De zeehonden van Les Isles de la Madeleine

VISITCANADA.NL

 

 

Let op: de pagina's van deze site zijn verplaatst.

Klik op de foto voor de link 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

POLITIEK DAGBOEK | HOME |BULLETINBOARD | SAMENLEVING





 



 

De zeehonden van Les Isles de la Madeleine


De monding en de golf van de St. Lawrence rivier is een aantrekkelijke plek voor zeehonden. ‘s Zomers ziet men er de grijze en de gewone zeehond, ‘s winters de Groenlandse en de capuchon-zeehond, die hier komen om zich voort te planten op de ijsschotsen. Zeehondjes zijn, mede dank zij Greenpeace het symbool geworden van een bedreigde diersoort. Maar hier passen de dieren traditioneel in het harde, genadeloze leven van de eilanden. Ze werden en worden gejaagd, gegeten, beschermd, gebruikt voor farmaceutische doeleinden en dienen nu ook als toeristische bestemming. Jean-Pierre Sylvestre portretteert een niet bedreigde diersoort in zijn natuurlijke omgeving.

Tekst en foto’s: Jean-Pierre Sylvestre

Geografisch gezien liggen de Iles de la Madeleines in de Golfe du Saint-Laurent, ongeveer 75 kilometer van Prince Edward Island en 110 kilometer ten oosten van Gaspésie, het vasteland van Québec. De eilanden zijn enorm geïsoleerd, vooral in de winter en de bewoners, Madelinots genoemd, leven voornamelijk van de jacht en de visserij. Het zomerseizoen is uiterst kort en gedurende de winter is negentig procent van de bevolking zonder werk.

De jacht op zeehonden is altijd een belangrijke bezigheid geweest voor de bewoners. Meer dan zesduizend jaar geleden al waren hier mensen (de Micmacs) actief als jagers op walrussen en zeehonden. Vanaf de zestiende eeuw kwamen ook Basken, Bretonnen en Engelsen hierheen om de walrus te jagen voor zijn ivoor, zijn olie, en, in mindere mate, zijn huid en vlees. In 1597 vond juist hier op de Isles de la Madeleine de eerste confrontatie plaats tussen Fransen en Engelsen met als onderwerp de fameuze ‘zeekoeien’. Vanaf 1793 kwamen hier vluchtelingen voor de geloofsvervolging in Frankrijk. Ze dachten nog walrussen aan te treffen maar daarvoor was het al te laat. De laatste exemplaren werden in 1800 gezien.

Alleen de zeehond en de kabeljauw bleven over als middelen van bestaan voor de bewoners van eilanden. In de loop van de generaties werden de zeehonden steeds belangrijker. De Madelinots joegen erop voor hun vlees, huid en vacht. Tot Noren en bewoners van de andere Canadese provincies ook grootschalig begonnen te jagen, konen ze daarvan leven. Maar van een tamelijk kleinschalige jacht werd het na de tweede wereldoorlog een middelgrote industrie. Vanaf de jaren vijftig werd ook de vacht van de zeehond interessanter door een nieuwe Noorse techniek om de dieren te villen zonder beschadigingen.

In 1964 werd een filmopname gemaakt van het knuppelen en levend villen van een zeehondje (later bleek het geheel in scène gezet) en het rode bloed op de blanke sneeuw choqueerde het publiek. In 1969 werd de jacht gereglementeerd, waarna de publiciteit zich in de jaren zeventig naar Europa verplaatste (waar tachtig procent van de huiden naar toeging). In 1976 nam Greenpeace de zaak op en in 1982 nam het Europees Parlement een resolutie aan waarbij de handel in producten van de blanchon (de jongen van de Groenlandse zeehond) en de capcuhon-zeehond werd verboden. Dit betekende het einde van de traditionele zeehonden

Een aantal van de voormalige jagers zijn nu faunabeheerders geworden en zorgen voor het merken en volgen van de honderd zeehonden die ze elk jaar merken. Hun doelstelling is het wetenschappelijk volgen van de ontwikkeling van de zeehonden. Ze proberen het te financieren door iedere geïdentificeerde zeehond te laten sponsoren, met een identiteitsplaatje en een foto van het betreffende beest. Vooral Europeanen willen wel een gehele of gedeeltelijke adoptie financieren van vijftig of honderd dollar per dier. Tot nog toe zijn er meer dan 250 verkocht. De stichting, genaamd Promouvoir l’Etude Scientifique du Phoque avec Expertise et Compétence, is opgericht door twee ex-jagers (PESPEC, CP 1308, Cap-aux-Meules, Iles de la Madeleine, QC, GOB 1BO, Canada).

Het zeehondentoerisme

Sinds de zeehondenjacht in de jaren zestig een hot item werd en zeehondjes een knuffeldier werden, is op de Iles de la Madeleine een nieuwe vorm van toerisme opgedoken. De excursie naar de zeehonden die hier in de winter op de ijsschotsen komen om zich voort te planten. Het toeristische deel hiervan duurt niet meer dan drie weken, ieder jaar van 1 maart tot en met 20 maart. Slechts twee organisaties hebben van het ministerie van Visserij en Oceanen toestemming gekregen om deze activiteit te ontplooien.

