We laten de berg rustig staan, we rijden door. Naar Squamish, dat moet het eindpunt zijn van de Royal Hudson, een toeristentrein, die vanuit Vancouver vertrekt, je in Squamish aflevert, en dan mag je met de boot, het MV Brittannia door de Howe Sound weer terug, of omgedraaid natuurlijk, ligt eraan wat je kiest. We zien, eenmaal in Squamish, een leuk hutje, The White Spot, 1200 Hunter Place, alwaar ze, volgens een bord, allerlei lekkers verkopen, daar gaan we naar binnen, we nemen nog een, laat, ontbijtje, en een kopje cappuchino, maar dat is hier nu nèt de lokale specialiteit, en men serveert hier een klein kopje in een formaat waarin Willem Duys indertijd goudvissen hield, een grote kop staat ongeveer gelijk aan een buitenzwembad van een middelgrote middenstander. We zullen deze hut niet gauw vergeten. Volgens een bijzonder vette miep in de lokale store, zou het best wel eens kunnen zijn dat die trein, zo ongeveer nu Squamish binnenrijdt, dat moeten we zien, we zoeken ons suf naar het station, maar dat ligt een kilometer of 7 buiten het centrum van Squamish, en bij aankomst, géén trein natuurlijk, en ook niets wijst erop, dat er een trein komt We rijden door, langs de Brackendale Eagle Reserve, we zien er niet één. In het plaatsje Garibaldi, nemen we een sneaky side path, het gelijknamige Park in, richting de hoogte, waar we uit zullen komen, daar hebben we absoluut geen idee van, maar het is een mooie weg. En na een klein half uurtje staan we op de top, Diamond Head heet het hier, hier is het begin van een aantal hikejes. Er staat een groot bord met allerlei info, maar het allerbelangrijkste is, een bord dat honden en vuur maken verboden zijn, en dat er een dikke beer door het gebied zwerft. Dat heeft, gezien het aantal auto's dat hier staat, een fiks aantal mensen niet belet, om hier toch te gaan wandelen. Wij zetten er alleen wat geurvlaggen uit, en gaan weer naar beneden. We rijden door naar Whistler over een bloedmooie weg, de natuur is in dit gedeelte van Canada van ongekende schoonheid, het weer klaart ook op, en dan wordt alles natuurlijk nòg veel mooier. In Whistler zelf, zetten we de auto weg, en gaan eerst eens kijken. Het is een dorp-van-de-tekentafel, men heeft er iets van willen maken met een duits-Oostenrijkse uitstraling, en dat is wonderwel gelukt, het heeft iets weg van een klein kneuterig Oostenrijks wintersportplaatsje, maar dan heel ruim van opzet en efficient georganiseerd. We drinken een heerlijk drankje op een leuk terrasje, Caramba heet deze hut, en men heeft ook een goed uitziende kaart met heerlijke mexicaanse gerechten. Bij het betalen van de nota, valt iets op, naast de GST en PST staat er ook een bedrag van 43 cent Liquor Tax op, het is toch wel verschrikkelijk, denken we eindelijk van die gelegaliseerde diefstal in Nederland, lees: belasting, af te zijn, pikken die boeven hier ook schaamteloos van je zuur verdiende centen! Voor straf nemen we er nog een! We gaan eens zoeken naar onze nachtkwartieren, maar we kunnen het absoluut niet vinden. Gewoon vragen in een lokale winkel blijkt ook nu weer het beste, maar die pipo weet het niet, hij werkt er pas een paar jaar. Gelukkig heeft hij een buurvrouw in een belendende winkel, die er al twintig jaar woont, doch ook die moet ons een antwoord schuldig blijven. Toch is zij wel iets slimmer, want, ze pakt de telefoon! En binnen een paar tellen, kan ze ons precies vertellen waar we moeten zijn. Dit is ook precies het enige wat niet helemaal lekker in de overigens uitstekende gids van Grizzley staat. We checken in, we hebben een goede kamer, we parkeren de auto in een parkeergarage een 200 meter verder, en we gaan heerlijk terug naar al die terrasjes, maar eerst komen we langs iets, wat bijna elk leuk toeristenstadje in Noord Amerika heeft, een yearround open Christmas Giftshop. Hier heet het: Christmas at Whistler, where Santa lives all year round! Natuurlijk gaan we naar binnen, en wordt onze verzameling Gekke Dingen uitgebreid. We strijken neer op een terrasje in 't zonnetje, het is hartstikke druk, er spelen een paar muzikanten op het grote plein, heel gezellig en we genieten met volle teugen. We doen boodschappen in de wèlvoorziende supermarkt. Dan moet er toch iets te happen te vinden zijn, we lopen wat rond op het plein, kijken links en rechts op de buitenhangende menukaarten, en strijken neer bij Gitta Bistro, daar verdwijnt een dikke steak naar duistere oorden, we rekenen af, wandelen nog wat rond, eten een ijsje bij "The Cow", een keten die we meer tegen zouden komen, er staat op een ander pleintje een complete C & W band te spelen, kortom, het is heel gezellig en nog steeds hartstikke druk. Maar wij zijn moe, we zijn het zat, we gaan vroeg plat. 12 september Whistler Clinton Lekker vroeg op, we gaan ontbijten bij een lokale Japanse sub-Canadees, die we gisteravond zagen, pàl tegenover ons hotel. Gewoon in de avond-uren een uitstekend Japans restaurant, en in de ochtend-uren, om je tent rendabel te houden, serveert hij prima ontbijtjes. De eigenaar is vriendelijk, informeert belangstellend, waar wij nu weer vandaan komen, en hij blijkt zelfs een paar woorden Nederlands te kennen, "goedendag" en "dank u wel", niet veel, maar op het juiste moment uitgesproken, levert hem dat toch die extra $ op. Dan gaan we weg. Denk erom, dat soms voor die parkeergarages betaald moet worden! We komen langs het golfresort van Jack Niclaus, hier zitten dus de mensen met écht veel geld, heel luxe, heel mooi. Onze eerste stop zijn de Nairn Falls in het gelijknamige Provincial Park, daar zien we ons eerste wilde dier een echte loslopende eekhoorn, en we zien hoe een eenvoudige campsite, dwz. geen hookups etc. in elkaar zit, het is wel heel erg mooi en rustig daar. De Falls zelf zien we niet, te ver... Onze tweede stop is Pemberton, daar kopen we wat zaterdagkranten, die ook hier lekker dik zijn, we bellen met Nederland, alles gaat goed, en het weer daar, in Nederland dus, is écht shit, dat doet goed, er komt een enorme goederentrein langs, tevreden gaan we verder. We tanken bij Petro-Canada en we hebben nu weer genoeg om in Lillooet te komen. Next stop is bij Joffre Lakes Provincial Recreration Area. Een bloedmooi gebied, bergachtig en heel veel bomen. Daar maken we een hikeje naar een meer dat prachtig turkoise is, er zijn er totaal drie, heel mooi gelegen, maar de andere twee liggen op 10 resp. 17 km van de weg, en da's ook te ver. We hebben een lunchstop bij de Cayoosh Creek, ergens onder Lillooet, daar heeft men een klein strandje gekreeerd, wat banken en tafels erbij, en je hebt een prima picknikplek. We zien tevens de trein die we ook vanochtend al zagen, maar nu zien we hem als een klein speelgoedtreintje langs een enorm bergmassief rijden. Voor de trein uit, rijdt een pickup truck over de rails, zo'n trein stop je niet in 10 minuten, en als er een rotsblok op de rails ligt, knalt die trein daarop, vandaar die truck. Lillooet zelf is als plaatsje niet zo groot, er wonen bijna 1800 mensen, maar het heeft een enorme rol gespeeld in de prille geschiedenis van dit deel van Canada. Volgens Moon moet er een Cairn zijn in Main Street, near the Museum, staat er óók nog bij, die het beginpunt (Mile 0) markeert van de Goldrush Trail. Nu heb ik een geschiedenis-tik, ik heb wel meer "tikken" maar ga daar nu niet verder over uitweiden, dus we willen dat punt zien. Dat Museum, in Main Street, hebben we vlug gevonden, maar dat 0-punt niet. We turen ons een slag in de rondte, geen 0-punt! Ik heb ze weing, maar precies op het goede moment had ik er een, een helder moment! Kijk eens naar de overkant van de straat, en zie! Ongeveer twee meter hoog 4 meter in omtrek, en een bronzen plaquette zegt, dat dit inderdaad hét 0-punt is. Gelukkig, Moon klopt weer! Dat punt trouwens, staat in het midden van wat Lillooet's Golden Mile heet, op deze mile staat een 15-tal historische punten en gebouwen, heel interessant allemaal. Hier zien we ook weer een variant op de bekende garage sale en yard sale. Men heeft hier op een klein stukje grond een soort permanente sale gemaakt, alwaar je je overtollige troep kwijt kunt, er staat een bordje, dat dit elke zaterdag mag, en die het eerst komt.. Volgens Grizzley moet hier de lokale bevolking op zalm vissen, ook dat willen we zien, maar vinden doen we ze niet, later horen we van mensen die het wel gevonden hebben, dat de locals visten ònder de brug waar wij óverheen gereden hebben. Volgens Grizzley komen we bij Marble Canyon, overhangende rotsformaties tegen, die waren er wel, maar minder imposant als de guide deed vermoeden. Wellicht heeft de schrijver ervan, iets te diep in een flink glas Moosehead gekeken. Ook moeten er indiaanse wandschilderingen te zien zijn, aan de overkant van Marble Lake staat er nog bij, we hebben met een verrekijker staan koekeloeren, maar natuurlijk niets gezien, als je schrijft, dàt er iets is, schrijf er dan óók bij, hoe je er kunt komen. Neemt niet weg, dat dit weer een machtige rit was om te rijden. Heel vlug zijn we dan op de junction van de 99 en de 97, nu kunnen we gelijk door naar Clinton, maar van Internet weten we al, dat dit een heel klein plaatsje is, dus gaan we rechtsaf naar Cache Creek. Dat is weer een junction met de Trans Canada, en ervaring leert, dat dit vaak leuke junctions zijn. Dit is nu Wild West gebied op z'n allermooist, open graslanden, heuvelachtig, grootse cattle ranches, heel mooi om te zien, en een schril contrast met de zwaar beboste gebieden, waar we net doorheen zijn gereden. Hier ligt bijvoorbeeld ook de Historic Hat Creek Ranch, een ranch, nog steeds in bedrijf, maar vooral toeristisch, en de laatste, geheel intacte, halteplaats op de Cariboo Wagon Road. Nu is het bijvoorbeeld ook een stop van de Canadese Greyhound Company. Naast de halteplaats, in hetzelfde pand, zit een liquerstore, lekker voor in de bus, en voor ons, want, wij kopen daar een paar lekkere koude biertjes, die in de koeltas verdwijnen. We gaan terug naar Clinton, en daar aangekomen, rijden we bijna onze lodge voorbij, omdat wij denken dat, wat het begin is van Clinton, in feite het einde is. Ja, een moeilijke zin, ik weet het, maar zelfs ik begrijp wat er staat, dus niet zeuren. We parkeren "in rear", checken in, en we krijgen een hele leuke kamer, aan de achterzijde, heerlijk rustig. De lodge is in feite een echte blokhut met wat aanbouwsels, heel kneuterig en leuk, precies wat we zoeken. We pakken wat uit, drinken een welverdiend blik lekker Canadees bier leeg, gaan even buiten op Main Street kijken, maar daar is dus niks, dat wisten we al, dan zien we, dat de lodge een echte en leuke veranda heeft, het is warm, we hebben een stuk gereden, het is in de middag, we zijn op vakantie, en ik heb nog nooit zoveel verklaringen gezocht om te gaan schrijven dat we een drankje gaan drinken. We zitten in makkelijke stoelen, onze billen hebben zich maar nauwelijks "gezet" in de stoel, of er komt al een lief tootje aanrennen, om te vragen wat we willen hebben, nou, een koude klets en een glas witte wijn, dat was duidelijk, maar ze bleef toch nog even staan. Vragend keken we elkaar aan. Uiteindelijk vroeg ze wat we wilden eten. Niets natuurlijk, wij eten nooit voor het eten. Maar dat was niet de bedoeling! Volgens de Canadese wet hier ter plekke, moet er iets gegeten worden, als er een drankje gedronken werd. We begrepen zelf wel, dat een satehtje, bitterballen of een klein kaasplankje, "nicht im frage" waren, maar of het ook het allerkleinste op de kaart mocht zijn, ze straalde, tuurlijk, geen probleem, en hoe we onze toast wilde hebben, licht doorbakken dus. Die toast heeft daar een aantal biertjes gelegen, je hoefde gelukkig niet bij elk nieuw drankje weer iets te eten te bestellen. De toast heeft later een bestemming gevonden in diverse kleine vogelmaagjes. Dit nare fenomeen komt meer voor in diverse stukken van Canada, en ook de zuiderburen, het land van Bill en Monica, hebben daar last van. Bestel gewoon wat kleins, en het probleem is opgelost. Clinton heet ook wel Cut-off Valley, of 47 mile House, en ligt dus precies 47 mile van Lillooet. Er zijn meer bekende plaatsen die aan deze roemruchte Cariboo Wagon Road liggen, de bekendste zijn natuurlijk 70 en 100 Mile House, ook 108 en 150 Mile House verdienen aandacht. Verder biedt Clinton niet veel, toch, driving into Clinton today involves a timewharp: there's a pleasant feeling that nothing changed very much! Maar vroeger kon je wel bier zonder brood bestellen, en da's toch mooi over! At Clinton, the real Cariboo begins, staat er in het uitstekende boek "A traveller's guide to Historic British Columbia", en het was een booming city in de tijd van de Gold Rush, in feite stond er een houten gebouwtje op de kruising van de Gold Rush Trail en de nieuwe Wagon Road (the Cariboo Wagon Road) vanaf Yale. Later is dat uitgebreid, tot wat nu Clinton is. Hier zit ontzettend veel geschiedenis, en dat spreekt mij altijd aan. We zitten nog steeds op de heerlijke veranda, men heeft een goede menukaart, het weer is fantastisch, en we hebben daar nog een paar heerlijk uurtjes gezeten en heerlijk gegeten. 13 september Clinton Well Gray Park We kunnen pas om 8 uur ontbijten, geen probleem, het was een goed ontbijt, en dan kun je best even wachten. Marja heeft àlle pannekoeken opgevroten! Om 8 uur gaat ook de lokale supermarkt open, en dat was best een hele grote. Het meisje dat ons hielp, was duidelijk niet gewend dat er op zondagmorgen om 08.20 uur mensen in de zaak staan, ze geeuwde en schurkte zich eens onbehoorlijk op een moment dat zij dacht dat wij niet keken, maar we zagen het lekker wel. Toch was ze beslist niet onvriendelijk, maar ze had ogen als spaarpotspleten, terwijl de volledige rest van haar volkomen kogelrond was. We gooien ons benzineslurpend snelheidsmonster weer vol, benzine kost een 58 Can$ cent per liter, dat geeft een veilig gevoel, en we gaan op pad. Het landschap wordt al snel ruig en bergachtig, dat uit zich prachtig in het Chasm Provincial Park, en ook de omgeving, het mooie van een park houdt natuurlijk niet gelijk bij een parkgrens op. Daar staan we op een mooie, hoge, overlook, naast een volkomen uitgebluste pedalist, een pedalist is beslist niet wat notoire innemers daar wel van moge denken, het is gewoon een man of vrouw, die van kleine fietsjes houdt, en daar is ie nu zo uitgeblust van, hij heeft zich het laplazerus getrapt naar de top, en nu moet hij op die kleine smalle rotbandjes weer naar beneden. Jaloers kijkt hij naar onze auto, moet je maar een echte reis boeken, denken we, en we gaan verder. Langs 70 Mile House, 83 Mile House en 93 Mile House, hier moeten we eigenlijk de 24 east op, maar we rijden door naar 100 Mile House, gewoon voor de fun, maar we vinden het Visitors Center op slot, gaan terug, nemen nu wel die 24 east, en al spoedig rijden we weer door een prachtige omgeving. Het is hier een gebied dat vol staat met bordjes waar langlauf, hier heet dat Cross Country, mogelijk is. Ook kun je hier goed met een snowmobile uit de voeten(?), die zien we ook links en rechts bij diverse huizen staan. Dan begint het heel zachjes te regenen, het houdt gelukkig binnen een paar minuten weer op. Lone Butte heeft volgens het boek slechts 71 inwoners, maar wèl staat hier de laatste staande houten watertoren uit de tijd van de grote stoomlokomotieven. Het is trouwens toch een gebied van kleine, tot zeer kleine plaatsjes, gehuchten, gaten of hoe het allemaal ook maar mag heten. Bridge Lake, 16 inwoners, Little Fort, 175 inwoners, maar met: Local work in craft shop situated in Joan's ESSO station. Hier halen we koffie, en gaan de 5 north op. De ontvangst van lokale zenders op de radio varieert nu van zeer beroerd tot helemaal niks, daarom kopen we in Clearwater, bij Petro Canada, een paar tapes, en even later vertelt Eric Clapton dat ie wel de sherriff, maar niet de deputy doodschoot. Langs deze wegen, met soms zéér spectaculaire heuvels, heeft men op strategische punten, zgn, Runaway Lanes aangelegd, het equivalent van de Truck Ramp in de VS, een klein stukje weg, aan het eind van een stuk dalende weg, die de berg weer ópgaat, maar dan zeer steil, en dus bedoeld is, om een truck, die door de remmen gegaan is, een allerlaatste mogelijkheid te bieden voor een noodstop, op sommige stukken weg komen we soms 3 Runaway Lanes tegen. We rijden op de Clearwater Valley Road, en we moeten nog 47 km naar Helmcken Falls in het Wells Gray Provincial Park, dat zijn er 47 door een gebied, zoals wij Canada graag willen zien. Eindeloze bossen in een bergachtig landschap, diepe kloven, bochtige wegen met hier en daar een camper. Hier zijn we voor naar Canada gekomen, we genieten enorm. Vlak voor Wells Gray ligt het Spahats Creek Provincial Park, en het doet in niets onder voor zijn wat grotere en bekendere buurman. Ook hier heb je Falls, de, hoe bestaat het, Spahats Falls, en een grote en diepe Canyon, de, hoe bestaat het, Spahats Canyon. Over een waarlijk schitterende weg rijden we naar de Dawson Falls, en dan moeten we een klein stukje lopen over een pas aangelegd pad, de beloning is groots, op een prachtig punt kijken we uit over de waterval, we blijven een paar minuten van het machtige schouwspel genieten, dan lopen we de weg terug, die nu omhoog gaat en daardoor vermoeiender is. De volgende stop is Helmcken Falls, het is maar een paar minuten rijden, en het is een hoogtepunt van de dag. Een enorm gat, hier heeft de Clearwater River iets moois verricht, het water van de Falls dondert hier van grote hoogte in een diep gat, en kan maar door een klein spleetje weg, daardoor komt het geluid van het vallende water langs de wanden omhoog, en dat is nu al heel erg imponerend. Als je hier in de maanden juni en juli komt is het nog veel mooier. We blijven staan kijken, en genieten van dit indrukwekkende natuurverschijnsel. Dan komt een groep van Trek America de idyle verstoren en het is het moment voor ons om te gaan lunchen. Heerlijk rustig, genietend van de prachtige natuur, stouwen we onze bammetjes achter de kiezen. Dan vervolgen we de weg, een soort verhard zandpad, waar we uitkomen, geen idee, maar mooi is het wel. We komen uit bij een Boat Launch, dat vinden we niets, we draaien om, en zo halverwege zien we een hert staan, midden op de weg, uiteraard maken we foto's, en heel rustig rijdend gaan we terug naar Clearwater, nog steeds een prachtige rit, en veel te vlug zijn we bij het Dutch Lake Motel. Daar hebben we weer een vlotte incheck, en een goede kamer, geen zicht op het meer, jammer, maar helaas. We zetten onze bagage op de kamer, en al rondkijkend, ontdekken we een laundry-hok een paar kamers verder, er staan twee wassers en twee drogers, we kijken elkaar aan, en zonder iets te zeggen, gaat Mar waspoeder regelen en een handvol losse kwartjes, en haal ik alle was uit de achterbak. De bonte in de ene, en de witte in de andere wasser, zeeppoeder erbij, kwartjes erin, druk op de knop, en de zaak loopt. Dit scheelt je dus een enorme berg bagage, je neemt kleren mee voor 4 of 5 dagen, en dan was je de boel, het nadeel is, dat je eens in de 6 of 7 dagen hetzelfde aanhebt, het grote voordeel is, dat het schoon is, en de hoeveelheid spullen die je moet meenemen veel kleiner is. We zitten dus net aan een welverdiend drankje, komen er een paar mensen aanlopen, met de armen vol wasgoed, ze lopen het hok in, 4 > r n & a @ C 4 w Z I zijn zo wat kreten die we horen, en sommigen komen ons verdacht bekend voor. "Er zijn een paar stomme toeristen ons voor geweest", zegt hij, heel boos tegen z'n vrouw, wij kijken elkaar aan, beginnen te lachen, "die stomme toeristen zijn wij, willen jullie ook een borrel?", ze kijken elkaar aan, beginnen ook te lachen, "graag", zeggen ze in koor. We slepen een paar stoelen aan, er worden nog een paar drankjes geregeld, en we hebben een prima gesprek, ze zijn met een camper aan het rondtrekken, en volgen min of meer dezelfde route als wij, alleen omgekeerd, en ze doen de Inside Passage erbij. Daar hebben ze ook bijna 4 weken de tijd voor. We wisselen ervaringen uit, geven wederzijds wat tips, en de camper heeft maar één probleem, de cassettespeler werkt niet. Ze geven ons een bandje van ene Ilse DeLange, daar hebben we nog nooit van gehoord, maar ze schijnt "doorgebroken" te zijn in Nashville, dat nemen we voor kennisgeving aan, en het bandje wordt in dank aanvaardt. We krijgen nog iets, een pass voor alle parken in Canada. Zij hebben hem ook gekregen, ze hebben er niets meer aan, en wij hebben nog een flink aantal parken te gaan. De glazen worden nog eens bijgeschonken, en we maken goede tijden door. Besloten wordt, om na opfrissing, gezamenlijk in het bij het hotel behorende restaurant te gaan eten. Dat doen we, we eten heerlijk, en na afloop nemen we nog een drambuitje in hun camper, Dat ziet er goed uit, alles keurig, netjes, schoon, maar het moet je liggen, zo'n groot rijdend huis. Dat wordt vast nog wel eens een andere vakantie, we beperken ons in dit verhaal tot de auto. We hebben dezelfde vlucht terug, verdere ervaringen wisselen we op het vliegveld wel uit. We nemen afscheid, en de volgende morgen horen we, dat we, met heel veel geluk, een beer zijn misgelopen, die heeft omstreeks dezelfde tijd flink huisgehouden op de campsite, we willen dolgraag een beer zien, maar beslist niet 's-nachts. We gaan voor ons doen veel te laat slapen. 