In het zuidelijk deel van de provincie
Quebec, niet zo heel ver van de grens met de Verenigde Staten, ligt het Lac Memphremagog. Het is een populair
toeristisch gebied voor bewoners van Montreal en ook Amerikanen uit het zuiden. Het
grootste stadje in de regio is Magog, aan de noordpunt van het meer. Toen wij daar
verbleven raakten we min of meer toevallig verzeild in de Abbaye St. Benoit-du lac, een
kilometer of 25 ten zuiden van Magog, op de oostelijke oever van het meer, bezijden de weg
naar Austin. De abdij kondigt zich al van verre
aan - wij zagen hem voor het eerst vanaf de andere kant van het meer - met zijn witte
granieten torens. Er wonen ongeveer zestig monnikken en een klein aantal nonnen.
Benedictijnen, waarvan een aantal nog volledige stilte in acht
nemen. Behalve dan in de koorbanken want van de gezangen van de monnikken is nu een cd
gemaakt, die redelijk schijnt te verkopen. De abdij schijnt ook een bekend toevluchtsoord
te zijn voor politici en andere bereomdheden die enige contemplatie nodig hebben.
Maar wat ons het meest trof was de architectuur van de
abdij.Een groot deel van de abdij is het werk van de beroemde Benedictijnse architect Dom
Paul Bellot (18 76-1944). Zijn stijl wordt gekenmerkt door een zoeken
naar perfecte harmonie in overeenstemming met de geometrische wetten van de natuur. De
kerk van de abdij, van veel moderner snit maar minstens even imponerend in zijn
ruimtelijke en lichtwerking, is ontwerpen door Dan Hanganu, een lekenarchitect uit
Montreal. De abdij is open voor bezoekers, het guest house ook voor mannen die behoefte
hebben aan enige rust en afzondering.
Er wordt hier cider gemaakt en een bekende Quebecse kaas:
LErmite, een blauwe schimmelkaas.
De Benedictijnen wonen hier sinds 1912, toen ze voor het
grootse deel direct uit Frankrijk hier naar toe kwamen.

|