Sealwatching, zoals het gewoonlijk wordt genoemd, begon in 1986 op Prince Edward Island en spreidde zich later naar de Isles de la Madeleine. Eerst ging het om een stuk of dertig Amerikaanse toeristen, maar tegenwoordig komen meer dan zeshonderd bezoekers per jaar naar de ijsbanken.

Voor de lokale economie betekent het toerisme een injectie van anderhalf miljoen dollar. Het is een vorm van luxetoerisme, alleen weggelegd voor mensen die er een paar duizend dollar voor over hebben om een zeehond in zijn natuurlijke omgeving waar te nemen en - als dat zou kunnen - even te aaien. Japanners zijn er dol op (althans ze waren dat tot de economie het daar minder deed).

André Bourque, de eigenaar van hotel Châteaux Madelinot in Cap-aux-Meules, is een van de organisatoren van het sealwatchen en daarnaast een groot propagator van eco-toerimse naar de eilanden. Het afgelopen jaar charterde hij zes helicopters om zo’n vierhonderd klanten af te zetten op ijsschotsen die tussen de dertig en de honderd kilometer breed zijn. Het kost klanten rond de 150 dollar om drie kwartier met de zeehonden te kunnen doorbrengen en 700 dollar om een hele dag op de ijsschots te blijven. Hij heeft zelfs een goed geïsoleerd onderdak op het ijs gezet, om de meest avontuurlijken ook een nacht te laten doorbrengen. ‘Ik zet in die drie weken al gauw een 400.000 dollar om’, zegt Bourque, ‘twintig procent van mijn jaaromzet.’ Ongeveer 35 procent van de clientèle was vorig afkomstig uit Japan.

Volgens Claude Richard, de directeur van de toeristenorganisatie van de eilanden, is het produkt zeehonden interessant omdat het de regio een exclusief iets verschaft. ‘Het is een visitekaartje voor de eilanden’, meent hij. ‘Deze vorm van toerisme brengt toeristen hier voor de eerste keer en zorgt ervoor dat ze onze regio leren kennen, om ‘s zomers terug te komen. Je zou kunnen zeggen dat het een promotie-activiteit is voor het zomertoerisme.’ Dat is geen overbodige luxe, omdat alles wat met zeehondenjacht heeft te maken sinds de jaren zeventig een uiterst slechte naam heeft - ook al gebeurde het hier al duizenden jaren.

Een traditioneel gerecht

L’Auberge-Restaurant La Maree Haute in Havre-Albert is een van de twee restaurants op de Isles de la Madeleine die zeehondenvlees op zijn menu heeft. Het menu dat eigenaar Patrick Mathey voert in zijn in 1993 geopende restaurant bevat alleen lokale zeeproducten. Behalve kreeft, schelpen, haai en arctische forel vindt men er ook een stuk of vijftien gerechten met zeehond. Volgens Mathey is het vlees ruim voorradig en van uitstekende kwaliteit.

‘Het beste stuk van de zeehond is de rug’, zegt Patrick. ‘Bij een volwassen dier heeft de rug de grootte van een filet de boeuf, is heel mals en uitstekend geschikt voor een soort biefstuk. Een steak tartare van een verse rug is goddelijk. En ook het orgaanvlees van de zeehonden heeft kwaliteit. Een lever van de zeehond is vergelijkbaar met een echte foie gras’. De smaak, vindt Patrick, is nergens mee te vergelijken. ‘Het is wild vlees. Met een vissmaak heeft het niets te maken. Uiteindelijk is de zeehond een zoogdier en heeft hij niets van een vis!’

De restauranthouder is van plan om een rokerij van zeehondenvlees op te zetten, zodat hij er het hele jaar over kun beschikken. Patrick betrekt zijn vlees van het slachthuis op het eiland. Dat is de enige plek in de provincie Québec waar de zeehond verwerkt mag worden. ‘De Madelinots hebben dit vlees altijd hoog gewaardeerd’, zegt Patrick. ‘Nog maar enkele tientallen jaren geleden was de komst van de zeehonden een grote gebeurtenis. En dat sprak vanzelf: ze hadden dan net vier a vijf maanden van gezouten vlees achter de rug. Vandaag de dag is er weinig veranderd. De gezinnen hier hebben zelden geld voor vlees en de zeehond is voor een uitstekend en volstrekt vanzelfsprekend alternatief.’

 

Zeehondenolie

De Inuits hebben altijd veel zeehondenvlees en -vet gegeten. Onderzoekers hebben vastgesteld dat ede bewoners van de arctische regio van Canada nauwelijks cardiovasculaire problemen hebben en dat zwangere vrouwen zelden hoge bloeddruk of voortijdige geboorten kennen. Canadese farmaceuten stelden vervolgens vast dat zeehondenolie rijk is aan meervoudig onverzadigde vetzuren van het type Omega-3, die essentieel zouden zijn voor de mens. Men vindt deze vetzuren in vis en zeezoogdieren en dan vooral in zeehonden.

In 1994 richtte Chislain Cyr, een voormalig zeehondenjager, met vier collega’s een bedrijf op om de olie te winnen uit het vet van zeehonden, te zuiveren en te verkopen aan de farmaceutische markt. Hun bedrijf Bioceane richt zich vooral op de Canadese markt, maar heeft ook het oog op het verre oosten.


top.gif (80 bytes) Terug naar boven