14 september Wells Gray Park Jasper Toch hebben we goed geslapen, als dooien, we hebben een prima ontbijtje, en we gaan weer lekker op tijd weg, dan heb je wat aan je dag. Eerst bellen we weer even met het thuisfront, alles gaat nog steeds goed, maar "we kunnen op straat zwemmen", zegt Tanja, dat doet ons goed, wij hebben in Canada veel beter weer, en zo hoort het ook! In de "Clearwater Chronicle" 14 september 1998, lezen we, dat er ook hier een beer-probleem is. Veel mensen hebben hier een klein boomgaardje achter of voor het huis, en nu is het de tijd dat de beren een vetreserve gaan opbouwen voor de rustperiode in de winter, maar het is ook de tijd van appel en peren-oogst. Nu wil er wel eens wat fruit van de boom vallen, en beren kunnen fantastisch ruiken. 1 + 1 = 2, dan kan het zomaar gebeuren dat je een beer in je tuin hebt. En dat levert vaak narigheid op. Daar wordt middels een artikel in dit dagblad aandacht aangegeven, ruim het gevallen fruit gelijk op, is de boodschap, en als slotzin staat er: Let's not put our families and the bears in danger. Close to 50 bears have already been shot in the area this year! Een beer die eenmaal met mensen in aanraking is geweest, is absoluut levensgevaarlijk, en moet meestal worden doodgeschoten. We volgen de 5 north, en die heet hier ook wel de Yellowhead Highway, een schitterende weg om te rijden, langs Vavenby, Avola, hier zien we een coyote heel brutaal de weg oversteken, en van schrik halen we hier gelijk koffie in een tankstation langs de snelweg. Het is gewoon fris, als we uitstappen. Maar de koffie is warm, en als we weer verder rijden met de kachel even aan, is het ook in de auto behaaglijk. Die Yellowhead Highway is vernoemd naar een Native van de Iroquois tribe, ene Pierre Bostonais, deze man had lang blond haar, en hij liet de vroegere blanke bewoners, handelaren, vallenzetters, boeven en ander gespuis een Pass zien over de bergen, en deze lieden noemden Pierre, Tête Jaune, of Yellow Head. De Pass is naar hem vernoemd, de Yellow Head Pass, op de 16, op de grens van het Mount Robson Provincial Park en het Jasper National Park. Maar daar zijn we nog lang niet. We passeren Blue River, als plaats stelt het niets voor, er wonen 283 mensen, maar het is een basis voor helicopters in de winter, waar het -prijzige- heliskieen kan worden beoefend, en waar je in Elenor Lake kunt ijsvissen. Dan komen we langs het Terry Fox Provincial Park, vernoemd naar de een-benige Terry Fox, die aan kanker leedt, zich daar niet bij neerlegde, heel Canada doorliep en vandaag-de-dag nog steeds veel deelnemers trekt, bij de Terry Fox Memorial Runs. Tête Jaune Cache (= bergplaats van geelhaar), het plaatsje waar de Fraser en de Robson River samenkomen, de plaats zelf is niks, er wonen nog geen 150 mensen, maar in de gloriedagen, eerste helft 19e eeuw, woonden hier zo'n 5000 mensen. Hier pakken we de 16 east, richting Mount Robson. Volgens Grizzley moeten we in het Rearguard Falls Provincial Park zalmen kunnen zien op weg naar hun paaigronden. Dat lijkt ons wel wat, we zetten de wagen weg, en volgen het kronkelige pad naar beneden. We komen een grote ronde bal tegen, dat bij nadere inspectie een bijzonder dikke vrouw blijkt te zijn. Ze waggelt zwaar hijgend naar beneden, en moet elke 25 meter even rusten, het zal een 800 meter zijn naar de Falls, dat is beslist voor haar een wereldreis, hoe ze haar in een auto proppen? Waarschijnlijk met een reusachtige schoenlepel en 8 liter glijmiddel. Het is landschappelijk bijzonder mooi, de Falls dan, zij niet, spectaculair zelfs, maar niet één springende zalm. Nog geen schub, niks. Toch blijven we genieten van het fraaie schouwspel. Dan horen we ook iets aan komen hijgen, het propje is ook gearriveerd, haar echtgenoot of vriend, hij hoort er in elk geval bij, kijkt zorgelijk. Kunnen we ons best voorstellen, hij moet strakt die homp vlees weer naar boven duwen. We gaan verder, de weg wordt steeds mooier, we komen een bord tegen, dat adviseert om 's-nachts niet harder te rijden als 80 kilometer, vanwege de Moose die op de weg kunnen lopen, onderschat een Moose niet! Hij of zij kijkt heel grappig uit de kleine oogjes, maar een volwassen bull Moose is groter als een paard! En als je met je auto op zo'n dier inrijdt, is jouw auto compleet aan gort, en de Moose zal waarschijnlijk alleen even met die machtige kop schudden, en denken: wéér een. Ze hebben een schofthoogte van 200-220 cm, dan komt die grote kop en het schoffelgewei er nog bij, ze lopen makkelijk een 55 kilometer in het uur, ze eten graag waterplanten, kunnen 5 meter diep duiken en ook nog makkelijk een paar minuten onderblijven. Natuurlijke vijanden zijn uiteraard de mens, en een uitgehongerde roedel wolven, maar zelfs die zullen aan een volwassen stier met vol gewei een dag werk hebben, om die te pakken te nemen. Ook een volwassen Grizzley zal er niet gauw aan beginnen, in het prachtige fotoboek "Moose" staat een reportage van een grizzley die een kalf te pakken wil nemen, maar de beer krijgt van de moeder van het kalf zó ongenadig op z'n sodemieter, dat hij of zij met de staart tussen de poten afdruipt, na een paar flinke knallen voor z'n kop te hebben gekregen. Moose is een woord uit het Algonquin, en betekent twijg-eter. Tot zover deze les natuurkunde. Om weer op het begin terug te komen, het Road Kill Problem is dus écht een probleem, om een voorbeeld te geven, in Jasper worden er per jaar zo'n 10-12 elanden doodgereden, vooral door grote vrachtwagen combinaties die hier over de Trans Canada heen daveren. Ook Bighorn Sheep, Mountaingoats, en Wapiti's leggen het loodje tegen een Big Mack. Dan passeren we de toegang van het Mount Robson Provincial Park, de weg gaat ahw de diepte in, en Mount Robson ligt in al zijn glorie voor ons, een adembenemend gezicht. 3953 meter hoog, maar daar zien we misschien de helft van, de rest zit "in de wolken". Op de parkeerplaats voor het Visitor Center is het gewoon druk. Er komen herinneringen boven aan toastjes met goed gerookte paling, weggespoeld met een ijskoude jonge Bokma. Nu kopen we er een fles "ozonated pure spring water", het Visitor Center heeft prima informatie, en er gaat dan ook een pakket mee naar Nederland. We moeten verder, er staat meer op het programma, we komen over de reeds beschreven Yellow Head Pass, en dat betekent dat we nu in het Jasper National Park zijn, en ook in Alberta, we zetten ons horloge nu een uur vooruit. Jasper heeft MST en we kwamen uit PST, vandaar. We rijden langs de Miette River, het is schitterend. We passeren een huisje waar je een verplichte Park Permit moet kopen, maar die van ons, gekregen, weet je nog!, hangt aan de achteruitkijkspiegel, en we worden vriendelijk doorgewuifd. Dit is iets, dit moet je tevoren even uitknobbelen, hoe vaak kom je in een park, en hoeveel parken "doe" je. Het is vaak verstandiger, en financieel voordeliger, om een zgn. Great Western Annual Pass te kopen, kost 35 Can$, en is een jaar geldig voor alle 11 Nationale Parken in West Canada, voor een auto en inzittenden. Dan rijden we het plaatsje Jasper binnen, we parkeren vlak naast een openbaar toilet, dat kwam heel goed uit, we staan naast het station van Jasper. Grote treinen zijn hier aan het rangeren, er staan een paar treinen van VIA, heel imposant, vooral als er een machinist geheel onnodig aan z'n fluit gaat hangen. Jasper is een heel leuk plaatsje, we besluiten om eerst naar het info center te gaan. Dat is hier gehuisvest in een National Historic Site, een karakteristiek gebouwtje uit 1914. Eenmaal binnen ademt het de sfeer uit van vroeger, men is heel goed in het geven van goede informatie, er ligt een gastenboek, waarin je kunt opschrijven wat je ter plekke gezien hebt aan wild, dat is leuk om te lezen, en het geeft de Park Warden tevens waardevolle informatie, wat er allemaal in de buurt rondhobbelt. 13 september, John & Sheila, Vancouver, Maligne Valley Drive, a big Grizzley YEAH!! staat er. Ook is men hier verrassend goed gesorteerd in boeken, er gaat weer een grote stapel mee naar ons eigen landje, allemaal boeken, die bij ons niet makkelijk te koop zijn, natuurlijk, als je een ISBN nummer weet, kan elke goede boekhandel dat voor je bestellen, maar ter plekke kopen is handiger en veel leuker. En klanten kicken er verschrikkelijk op, als je aan de balie, tijdens het bespreken van een reis, een paar lokale boeken tevoorschijn tovert, dan zit de reis "in de knip". Jasper biedt méér, shops met hele mooie truien, overhemden etc. Ook daarvan gaan er een paar, gekocht bij de TOTEM shop, mee naar huis. We zoeken ons suf naar een bere-bel, we vinden ze wel, maar niet diegene die we zoeken. Jasper heeft ons hart gestolen, een gezellig leuk stadje, vol leuk-uitziende restaurants, de reeds gememoreerde winkels, klein, kneuterig, heel erg sfeervol. We slaan "happen" in, bij een lokale super, kopen er de local paper, en gaan op zoek naar een picnicplek. Die vinden we even buiten Jasper, pàl aan de Athabasca River, dat heb je veel in Canada, prachtige plekken, waar men een aantal houten banken neer heeft gezet, waar je lekker kunt zitten, vaak zit er een bbq bij, met brandhout en al, wij maken er een lekker hapje klaar, een lekker drankje erbij, dit is produktbeleving in optima forma. Het uitzicht over de meanderende Athabasca River is fenomenaal. Alles werkt mee, het weer, hier en daar een klein wit wolkje in een strakblauwe lucht, we eten lekker, het gezelschap is goed, allemaal prima dus. En toch zit je niet écht op je gemak, met een schuin oog kijken we heel vaak naar de bosrand, of er niet stiekum een groot bruin of zwart gevaarte uit het bos komt rennen. Natuurlijk zien we niets, toch blijven we kijken. We gaan op zoek naar onze lodge, we vergissen ons in een afslag, dat kost gewoon een eind omrijden, maar dan rijden we het terrein van Tekarra op. Een snelle incheck, we hebben hut nr 16, een Small Queen, het ruikt er erg naar de aanwezige open haard, het ziet er allemaal heel leuk en kneuterig uit. Ze hebben in totaal 43 van dit soort bungalowtjes of blokhutjes, hoe je het noemen wilt, er zit een groot restaurant bij, wat vanavond door ons gefrequenteerd zal worden. Het verbaast ons niets, dat dit gebeuren "No Vacancy" heeft, en als plaatje in de gids van Hotelplan staat, dit is gewoon heel erg leuk. We zetten wat spullen binnen, dan gaan we weer weg, we zijn hier niet gekomen om binnen te zitten, we rijden wat rond in de omgeving en genieten van de fantastische natuur. We rijden richting Maligne Lake, richting Medicine Lake, het wordt een beetje schemerachtig, en plots zegt Mar: "hert!" Schielijk gestopt, voorzichtig achteruit, en we staan op 3 meter van een hert, dat ons aankijkt met een blik van: daar hèb je weer een paar van die stomme toeristen, en kauwt rustig door. Het is al meer geschreven, als er één auto stopt, staan er een paar minuten later veel meer, ook nu klopt die bewering, en genieten we met z'n allen. Het blijft elke keer een fantastische ervaring, een ontmoeting met een wild dier. Diep onder de indruk gaan we verder, maar we krijgen trek, we draaien om, en gaan terug naar Tekarra. We komen wéér een hert tegen, maar nu nòg dichterbij, Mar maakt mooie foto's, en als we onze arm uit het autoraam zouden durven steken, kunnen we het hert aanraken. We doen het niet! Het restaurant van Tekarra is gewoon goed, een forel verdwijnt naar de happy huntinggrounds, weggespoeld met een prima lokaal wijntje, al met al een prettig gebeuren daar. Hier moesten we morgen ook maar gaan ontbijten, is de algemene opvatting. In onze cabin lezen we de lokale krant, de Jasper Booster, altijd leuk dat lokale nieuws, en hier hebben ze iets in de krant staan, dat hebben we nog nergens gezien. Een overzicht van "Crime scenes August 27 to September 2, 1998. Alle narigheid in Jasper tussen die twee data, varierend van Bike Theft, Assaults, shoplifting, Accidents tot aan Drugs toe. Alles met naam en plaats, als je alles optelt, dan kom je tot 23 porties ellende, inclusief Impaired Driving. Dat hadden we toch niet verwacht, maar waarom zouden mensen hier veel anders zijn, als in Nederland? We schrijven en lezen wat, een laatste drankje, we gaan slapen, althans, dat proberen we, we zijn beslist niet de enige levende wezens in dit pandje, er rent van alles over de zolder, het kastje naast de koelkast barst van de woelmuizen, onder ons horen we een voortdurend geknaag en geblaas, kortom, we slapen als beren.. 15 september Jasper Dat moet ook, want, we staan om 0600 uur op! Hier, in Jasper, moet wild zitten, en dat willen we zien ook! In het boek "Canadian Rockies access guide" lezen we "Where to see Moose in Jasper", nou, bij Cottonwood Slough natuurlijk, aan de Pyramid Lake Drive, net voor Patricia Lake. Het is pikdonker als we weggaan, en in Jasper nemen we, met een klein beetje geluk precies de goede afslag, die ons naar bovengenoemde moet brengen. Als we Cedar Av. en Pyramid Av. afrijden, en rechtsaf de Pyramid Lake Rd oprijden, ziet Mar, in het pikkedonker een fiks aantal herten staan, we rijden gelukkig nog geen 15 km/uur, we staan stil, we zien de herten, hun dampende adem, je hoort ze kauwen, fascinerend. We rijden door, heel rustig, vlak voor Patricia Lake is er een afslag die naar een bungalowpark leidt, die rijden we in, we zien niets. Bij het park draaien we om, en op een meter of 10, een prachtige Wapiti, die heel rustig door het bos kuiert. Hij ziet ons absoluut, maar is totaal niet bang! Ademloos staan we te kijken, dan zijn we hem/haar kwijt. We gaan naar Pyramid Lake, en daar parkeren we aan het kleine strandje, er schemert een ochtendgloren, er hangt een dikke damp van ongeveer een meter dik boven het spiegelgladde water, het is fantastisch! We rijden terug naar Patricia Lake, en daar blijkt, dat we niet de enige zijn. Indrukwekkende statieven met dito camera's, allemaal gericht op de berg aan de overkant van het Lake, Pyramid Mountain, het wordt nu snel licht, en de berg ontvouwt haar kleurenpracht. Om de paar minuten heeft de berg een andere kleur, de bosrand aan de overkant van het meer draagt ook een steentje bij, en tesamen vormt het een schouwspel om nooit te vergeten. We staan hier met een man of 10, voorzichtige schatting is 80-100 foto's. We gaan terug richting Jasper, en in een scherpe bocht staan twee pick ups, en jawel, wild. Twee Wapiti's in 't bos, en, heel bijzonder, het zijn twee bokken, juist in deze tijd, als ze de kudde verzamelen, komen bokken bijna niet in elkaars buurt, toch lopen ze ongeveer 20 meter bij elkaar vandaan, ze moeten absoluut elkaars aanwezigheid voelen en ruiken, het is doodstil, het burlen van de bokken is daardoor heel goed te horen, en door de omstandigheden, donker bos, ochtendschemering, komt alles vrij sinister over. Over een paar weken zullen ze elkaar bevechten op leven en dood om het leiderschap van de kudde, en, het allerbelangrijkste, wie uiteindelijk met alle geiten mag paren. Dan verdwijnen de dieren, wij rijden door, bij de Cottonwood Slough's zien we niets, nog geen konijn, geen schijtlijster, niets. We gaan verder, en een paar minuten later, staan we bij Smitty's, de tegenhanger van Denny's. Daar gaan we heerlijk ontbijten, dat was allemaal prima, en ons ontbijt wordt helemaal goedgemaakt door onze "buren" letterlijk, het zijn een stel Belgen, waarvan er één een paar woorden engels spreekt, en de rest alleen sappig vlaams. Heerlijk om zo'n stel te horen stunten, nu is ons engels absoluut niet vlekkeloos, en ook wij lopen af en toe flink te zoeken naar woorden, maar wat deze frietvreters ervan bakken, het is ongelooflijk, dat ze nog krijgen wat ze willen hebben ook! Het strekt het meisje, dat ze hielp, tot grote eer. Ze was ook duidelijk opgelucht, op het moment dat ze betaald hadden en weggingen. We gaan wat boodschappen doen, we gaan wat rondrijden en genieten van de omgeving, dan gaan we weer richting Maligne Lake, we hebben vanmorgen op Connaught Drive bij Maligne Tours Office & Ticket Information twee kaartjes gehaald voor een boottochtje op Maligne Lake naar Spirit Island. Dat willen we zien. Als je een foto ziet van de Canadese Rockies, 10 tegen 1, dat het een foto is van Spirit Island. Een klein schier-eilandje, wat dennebomen erop, fraaie bergen op de achtergrond, en dat is het. Maar eerst gaan we naar de kabelbaan bij Mount Whistler, eenmaal aangekomen, moet je het leukvinden. Je kunt met "The Jasper Tramway" naar 2500 meter hoogte, in 8 meter per seconde, "Expanding Horizons" staat er op de glossy folder, klopt, maar het is buitensporig duur, toch staat er nu al een rij, ongelooflijk, wij doen het niet, we hebben andere plannen, we zetten nu legale geurvlaggen uit, we gaan weer weg, want, nu moeten we naar Maligne Lake. De weg erheen is prachtig, ruim 40 kilometer van Jasper, en voert o.a. langs het Athabasca Viewpoint, Maligne Canyon en Medicine Lake, dat nu bijna droog staat, en alleen in het voorjaar vol met water staat. Nu staan hele stukken droog, en zie je talloze sporen van dieren, die de bodem zijn overgestoken. Beaver Creek Picnic Aera staat er op het bordje, daar maken we een stop, zetten wat geurvlaggen uit, en gaan heerlijk in 't zonnetje picnicken. We hebben "last" van een hele grote raaf, hij of zij gaat op een meter van ons af zitten op een grote steen, en wacht op wat wij weggooien of laten liggen. Niets natuurlijk, het is hier nog steeds bere-gebied, en wat we eventueel overhebben, zal verdwijnen in de bere-vrije afvalbakken van zwaar plaatstaal. Die bakken zijn middels een heel simpel systeem door mensen open te maken, maar beslist niet door beren, toch zien we regelmatig bakken met zware krabsporen, waar Bruintje het wèl geprobeerd heeft. Die maffe raaf blijft schooien, stenen gooien en roepen hebben geen effect. We slingeren een knalhard overgebleven broodje naar het beest, dat klemt ie in z'n snavel en vliegt weg. 5 Minuten later zien we hem vliegen met het hele broodje nog steeds in z'n snavel, maar nu wordt ie achtervolgd door een paar andere raven. Wij zijn ervan af, laten ze het lekker maar zelf uitvechten. De tocht gaat verder, en uiteindelijk komen we bij de Maligne Lodge, het is druk, en we regelen een boot eerder, we zijn toch vroeg, maar om hier nu een uur te blijven wachten? Dan kunnen we de tijd beter besteden. In de wèlvoorziene giftshop bijvoorbeeld, hier vinden we ons lang gezochte bere-belletje. You never think you'll need it, until. staat er op het prijskaartje. De boottocht zelf is niet goedkoop! 32 Can$ per persoon, en je moet er zelf naar toe rijden. Per afvaart kunnen er een kleine 50 mensen mee, plus een gids en een schipper. Die gids lult 5 kwartier per uur, maar zegt een aantal wetenswaardige dingen. Ook wijst hij ons op een 20-tal sneeuwgeiten hoog op een helling, we hebben gelukkig de krachtige Bushnell kijker bij ons, anders had je alleen maar een aantal witte stippen gezien. De tocht naar Spirit Island is gewoon mooi. Eenmaal op Spirit Island krijgen we een soort Deja Vu gevoel, logisch, we hebben, wat we nu live zien, al zo verschrikkelijk vaak op een plaatje of foto gezien, maar toch, in 't echie, bloedmooi! Dit soort tochten gaat tot begin oktober, dan komt er ijs in 't water en houdt het op. Er komt niemand meer, de enige mensen die hier dan zijn, zijn de Park Warden en levenspartner, die sneeuwen compleet in, 3-4 meter is doodnormaal, en zo half mei komen hier weer mensen. Dat lijkt ons ook wel wat, maar we komen er niet voor in aanmerking. Op de weg terug, vraagt de gids, waar iedereen vandaan komt, dat vult hij in op een lijst, en dat wordt door de firma gebruikt voor marketing. Op de lijst staan een fiks aantal landen genoemd, de VS zelfs per staat, maar bij Holland krabt ie zich toch even achter de oren, hij weet waar het ligt, is zelfs in Rotterdam en Breda geweest, maar nu heeft hij een probleem, uiteindelijk vallen wij Hollanders onder "others", hij moet er zelf ook om lachen. De tocht zelf, duurt 90-100 minuten, en da's net mooi. Eenmaal aan land en in de auto rijden we nog even door, er moeten hier Harlekijn-eenden zitten, waarvan de woerden heel mooi gekleurd moeten zijn, we turen ons drie slagen in de rondte, we zien niets. De weg terug is weer heel mooi, volgens die boot-gids moeten er een paar Moose cows met een aantal kalveren rondrennen, vlakbij de Maligne Lodge, niets! Dan zijn we weer in de buurt van Jasper, op de junction van de 93 en de 16, moeder en dochter witstaart hert, pàl aan de snelweg, en onder het bord dat die junction aangeeft. Wij hebben het als eerste in de gaten, knallen de wagen in de berm, maken schitterende foto's, en binnen 1 minuut staan er zeker 15 auto's, niemand is boos, iedereen geniet. De herten zelf verblikken of verblozen niet, en gaan rustig door met eten. Het kalf schurkt zich eens heerlijk aan de paal met junction borden, en loopt vervolgens heel rustig verder. We rijden door, terug naar Tekarra. De Lodge ligt op de samenvloeing van de Miette en Athabasca River, ook ligt de lodge op een hoge zéér steile oever, men heeft een aantal permanente houten stoelen vlakbij de rand gezet, zodat je hier in alle rust kunt genieten van dit machtige schouwspel. We schenken ons een ferme drank in, zoeken een goed plekje, en, het wordt erg eentonig, we genieten. Dan wordt het toch fris, we gaan naar binnen, controleren de camera, de batterij loopt op z'n eindje, dus gaan we terug naar Jasper, kopen daar een nieuwe batterij, en voor 13 Can$ doet onze camera weer wat we van hem willen. We eten een meer dan uitstekende burger met-alles-erop-en-eraan bij Smitty's, we gaan weer terug naar Patricia Lake. Een 200 meter verder als het punt waar we vanochtend in het pikkedonker de eerste herten zagen, zien we er nu weer een stel. 10-12 geiten en een bijzonder fraaie bok, met een prachtig vol gewei, en hij staat er als een trotse heerser over zijn kudde. De vrouwtjes wapperen verleidelijk met hun kleine staartjes, waarvan de bok zo horny als de pest moet zijn, maar de wijfjes zijn nog niet ontvankelijk, dus mag en kan hij nog niks, da's heel lullig. Wij trekken ons daar niets van aan, we rijden door naar Patricia Lake, het uitzicht op Pyramid Mountain is nu weer heel anders, de lichtval, doet hier precies wat ie ook in bijvoorbeeld de Grand Canyon doet, het is per 10 minuten een heel ander gezicht. Het wordt schemerig, we rijden naar Pyramid Lake, daar ligt een fraaie oude houten brug naar een mooi eilandje. Die steken we over, en eenmaal op het kleine eilandje, is het weer een kwestie van genieten. Dat doen we. een klein kwartiertje later gaan we weer weg. We rijden hoopvol langs de Cottonwood Slough's, we staan er zelfs een tijd stil, geen moose, geen eekhoorn, helemaal niets. Dat is natuurlijk altijd zo, wild komt niet op afroep, je kunt ergens een uur staan, en niets zien, je spreekt later mensen die 3 minuten later het punt gepasseerd zijn, waar jij een uur gestaan hebt, en die zien alles wat je maar bedenken kunt, wàt komt wànneer het bos uit. Geluk is àlles in deze. Toch hebben we absoluut een mooie rit, de natuur in dit stuk van Canada is van grootse schoonheid, maar ook hieraan komt een eind. We komen weer aan bij Tekarra, we drinken een klein (?) drankje, we slapen als ossen. 16 september Jasper Banff We vinden zelf, dat we redelijk vroeg op zijn, nu is 06.45 uur natuurlijk wel vroeg, maar we willen vandaag een van de mooiste ritten gaan rijden die er op de wereld mogelijk zijn. Het is bitterkoud! En nog schemerig als we wegrijden. Ondanks het bordje, dat zegt dat het restaurant om 07.00 uur open is, zit alles nog potdicht. Ook iemand van de receptie van het park is nog in geen velden of wegen te bekennen, we gooien de sleutel in de keybox, en gaan terug naar Jasper. We hebben weer een prima ontbijtje bij Smitty's, maar deze keer laten we de tip op tafel liggen, anders steekt die onsymphatieke oetlul achter de kassa het weer in z'n zak, en dat willen we niet. Ook hier verdienen de meisjes en jongens die je bestelling opnemen en brengen, niet veel, en het karige salaris zal middels tips de hoogte in moeten. Daarom rennen ze zich de benen uit hun kont vandaan, om de tip maar zo hoog mogelijk te doen zijn. Je kunt de tip op een aantal manieren geven, rechtstreeks, dan weet je zeker dat het bij de juiste persoon terechtkomt, als er een centrale kassa is, dan geef je het meestal aan de pipo achter de kassa, die zorgt er dan voor dat alles eerlijk verdeelt wordt, of je zet het op je afrekening van je creditcard, maar daar is niemand blij mee, de arm van de fiscus reikt ook hier ver. SHELL heeft, voor ons, een raar systeem van herkenning van soorten benzine, en daarom gooien we onze bak weer vol bij ESSO. 36 liter voor 21 Can$. We gaan naar de junction van de 93 met de 16, en dat is ons begin van de Icefields Parkway. Van Internet hadden we al een 8 pagina's tellende beschrijving van deze weg geplukt, maar het in Jasper gekochte boek "Parkways of the Canadian Rockies" geeft een nòg betere beschrijving van dit deel van Canada. Op die junction miegelt het van de herten, maar dat begint, het klinkt heel decadent, toch wat gewoontjes te worden, we stoppen wel, kijken er toch weer met veel respect naar, maar niet lang. Dan volgt er een bloedmooie weg, langs de Athabasca River, die we soms wel, soms niet zien. We komen langs de afslag naar Mount Edith Cavell en de Angel Glacier, ook een mooi stuk van dit Park, maar dan moet je meer dagen hier blijven. Dat hebben we meer, dat gevoel, dat we eigenlijk nog niets gezien hebben. Toch, als je logisch nadenkt, klopt dat ook. We hebben hier "maar" één volle dag rondgezworven, en dan is het een kwestie van keuzes maken, er is zo verschrikkelijk veel te zien, je mag hier wel 15 dagen zitten, wil je een paar mooie trails lopen en het meeste zien. Deze Icefields Parkway, is een der mooiste autoroutes die je kunt rijden, en zéker vergelijkbaar met een Cabot Trail, een Captain Cook Highway en een Chapman's Peak Drive. Prachtige ver-gezichten, dichte wouden, een stuk meanderende rivier, het is allemaal een fenomenaal gezicht. Dit is produktbeleving in optima forma. Hiervoor zijn we naar Canada gekomen, nu nog een beer of een Moose, dan is het helemaal compleet. Het Whirlpool Valley Viewpoint vinden we, ondanks de mooie naam, niet denderend, De Atabasca Falls zijn wel weer heel imposant, maar verschrikkelijk druk. Het Athabasca River Viewpoint is weer niet mooi, de Mount Christie Picnic Area voldoet weer wel aan alle eisen die wij stellen om iets mooi te vinden. En het Mount Christie and Athabasca River Viewpoint is helemaal verschrikkelijk mooi. Natuurlijk is dit subjectief, wat de een mooi vindt, vindt de ander verschrikkelijk en omgekeerd, maar er is één ding wat we nóóit mogen vergeten, dit stuk van Canada, waar we nu zijn, behoort tot de absolute wereldtop van mooie gebieden. Iets vinden wat mooier is dan dit, staat gelijk aan de (on)-mogelijkheid dat een reisagent een normaal mens wordt. We komen langs de Sunwapta Falls, en daar is een hikeje mogelijk van bijna 2 km door zwaar terrein, zwaar ben ik zelf al, daar heb ik geen terrein voor nodig. Toch is het ook hier heel mooi, en lezen we in het grote boek, dat Sunwapta een woord is van de Stoney Tribe, en "Woeste Rivier" betekent. Dat klopt, er wordt veel geraft, dus zal er ook veel geruft worden, maar dan van angst! Want, als je hier al die stroomversnellingen ziet, waar jij op je stukje opgeblazen rubber doorheen moet, nou, dan heb je acuut last van 3Dsesp. Dit terzijde. Bij de Bubbling Springs Picnic Area is een hele mooie Lookout, dat heb je hier langs deze weg toch heel veel, plaatsjes, alwaar je je meegebrachte voer tot je kunt nemen. Bij het Sunwapta Warden Station vindt een Road Construction plaats, dat kost tijd, maar het schitterende uitzicht maakt alles goed. Het barre klimaat, met name in de winter, zorgt ervoor, dat men hier constant aan de wegen moet werken, om ze in deze, goede, conditie te houden. De Quartzite Rock Slide is zéér imposant, en het Sunwapta River viewpoint is er een van ongekende schoonheid. Bij het begin van de Beaty Creek Trail hebben we een fantastisch uitzicht op de 3505 meter hoge Mount Kitchener, en een paar kilometer later rijden we langs dé bekendste bezienswaardigheid van deze beroemde weg, de Columbia Icefields. Stel je voor, de lucht is strakblauw, en je ziet één hele grote massa ijs, het Columbia Icefield, met als absoluut hoogtepunt, de Athabasca Glacier. Ik heb het hele grote geluk gehad, dat ik dit natuurwonder al eens heb mogen aanschouwen, nu zien we het wéér, en het blijft machtig om te zien. Even een paar cijfers om de grootte aan te duiden: de Athabasca Glacier, 6km lang, ruim 1 km breed en een dikte van ruim 300 meter. 7 meter sneeuwval per jaar houdt dit enorme blok ijs in stand. Het totale Icefield heeft een oppervlakte van 325 km² en is daarmee het grootste Icefield in de gehele Rockies. Als je hier staat, voel je jezelf héél klein, en besef je dat de mensheid soms wel tot grote dingen in staat is, maar toch eigenlijk niets voorstelt. Je kunt hier met een enorme Snowcoach tochten maken op die gletsjer, maar het bedrag wat ze ervoor vragen, 23.50 Can$ voor een klein kwartiertje, vinden wij, heel Hollands, te gek. Trouwens, het is nu off-season, dus is de frequentie waarmee men nu rijdt veel lager, dus moeten we ook nog lang wachten, en dat doen we niet. Wèl halen we hier koffie, en bellen we met Nederland. De eerste 20 minuten in de auto zijn we allebei stil, diep onder de indruk van wat we net gezien hebben, dan zien we, bij de Panther Falls Trail, een kleine opeenhoping van auto's onder een steile helling, daar moet vast wat te zien zijn, klopt, sneeuwgeiten, we zien een paar witte dotten tegen de zeer steile wand, daar heeft de krachtige Bushnell echter geen probleem mee, en al snel ontwaren we drie van die prachtige dieren. Dit is toch wel heel mooi, dit zien niet veel mensen, ze zijn uitermate schuw, die geiten, ze komen vaak voor op plekken, waar geen mens kan of durft te komen. We staan in de schaduw van een enorme camper, en de bemanning, een stel aardige Canadezen, blijken de Keukenhof te kennen, Kinderdijk vonden ze imponerend, en ook de omgeving van Arnhem kwam ze bekend voor. Onze buurman duitsland vonden ze maar niks, ze hebben daar allemaal zo'n grote bek. Goh. We voelen gelijk warme vriendschapsbanden, maar we moeten verder. De meeste Canadezen die wij gesproken hebben, hebben òf zelf direkte Nederlandse Roots, òf hebben familie die dat hebben, òf kennen iemand in hun direkte omgeving die innig met Nederland verbonden is. Maar, links en rechts rondkijkende, hebben wij vroeger niet de móóiste Nederlanders naar Canada gestuurd. Ilse DeLange blèrt: So we're tap dancing on a highwire We could go tumbling down But something makes me want to go higher Think it's having you around Oh, get a look at us playing with fire Oh, we're tap dancing on a highwire door de speakers van onze Taurus, en weer beseffen we, wat voor bevoorrechte mensen we eigenlijk wel niet zijn. We komen langs het Weeping Wall Viewpoint, maar dit moet je eigenlijk in de winter zien, als alles stijf bevroren is, dan "hangt" er ahw een muur van ijs tegen de rotsen, en kun je prachtig ijsklimmen. Dan naderen we "The Crossing Resort", een soort junction aan de Icefields Parkway, en het enige punt aan de Parkway waar je kunt tanken. Wat ook handig is, als je tankt "ergens" langs de weg, er staat meestal een bord bij, hoeveel kilometer het is naar het volgende pompstation, ook makkelijk als je er alleen maar langs rijdt. Er is uiteraard een grote gift-shop, je kunt er happen en dranken krijgen, maar dit punt geeft óók uitzicht op twee machtige bergen, de Mount Wilson, 3240 meter hoog, en de Mount Murchison, en die steekt z'n punt exact 3333 meter de lucht in. Door de nog steeds strakblauwe lucht is het ook hier weer fantastisch toeven. Bij de Mistaya Canyon Trail is het verschrikkelijk ruig, maar bloedmooi, de wegen zijn hier smal, en er zitten verschrikkelijk veel bochten in dit stuk. Vaak rij je langs steile afgronden, en zit er een camper, soms wel 8, voor je. Wat ik hiermee wil zeggen, is: je schiet geen meter op. Die grote campers, sommigen als een schoolbus zo groot, of pick-ups met enorme trailers erachter, kunnen nu eenmaal niet met 100 in 't uur de berg op, misschien wel de berg af, maar dat doen ze óók niet. Neem dus de tijd voor dit soort wegen, je kunt er toch niet voorbij, geniet van de prachtige natuur, iedereen hier is op vakantie, enjoy it! Het Lower Waterfowl Lake Viewpoint is ook weer een plaatje, en bij het Upper Waterfowl Lake Viewpoint zien we een Coyote, er wordt zelfs een foto van gemaakt, en het mooie moment is zó weer voorbij. Dan wordt het allemaal weer heel erg ruig, en zo kennen we Canada weer. Het Peyto Lake, vernoemd naar Bill Peyto, een berggids van rond de eeuwwisseling, is natuurlijk een plaatje, maar wij gaan door, Bow Summit, el. 6787 ft, passeren we achteloos. Het gebied rond de Num-Ti-Jah Lodge is weer van betoverende schoonheid, het wordt een beetje saai natuurlijk, maar dit hele gebied is prachtig, je valt van de ene verbazing in de andere. Op de Herbert Lake Picnic Area, ook weer zo'n "beroerde" plek om te zitten, eten we wat, en de brutale vogels wachten niet eens tot je weggaat, nee, ze stelen het zó uit je hand. Dan zijn we plots op de junction met de Trans Canada, en is de Icefields Parkway officieel voorbij. Ook zitten we gelijk weer in de drukte, heel veel mensen zijn op weg naar een van de meest gefotografeerde plekjes van Canada, Lake Louise met het gelijknamige Chateau. Dat doen wij niet, wij rijden door naar Moraine Lake, ook zo'n beauty. Alleen de weg erheen al, we hebben heel wat mooie stukken weg mogen rijden in dit stuk van Canada, dit is absoluut een van de allermooiste stukken. Snelstromende beekje, kletterende watervalletjes, schitterende vergezichten en dichte wouden die de bochtige weg omgeven, prachtig, prachtig! Het parkeerterrein bij het meer is bijna helemaal vol, toch vinden we een plekje, natuurlijk is er een Lodge met een wélvoorziene gift-shop, er liggen heel veel kale stammen in het water, en het uitzicht over het meer is groots. Zo groots, dat het nu op elk 20$ biljet van Canada te zien is. Dat ze dat ter plekke willen weten óók, is te zien aan een enorme vergroting van zo'n 6m² van een bankbiljet. Het water van het meer is héél koud! Hoog zomer is het water dat vanaf de gletsjer het meer instroomt ongeveer 3°, en aan het eind van het meer ongeveer 7°, dat komt, omdat het meer niet zo diep is, ongeveer 23 meter op het diepste punt, Dit is nu zo'n meer, hier moet je iets omhoog klimmen, daar op een rustig plekje gaan zitten, en dan een beetje mijmeren over het, goede, leven dat wij leiden. Dat doen we niet, we gaan langs dezelfde , mooie weg terug, dat moet wel, er is geen andere weg. Bij Lake Louise is het ook verschrikkelijk druk, maar ook hier vinden we een plekje voor ons stalen ros. We zien kleine eekhoons, beladen met denne-appels, wegschieten, het is mooi. Dan staan we, na een kleine bocht, voor het meer, mooie herinneringen komen weer boven, maar die dateren uit een meimaand, toen stond schrijver dezes hier ook, en werd er op het meer nog volop geschaatst! Nu staan er ik-weet-niet-hoeveel japanners, gewoon in groepjes voor het statige Chateau, ervoor de lei(j)der, en een fikse stapel camera's, met elke camera worden minimaal 3 foto's gemaakt, je weet maar nooit, tenslotte. Dit meer moet je eigenlijk zien, als de zon nèt opkomt, het windstil is, zodat de bergen eromheen in het water spiegelen. Toch vinden we Lake Moraine mooier. We vereren het Chateau ook met een bezoek, tenslotte zijn er meer beroemde mensen geweest, dus waarom wij niet? Voor de ingang staat een Mountie, helemaal keurig in het pak, en volgens ons is ie gewoon ingehuurd door de staf van het Chateau, hij heeft méér dan dagwerk aan het op de foto gaan mèt. Elke japanner en Koreaan, en bijna iedere westers-uitziende toerist wil met hem op de foto, en hij moet elke keer lachen! Wàt een vak! Het Chateau zelf, oogt groots, en is groots. Alles ziet er goed uit, maar wil je hier ronken, reserveer een en ander ver tevoren. We gaan weer terug, we gaan langs het visitors center, wat ook hier weer meer dan uitstekend is, en daar vinden we een folder over de omgang met wilde dieren. Daarin tips en wetenswaardigheden over deze encounters. Zo lezen we, dat de minimale afstand tussen een groot dier, de bewoner, en jij, gast, 30 meter zou moeten zijn. Kijk een groot dier ook nooit recht aan, dit wordt als bedreigend ervaren, en een dier dat zich bedreigd voelt, valt aan. En als ie dan toch aanvalt, geef het dier, liefst met een eind hout, een flinke slag op zijn of haar neus, dat is een heel gevoelig punt, en dat doet zo geweldig veel pijn, dat ie hopelijk de interesse voor jou als vijand, verliest, hierop geld de beroemde TDH garantie! Even alle gekheid op een stokje, zoek de confrontatie niet, houdt een veilige afstand, en niet voeren. Want: Wild always means Wild! Misschien nog een paar tips, zorg voor voldoende films voor je camera, zorg voor een goede telelens, minimaal 300 mm en liefst een 500 mm. Dat betekent, dat je, zéker met een 500 mm, moet werken vanaf een statief, persoonlijk bevalt mij een een-poot statief het best, zeker in combinatie met een snelle film Kodak Gold 200 of 400 ASA. Zorg ook voor een goede verrekijker, en je kunt niet stuk. We gaan verder, volgens Grizzly moeten we de 1A hebben, maar die missen we, gewoon niet goed opgelet, we schieten wel op, en bij Castle Junction kunnen we alsnog de 1A pakken, want daar moet meer wild zitten. Klopt! We draaien de bocht om, en knallen bijna op een Wapiti. De groothoek moet erop, om het hele dier netjes op film te krijgen, en dan is het afgelopen, we zien geen dier meer. Maar om toch nog even op het vorige terug te komen, plan je route goed!!! We zijn er nu zelf ook ingetrapt, door die afslag te missen. Als we later op de kaart kijken, was het heel makkelijk geweest, nu hebben we door eigen stommiteit een stuk highway gereden, wat niet de bedoeling was, je komt er wel, maar het kon veel mooier, stom! Al heel vlug zien we drie enorme beren op hun achterpoten staan, fantastisch natuurlijk, doch er is één probleem, ze zijn van hout, en staan bij de poort van de Johnston Canyon Lodge. Ook zoiets, wat leuk bij het vorige aansluit. Kijk tevoren waar je hotel of lodge staat, dat scheelt een hoop gezoek, we spraken later mensen die hier ook zouden slapen, en die hebben lekker lang gezocht in Banff zelf, pas later kwam het briljante idee bij ze op, om het even te vragen, en dan blijkt dat de Johnston Lodge toch een dikke 25 km buiten Banff ligt. In de grote eetzaal staat een vriendelijk, dik, moppie schoon te maken, maar ze checkt ons snel in. We kunnen de auto naast ons slaaphok parkeren, we laden vlug wat bagage uit, en gaan snel door naar Banff, Jasper was al een leuk plaatsje, Banff schatten we nòg hoger in. Het begin van Banff is leuk, kleine smalle straatjes, wel druk, maar het is natuurlijk een toeristenplaatsje, dan maken we de grote fout door borden te volgen met daarop: The Banff Centre, dat is een miskleun eersteklas. The Banff Center is een soort wetenschapscentrum, en ligt buiten Banff, we gaan even in conclaaf met de Heer, dat hoort Hij geduldig aan, en Hij geeft ons goede raad, gewoon omdraaien, dat we daar zelf niet op gekomen zijn. Banff zelf is verschrikkelijk druk, we raken de wagen redelijk goed kwijt, op een plek waar je 120 minuten vrij mag parkeren, en we gaan Banff in, op zoek naar leuke dingen, die vinden allereerst in de ook hier aanwezige yearround open Christmas Shop, en ook hier breidden we onze verzameling Gekke Dingen uit. Dan begint het afknappen, er lopen hier zo verschrikkelijk veel mensen rond met spaarpot-ogen, je waant je in Tokyo of Seoel, heel veel gevelreclames zijn gesteld in japanse tekens, en veel advertenties in de Free Banff Summer Guide 1998 zijn gesteld in het japans, je kunt er nog nèt een telefoonnummer uithalen, en dat is het. Prijskaartjes in de etalages in het japans, veel japans personeel, dit hier is gewoon een japanse kolonie! We hebben niets tegen japanners, wèl tegen de enorme hoeveelheid ervan. Doordat de japanse economie op dit moment in een enorme dip zit, zijn er nu maar de helft van alle japanners die er normaal zouden moeten zijn, kun je nagaan! Zo leuk en vriendelijk Jasper was, zo onvriendelijk komt Banff bij ons over, allemaal heel commercieel, nu is elk toeristenstadje erop uit, om jou zoveel mogelijk geld uit de zak te kloppen, maar dit ligt er allemaal zó dik bovenop, dit is niet leuk meer. Je zult hier ook best goed kunnen eten, we gaan niet eens op zoek! We halen een hamburger bij good old McDonalds, waar we, godbetert, worden geholpen door japans personeel! Wàt een afknapper, maar we laten ons de lol niet bederven, in het kader van "eten en drinken van het land" kopen we een paar flessen heerlijke Canadese wijn, een Hillside Estate 1997 Kerner VQA, en omdat iedereen beslist weet waar VQA voor staat, zal ik het toch maar even opschrijven: Vintner's Quality Alliance, en dat is weer vergelijkbaar met het AC systeem in Frankrijk en het DOC systeem uit Italië. Ook een paar koude flessen Moosehead verdwijnen in het koudhoudtasje, dan gaan we weer terug naar ons nachtverblijf. We kijken nu eens goed in dit hok rond, en het is een totaalbeeld van minstens 100 jaar aan diverse erfenissen van incontinente oudjes. Werkelijk niets past bij-elkaar, 2 kompleet verschillende schemerlampen, een salontafel van een stuk denneboom, een potkachel, op gas, van vèr vóór de Flintstones, 2 stoelen en een tafeltje aan één stuk, gemaakt van een zwaar stalen oude gevangenisdeur. Gordijnen gemaakt uit een oude versleten Schotse Kilt maat 60, een poep- en pieshok als een ren voor loopse kippen, en als "nachtkastje", een oude stoel uit de tijd van de Amerikaanse drooglegging, dat was trouwens absoluut geen tijd voor mij geweest, maar dit terzijde. Natuurlijk hebben we tv, maar die doet het niet, slechte ontvangst door de omliggende bergen, kunnen we inkomen, ter compensatie staat er een video-recorder, en kun je, oude, films renten, voor 5$. Ook is er een radio, maar die komt uit de tijd dat Frits Philips sr. z'n droppings nog in z'n pamper knalde. De ontvangst van de dit apparaat lijkt op de geluiden van een oude hoop gistende bere-poep. Zelfs de kraantjes bij de wasbak draaien de "verkeerde" kant op. Wàt een hok! Maar gelukkig maakt de natuur in de omgeving alles voor ruim 200% goed, m.a.w. het is er schitterend! Er is absoluut niets mis met deze Lodge, het is alleen allemaal verschrikkelijk oud! We gaan nog wat rondrijden, genieten van die natuur, eten een meer dan
voortreffelijke hap, lekker lezen, drankje, ronken. 17 september Banff We hebben 't klokje rondgeronkt, we worden pas om 0930 uur wakker, het is ijskoud, en ook onder de douche worden we niet warm. Het ontbijt nuttigen we aan de counter, da's best leuk voor een keer, je ziet hoe ze alles klaarmaken, en we weten nu gelijk ook, wat we morgen dus niet moeten bestellen. Deze Lodge is ooit establist in 1927, en daarna is er niet veel meer aan veranderd. De ligging is fantastisch, je kunt er een mooie trail lopen, de Johnston Canyon Trail, je hebt er de Hillsdale en Moose Meadows, vooral de laatste is een plaatje, maar Moose zelf, hebben we niet gezien. Om in de buurt te blijven, bij Castle Junction heb je natuurlijk Castle Mountain, een enorme berg, die prachtig afsteekt tegen het landschap. Eerst gooien we de tank van onze Ford weer vol met peut, we moeten alles zelf doen, ook moeten we zeggen hoeveel we getankt hebben, 33 liter voor 16.80 Can$, hier is het erg goedkoop, en dan wordt er, zonder enige controle, afgerekend. We staan nog even te keutelen, zien twee fietsers zwaar bepakt en bezakt langskomen, het zweet loopt ze, ondanks het vroege uur, in stralen van het lijf, het mopperen komt ons bekend voor, dat is onvervalst Nederlands gekanker, dat heb je, met die goedkope reizen, dènken we, zeggen durven we dat niet, die gasten zijn in alle staten, en je hebt zó een knal voor je kop te pakken. Het ziet er ook niet uit, twee van die zwoegers, veel te veel bagage, zéér geaccidenteerd terrein, allebei de verplichte pispot-als-helm op, nee, dan hadden wij een jaartje doorgespaard, en waren we alsnog met de auto gegaan. Dit is niks. We gaan weg, naar Takakkaw Falls, eerst die 1A weer af naar de junction, maar we zien geen wild, alleen een losse aanhanger, langs de kant van de weg, met daarop een groot bord, dat er beren in de buurt zitten, allemaal prima natuurlijk, maar we willen er wel een zien!! Eenmaal na die junction rijden we al gauw op met de Yoho River, op de Yoho Valley Road. We krijgen een punt; Meeting the Waters, en hier komen de Yoho en Kicking Horse River bij elkaar, en dat gaat even later over in de Bow River. Er liggen nog meer bezienswaardige punten hier in de buurt, Spiral Tunnel bijvoorbeeld. Omdat de hoogte, bekend als The Big Hill, tussen Field en de Kicking Horse Pass voor CP Rail eigenlijk te steil was om in één keer te overbruggen, besloot men om ín de bergen twee volledige cirkels te maken, en dat was, in 1906-1909 best wel een knappe prestatie. Nu kun je, als het een lange trein is tenminste, de voor-en achterkant van dezelfde trein zien, vlak bij elkaar, en dit, terwijl er een volledige cirkel wagons in de berg staat. Er is een kleine gedenkplaat, ter nagedachtenis aan de omgekomen spoorwegarbeiders, een maquette, en een oude brug, die deel uitmaakte van de eerste route over The Big Hill. Om nog een idee te geven van The Big Hill, als er, vroeger, een trein aankwam, werden er 4 extra locs achtergezet om de gehele trein naar boven te duwen, en downhill, daar had men diverse runaway spur lines, ik weet wèl wat het is, maar ik heb er geen goeie vertaling voor, aangelegd, voor het geval dàt. De rit is mooi, het weer een beetje bewolkt, dat maakt het woeste landschap mooi dreigend. We krijgen de afslag naar Takakkaw Falls, en dan is het nog 15 hele mooie kilometers naar de Falls zelf. Als je gelooft in toeval. dit, dit dus, schrijf ik op 181098, en ik heb net samen met Mar thee (?) gedronken en gekeken naar het programma van Veronica "Western Lifestyle", daarin doet Simone de Geus verslag van wetenswaardigheden over Canada, de omgeving waarin zij staat, komt ons heel bekend voor. de grote houten Grizzly's bij het Johnston Canyon Resort. Veel scherpe bochten in die mooie weg, maar dan zien we de Takakkaw Falls in al haar schoonheid voor ons opdoemen. Even een educatief moment: Takakkaw betekent "het is prachtig" in het Cree, en tot zover dit educatieve moment. Het is een eindje lopen van de parkeerplaats naar de Falls zelf, maar ook dit is best leuk en spannend, aangezien er een bordje hangt bij de parking-area : CAUTION/AVIS, dat betekent niet, dat AVIS hier een steunpunt heeft, maar dat er een beer in de buurt rondhobbelt, want, de tweede regel luidt: Bear in area/Ours dans le secteur, waarvan akte. Heel Canada is officieel tweetalig, Engels en frans, dus bij alle officiele zaken, dit soort bordjes, wegaanduidingen etc. staat alles er in Engels en frans. Het water van Takkakkaw dondert hier 384 meter naar beneden, ook hier is het allemaal niet op z'n mooist, maar wel heel spectaculair. We staan op zeker 50 meter van het kletterpunt af, toch zijn onze brilleglazen bedekt met kleine spettertjes Takakkaw. Kun je nagaan met welk een kracht dit water op de rotsen knalt. Geïmponeerd blijven we een aantal minuten staan kijken, dan gaan we weer weg. Deze Falls zijn de rit erheen, en terug, je móet terug natuurlijk, méér dan waard, schitterend. Ook qua natuur is het allemaal heel mooi, ik kan het niet genoeg benadrukken, we zitten hier ècht op de top van natuurschoon, mooier als dit, dan zul je lang moeten zoeken, en waarschijnlijk tevergeefs, het is er gewoon niet. Eenmaal terug op de Yoho Valley Road gaan we richting Golden, niet omdat dit ons einddoel is, maar gewoon om een mooie rit te hebben. Maar ook hier zijn de afstanden langer als ze lijken. Door het mooie landschap, bochtige wegen en het glooiende gebied, schiet je lang niet zo snel op als je wel denkt. Dat is op zich geen probleem, maar als je jezelf een bepaalde dagafstand voor ogen hebt gesteld, dan moet je wel dóórrijden. Wij houden gewoon de tijd aan, twee uur heen, is ruwweg twee uur terug. En als je dat doet, weet je met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, dat je ergens op tijd bent. Zo ook wij, genoten hebbende van een machtige rit door ruig berglandschap, zijn we redelijk op tijd, om een lekker hapje te gaan eten in Banff. Mis! Het regent dat het giet, er komt een dot water naar beneden, verschrikkelijk! Ook onweert het, als we later het bandje terugluisteren, horen we de hagel tegen de voorruit slaan! We komen langs een pickup van een park warden, die loopt zelf buiten met een peil-antenne, op zoek naar een dier met een zendertje om. We zitten vlakbij Banff, maar het plaatsje spreekt ons totààl niet aan, we kunnen er moeilijk de auto kwijt, we worden nat, we kijken elkaar aan, doen een ongeoorloofde U-turn, en gaan terug naar de Lodge. Ook bij enigszins vochtig weer, het zeikt uit de hemel, is dit land van ongekende schoonheid, het heeft iets geheimzinnigs, het is prachtig. Bij de Lodge is het even droog, we gaan gelijk naar de eetschuur, we hebben weer een prima maal, we treffen meer Nederlanders, wisselen ervaringen uit, waar we beiden wat aan hebben, we drinken nog wat lekkers, en gaan heerlijk slapen. 18 september Banff Fort Steele "A great day to see a bear", zetten we 's-morgens in ons reisjournaal, waarom? Geen idee. We staan in ieder geval vroeg op, het is koud, óók in 't was- en plashok. Om 0730 uur rijden we weg, alles is dicht, eethok, peutpomp, alles. Dan eten we "en route" wel, denken we, er is bijvoorbeeld bij Castle Junction een hostel, alwaar ze vast wel iets te happen hebben, maar, daar aangekomen, mis!!!, ook alles dicht. Dan maar de 93 op, ook daar moeten een aantal happententen zijn, onderwijl leven we op een slok water en zoute dropjes, die combinatie is niet goed op een nuchtere maag, je krijgt er een houten bek van. Castle Mountain zelf, is natuurlijk een machtige hoop steen, en juist met dit weer, bewolkt en een tikje miezerig, gaat er een enorme dreiging van uit, de 93 is machtig om te rijden, en na een paar kilometer passeren we Vermillion Pass, die is 1651 meter hoog, natuurlijk geen superhoogte, maar deze pass maakt door de ligging wèl deel uit van de Great Divide! Tevens is dit de grens tussen Banff en het Kootenay National Park, en tussen Alberta en BC. Na nog een paar kilometer, stoppen we bij Marble Canyon, we zien niemand, het is machtig mooi hier. Je kunt hier een trail lopen van ruim 2 kilometer, en da's net wat voor ons. Er loopt een klein smal paadje het dichte woud in, en na een paar meter stopt Mar, loopt terug naar de auto, en haakt de berebel aan de Reebok rugzak. "You never think you'll need it, untill." herinneren we ons de tekst op het kaartje. De bel doet wat ie doen moet, het is een hels kabaal, als ik beer was, zou ik ook wegrennen, denken we maar, toch, erg gerust zijn we ook niet op dat wonderbelletje, het pad is zéér smal, erg bochtig, je kunt geen twee meter recht vooruit kijken. We hebben een tweehonderd meter gelopen, dan besluiten we terug te gaan, wij zijn het niet gewend, en als er hier een beer opduikt, dan is het gebeurd. Je mag dan de geleerde lessen in praktijk proberen te brengen, zo van: als een grizzly aanvalt, play dead, en als een zwarte beer aanvalt, don't play dead -fight back!! But first, try to escape! Hier? Hoe dan?" gewoon dit smalle enge paadje terugrennen? De beer is absoluut sneller. Veel sneller zelfs. En dat play dead zal nog wel lukken, maar dat fight back! Het lijkt ons verschrikkelijk vervelend voor de nabestaanden, die ons naderhand moeten identificeren, een hoop aangevreten vlees, waar nog duidelijk een grote teen en een rechter flapoor van zijn te herkennen, dat is dan makkelijk voor ze, ik ben de enige met flaporen. Het moge duidelijk zijn, we gaan terug, en weer op de parkeerplaats aangekomen, staat er naast ons een auto, waar twee mannen uitkomen, zich omhangen met slaapzakken, een tent, klimtouwen en steigijzers, voeg daarbij een flinke lading eten en drinken, en ze lijken precies op twee Michelin-mannetjes. Niks berebel of geweer! Ons enigszins lullig voelend, druipen we af. Nog steeds hongerig, dat wel! De natuur maakt veel goed, ondanks de bewolking, het weer kan hier binnen een uur helemaal omslaan, blijft het hier van ongekende schoonheid, de magen knorren als varkens, de Kootenay Park Lodge komt in zicht! Closed, staat er op de deur. De Avelange Slopes passeren we, hier staan zomaar slagbomen, en als die dicht zijn, mag je er niet door, dat is logisch natuurlijk, anders konden ze ze wel openlaten, maar het betekent wèl, dat je helemaal terugmoet, er is geen omleiding of zoiets. Het begin van de Simpson River Trail, is een heel klein eng uitziend smal houten bruggetje over een woest kolkende kreek, maar de trail gaat naar fantastisch landschap, en leidt ook naar het ernaast gelegen Mount Assiniboine Provincial Park. Op precies 48600 meter van Castle Junction staat een Animal Lick, een stuk grond of een aantal rotsen, die rijk zijn aan mineralen en/of zouten, dieren die hier leven, hebben die zouten en mineralen nodig, en komen die van de rots likken of van de bodem eten. Maar nu likken ze vast iets anders, geen dier te zien, nog geen wilde bosmus. Na een paar kilometer is er nog zo'n Lick, maar nu eentje waar vaak Mountain Goats komen likken, doch ook deze dieren houden een lick-stop, niets! We komen langs de Dolly Varden Picnic Area, een Dolly Varden (Salvelinus confluentus) is een soort turbo versie van de forel in 't algemeen, en zéér geliefd bij sportvissers. Maar deze area, is one of the best wildlife viewing area's in the mountain parks. Nòg niet één tamme bosmuis! Het mist verschrikkelijk, we hebben geen 20 meter zicht!
We rijden onder een dikke wolken deken door, dat is best wel een mooi gezicht, als je op een wat hoger punt rijdt, zie je in de diepte een dikke wolk over de weg hangen, en uit die wolk steekt een bergpunt omhoog. Na een tijdje rijdt je dus onder die wolk door, en dat duurt een paar bochten, dan is de wolk "op" en rijdt je weer met een prachtig uitzicht rond. Dan, tussen de Kimpton Creek en de Redstreak Creek gebeurt het, we zien niemand, ja toch, een klein rood autootje helemaal aan de kant van de weg. We rijden er langzaam langs, en zien de eigenaar van die roestbak driftig het bos inwijzen, "BEAR" zien we zijn mond zeggen, en verdomd, we zien een hoopje zwart in het struweel. De auto aan de kant van de weg, raam open, Marja en ik zijn goed op elkaar ingespeeld, ze drukt mij de camera in de handen, en binnen twee seconden staat de beer op een negatief. Mocht ie plots wegrennen, dan hebben we in ieder geval "bewijs". Maar de beer, een dikke grote zwarte, is niet van plan op te krassen. Hij/zij, heeft een dikke pol-gras-met-een-lekker-luchtje ontdekt, en dat wordt nu uitgebreid besnuffeld. Zo af en toe draait het fraaie dier de kop in onze richting, wat tot gevolg heeft dat power winder van de camera de film elke keer een beeldje opschuift, een schatting is dat we 12-15 meter van de beer afzitten, veilig in de auto. Dit maakt alles goed, dit moet je hebben meegemaakt om het op waarde te kunnen schatten, alleen al voor dit moment zou ik naar Canada gaan. Hele volksstammen, óók Canadezen zelf, dromen ervan, een beer te zien, en wij zitten hier, met z'n drietjes, naar zo'n apparaat te kijken. De beer zelf, gaat onverdroten door, met hetgeen ie aan het doen is, wij willen een foto van dat beest met de kop omhoog, heel voorzichtig fluiten we, uiterst vals, de beer kijkt op, klik, nog eens fluiten, maar dan harder, klik, klik. Algauw is de belangstelling weg, er stopt nog een auto, en binnen een paar minuten weer een. Een paar enorme vrachtwagens denderen langs, maar Yogi snuffelt rustig door. Een idee, de berebel, een voorzichtig rammeltje, klik-klik. Nu stopt er een bus, Yogi snuffelt door, er komt weer een enorme Freightliner langs, de lul erin hangt aan z'n fluit, en de beer verdwijnt het bos in. Wèg betovering! Binnen een paar tellen ziijn alle auto's verdwenen, wij drinken nog een paar slokken geioniseerd bronwater, rijden heel voorzichtig weg, en zien een paar meter later de beer weer uit het bos komen. De motor is nog niet afgeslagen, of het raam is al weer open en de teletoeter wijst richting beer, klik. En nog eens klik. De beer zit nu een stuk dichterbij, maar Yogi heeft nu een dikkere pluk lekkers te pakken, de dikke kop zit helemaal achter die pol. Als een gek bellen we ons suf met die berebel, en dan gebeurt precies wat niet moet gebeuren als je met zo'n bel belt, de beer komt naar ons toe! Dat was niet helemaal de bedoeling, gelukkig zien beren slecht, en stuit Yogi op een nieuwe pluk lekkers, de foto's zijn wèl mooi, natuurlijk. Dan stopt er een auto, de eigenaar is niet bang, moet ook wel, want hij wil de beer fotograferen met een klein simpel cameraatje, en dan moet je wel dichtbij. Dat doet hij ook, en ik denk, wat hij kan, kan ik ook, die vent ziet er in z'n korte broek voor die beer véél smakelijker uit dan ik, en als Yogi begint te happen aan die knakker, zit ik al veilig in de auto. We staan naast elkaar vol ontzag naar die beer te kijken, komt ook z'n vrouw de auto uit, met een camera-met-telelens. Ze mikt, de beer draait zich om, en klikt, "nice buttshot", grinnikt m'n buurman. Dan verdwijnt Yogi weer in 't struikgewas, en we zien hem redelijk evenwijdig met de weg meelopen. We wachten een paar minuten tot iedereen weg is, en rijden heel zachtjes langs de bosrand, hopend op nòg een ontmoeting. Niets meer, maar een paar honderd meter verder zien we op een klein veldje een tentje staan, de bewoners ervan liggen nog te slapen, onwetend van wat er op ze afkomt. Onze lege magen veroorzaken nu zware oprispingen, gelukkig naderen we Radium, en daar moet absoluut iets open zijn, we volgen een bord Lodging, en rijden tegen de Radium Hot Springs Lodge aan, we parkeren "in front", en hebben binnen een paar minuten een heerlijk ontbijtje te pakken. Dit is gelijk een mooi punt om iets te vertellen over de kosten ter plekke. Voor een ontbijtje ben je 10 $ kwijt, een lunch kost gemiddeld 15 $, en het diner verwisselt voor 50 $ van eigenaar, allemaal gemiddelden, en hier zit alles tussen, ontbijt van Smitty's tot ontbijt-in-het-hotel, dat is natuurlijk altijd veel duurder. Lunch bij restaurant langs de weg tot picknick in het bos, met voer van de lokale grootgrutter, en diner van in-het-hotel, tot "ergens" in een goed uitziend restaurant. Tel daarbij een 5 $ aan koffie bij de peutpomp, een 15 $ aan peut voor het vervoerblik bij dezelfde peutpomp, en ik durf de stelling aan, dat je in Canada met twee personen voor een kleine 100 $ per dag 3 hele goede maaltijden hebt, drankjes erbij, benzine, en koffie voor "to go". Natuurlijk, verplaats je je in een Lincoln Towncar, eet je elke dag kreeft, en drink je een paar flessen Chablis, ja, dan klopt mijn stelling niet, maar het zal voor de gemiddelde toerist wel opgaan. Ons ontbijtje hier, kostte 13.45 $, maar het was dan ook zéér uitgebreid. Radium is natuurlijk bekend om z'n Hot Springs, vanuit de plek in het eethok, kijken we neer op een warme poel, en zien daar verschrikkelijk dikke mensen in zéér man-ònvriendelijke badkledij ronddrijven. Eigenlijk hebben we ook wel zin om even te ditchen, maar we hebben geen tijd, we moeten naar de liquerstore, en daar kopen we een fles Alberta Springs, geen mineraal water, maar een Rye Whiskey, we moeten ook de produkten van het land leren kennen, en in dat kader, deze whiskey. Vooruitlopen op dit verhaal, dachten we met deze fles, zo'n produkt te hebben, Mis!! Want, na het nuttigen van een goed glas van dit produkt, kijken we eens goed op de fles: Bottled by Alberta Distillers LTD, Clermont, Kentucky. Shit! Want, Kentucky is een staat in de VS, maar daarmee trap ik absoluut een open deur in. Dat weet iedereen, natuurlijk! De fles heeft ook een achterkant, en, na nog een flinke slok, ontdekken we dat we tóch een goed produkt in het glas hebben, Alberta Distillers, LTD, Calgary, Canada. Gelukkig! Een Rye Whiskey wordt gestookt uit rogge, en dat is het grote verschil met andere whiskey, die wordt gestookt uit gerst. Ook hoeveelheid speelt een rol, minimaal 51% van het beslag bestaat uit rogge, de eikenhouten vaten waarin de rijping plaatsvind, mogen maar 1 keer worden gebruikt, en er spelen nog een paar zaken, hoeveelheid gerstemout bijvoorbeeld, die een goede Rye z'n geur en smaak geven. We rijden Kootenay National Park uit, zien een telefooncel, en gaan bellen, maar er is niemand thuis, of ze willen niet opnemen. De overeenkomst hiervan is, dat het nu niets kost. Het landschap, waar we nu in rijden is 100% anders als, pakweg, een uur geleden. We zijn duidelijk uit de Rockies, en een plaats als Windermere maakt de naam méér dan waar, het waait verschrikkelijk! Bij Wasa Lake bellen we weer naar Nederland, en verdomd, kontakt! Alles gaat goed. Mooi! Het heeft heel erg geregend. Nòg mooier! Het gaat nog veel meer regenen, dat geeft helemaal een goed gevoel. Het moet thuis altijd slechter zijn, als op de vakantieplek, da's altijd prettig! We naderen Fort Steele, aan de mast wappert de Union Jack, en op het parkeerterrein staan heel veel RV's en campers. Admission is 5.50 CAN$, maar dan betreden we ook een unieke verzameling oudheid uit BC. Galbraith's Ferry heette een punt met een wankel bootje over de Kootenay River, maar het was een strategisch punt, superintendent Sam Steele, van de North West Mounted Police, nam hier zo rond 1887 de honneurs waar, en bouwde rondom deze ferry een steunpunt, wat later uitgroeide tot Fort Steele. Het groeide, mede door enkele mijnen in de buurt, en het was hèt aangewezen punt voor een station, maar het lot besliste anders, wat Fort Steele had moeten worden, werd Cranbrook, een groeiende plaats rond een station. Nu is Fort Steele een Heritage Town, en dat willen ze weten ook! "Live the Excitement of an 1890s Boom Town" staat er op de folder, en dat merk je gelijk bij binnenkomst. Het personeel, als je dat zo mag zeggen, loopt allemaal in kleren uit die tijd, en da's best een leuk gezicht. Eenmaal binnen, is het een klein stadje uit 1864, het begin van de Gold Rush, en men heeft hier met veel liefde en zorg een fiks aantal gebouwen en gebouwtjes gered, niet meer allemaal origineel, een brand in 1906 heeft veel verwoest, maar men heeft ook een aantal gebouwen uit de omtrek hier neergezet, en alles bij elkaar geeft het een goed beeld. Als je Main Street inkijkt, denk je, het zal allemaal wel, maar als je bijvoorbeeld het Wild Horse Theatre inkijkt, is het allemaal heel echt en authentiek, er worden ook regelmatig voorstellingen gegeven, men voert shows op, en alles in de winkels, hotels etc, is allemaal echt. In de Pioneer Barber Shop kun je zó in de stoel plaatsnemen, en dan kun je geschoren worden, de lap leer aan de muur, waar de barber vroeger z'n mes aan wette, hangt er nog, en ziet er veel gebruikt uit. De City Bakery werkt gewoon nog, je kunt er heel leuk zitten, koffie krijgen en allerlei soorten lekkere broodjes, muffins etc. Het is méér dan waarschijnlijk, dat de twee meisjes achter de toonbank 's-avonds alle restjes opvreten, ze zijn moddervet. Maar wèl vriendelijk, dat kom je trouwens overal in Canada tegen. Echt vriendelijke mensen, ze staan open voor een praatje, en de meesten zijn, in tegenstelling tot Amerikanen, gewoon geinteresseerd in je. Ze hebben binnen een paar woorden door dat je buitenlander bent, ook zien ze het gewoon, wij zien er op de een of andere manier anders uit. Ook zijn wij veel groter, en dat geeft weer andere problemen. Wassen en plassen bijvoorbeeld, de wasbakken hangen voor ons gewoon te laag aan de muur. En de toiletten zijn berekend op kleine Canadese kontjes en korte pootjes. Voor ons is het net, of we op een kabouterpotje in de Efteling zitten te paffen. Geeft allemaal niets, hoort gewoon bij het land. Wij kunnen hier in Canada niet van de pot vallen, en dat kunnen Canadezen in ons land wèl! De lokale tandarts, Dentist's Office, en een Painless Dentistry, is ook leuk, een zéér primitieve boor, die moest je dmv een soort fiets aandrijven, vervaarlijk uitziende beiteltjes, haken en klemmen, allemaal kunstgebitten, een grote pot Laudenum, voor de verdoving, er zal beslist ook whiskey voor gebruikt zijn, of gewoon een slag met een eiken balk voor je kop, tegen de tijd dat je bijkwam, was je ook je tand of kies kwijt, spoelen met een slok whiskey, prop watten erin, succes! Er staat een enorme ouderwetse grammofoon in de hoek, en als die op volle sterkte speelde, dan wist je dat er iemand met een flinke kiespijn te grazen werd genomen, je hoorde natuurlijk wel het geschreew veel minder. De Prospector Newspaper Office is ook nog open, de pers erin werkt ook nog, evenals de Pioneer Tinshop, en ook de Barr & Combs Blacksmit Shop geeft regelmatig demonstraties in het beslaan van paarden. In de Carlin & Durick General Store staat zo verschrikkelijk veel antiek, van een oude brandkast, model Billy the Kid, oude wasmachine, tot aan wafelijzers en andere keukenspullen, je kunt het zo gek niet bedenken, of men verkocht het hier, je moet natuurlijk wel bedenken, dat in die tijd, dit de enige winkel was in een straal van misschien wel 150 kilometer. Er staan een paar woonhuizen, die ook toegankelijk zijn, en een goed beeld geven, hoe, met name de notabelen, hier woonden. Het gewone klootjesvolk woonde niet in het fort, die leefde in blokhutten, plaggehutten of conestoga's, en buiten de relatief veilige pallisades van datzelfde fort. Ook staan er een paar hotels, je kunt een stuk naar binnen lopen, en dan zie je op de receptie, natuurlijk de beroemde bel, maar ook het enorme gastenboek, waar je geacht werd je naam in te schrijven, bij wijze van registratie. De strategische ligging aan de Kootenay River maakte, dat dit ook een belangrijke handelspost was, en met een beetje fantasie, zie je gewoon voor je, hoe dat vroeger allemaal ging. Er staan nog een paar vrachtwagens en tractoren, het waren beslist de allereerste modellen, de vrachtwagen heeft nog massief rubberen banden, althans, wat daar nog van over is, de twee tractoren die er staan, hebben massief stalen wielen, op het stuur van een van die apparaten staat: Henry Ford & Sons. En da's héél oud! In de giftshop zoeken we naar een goed boek over dit gebied, en/of Fort Steele, maar meer als een goed bedoeld toeristisch fotoboekje vinden we niet. Alles bij elkaar is Fort Steele een bezoek méér dan waard, het geeft een heel goed beeld "hoe het allemaal gegaan is', en iedereen die iets van de geschiedenis van dit machtige land wil weten, komt hier fantastisch aan z'n trekken. De rit verder door het Cranbrook Forest District, voert ons door de Kootenay Indian Reserve, en dan naderen we Kimberly, we zien in een weiland naast een aantal koeien een paar lama's staan, Visitors Info 2000 meter, staat er op een bordje, daar willen we even naar toe, kunnen we, èn info halen, èn vragen waar onze slaapplaats voor vannacht is, dat scheelt zoeken. We stoppen pàl voor 't Visitors Center, en zien 30 meter verder "The Inn of the Rockies". Da's mooi, maar, er is een probleem, het regent. We zetten de auto "in rear" en rennen naar binnen. Alsof het hele hotel verbouwd wordt, zo ziet het eruit! En dat klopte, de receptie is voor de helft af, de rest ontbreekt gewoon, overal is behang af, zitten er grote scheuren in de diverse muren, er loopt een enorme hond los, eigendom van de receptioniste, het is een pracht dier, maar komt je gelijk besnuffelen, wij vinden dat niet erg, we hebben zelf ook een hond, maar mensen die hier niet van gediend zijn, worden er wèl mee geconfronteerd! Op de halve receptie staat een, kapot, bordje: "Sorry, we are in a renovation", het vrouwtje achter de balie doet zes dingen tegelijk, maar het allerbelangrijkste, het te woord staan van gasten, doet ze niet! Het leuteren met een vriendin door de telefoon is kennelijk belangrijker. Dan komen er meer mensen binnen, die een kamer willen, en worden we plots allemaal tegelijk geholpen, nu zit ik zelf al best wel een tijdje in deze malle toeristenwereld, maar meerdere mensen tegelijk helpen, kan ik nog steeds niet, wil ik ook niet trouwens, en het goedbedoelende moppie kan het óók niet. Het loopt allemaal behoorlijk in de soep, dat het uiteindelijk allemaal klopt, komt meer door onze medewerking, dan door haar kundigheid. Er wordt koortsachtig door haar gebeld, of onze kamer al klaar is, het is toch al bijna 5 uur, je mag toch verwachten dat een en ander klaar is. Maar dat begrijpen we helemaal verkeerd, zij bedoeld niet, schoon en bedden opgemaakt en zo; nee, de verbouwing is wel of niet af, en dat is een heel ànder verhaal, we gaan boven kijken, we lopen door gangen die vol staan met boormachines, kruiwagens, speciekuipen, oude en nieuwe toiletpotten, kisten vol met tegels, verlengsnoeren en stapels hout. We zien iemand zwetend uit "onze" kamer komen, de handen vol met troffels en voegspijkers. Het miepje kijkt angstig naar die brave borst, krijgt een vette knipoog van hem, en een diepe zucht van opluchting ontsnapt haar, goddank, de kamer is klaar. Maar. de badkamertegels zijn nèt gevoegd, of we vanavond niet meer willen douchen. Het moet allemaal nog drogen! Om zelfmoord door dat miepje te voorkomen, besluiten we om geen andere kamer te vragen, die was er waarschijnlijk toch niet, we zetten wat bagage op de kamer, en gaan dit hotel uit. Er tegenover zit een wasserette, die vereren we met een bezoek, het kost een hoop moeite, er hing geen wisselautomaat, en vindt hier maar eens losse kwartjes! Ook bleek er een droger stuk, die stond op een half uur, maar toen wij de boel eruithaalde, bleek ie geen warme lucht te geven, konden we weer opnieuw beginnen. Kimberley is als plaatsje heel erg duits georienteerd, Willkommen in Kimberley, The Bavarian City of the Rockies, dit klopt absoluut! De "grote" winkelstraat heet hier Platzl, en daar heb je natuurlijk het Gasthaus am Platzl, en op die Platzl staat staat de grootste koekkoeksklok ter wereld, je knalt er een paar kwartjes in, die we niet hadden, wasserette, weet je nog, en dat beest gaat dan tekeer als een gek, de stadsmascotte heet Happy Hans, in de Platzl Bandstand spelen in het seizoen de Alphorn and Wandering Minstrels, Seasonal Volksmarches. Natuurlijk in oktober de Oktoberfesten, en kun je overal Sauerkraut bekommen. Nee, dit spreekt ons niet ècht aan. Toch doen we hier een goede aankoop, in de lokale Radio Shack, kopen we twee snoeren die tussen de hoorn en het eigenlijke telefoon-apparaat passen. Nu zullen er intelligente zielen zeggen: er zít toch al een snoer tussen, klopt, maar de nu aangekochte zijn bijna 6 meter lang, en dat is op kantoor heel erg makkelijk. We wisten uit Amerika dat dit bestond, hebben er in Nederland wel eens naar gezocht, en hier lopen we er tegenaan. We betalen er 8 $ per stuk voor, dat ik nu de prijs erbij zet, heeft een reden, maar die volgt nog! Inmiddels is de gehele was nu ook klaar, we brengen alles naar boven, en gaan eten bij Smitty's, die kennen we nog van Jasper, en deze Smiity's is middels een grote deur in de lobby verbonden met ons hotel. Heel erg handig. We eten goed, lekker en niet duur. Dit soort eetketen drukt je gemiddelde dinerprijs, als je hier eet, met z'n tweeën voor meer als 30 $, dan doe je iets verkeerd. Of je eet veel te veel. Het is gezellig druk, onwillekeurig volg je gesprekken van de belendende tafels, en dan valt op, dat bijna al die gesprekken over geld gaan, of met geld te maken hebben. We zijn daar eens op gaan letten, en bijna elke maaltijd was het raak! Er is een discotheek onder het hotel, maar daar komt zo verschrikkelijk veel herrie uit, daar gaan we niet heen, we drinken nog wat, de aantekeningen worden bijgewerkt, we gaan lekker slapen. Althans, dat proberen we, we liggen in een nieuwe tweepersoonsbed, maar dat is van een dusdanige kwaliteit, dat we allebei naar het midden rollen, daar is ook niks mis mee, natuurlijk, ook het matras is dermate goedkoop in aanschaf geweest, dat de buitenste randen praktisch boven ons tegen elkaar slaan. Maar we treffen het met méér dingen die nacht, The Inn of the Rockies ligt precies aan de Highway 95, Wallinger Avenue en Ross Street heet dat hier, een kruising dus, zoals al bekend is, heeft dit hotel een discotheek, daar speelt precies vanavond een band, die bekend is in de verre omgeving, dit een verzamelpunt is voor jongelui uit de verre omgeving, en diezelfde jongelui met opgevoerde pick ups in de rondte rijden, jongetje, meisje en drie sixpacks in de cabine, ook niks mis mee, maar die six packs worden in diezelfde cabine leeggezopen, en daar is wèl alles mis mee. Dan worden ze baldadig, en gaan dan met grote snelheden over die kruising rossen, tot diep in de nacht. Dat ook vrouwen hier hun mannetje staan, merken we aan het schelden en vloeken, ze zuipen net zo hard mee met de jongens, maar kunnen er minder goed tegen, de meesten worden dan grof tot heel grof. Wij kunnen ook best wel iets rots zeggen in 't engels, maar we hebben er die nacht voor minstens 6 reizen bijgeleerd. We hoeven dan geen reis hetzelfde te zeggen. Toch, in het dagelijks leven, staan vrouwen hier, hun mannetje, om het maar eens clichématig te zeggen, je ziet ze nèt zo makkelijk een grote stoomwals besturen, vaak zie je een paardestaart onder de honkbalpet in de grote Freightliner, ze staan op een nieuw dak met een grote teerkwast de boel waterdicht te maken, je ziet ze ook op bouwsteigers. Prima, dat heeft àlles te maken met de politiek in dit land, geen werk, geen geld, heel makkelijk, een heerlijk systeem, als je ècht wilt werken, is er overal werk, misschien niet helemaal wat jij wilt, of waar je voor bent opgeleid, dan ga je maar straatgoten vegen, vuilnis ophalen, geeft niet wat. Want, doe je hier in dit land niets, dan heb je het heel erg moeilijk. Als we Canadezen vertellen dat we bij ons, als we niet willen werken, of er geen zin in hebben, toch gewoon geld krijgen, dan staan ze ons met open mond aan te kijken, en verklaren ze ons, en ons systeem voor gek. Ze hebben volkómen gelijk! Als we óók nog vertellen, dat het bij ons min of meer normaal is, dat criminele jongeren met de burgemeester uit de hoofdstad, pizza gaan eten, uit een soort dankbaarheid, en hopen dat ze zo weer op het rechte spoor komen, dan vallen ze bijna om. De logische vraag die ze ons stellen, is natuurlijk, hoe brave, oppassende en hardwerkende burgers dan wel niet beloond worden. Da's makkelijk, die krijgen elk jaar een forse belastingverhoging. Het gebeurt niet vaak, maar af en toe schaam je jezelf, voor het feit, dat je Nederlander bent. 19 september Fort Steele Nelson We hebben een slechte nachtrust gehad, het is koud, de douche is gelukkig warm, en het ontbijt bij Smitty's is goed, we worden bediend door een vrouwtje van ongeveer 40 jaar, zwaar onder de tattoos, ze heeft een zéér laag uitgesneden bloesje aan, waar alles bijna uitvalt, en tussen haar tweeling staart een doodskop ons grijnzend aan. We willen bellen. Dat moet kunnen vanaf de kamer, dat probren we, maar kennelijk zit er bouwstof in 't apparaat, het lukt niet. Even vragen bij de receptie wat we fout doen, niets! We proberen het op een ander toestel, op een andere manier, via een operator van BC Tel, et voilà, we geven hotel en kamer nr. op, kletsen een flinke tijd met Holland, gaan uitchecken, we verwachten een dikke nota, niets! De miep achter de balie, die, volgens ons, laatst, de ereprijs met lof van de jury en een dikke kus en bloemen van de voorzitster gekregen heeft, voor de titel "lup van 't jaar", begreep er ook niets van, logisch natuurlijk, anders win je nooit die felbegeerde prijs! Maar, charge = 0$, "have a nice day, and hope to see you again", nee dus, en toen vertrokken we. Dit was een verkeerd hotel op een verkeerde plek in een voor ons verkeerde stad. We nemen ons voor, dit, met redenen omkleed, te schrijven aan Grizzly en Hotelplan. De Kimberley South Inn zou absoluut een beter hote of motel zijn geweest. We krijgen nu een mooie rit naar Cranbrook, passeren nog een bord "German Bratwurst to go", en eenmaal daar aangekomen, is dit weer zo'n typisch Noord Amerikaans stadje, het zou óók in de VS kunnen staan, het enige verschil wat je zou zien, zijn de nummerborden van de auto's. Cranbrook is bekend om het Railway Museum, daar gaan we niet heen, wèl halen we koffie, en een krant, de Calgary Herald. Dit zou een veel beter plaatsje zijn als Kimberley, trouwens. We moeten naar Yahk, komen langs het mooie Moyie Lake, en in Yahk zelf, wat als plaatsje niets voorstelt, moeten t-shirts te koop zijn met de pakkende tekst: i've been to Yahk and back, het stelt qua tekst ook niets voor natuurlijk, maar het is wèl een collectors item! We zijn het plaatsje binnen 15 seconden door, Mar heeft in een flits ergens die t-shirts zien hangen, we rijden terug, en verdomd, in een etalage hangen er een paar. Maar. de zaak is closed en for sale, jammer en helaas. We zitten nu een kilometer of 10 van de Amerikaanse grens, dat zie je aan de vele borden, die wijzen op belastingvrije aankopen die je kunt doen, nèt over de grens. Wij doen dat niet, we vervolgen onze weg, gewoon de 3 af, richting Kitchener. Hier passeren we ook weer de tijdsgrens, ons horloge moet een uur terug. Dat is trouwens een merkwaardig fenomeen hier, de plaatsjes Yahk, Kitchener en Creston houden het gehele jaar Mountain Time aan, dit, terwijl de rest van BC gewoon overgaat. We rijden door naar Creston. Want, daar moet de Creston Valley Wildlife Management Area zijn, een gebied vol met meertjes, slootjes, bossen, beetje heuvelachtig, en dat is bekend bij heel veel vogels, er zitten ruim 250 verschillende soorten. En dit gebied is een van de grootste nestplaatsen voor visarenden ter wereld. Ook zitten er herten, Moose en otters. Je kunt er een kano huren, wandelen over uitgezette trails, en ondertussen genieten van de fraaie natuur. Denk wel aan een verrekijker en wil je fotograferen, een telelens van minimaal 400 mm. Je betaalt admission, en dan mag je naar binnen. Wij kregen een plattegrondje van een uitgezet trailtje, we zijn er aan begonnen, maar we hebben het niet afgemaakt, het begon te regenen, vandaar. Wèl hebben we Canadese ganzen gezien. Ook passeer je hier in deze omgeving regelmatig fruitstandjes, dat heeft niets met sex te maken, maar alles met appels en peren etc. ook verse groente behoort tot de verkoop. Goed, vers en goedkoop! Creston zelf is een leuk plaatsje, je kunt hier makkelijk een paar dagen verblijven, en ook het Creston Visitors Center is er een van grote klasse, ook logisch natuurlijk, hier komen veel Amerikanen, je zit hier maar een paar kilometer van de grens, en al die Yanks zijn helemaal gek van informatie, dus hebben die Canadezen heel commercieel aan die info gedacht. Creston heeft ook een Mall, de Creston Valley Mall, daar tanken we, kijken met diep ontzag, naar een verschrikkelijk dik mens, een Taurus heeft een hele grote voorruit, "het" paste er precies in! We hebben al lama's gezien, we passeren nu een boerderijtje waar een paar struisvogels staan. Er volgt een mooie rit langs Kootenay Lake, en je passeert plaatsjes als Sirdar (50 inwoners), daar is de appeloogst in volle gang, en zien we mensen met lange stokken in bomen poken, Kuskonook (43 inwoners) Sanca (33 inwoners) en Boswell, maar daar wonen dan ook gelijk wel 200 mensen! Boswell is ook bekend om het "glazen huis" 7 km zuid van Boswell, een "huis" gemaakt van 500.000 vierkante flessen, en hebben ook echt mensen in gewoond. Uiteraard is er een gift-shop en wij zijn er niet wezen kijken. Heel Canada is metrisch, behalve Gray Creek, hier koop je nog peut uit de pomp per gallon, men doet dit bewust, het plaatsje zelf biedt verder niets, maar door hier veel bekendheid aan te geven, plaats je jezelf wèl op de kaart! Nog een klein stukje verder ligt Kootenay Bay, en daar pakken we de, gratis, ferry naar Balfour. Ze noemen dat hier, the Longest Free Ferry Ride in the World. Wat ons opvalt hier langs deze weg, ruim de helft van alle huizen staat te koop, soms via een makelaar, maar meestal staat er een bord van een of andere bank, dat is dan een gedwongen verkoop, men is failliet, of ze kunnen niet meer voldoen aan hypothecaire verplichtingen, staat er een boot, motor, auto of trailer midden voor een huis op het grasveld, dan hangt er altijd een bordje aan, For Sale! De nummers van de huizen hier, bestaan uit 5 (!) cijfers. Toch is dit een plek in BC, die geliefd is bij toeristen, er zijn heel veel RV parks, campings, boatramps etc. In de krant van vandaag, lezen we, dat Santa langs komt bij de lokale Wall Mart, dan kunnen de kinderen, die uiteraard allemaal welkom zijn, vast opgeven wat ze willen hebben voor de Kerst, dan kan Santa, en Wall Mart, daar rekening mee houden. En dan denken wij dat we vroeg zijn met chocoladeletters en pepernoten! Het moge bekend worden geacht, dat Canadese vrouwen niet tot de mooiste ter wereld behoren, maar wat er uit de auto voor ons op de ferry stapt, is écht verschrikkelijk! Schrijver dezes valt op vrouwelijke vrouwen, dat moge duidelijk zijn, je mag best zién, dat het een vrouw is, hoge hakken, korte rokken, hoge strakke laarzen, mooi en goed opgemaakt, voor een vrouw een deur openhouden, een tas of koffer dragen, typisch vrouwelijk gedrag, er zal beslist ook typisch mannelijk gedrag zijn, allemaal prima, maar dit was geen vrouw. Ze loopt, nou, loopt, het is meer strompelen, op verschrikkelijke hoge naaldhakken, met een air van: zie mij nu eens. Ze denkt waarschijnlijk dat ze een geslaagde kruising is tussen, ik noem maar wat, Cindy Crawford en Pamela Anderson. Ze duwt haar plastic tweeling bijna haar zéér strakke truitje uit, trekt datzelfde truitje nog eens extra naar beneden, en vervolgens zwikt ze door haar enkel, haar hele show is voor niets geweest, Marja en ik lachen haar vriendelijk toe. Ze wordt vuurrood, past prima bij haar zwaar geblondeerde haar. Ze duikt de auto in, praat wat met de man naast haar, die kijkt boos onze kant op, we zwaaien ook vriendelijk naar hem. In Balfour aangekomen, zoeken we een picnicplek, die vinden we in het Kokanee Creek Provincial Park. Daar lunchen we, we smeren wat broodjes, een lekker drankje erbij, een mooi plekje, wat wil je nog meer? Ik drink een spicy tomatojuice, maar die is zó verschrikkelijk spicy, dat bij het wildplassen, de eikel bijna van de steel springt. Ik kan het allemaal best wel heet hebben, maar dit spul is moordend, en toch lekker. We naderen Nelson, de weg is opengebroken, en men is druk in de weer met allemaal grote machines om de weg weer in orde te krijgen, ook hier zien we een paar vrouwen die de teermachine besturen, prima. In Nelson zelf, passeren we al gauw een bord met de naam van ons hotel erop, het ligt aan een zgn. "Historic Route", als er iemand is, die weet of er hier documentatie van is, graag; we gaan even kijken, dan weten we waar het is. Dan gaan we verder naar Nelson, de brug over de Kootenay River is weer fel oranje, ook geen gezicht trouwens, maar dat hebben veel bruggen, die oranje kleur, grondverf? Menie? Zo op het eerste gezicht is het best wel een leuk plaatsje, en volgens Moon moeten hier een aantal oude gebouwen staan, die het aanzien méér dan waard zijn, dat gaan we morgen bekijken. We zien een bordje met Visitors Center, dat vinden we, maar, closed, staat er op de deur. Jammer, want volgens Grizzly, op pagina 26, moeten we hier meer informatie halen, om de zondag door te komen, maar dan moet het wèl open zijn, natuurlijk! We zien nòg een bord, Chahklo-Mica Mall staat erop, en omdat wij echte Mall-isten zijn, of Mall-oten, gaan we daarheen. Ze hebben er vast koffie-met-lekkers en een plashok. Klopt, gelijk bij binnenkomst zit er zo'n toko. Dan zien we iets, dat bijna elke Mall heeft, een $ shop. Alles hier kost het veelvoud van 1$, maar altijd goedkoop. Je moet het zien als een soort lokale Zeeman, iedereen geeft er op af, maar soms hebben ze leuke dingen, en het is natuurlijk fantastisch om hier mensen te kijken. Hier shopt Canada, van de mensen-met-niks tot de mensen-met-alles. Wij zijn daar iets tussenin, we kopen hier in deze shop weer een aantal telefoonkabels, maar nu betalen we er 2$ voor, in Kimberley betaalden we er 8$ voor, shit shit, shit! Ook kleine Moosjes voor in de kerstboom verdwijnen in de aankoopzak. Bij de Wall Mart hier in deze Mall, zien we inderdaad Santa zitten, een hele vette, met heel veel kinderen met lijstjes. Het wordt zo langzamerhand tijd om terug te gaan naar de Lodge, dat doen we, en om 1545 uur staan we voor de deur. Met ons alle andere Nederlanders, maar de deur van de Lodge is dicht, en om klokslag 1600 uur komt er een Cherokee het terrein oprijden, met daarin de eigenaars van dit etablisement. Een echtpaar, Florent & Anni, staat er op het verzorgde kaartje. Een exentriek stel, we mogen naar binnen, maar we worden wèl verzocht om onze schoenen uit te trekken, dit ter voorkoming van beschadiging van het parket. Het moet gezegd, een plaatje van een Lodge, ze hebben dit huis gekocht, maar het is te duur om alleen te bewonen, daarom hebben ze het "in de verhuur" gegooid, en na een paar jaar, gaan ze er zelf wonen. Nu "wonen" ze zelf in de basement. Alle kamers van deze Lodge zijn heel mooi ingericht, maar ze hebben niet allemaal douche en toilet op de kamer, een aantal mensen moet dus op de gang poepen en douchen. Wij hebben een schitterende kamer met uitzicht op de grote tuin en het meer, en douche en toilet. Het ziet er allemaal verzorgd uit, maar het is een stel, dat precies weet wat ze willen. Dat uit zich bijvoorbeeld door niet te vragen, òf wij wel muziek willen horen, Anni stopt gewoon een CD in het apparaat en even later horen wij een rapsodie voor piano van Johannes Brahms door de speakers komen, wij moeten het dus maar gewoon mooivinden! Wel vraagt ze of we allemaal thee willen, dat willen we wel, en binnen een paar minuten zitten we allemaal achter de Earl Grey, met de pink omhoog, uit superdunne, uiterst fragiele porceleinen kopjes te lurken. Florent gaat heerlijk een eind fietsen, en laat Anni verder de boel regelen. Als we haar even later in de moestuin groenten zien steken, heeft ze zich helemaal omgekleed, en als we haar weer even later in de keuken zien rommelen, heeft ze zich wéér helemaal omgekleed, en dit allemaal binnen 10 minuten! We zetten wat spullen boven, en gaan terug naar Nelson, we hebben trek, en in de Mall hebben we iets gezien waar we wel zin in hebben. EDO, een japans uitziend iets, Teryaki kip met groente en rijst, het wordt klaargemaakt waar je bijstaat, er gaat een sublieme saus over, en met een grote coke eten we voor 10,49$. We hebben er nog genoeg aan, ook. We 'cruisen" nog wat door Nelson, we zullen ons morgen niet vervelen, we rijden terug naar de Lodge, daar zit een aantal mensen beneden die zwaar zitten te roken, dat vinden we minder prettig, we gaan lekker even boven zitten, een goede slok, nog even de aantekeningen voor dit verhaal bijwerken, en maffen. 20 september Nelson Vandaag beschouwen we als een rustdag, we slapen lekker uit tot een uur of acht, het zonnetje schijnt, we horen de waterval achter in de tuin, een mooie manier van wakker worden. Om 08.30 uur precies moeten we ontbijten, op twee plaatsen mogen we niet gaan zitten, die zijn voor de gasten die de duurste kamer hebben geboekt! We krijgen koffie of thee, twee kleine flensjes, en om 08.40 uur is alles klaar. Dat was een zéér snel ontbijtje. Iedereen kijkt iedereen aan, was dit het? Ja dus! Inmiddels heeft Anni zich weer omgekleed, en neemt ons mee voor een klein hikeje, we lopen naar het beekje, dat achter door de enorme tuin stroomt. Daar volgen we een soort "pad" dat langs dat beekje loopt, de hond, die ook Nelson heet, loopt mee, en dat is voor Anni best wel een geruststelling, er komen beren in het gebied voor, en een hond heeft beren veel eerder in de gaten als wij. Het "pad" gaat zeer steil omhoog, we trekken ons aan wortels en bomen naar boven, en een kwartiertje later staan we bij een mooie waterval. Daar maken we wat foto's, de tocht gaat verder, het eindpunt is de watervoorziening van de Lodge, maar dat is zó verschrikkelijk steil, Marja en ik staan ong. 1 meter van elkaar af, maar ze kijkt tegen mijn schoenzolen aan! Als apen "hangen" we tegen de berg aan. Ze hebben midden in deze beek een grote bak neergezet, vol met wit zand en grint. Dat werkt als een soort filter en het water wat er aan de onderkant uitkomt is verschrikkelijk zuiver. Dat water wordt middels een pijpleiding naar de Lodge gebracht. Van daaruit is het precies 5 minuten lopen terug naar de Lodge. Daar gaan we eerst nog eens douchen, dat hiken is niets voor ons. We gaan een stuk rijden, we willen wat van de omgeving zien. Uit het grote boek, weten we, dat er in het Kokanee Creek Provincial Park, een "manmade spawning channel for Kokanee" is, maw een "vistrap". Dat willen we zien, we pakken eerst de verkeerde afslag, zien ook geen zalmborden, we rijden een paar honderd meter door, en zie, er hangt een grote rose plastic zalm aan de boom. Hier is het, we zetten de wagen weg, en na een honderd meter zien we een duidelijk aangelegde kreek, waar "trappen" in gemaakt zijn. Voor elke "trap" liggen een fiks aantal zalmen op krachten te komen, om de volgende hindernis te nemen op weg naar de paaiplaats om kuit te schieten en daarna dood te gaan. Veel zalmen halen deze "trap" niet eens, want, als we verder lopen, en bij het begin van de "trap" komen, liggen daar honderden dooie zalmen in het water te stinken. Er is een infocenter, daar leren we, dat die dooie zalm veel beren aantrekt. Beren hebben een redelijke spijsvertering, maar niet zo goed als iedereen eigenlijk wel denkt, die dooie zalm is al half verrot, en dat ligt beren beter op de maag, vandaar dat er weer een bordje hangt dat er beren in de buurt zitten, die komen die dooie troep opruimen. We gaan nog eens kijken bij die "trap", de zalmen springen hier ook niet, ze glibberen ahw over de "treden" heen, de Kokanee Salmon hier, is ook niet zo groot, 35-50 cm, en dat is wel. De echt grote zalm, de Chinook, die zie je altijd op tv, als ze er door beren uitgevist worden. Maar dan moet je eigenlijk naar Alaska, naar de McNeil River, in het Katmai National Park, daar heb je zo'n beroemd punt. Hier moet je twee keer geluk hebben, de 1e keer, dat je door de loting in maart heenkomt, dat betekent, dat je er naar toe mag, en de 2e keer, als je dan op dat punt bent, dan moeten er natuurlijk ook nog beren zijn. Maar als je het dan ook treft, is het heel goed mogelijk dat je 25-30 beren tegelijk op die grote zalmen ziet vissen. We zijn het er over eens dat we hier iets heel bijzonders gezien hebben, dat had Grizzly ook wel eens mogen vermelden in de travel information. We gaan verder, naar Castlegar, de Kootenay River langs. Dat Castlegar, is een vrij redelijke plaats, een 7000 inwoners, een eigen Municipal Airport, en daarover staat in het grote boek: Thrilling landings, wingtips of incoming planes seem almost to touch mountain peaks! Leuk voor m'n vliegangst! Bij Castlegar stroomt de Kootenay River in de machtige Columbia River, da's ook zo'n rivier met veel geschiedenis, en wie daarin geïnteresseerd is, moet het boek "Columbia" van de schrijfster Pamela Jekel maar eens lezen. Wij zijn nu onze eigen geschiedenis aan het beleven, het bloed kruipt wederom waar het niet gaan kan, ik wil toch erg graag langs het vliegveld. Marja heeft uiteraard geen bezwaar, dat heeft ze nooit, en daarom zien we daar een blusvliegtuig staan van AIR SPRAY, een toestel wat helpt, om vanuit de lucht hier de bosbranden te bestrijden. Dan gaan we ons voertuig weer voltanken, halen koffie bij 7 Eleven, die jongens hebben verschillende soorten, waaronder vanille-koffie, en een paar dikke kranten, we gaan verder naar Salmo, de 3 east. Een schitterende weg, maar er is niets te beleven. In Salmo zelf, fotograferen we nog een authentieke Dodge, gelijk komen herinneringen boven aan Al Bundy, en verder blijft het een prachtige rit. Nelson nadert, we rijden naar het "centrum", en dan blijkt, dat Nelson, zéker op zondag, niets voorstelt. We wandelen wat door het plaatsje, maar niets. Er is letterlijk 1 terrasje open, maar dat zit stampvol jongelui. Natuurlijk staan er een paar bijzonder mooie gebouwen, de City Hall bijvoorbeeld, maar ook een aantal gebouwen op Ward en Baker Street zijn een wandeling erlangs meer dan waard. Het moet wèl je interesse hebben, het geeft in ieder geval een goed beeld hoe men hier vroeger leefde. Wij gaan weg. Terug naar de Lodge, daar mijmeren we wat, onder het genot van een heerlijk, verdiend, drankje. Deze tour zit redelijk goed in elkaar, maar. moet precies andersom! En plaatsjes als Kimberley en Nelson moeten er eigenlijk uitgelaten worden. Nelson is leuk, biedt best wel veel, maar niet op zondag. Al mijmerende krijgen we honger, we hebben eigenlijk wel zin in weer die japanner, dus. Maar, mis! Closed on Sunday, staat er op de deur. Gelukkig had Mar iets gezien wat er goed uitzag, vlak voor de brug, een leuke hut, Chez Oti's, Daar gaan we heen, men heeft plaats, we eten als god in Canada. Uiteindelijk hebben we gegeten voor het reeds door mij opgegeven gemiddelde, 49.75 Can$ We drinken er ook een zeer lokaal drankje, Nelson Valhalla Gold, een lekker pilsje, maar niet ècht bijzonder! Het eten is erg goed, dat bewijst de drukte hier, we hebben geluk gehad met onze plaats, we zien een paar mensen buiten staan, die willen roken, dat mag dus binnen absoluut niet, rokers zijn in Noord Amerika een soort paria's, het liefst zou men het overal verbieden, als je een niet-roker bent, heb je er begrip voor. We beloven de eigenaresse, dat we hier morgen komen ontbijten. Want, eenmaal terug in onze Lodge, zeggen we tegen Anni, dat we morgen vroeg weg willen, dat we morgen een goéd ontbijt willen, zeggen we niet, ze zal het allemaal vast wel goed bedoelen. We drinken een klein drankje, we schrijven wat, we lezen wat, we ronken als tamme neusberen. 21 september Nelson Revelstoke Redelijk vroeg op, een prima ontbijtje bij Chez Oti's. Als we hadden gewacht op moeder de gans, dan hadden we pas om 09.30 uur gegeten, maar dit terzijde. Nu reden we om 08.00 weer langs de lodge, maar hadden we wèl ontbeten! En dat scheelt een hoop tijd! We pakken een bekend stuk naar boven, richting Balfour, nu gaan we rechtdoor naar Ainsworth Hot Springs, als plaats stelt het niets voor, er wonen nog geen 90 mensen, maar het uitzicht is fabelachtig, de Hot Springs, waar het plaatsje beroemd om is, hebben een voor ons te hoge temperatuur, 45°. Kaslo is weer een typische junction, maar we moeten er wel afslaan en de 31A volgen. Dat doen we, en die brengt ons via Bear Lake naar Zincto. De weg hier is weer bloedmooi, maar rechte stukken van meer dan 200 meter hebben we al een hele tijd niet gezien, dat betekent gewoon, dat je geen meter opschiet, ook rijdt er sinds Nelson een Big Mack achter ons, wij rijden behoorlijk door, dat doet die truck óók! Voor de liefhebbers van een echte Sternwheeler, een raderboot, dient nog vermeld te worden dat bij Kaslo de SS Moyie ligt, de laatste commerciele Sternwheeler in BC, en nu maakt het schip nog dagelijks rondvaarten op Kootenay Lake. Vlak na Zincton ligt er een afslag naar Sandon Ghost Town, nu hadden we van Yvette al gehoord dat dit niets voorstelt, maar reismensen zijn altijd heel erg verschrikkelijk eigenwijs, en inderdaad, het stelt niets voor. Een slechte weg leidt naar een paar bouwvallen, er wonen nog wat mensen, er stond een verschrikkelijk mooie oude Dodge, er ligt een grote oude stoomlokomotief in stukken, die men, middels een Voulenteer Project weer wil restaureren, en we hebben gewoon een uur kostbare tijd verspilt. De weg blijft heel mooi, we rijden een tijd langs de Bonanza Creek, die later uitmondt in Summit Lake, en we komen terecht in Nakusp, een naam, die je na het nuttigen van een paar whiskies beslist beter uitspreekt. Marja heeft er weer een "eigen" woord voor dit soort plaatsjes verzonnen, een "doorblaasgat". Volgens het grote boek, moet hier een leuke koffiehut zijn, de Broadway Deli Inn, en aldaar moet het prettig toeven zijn. We vinden dit etablisement, we drinken er een meer dan voortreffelijk kopje sterke koffie, en men heeft hier het gehele plafond behangen met filmposters, iedereen zit hier dus de hele tijd naar boven te staren. We maken van de gelegeheid gebruik om in dit gat gelijk supplies in te slaan, alsmede de lokale krant, The Arrow Lake News, een krant van niks, maar ze brengen hem al sinds 1923 uit. Dan krijgt Mar het ineens op haar heupen, ze rijdt als een gek. Dat doet ze natuurlijk niet zomaar, want, na een klein kwartiertje sluiten we achter een rij auto's aan. En even later rijden we de veerboot op, pàl achter ons klapt de slagboom dicht en zijn wij dus de laatste. Een enorme vrachtwagen, met daarop een stalen pijp met een doorsnee van minstens 5 meter, moet blijven staan, en de chauffeur heeft een vol uur voor een sigaretje. We staan dus in Galena Bay en we pakken de free ferry die ons in 20 minuten over het Upper Arrow Lake naar Shelter Bay vaart. Op de boot staan wij achter een vrachtwagen vol met boomstammen, als we uitstappen, komt de geur van versgezaagd dennehout ons tegemoet. Zet daarbij de fanatstische natuur, die we vanaf de boot zien, en het moge duidelijk zijn, dat we wederom genieten. We willen gelijk lunchen als we van de boot komen, maar de boatramp in de buurt boodt niet het soort plaats waar we willen zitten. Die plek vinden we wèl in het Blanket Creek Provincial Park, een lange weg steil naar beneden leidt naar een prachtplek, we hebben het gehele park voor ons alleen. Althans, dat hopen we, borden maken duidelijk dat óók hier beren in de buurt rondzwerven. Daarom eten we zoals de Khoi Khoi dat doen, allebei een andere kant opkijken tijdens het eten, de Khoi Khoi doen dat om prooi te zien, wij doen het om geen prooi te worden. Het is wèl weer een fantastische plek om te zijn, de natuur begint hier al herfstkleuren te krijgen, we horen het ruisen van watervalletjes en beekjes, dat werkt vaak inspirerend, we zetten een paar geurvlaggen uit, kunnen die beren zich nog eens verlustigen, dan gaan we verder. De rit langs het Upper Arrow Lake is fantastisch, ik kan het niet vaak genoeg omschrijven, dit is Canada zoals wij het graag willen zien, we komen slechts af en toe iemand tegen, ook is dit natuurlijk een prima tijd om door Canada te reizen, dit is écht produktbeleving! We rijden Revelstoke in, Discover Revelstoke Hospitality, staat er op een groot bord, en zo op het eerste gezicht is het een leuk plaatsje, op het tweede gezicht ook, en nu we weer thuis zijn, zijn we er gewoon verliefd op, maar dit terzijde. Er wonen een kleine 8500 mensen, en het is een junction van de Hwy 1 en de 23. Om een voorbeeld te geven wat er allemaal op zo'n junction staat: McDonalds, Denny's, Chevron, Shell, ESSO, een Super 8 Motel, Scott's Family Restaurant, Petro Canada, A & W, Canyon Motor Inn, Sandman Inn, Wayside Inn, een BW hotel, en dit is "maar" een plaatsje als Revelstoke! Tevens is het een belangrijk punt van CP Rail, maar daarover, later, meer. Victoria Street ligt evenwijdig aan de spoorbaan, we zien ons hotel staan, maar we gaan eerst koffie drinken bij The Three Bears op Grizzly Plaza. In deze tent hebben ze keus uit een heleboel soorten, we kiezen een lekkere. We zitten heerlijk in het zonnetje te genieten van dit plaatsje, er zijn een paar leuk uitziende winkeltjes, de bevolking is vriendelijk, wat willen we nog meer? Treinen natuurlijk, en we lopen richting rangeerterrein. Daar zijn een aantal locs van CP Rail aan het rangeren, da's een mooi gezicht en een fantastisch gehoor. (???) Deze treinen zijn vaak meer dan een kilometer lang, dat start of stop je niet zomaar, dat kost heel veel energie. Daarom staan er soms wel drie of vier locs voor, een aantal in het midden, en soms er nog een achter. Veel machinisten vinden het nodig om constant aan hun fluit te hangen, dat is al een flink lawaai, maar vooral het remmen van zo'n lange trein is fascinerend om te horen. Er zit tussen de buffers van de wagons een 5-8 cm ruimte. Als je nu remt, zullen die buffers met een luide klap tegen elkaar slaan, en als je nu een trein hebt van 80-90 wagons , dan heb je 80-90 van die klappen achter elkaar, dat geluid komt soms van 1½ km afstand naar je toe, fantastisch! Ook het beginnen te rijden van een stilstaande trein kent een dergelijk geluid, en ook dat is machtig om te horen. De locals zijn het gewend, die kijken niet meer op of om. Maar wij kijken elke keer weer, als we het horen. Revelstoke noemt zichzelf graag "Home of the World's Largest Sculpted Grizzly Bears", en dat is niet geheel ten onrechte! Bij de "ingang" van Grizly Plaza, de Mackenzie Av. Entrance, staan twee enorme houten Grizzly's. Er is een leuke Bandstand, het ziet er allemaal knus en kneuterig uit. Echt een plaatsje waar je je snel thuisvoelt. In het lokale Vistor's Center halen we weer veel over Revelstoke en omgeving, maar ook over Alaska! Je bent nu eenmaal reisjongen of je bent het niet, geen tussenweg mogelijk! We gaan de Hydrodam bekijken, ook wel Revelstoke Dam genaamd, een van de grootste van Noord Amerika, wij vinden dit minder interessant, en daarom gaan we natuurlijk ook even kijken op het lokale vlèiegveld, maar daar is helemaal geen klap te doen. We gaan inchecken in The Regent Inn, 112 East First Street, we vragen een kamer aan de straatkant, want, de achterkant ligt aan het rangeerterrein van CP Rail. Het lieve moppie achter de balie regelt een prima kamer voor ons, het ziet er allemaal netjes en schoon uit, geen superhotel, maar wel heel leuk. We blijven hier natuurlijk niet, we gaan weer een stukje rijden, en we komen bij de samenvloeing van de Columbia en de Illecillewaet (moeilijk woord zeg!) River. Dat ook Revelstoke tijdens de Goldrush een belangrijke rol gespeeld heeft kunnen we ons hier goed voorstellen. Het is Senior's Day, en dat merken we bij Denny's, die vonden we op Fraser Drive, naast het Sandman Hotel, een combinatie die we vaker tegenkwamen. Senior's Day betekent voor de wat oudere Canadezen, die het allemaal echt niet zo breed hebben, "all you can eat for just 4,99 CAN $" en dat laten veel oudjes zich geen 2x zeggen, en daarom zit Denny's vanavond vol met op sneakers lopende ouwe knakkers, die ongelooflijk veel eten, althans, laten opscheppen, de rest gaat ongetwijfeld mee in een doggy bag! Ook kennen veel snelle-happen-tenten zgn. Senior Meals, hetzelfde als normale maaltijden, maar aangepaste porties voor aangepaste prijzen. En dat wordt door veel ouderen op prijs gesteld. Eenmaal terug in ons hotel, spreken we een aantal medereizigers, die klagen dat ze voor elk National Park een Entrance Fee moeten dokken, die zijn dus door het reisburo niet voorgelicht over het bestaan van een Great Western Annual Pass, dat had ze gewoon veel geld gescheeld. Ook het doordenken doen ze dus niet. Er worden nog wat belevenissen over en weer verteld, en weer valt ons op, hoe slecht voorbereid veel mensen aan een vakantie als deze beginnen, dood en doodzonde! Een paar voorbeelden, het bestaan van Traveler Checques, het geven van fooien in een land als Canada, het bestaan van wasserettes, het bestaan van tolwegen en de kwartjes die je daar voor nodig hebt, mensen die onder de 25 jaar zijn, en daardoor niet in een HERTZ auto mogen rijden, ook vertelt een stel, dat ze 's-morgens vroeg weggaan, met een noodgang naar de volgende bestemming rijden, daar eind ochtend, begin middag aankomen, en vervolgens hebben ze niets meer te doen! Ongelooflijk!! Wij hebben deze reis iets anders voorbereid, men zit gewoon met open mond te luisteren wat wij allemaal doen, zien en meemaken, nu pretendeer ik absoluut niet de wijsheid in pacht te hebben, maar als je voor een reis veel geld betaald hebt, en je moet er weer een jaar "op teren", haal er dan alles uit wat er voor jou inzit! We drinken nog een laatste drankje, we ronken als beren. 22 september Revelstoke Marjolein heeft gebeld met allemaal goed nieuws, ze belde ons uit bed, we lagen nog heerlijk te maffen, tijdsverschil iets verkeerd ingeschat. We hebben een prima complementary breakfast, en we zitten te kletsen met een stel import-Canadezen, zij uit de USA en hij uit het voormalige Oost-Duitsland. Ze wonen al 30 jaar in Canada en geven een paar prima tips. We hebben het al meer aangehaald, alle gesprekken met Noord Amerikanen gaan vroeg of later over geld, nu ook! We tanken ons vervoermiddel weer vol met peut en Marja denkt gelukkig aan koffie. Dan gaan we op weg naar een heel mooi park, het Mount Revelstoke National Park. Niet groot, het is in feite maar één weg van 26 kilometer, maar wàt voor weg! We hebben een strakblauwe lucht, de weg kronkelt zich naar boven en er zijn een aantal fraaie lookouts. De eerste geeft een fantastisch overzicht over Revelstoke, we hebben het geluk dat er een paar grote treinen vertrekken, en het duurt bijna 10 minuten, voor we de achterkant ervan zien. We komen niemand tegen, het is bloedmooi, wat willen we nog meer? Nou, een Moose, Grizzly, Mountain Goat of Wapiti om maar eens iets te noemen, maar niets! Eenmaal op de top staan er nog een paar auto's, maar mensen zien we niet, die zijn allemaal hiken, dat moet je niet onderschatten, en vereist ook veel voorbereiding. Het weer in de bergen kan plots omslaan, en daar moet je, middels kleding etc. wèl op voorbereid zijn. Ook een kompas en een goede, recente, kaart mag nooit ontbreken, vertel aan iemand wanner je weggaat, waar je heengaat en wanneer je denkt terg te komen. Stop ook wat voer en drinken in je backpack, zorg dat je een redelijke conditie hebt, en je hebt een wereldtijd. Maar dit terzijde. Op de top zelf, heeft de natuur zich weer eens overtroffen, het is er bloedmooi, we staan in het zonnetje te genieten, de stilte is er oorverdovend, je hoort absoluut niets, er beweegt niets, geen ritselend blad, alleen een knetterende wind als gevolg van de verse uien van gisteravond bij Denny's. We gaan weer naar beneden, weer een schitterende rit, en weer maken we een stop bij de lookout over Revelstoke, maar daar wordt de idylle wreed verstoord door een stel duitsers, die ook hier menen dat de wereld om hen draait. Deze weg terug is gewoon één lange ansichtkaart van 26 kilometer! Deze weg heet niet voor niets de Meadows in the Sky Parkway! We volgen de Trans Canada 1 east, richting het Glacier National Park, en dat is weer zo'n verschrikkelijk mooie rit. Terwijl ik deze notities maak, 's-avonds in de Inn, maakt een zware bromvlieg ons het leven meer dan zuur. We vermoorden hem met een recente uitgave van The Globe & Mail van 220998, precies naast het wijzende vingertje van Bill Clinton zitten de resten van dit pestbeest. Ook dit terzijde. Toch spelen kranten een belangrijke rol hier, vooral de lokale newspapers. Er wonen een 8500 mensen in Revelstoke, maar er wonen minstens een gelijk aantal mensen in de buurt, en 30 kilometer is óók in de buurt. Die mensen komen natuurlijk niet elke dag in Revelstoke, maar hebben wèl allemaal een abonnement op de krant, en zo blijven ze toch op de hoogte. Dat er veel mensen "buiten" wonen, zie je aan de brievenbussen die je langs de kant van de weg ziet staan. Er woont niemand in de buurt van zo'n bus, ook niet na goed zoeken met de krachtige Bushnell kijker, toch staat die bus langs de kant, vaak zie je een klein bospaadje "ergens" heen lopen, er woont dus wèl iemand. Na een 25 kilometer komen we langs de Giant Cedars Stop Area, daar stoppen we uiteraard, en daar voert een Self Guided Trail langs deze enorme bomen. De Canadezen doen heel veel goed, maar een paar zaken pakken ze volgens ons toch verkeerd aan. En een van deze zaken is de entree bij bijvoorbeeld een National Park of een bezienswaardigheid als deze Giant Cedars. Je ziet soms aan een bordje dat je op dàt moment in het Park bent, soms staat er geen bordje, soms zit er iemand om een, verplicht, kaartje te verkopen, maar vaak ook niet. Een plattegrondje van het Park of de bezienswaardigheid is niet, of heel moeilijk te verkrijgen, Wij zijn gewend van de Parken in de VS, dat er overal automaten staan, waar je een of twee kwartjes inknalt, de klep gaat open en er komt een kaart uit, met alle informatie die je op dat moment wilt hebben. Iedereen is bereid te betalen voor goede informatie, die is in Canada beslist te krijgen, zie bijvoorbeeld de uitstekende Visitor Centers, maar in de parken en bezienswaardigheden zelf, niets! Misschien stelt het voor veel mensen niets voor, maar volgens ons maakt goede info ter plekke het de toeristen nog makkelijker te genieten van al het moois dat BC te bieden heeft. Nu ligt bij ons de achterbank bezaait met allerlei handboeken en stapels folders, wij redden het wel, maar mensen die gewoon "even" iets willen weten, die hebben niets. Wat we ook nergens hebben kunnen vinden, is één boek, met daarin een overzicht van, en informatie over, alle Nationale Parken, om over de Provinciale Parken maar helemaal te zwijgen. Als er iemand is die dit leest, en wèl zo'n boek kent, graag een berichtje. De Self Guided Tour bestaat uit een wandeling over een soort boardwalk door heuvelachtig terrein langs een fiks aantal enorme Ceders. Het is allemaal de wandeling meer dan waard, vergelijk het absoluut niet met bijvoorbeeld een Kings Canyon National Park in de VS, dat is veel groter, maar we zijn blij dat we het gezien hebben, we komen weer een aantal Nederlanders tegen, en we gaan verder. Want, even verderop, ligt Albert Canyon and Hot Springs, en daar moet nog een "completely unrestored ghost town" staan, maar gezien de ervaringen van de vorige keer geloven we dit ook wel. Dan rijden we onder een aantal snow sheds door, een soort superafdak over de weg heen, bedoelt om dit stuk van de weg tegen allerlei lawines te beschermen. Dan passeren we een bordje dat we nu in het Glacier National Park zijn, en even later zien we een stuk van de Illecillewaet Glacier, het is allemaal weer bloed en bloedmooi, de weg gaat als het ware de diepte in, en voor je rijzen massieve bergen op, dit alles bij elkaar maakt een machtige indruk, je voelt je als mens dan wel heel erg klein. Weer even later staan we op de Rogers Pass, en rijden we langs het Summit Monument. Daar stoppen we uiteraard, men heeft hier een goed infocenter neergezet, het Rogers Pass Interpretation Center, en binnen staat een prachtig schaalmodel van een stuk aanleg van deze weg. Ook laat men, middels borden en veel foto's zien, welke problemen men heeft gehad om deze weg over deze pass aan te leggen. De pass op zich is niet zo hoog, 1382 meter, maar bevindt zich in een bijzonder lawine-gevoelig gebied. En juist dàt maakte de aanleg zo moeilijk. Had men een stuk klaar, dan sloeg de "White Dead" weer toe, het kostte veel mensenlevens, en men kon opnieuw beginnen. Als je het schaalmodel bekijkt, dan kun je je het allemaal wel voorstellen. Uiteraard is er een giftshop bij, die mooie spullen hebben, en daar zien we een fraaie CD-rom "Canadian Rockies & Wildlife", die gaat natuurlijk mee in de tas. Op deze pass staat ook een hotel, de BW Glacier Park Lodge, ziet er goed uit, maar er is dus verder niets! Niet een plek om 5 of 6 dagen te blijven, tenzij je natuurlijk gebruik maakt van de uitgebreide hikemogelijkheden in dit gebied. Ook hier is een welvoorziende giftshop, en men verkoopt hier ook goede koffie en prima belegde sandwiches. Daar nemen we wat van mee, hoeven we vanmiddag alleen maar te happen. Weer terug bij dat, foeilelijke, monument, worden busladingen toeristen gedumpt, bus uit, 500 foto's, bus weer in, wèg! En allemaal binnen 5 minuten, bussen vol! We rijden nog een flink stuk van deze weg, maar Golden zelf, halen we nu ook niet. Wel lunchen we weer op een prima plek. We boffen met het weer, het is zonnig, een beetje heiig, en omdat we nu de Trans Canada 1 west doen, hebben we weer heel andere uitzichten, het blijft een machtige rit. Je oren maken overuren, door de grote hoogteverschillen klappen ze open en dicht! Eenmaal terug in Revelstoke, het is nu 1430 uur en het is 24°, gooien we alle was in de wasmachine van de Selkirk Laundry op de hoek, en voor precies 5 Can$ hebben we alles een ½ uur later weer schoon in de tas zitten. We maken een stel Nederlanders opmerkzaam op deze wasserette, dat was toch wel een uitkomst voor ze, ze hadden voor 3 weken kleding bij zich. We genieten weer van de machtige treinen die CP Rail hier in de rondte laat rijden, we tellen een trein, 2 locs 49 wagons, 2 locs en weer 71 wagons, een trein van een paar kilometer, de zon zakt schitterend achter een paar bergen, het wordt etenstijd, en omdat alles bij Denny's ons gisteravond heel goed bevallen was, gaan we daar weer eten. We parkeren onze bak pàl naast een auto van de Highway Patrol, we gaan naar binnen, en we krijgen een tafeltje naast de mensen van de Highway Patrol. Twee vrouwen, waarvan een, de kleinste, in vol ornaat, kogelvrij vest aan, een enorme riem met allemaal spullen eraan, varierend van een grote, zware gummiknuppel, handboeien, radio, en als klapstuk een enorme Colt 45, hetzelfde wapen dat Dirty Harry gebruikt, en dan zegt: "make my day, punk!" Volgens ons kan ze dit wapen nauwelijks vasthouden, schrijver dezes kan redelijk met een pistool overweg, heeft zelf een paar keer met een Colt 45 geschoten, de opslag is enorm, en dat zien wij dit vrouwtje nog niet doen. Als ze weggaan, krijgen ze van iedereen alle ruimte, en als ze in de auto stappen, gaat alle verkeer in de buurt merkbaar zachter rijden. Men heeft hier nog respect voor de politie, en dat is bij ons in Nederland héél anders! Naast Denny's staat de Sandmann Inn, daar halen we een folder, er staat een wat ouder echtpaar in te checken, die vrágen gewoon om een Senior Discount, en krijgen het óók! We gaan terug naar ons hotel, een heerlijk drankje, de route voor morgen doornemen, de krant lezen, ronken. 23 september Revelstoke Merritt Redelijk vroeg op, een goed complementary breakfast, en natuurlijk staat ook hier de tv aan, en weer kijken we verbaast, hoe de Clinton/Lewinsky affaire wordt opgeblazen en uitgepluist. We pakken de Trans Canada 1 west, kijken voorlopig voor het laatst naar de machtige Canadese Rockie Mountains, en al spoedig zijn we in Three Valley Cap, een Pioneer Community, en herbouwt door de Bell family. Nu staat er een groot hotel met een prachtige bruidssuite, het bijzondere hieraan is, dat deze zich bevindt in een grot! Verder biedt dit "gat" veel historie, maar alles ziet er verlaten en stil uit. We gaan verder, langs Griffin Lake, en komen bij een plaatsje met de onuitsprekelijke naam Craigellachie. Als plaats is het niets, maar hier werd de "last spike" geslagen van Canada's first Trans-Continental Railway in 1885, op 07 november om precies te zijn. Nu rijden er hoofdzakelijk goederentreinen, en er staan nog wat oude wagons, en, natuurlijk, een klein giftshopje. Ook hier doen Canadezen zichzelf te kort. Dit is een nèt zo'n belangrijk en historisch punt als Brigham City in Utah in de VS, daar hangen ze er allerlei toeters en bellen aan, is het ook een Nationale Bezienswaardigheid, hier doen ze er praktisch "niets" mee. Malakwa is de volgende plaats, maar weer mooi wordt het pas bij het Eagle River Nature Park, en dan zitten we diep in de Shuswap Area. Een gebied rond een aantal meren, Shuswap Lake, Adams Lake, Mara Lake en een paar Armen, Salmon Arm en Seymour Arm om er maar een paar te noemen. Hier is watersport in al haar vormen mogelijk, overal zie je boat ramps, rentals, fishing , boat launch, en Marina's. Ook kun je hier zgn. Houseboats renten, een ponton met daarop een klein soort bungalow met alles erop en eraan, er zit een motor in, en er is vaak plaats voor een 8-20 personen, er zijn ook kleinere uitvoeringen van, en je kunt ook een ponton huren, zonder die bungalow, je zet gewoon je camper erop, en klaar. Ook dit heb ik al een keer mee mogen maken, het is grandioos. Het gebied waar we nu doorheen toeren, trouwens ook. Maar wij zijn geen echte watersporters, dus ons spreekt het niet zo aan. We besluiten om bij Sicamous de 97a south te nemen, en via Mara naar Enderby te rijden, dit is allemaal heuvelachtig landbouwgebied, en na de Rockies van de afgelopen dagen is dit héél wat anders. Je komt hier zéér kleine plaatsjes tegen, die dus écht bestaan uit 3 boerderijen en een paar autowrakken, ze staan niet eens op de goede kaarten die wij bij ons hebben, ook het grote BC boek zegt er niets over. Dit gebied is ook bekend om de vele druiven die er verbouwt worden, met andere woorden, hier worden ook prima wijntjes gemaakt. Onder Spallumcheen, in de Okanagan Valley, ligt de Historic O'Keefe Ranch, en de geschiedenis ervan is een soort Rawhide-achtig verhaal. In 1867 passeerde hier Cornelius O'Keefe, een cowboy, die koeien naar het noorden dreef, om de hongerige miners in de goudvelden van vers vlees te voorzien. Hij was erg onder de indruk van dit prachtige, vruchtbare, land, kocht er en passant een 160 acres van, en breidde dat later uit naar een 20000 acres. In de loop der tijd werd er weer veel van verkocht, in 1919 gaat Cornelius dood, maar zijn zoon, Tierney, houdt de ranch vast, en zo rond 1960 besluiten hij en echtgenote Betty, om de ranch in oude luister te herstellen. Dat lukte, en in 1967 werd de ranch heropend als een Historic Site. Nu kun je nog op een 50 acres totaal de originele gebouwen en inrichting uit die tijd bekijken. Wij gaan er niet kijken, we rijden door. Naar Vernon, we hebben trek, en we hebben een groot teveel aan geurvlaggenvloeistof bij ons. Bijna alles lukt bij A&W, gewoon langs de snelweg. Rond Vernon is het hartstikke druk, ook logisch, als je op de kaart kijkt, dan zie je dat dit een zeer centraal gelegen plaats is, en dus heel veel regio-functies vervult. Ėn er wonen ruim 33000 mensen. Het is een in de verre omgeving bekend golf-gebied, en in de winter biedt men hier uitgelezen langlauf of crosss-country mogelijkheden. De trek wordt groter, we naderen Kelowna, en ook daar is het verschrikkelijk druk. Hier wonen bijna 100000 mensen, dat merken we aan de file, we staan er midden in, maar redelijk gauw kunnen we door. Onze magen rammelen nu als oude kasteeldeuren, aan de "overkant", 5 autorijen verderop, zien we de gouden gestileerde M, daar gaan we een burger halen, maar. Gewoon, via een soort zelfmoordpoging steken we over, en hebben binnen een paar minuten de honger gestild. Hier moet natuurlijk een grote Mall in de buurt zijn, kan niet anders. Even vragen, en verdomd, 5 autominuten terug staat zo'n verzameling winkels. Het Orchard Park Shopping Centre. Daar gaan we heen, we parkeren vlakbij de hoofdingang, en daar weer vlakbij zit een bookstore, Chapter heet deze tent, en hij is deze week open gegaan. Daar gaan we natuurlijk even kijken, we vinden het CD-rom pakket van de National Geographic weer terug, wat we in Vancouver al hadden gekocht, maar hier moet het 199 Can$ kosten, en dat scheelt toch wel. We kijken nog wat rond, we gaan weer verder, we moeten nog best wel een eind, en we hebben niet zo gek veel tijd meer. Jammer eigenlijk, er is veel te doen en te zien, Ogopogo bijvoorbeeld, een aan met zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verre, verre achternicht van het monster van Loch Ness. Bekend is, dat zelfs de voegere bewoners van deze streek, dus nog voor de blanken kwamen, dit monster al kenden, onder de naam N'ha-a-tik. Zeker twee keer per jaar, vooral aan het begin van het toeristenseizoen, wordt dit imposante dier "gezien". Het siert zelfs de voorkant van de (free) Kelowna City map-attraction and service guide 1998. Ook werd er een Golf Tournament gehouden, van 9-11 juli, The Ogopogo Golf Tournament op de Kelowna Golf & Countryclub. Dit is nu ook weer zo'n plaats, waar je het makkelijk een dag of 2-3 kunt uithouden na een enerverende tour door de Rockies. Je kunt er natuurlijk alle mogelijke vormen van watersport beoefenen, paardrijden, er worden ook hier heerlijke wijnen gemaakt, niet veel, een 45000 liter, die meestal "bij de boer" verkocht worden, er zijn een flink aantal mountainbike trails uitgezet, en natuurlijk Flintstones Bedrock City. Overnachten is hier heel makkelijk, alle ketens, van eenvoudig tot superluuks, zijn hier ruim vertegenwoordigd. De 97c is een makkelijke weg om te rijden, en eenmaal de Kelowna area uit, wordt het gewoon stil op de weg, het eerste stuk klimt als een gek, maar dan hebben we een van de langste afdalingen uit onze vakantiegeschiedenis. Vlak voor Merritt moet een infocenter zijn, dat vinden we moeiteloos, het is 1615 uur, het center is, volgens een bordje op de deur, open tot 1700 uur, maar. wadachhiewat? Juist! Merritt, in the Heart of The Nicola Valley, en dat duidt natuurlijk op Native Canadians, of, om een rot woord te gebruiken, indianen. Indianen is natuurlijk een volkomen verkeerde naam, het zijn geen mensen uit India, maar dit terzijde. Het vorige, Nicola, is een mooi voorbeeld hoe een gebied aan zijn naam komt. Hier woonde de Salish Tribe, die hadden zo rond 1810-1812 een Chief, Walking grizzly Bear, die, onder Engelse invloed, een meer Europese naam aannam, en dat werd Nicholas, dat werd later, toen de engelsen er min of meer uitgeknald werden, een meer Native Name, Nkwala, en dat werd later, toen de Engelse invloeden weer wat sterker werden, Nicola. We gaan de 5A north, richting Kamloops op. Een fantastische weg, heel rustig, heel mooi. En plots zien we ons hotel staan. Het Quilchena Hotel & Resort, een redelijk groot houten gebouw, een paar bijgebouwtjes, een General Store ernaast, en dat is het. In een straal van zeker 10 kilometer is dit alles. Er staan een paar auto's voor de deur, benieuwd gaan we naar binnen. Een vriendelijk moppie met een zwaar Schots accent, geeft ons de sleutel, alles kraakt, als we via de grote trap naar boven gaan. We hebben een mooie kamer, maar. geen faciliteiten. Dat vinden we merkwaardig. We gaan weer terug naar het lieve moppie, en die legt uit, dat er wel twee kamers zijn met faciliteiten, maar die zijn al weg, en als we dat gewild hadden, had het bij reservering opgegeven moeten worden! We besluiten om het nu gewoon maar te accepteren, en in Nederland wel verhaal te gaan halen. Toch vreemd, dat er vroeger hotels werden gebouwd met kamers zonder een privé poep- en pieshok. Waarschijnlijk knalde een ieder zijn of haar ellende gewoon in Gods vrije natuur, en daardoor piesen wij ernaast. (was het maar wąąr) Toch straalt dit hotel wel sfeer uit, alles is van hout, er is nog veel origineel meubilair, en er hangen foto's "hoe het vroeger was", we zien niet eens veel verschil. Wat ook nog besproken was met het lieve moppie, dinerreservations! Absoluut noodzakelijk! Daar we beslist niet verwachten hier een Denny's, McDonalds, A&W, KFC, Pizza Hut of iets dergelijk ook maar enigszins in de buurt te zullen vinden, stemden we gelijk toe. We laten de kamer even voor wat ie is, en gaan eens kijken in die General Store, en ook deze is origineel, maar, werd later gebouwd, in 1912. Er zijn "memories for sale", we vinden er een goed boek, The Traveler's guide to Historic British Columbia, en verdomd, op pagina 198 een verhaal over dit "plaatsje", en daarin lezen we, dat het hotel gebouwd is in 1907, met het oog op de toekomst, men verwachtte dat CP Rail hier een spoorlijn langs zou laten lopen, waar hebben we dat verhaal meer gehoord?, maar dat ging niet door! Dat resulteerde weer in sluiting van het hotel in 1919, en pas in 1958 heeft men het aangedurfd om weer open te gaan. Ernaast is een golfcourse aangelegd, sindsdien gaat het allemaal weer redelijk. Toch, vroeger, was dit misschien de enige "winkel" in de buurt, je had avonturiers die met vrouw-en-kind het geluk zochten, sommigen als boer, anderen als goudzoeker of als trapper. Het kwam voor, dat dit soort mensen eens in de 4-5 jaar andere mensen zagen, en zo'n General Store fungeerde dan niet alleen als winkel. Vaak bleef men er slapen, het was ook een legale ontmoetingsplaats voor jongelui, maar als je elkaar "miste", niet iedereen kwam tegelijk naar de store natuurlijk, dan kon het zomaar gebeuren dat jongens en meisjes 8-9 jaar geen andere jongens of meisjes zagen, en er soms binnen een paar dagen tot een huwelijk besloten werd, anders raakte je, met name dochters, nooit meer kwijt. Hier zijn hele mooie boeken over. Uiteraard gaan we ook nog even kijken in de originele bar, er zit niemand, en er kan ook niemand zitten, want, "if a man could not stand up, he had obviously had enough!" En daar "zit" wel iets in, natuurlijk. Met vrouwen werd in die tijd geen rekening gehouden, fatsoenlijke vrouwen kwamen in die tijd niet in een bar, en de vrouwen die er wčl kwamen, daar kwamen die mannen nu juist voor, maar dat wisten die fatsoenlijke vrouwen weer niet. (Als alles klopte, tenminste). Dit is nu écht een bar, zoals die vaak in Westerns te zien is, een honkytonk in de hoek, een paar zatlappen voor de bar, een nerveuze barkeeper erachter, die vol vertrouwen kleine glaasjes Taos Lightning inschenkt, terwijl die zatlap veel liever die volle fles heeft, een paar tafeltjes met pokerende cowboys, die hun laatste $ vergokken, een paar verlopen bardellen die juist willen dat die jongens die laatste $ bij hen tussen de hangende tweeling propt, en dan als klap op de vuurpijl een valsspeler die betrapt wordt en daardoor een echte ouderwetse knokpartij uitlokt. Als dan de kruitdampen zijn opgetrokken, de sheriff z'n rokende colt in de holster stopt, en een barsnol nog nčt kans ziet om een $ uit de zak van een bewusteloze te halen, blijkt dat die hele tent aan gort is geslagen, en is de Western 5 minuten verder. Er zal hier beslist wel eens geknokt zijn, maar daar is nu niets meer van te zien. Het is maar goed dat we dinerreservations hebben, als we de eetzaal binnengaan, zijn we de enige! En dat blijven we, totdat we bijna klaar zijn. Toch heeft het wel iets, deze eetzaal, overal hangen aan de muur foto's van notabelen uit de beginjaren van dit hotel, ze kijken vanaf de foto ernstig toe, hoe wij van een goede maaltijd genieten. We gaan nog even buiten kijken, we zien buiten ons hotel, geen enkel lichtje, wel genieten we van een fantastische sterrenhemel, dan gaan we plat. Er komt niet veel verkeer langs, af en toe een vrachtwagen, maar die rijdt danook wel verschrikkelijk hard. We lopen door de gang, we verwachten elk moment Clint Eastwood in de rol van Rowdy Yeates uit Rawhide, met aan zijn arm z'n meisje-voor-een-nacht, die hij uiteraard zojuist betaald heeft met z'n VISA card. We moeten natśśrlijk 's-nachts piesen, alles kraakt en piept, je moet je weer aankleden, het lijkt wel een spookhuis, en het is eigenlijk ook wel weer leuk om me te maken. 24 september Merritt Vancouver Ook het douchen "op de gang" is bijzonder, we zijn de eerste, ook bij het ontbijt. Het is bewolkt, er dreigt regen, en de General Store heeft geen nieuwe krant, jammer. We hebben het geturft, de eerste "buren" die we tegen komen, wonen op 14 kilometer richting Kamloops. Waarvan akte. We hebben de andere Nederlanders gemist, later hoorden we, dat die hier wel geweest zijn, maar door de geisoleerde ligging ervan af gezien hebben om hier te overnachten. We kunnen het ons ergens wel voorstellen. Wij rijden naar Vancouver via Kamloops, dat is wel een heel eind om, maar de route lijkt ons veel mooier. En dat klopte wel, het eerste stuk, dan is het nog droog, is gewoon heel mooi! En tegen Kamloops aan, vinden we een prima Visitors Center, en daar weer vlakbij, een nieuwe Mall. Zo nieuw, dat ze nog bezig zijn met afwerking en tegels leggen. Toch zijn de meeste winkels open, we doen leuke aankopen, en ook hebben ze hier prima koffie. We gaan door, pakken de 97 en/of de Trans Canada 1 west, en via plaatsjes als Tranquille, Savona en het Kamloops Lake, komen we in Cache Creek, dit is nu weer zo'n junction die alles biedt, er zitten een paar motels, wat eetketen, en het was vroeger het "Half Way Point for people traveling between the lower Frazer and Cariboo Country". Een uitrustpunt dus, en dat is het nu nog! Ook staat in het grote boek: Cache Creek is known for its Old West aura, with large cattle ranches, open grasslands and working cowboys. Dat klopt ook wel, want, ook hier heb je weer een oude ranch, The Historic Hat Creek Ranch. Oorspronkelijk een pleisterplaats van de BC Express Stage Line, een soort vrachtvervoerder van vroeger, stel je gewoon een Conestoga voor met 16 (!) paarden ervoor, die mining supplies naar Barkerville, en soms nog verder, vervoerde. Die paarden met name, werden op een aantal plaatsen gewisseld, en dit gebouw was een van die plaatsen. Dat groeide uit tot een complete bevoorradingspost en slaapplaats voor de menners. Wij halen er nu alleen koffie. Het weer is troosteloos, bewolkt, en er dreigt regen. Zo halverwege Cache Creek en Spences Bridge, heb je nog een punt wat in de historie van de Canadese Spoorwegen een belangrijke rol heeft gespeeld. Canadian Northern Pacific's Last Spike. Op dit punt, in de buurt van Basque, werd de derde Transcontinentale spoorweg binnen Canada voltooid. Nu van Noord naar Zuid, hier werd op 230115 de laatste spijker in een dwarsligger geslagen, en was dit stuk spoorlijn ook weer klaar. Spences Bridge is weer een typische plaats voor sportvisers en rafters, er is nog een Historic Steelhead Inn, hier kun je nog van een authentieke maaltijd genieten, en ondertussen kijken naar de vele visarenden die hier zitten. De Inn stelt verrekijkers beschikbaar, en met een beetje geluk kun je hier ook de Bighorn Sheep gadeslaan. Lytton komt in zicht, en dat is als plaatsje niets, er wonen ongeveer 400 mensen, maar het is een plaats waar je uitstekend kunt raften en sportvissen. We komen regelmatig borden tegen, die waarschuwen voor Bighorn Sheep, maar niet voor ons, we zien er niet één! Komt ook door de fantastische schutkleur van deze dieren, en het feit, dat wij er geen oog voor hebben. Jammer. Ook wordt er hier nog steeds naar Jade gezocht, en het wordt ook nog redelijk gevonden, en goud wordt hier nog op de traditionele manier gewonnen, met een zgn. goudpan dus! Er is zelfs een Gold Panning Recreation Reserve, en hier kun je, in season, onder "deskundige" leiding, op de aloude manier naar goud zoeken. Deskundig staat hier tussen aanhalingstekens, als die mensen écht zo deskundig zouden zijn, dan hielden ze mooi alles voor zichzelf, en dan laten ze stomme toeristen écht niet meedelen. Handpanning only, staat er op een bordje, en, information at the infocenter, staat er ook nog bij. De mensen die die goudpannen verhuren, zijn de enige mensen die rijk worden, maar als wij de kans hadden gekregen, we zijn nu buiten het seizoen natuurlijk, hadden wij óók zo'n pan gehuurd. De weg gaat hier soms door zeer nauwe kloven, er rijden veel enorme vrachtwagens op deze weg, en ze mogen 100 km per uur, ze doen het ook! Wij kunnen met onze wagen best wel doorrijden, maar zeker bergafwaarts, hebben we soms best moeite om z'n enorm gevaarte bij te houden, en als je er eentje achter je hebt, dan wil je best wel doorrijden ook, ze rijden rustig met 100 km per uur op 2-3 meter achter je. De regen gaat nu over van het lichte druppelwerk, naar het zwaardere plensgebeuren. We eten en route bij Boston Bar, en even later komen we bij dé bezienswaardigheid van deze streek, de Hells Gate Airtram. Gewoon een zéér (34 meter) nauw stukje in de Frazer Canyon, waar de Frazer dus met grote kracht doorheen stroomt, en dat is natuurlijk een spectaculair gezicht. Je kunt dat allemaal zien vanuit de lucht, middels die Airtram, maar wij zien nu wat kabels de mist in verdwijnen, en dat is het wel voor ons. Ook is hier nog een vistrap te zien voor de Sockeye Salmon. Die hadden hier voor 1914 geen vistrap nodig, maar in dat jaar, donderde er een enorm stuk rots in de Frazer, en sloot die bijna af, vandaar die trap. Ook dat zal best een spectaculair gezicht zijn, maar we hebben er niets van gezien. We krijgen een aantal tunnels, en we passeren de Historic Alexandra Lodge. Opgezet als Roadhouse for Travelers on Cariboo Wagon Road in 1862, is het heden ten dage nog steeds open. Spuzzum wordt ook aan ons lijstje toegevoegd, een heel klein "gat" waar precies 33 mensen wonen. Heel vaak zie je bij bordjes met plaatsnamen, ook het inwoneraantal en de elevation vermeld, waarom ze dat doen, heb ik niet kunnen achterhalen, ekszcuusz! Yale was vroeger een belangrijk overslagpunt voor goederen die de Frazer River op moesten. Een enorm rotsblok, de lady Franklin, lag middenin de Frazer, en alle vracht moest worden overgeladen in kleinere schepen, en dat bracht Yale tot grote bloei in die dagen, tegenwoordig is Yale rijk aan "early pioneering history" Dan zijn we in Hope, een belangrijke kruising, hwy 1, hwy 3, hwy 5 en hwy 7 komen hier bij elkaar, er wonen een dikke 7000 mensen, er staan een fiks aantal houten dieren, die, bij navraag, blijken te zijn uitgezaagd met kettingzagen, er zijn in Hope jaarlijks kampioenschappen in dit "werk" met kettingzagen, en daarom heet Hope ook wel "The Chainsaw Capitol of the World". Hope heeft meer met hout, de H-Tree is er een leuk voorbeeld van. Men heeft ooit twee jonge bomen ahw met elkaar geent, en nu vormen ze samen een enorme H van Hope. Te zien op de crosing van Hudson Bay St en Fifth Av. Natuurlijk kun je ook hier naar goud zoeken, Local hardware stores sells gold pans. En bij het Infocenter kun je kaarten krijgen, alwaar je dat het best doen kunt. Voor de liefhebbers van oude gebouwen biedt Hope een Anglikaanse kerk, uit 1861, en het is de oudste kerk in BC op zijn originele plek. Bij Hope, ligt ook de zgn Hope Slide, we moeten er 18 kilometer de 3 east voor op, maar dan staan we ook bij het Hope Slide Viewpoint. In 1965 "schoof" hier een hele berg als gevolg van zware regenval, zomaar over de weg, die daarna dus ook écht weg was. Er zijn een paar mensen bij omgekomen, en nu moet je nog een paar stukken auto uit de rotzooi omhoog zien steken. We zijn blij dat we het bord met "viewpoint" kunnen zien, het mist, of is het laaghangende bewolking, doet er niet toe, we hebben ongeveer 10 meter zicht. In feite hebben we gewoon bijna 40 kilometer voor niets gereden. Weer terug in Hope, besluiten we de 1 west te nemen, we zijn best toe aan Vancouver, en dan is de 1 de snelste manier. Je kunt ook de 7 west nemen, die gaat noordelijk van de Frazer River naar Vancouver, er is absoluut ook veel meer te zien, maar we zijn best wel moe. Als we Vancouver naderen, begint zelfs het weer een beetje op te klaren, en een kilometer of 10 voor Vancouver wisselen we wederom van plaats. Ik kan nèt iets beter kaart lezen, en Marja is nèt iets gehaaider in druk verkeer, en zo vul je elkaar goed aan. Ook hier zullen heel veel mensen "in de fout gaan" in die zin, dat ze gewoon verdwalen omdat ze een afslag te vroeg pakken. Het is gewoon een kwestie van heel goed opletten, op borden, afslagnummers etc. En ook hier zijn de afstanden veel groter als ze op de kaart lijken, kijk eerst op de kaart wat je moet doen, overleg, schrijf het desnoods op, en hou je daaraan. Iedereen die kan tellen, een klein beetje richtingsgevoel heeft, kan hier de weg vinden, zorg voor een goede kaart, teveel mensen reizen met een kaart, waar heel BC opstaat, en dan denken ze, dat ze daar ook Vancouver mee in kunnen. Niet dus. Hertz geeft een goede kaart mee voor Vancouver, niet voor de rest van BC, die moet je ergens anders op de kop tikken. Fred had ons een goede gegeven, en "ergens" in BC, liggen bij elk Visitors Center goede kaarten van de omgeving. Zoek eerst uit in welke wijk je moet zijn, in Delta bijvoorbeeld, zit een terugbrengpunt van Cruise Canada, in Richmond zit er ook een, maar dan ben je absoluut nog niet Down Town. Nu zal elke camperrental je, middels een free shuttle, naar de airport brengen, maar hoeveel klanten hebben we niet die ook nog even op familiebezoek gaan? Later hoor je dan, dat ze zich suf gezocht hebben in bijvoorbeeld Burnaby, gewoon, omdat ze dachten dat ze er al waren. Als je gewoon de 1 volgt, of de 7, maakt niet zoveel uit, die gaan allebei, kruising Mainstreet, over in Georgia Street of Dunsmuir Street. En als je daar dan op rijdt, is het gewoon tellen, even rekening houden met het eenrichtingsverkeer, en een paar minuten later staan we met onze auto weer voor het hotel. Geen meter verkeerd, hier drinken we vanavond een drankje op. Waren we wèl verkeerd gereden, dan hadden we dat drankje óók genomen, maar dit terzijde. Er wordt richting Vancouver hard gereden, dat hadden we niet verwacht, overal staan borden 80 en 100 kilometer, maar dit moet je meer per persoon, als per auto zien, gemiddeld blaast men hier met 140 over de highway, en ook wij persen flink veel benzinedampen in onze 6 cilinders, maar als je met die gang tussen een fiks aantal zwaar beladen enorme truck zit, dan geeft dat geen prettig gevoel. Ons hotel heeft een parkeergarage, da's makkelijk, en een paar minuten later hebben we een niet-roken kamer te pakken. Roken of niet-roken, vragen welke je wilt bij de receptie. En niet-rokers vormen een steeds grotere meerderheid. We nemen alle bagage mee, we pakken alles op een ordentelijke manier in, we hebben een berg afval verzameld, verschrikkelijk, maar dat proppen we in een paar zakken, een paar $$ erbij, en morgen zie je er niets meer van. Dan drinken we dat onszelf beloofde drankje, en we besluiten de laatste maaltijd bij Denny's te gaan nuttigen. We creëren ons eigen probleem, we bestellen iets, wat niet helemaal op de kaart staat, dat kan allemaal wel, maar de miep die het allemaal voor ons opschreef, had volgens ons een pré- of postnatale depressie, het ging in ieder geval niet goed. Natuurlijk was mijn niet gewenste gesmolten kaas de oorzaak, ik wilde dat niet, maar ik kreeg het wel. Daar we uitdrukkelijk gevraagd hadden om een en ander niet met die kleffe zooi te bedoezelen, werd het bord door mij geweigerd, het lieve miepje dacht dat ik het er wel gewoon af wilde scheppen, nee dus! Ze moest met die bak narigheid dus terug naar de keuken, en daar krijgt ze een partij ruzie met de kok, niet mooi meer! Oorlog op de vierkante meter. Volgens ons is ze gelijk ontslagen, we hebben haar niet meer gezien. Wèl hadden we een paar minuten later een perfect bord vol. We lopen voor het laatst door donker Vancouver, een laatste drankje, in Vancouver dan, slapen! 25 september Vancouver airport Home Weer dat toeval, het is nu 291198, weer kijken we naar Western Lifestyle, en weer zien we een bekend stuk Canada, Fort Steele, en weer komen er machtige herinneringen boven. We slapen lekker uit, ons laatste complementary breakfast, we laadden alles in, en wij moeten betalen voor de parkeergarage. Niet dat dit een probleem is, later horen wij van andere Nederlanders, die ook in dit hotel zitten, dat zij niet betaald hebben voor een plekje! Ra, ra! We gaan weg, het is vreschrikkelijk druk, en we komen langs een vestiging van Chapter, die boekhandel, weet je nog? Daar hadden ze ook goede koffie, en dat willen we wel. Dus we parkeren de auto in een zijstraatje, en een paar minuten later, hebben we een heerlijk bakje slobber te pakken. Natuurlijk kijken we ook nog even, of de afdeling reisboeken iets nieuws heeft, dat hebben ze, dan gaan we verder naar de airport. Dat duurt een lange en drukke straat of duidelijk aangegeven. We zijn onze Hertz mobiel binnen een paar minuten "kwijt", maar dan moeten we en flink eind lopen van Hertz naar de incheckbalie van MP. We vinden het wel, maar dat is niet te danken aan goede bewijzering van de airport zelf. Eenmaal ter plekke, kunnen we nog niet inchecken, geen probleem, we "veroveren" twee van de schaarse zitmogelijkheden op de airport, en dan is het gewoon een kwestie van wachten. Dat kost geen enkele moeite, het is heel druk, met name veel mensen uit het, voor ons, Verre Oosten. Op een bord met vertrektijden in de hall, staan er 25 vluchten, en die zijn allemaal van oosterse maatschappijen. Daarom is de vertrekhal ook vol met mensen uit datzelfde Verre oosten, en dat levert weer spectaculaire zaken op. Mensen die iets willen, een kop koffie bijvoorbeeld, maar zonder groepsleider krijgen ze dat nooit, deze mensen spreken dus absoluut "geen woord over de grens", en dat is juist voor ons weer zo heerlijk om mee te maken. De andere kant is natuurlijk, wij op een airport midden in China, dan lachen die Chinezen zich te pletter. Ook "manieren" van mensen zijn altijd vermakelijk om mee te maken, als wij een "oprisping" voelen opkomen, dan is op zijn minst een verontschuldiging op zijn plaats, uitzonderingen daargelaten, hier boert een beetje Chinees eens stevig tegen zijn vrouwelijke partner aan, die glimlacht eens flink, en weet dat haar meester weer stevig gebuffeld heeft. Ook presteren schriele en enge vrouwtjes het, om met handbagage aan boord te gaan met een gewicht, gelijk aan het eigen gewicht, mannen dragen niets, daar kunnen wij westerlingen een goed voorbeeld aan nemen, maar vrouwen en kinderen zijn rondom "behangen" met bagage. We kunnen inchecken, we hebben weer te weinig bagage, we hadden dus meer kunnen meenemen. Jammer. We gaan door de douane, en moeten 15 Can$ betalen. Airport Improvement Fee heet die legale diefstal hier, en we lopen door, stom, stom, stom!! MP vliegt van Vancouver via Edmonton naar Amsterdam, geen probleem, maar op het stuk van Vancouver naar Edmonton neemt MP ook Canadezen mee. Geen probleem, leuk volk, aardige mensen, maar. het is dus een binnenlandse vlucht, en dus geen Tax Free!! Shit + Scheisse! Natuurlijk vertrekken we, MP eigen, veel te laat. Op Edmonton is het helemaal donker, we mogen uiteraard het vliegtuig niet uit, en ook vanaf Edmonton vertrekken we te laat, maar dat zijn we al gewend. De vlucht zelf gaat verder goed, we eten goed, een lekker drankje, en dankzij een pil en nog een drankje slapen we als beren. Op Schiphol duurt de bagage verschrikkelijk lang, geen probleem, we zijn thuis, het is weer voorbij. Epiloog Wederom hebben we mogen genieten van een van de mooiste stukken natuur op aarde. En weer is het te snel voorbij. Het is in dit verslag al eens aangehaald, we zitten al bijna 20 jaar in dit malle reiswereldje, je denkt dat je veel weet, maar, ter plekke, besef je, dat je niets weet, niets gezien hebt, en elke keer weer, voor verrasingen geplaatst wordt. Dit is heerlijk om mee te maken, en het houdt het "allemaal" weer spannend. Alles nog eens nalezende, blijkt, dat we het meeste niet hebben opgeschreven of vermeld, het is vaker gememoreerd, je kunt niet alles opschrijven,er is een poging gedaan, meer niet. Deze reis is niet iets, voor de "beginnende" Canada-ganger. Uiteraard hebben we een stuk "toeristisch" Canada gezien, maar ook, een stuk Canada "hoe het vroeger was", dat is een van de charmes van deze reis geweest, maar dit is tevens iets, waar je voor kiest. En dat heeft lang niet iedereen in de gaten. Dit soort reizen vraagt voorbereiding, lees je "in", vraag het mensen die er geweest zijn, kijk viedo's, kortom, zoek informatie. Dit soort reizen biedt enorm veel, maar vraagt ook veel, aanpassings- en inlevingsvermogen, bijvoorbeeld, maar, als je 100% "investeert", krijg je 300% aan vakantieplezier terug, en dat is geen slecht rendement. Voor ons gevoel hebben wij die 100% geinvesteerd, maar, ter plekke, merken we weer, dat dit land zó verschrikkelijk veel biedt, aan mensen, aan natuur, aan mogelijkheden, dat we eigenlijk niets gedaan hebben. Wat ik er maar mee zeggen wil, van dit land krijg je altijd méér terug als je erin stopt, Canada, en alles wat daarbij hoort, bedankt!! |
|
|
|
|
|
|