Reis door Newfoundland, Canada. Dit is een pagina van de website van Amerika

VISITCANADA.NL

 

 

Let op: de pagina's van deze site zijn verplaatst.

Klik op de foto voor de link 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

POLITIEK DAGBOEK | HOME |BULLETINBOARD | SAMENLEVING





 



 

Reizen door Newfoundland


Er zijn heel wat redenen te bedenken om niet naar de afgelegen Canadese provincie Newfoundland te reizen. Het weer is er een van. 'Newfoundland kent maar twee seizoenen', zeggen de bewoners, 'juli en winter'. Veel parken en attracties gaan niet voor mei of juni open en ze sluiten al in september. En zelfs de zomers zijn niet altijd even plezierig. Hoewel de gemiddelde temperatuur rond de twintig graden schommelt, kan het weer opeens veranderen, waarbij de dagtemperaturen zomaar tot een graad of tien kunnen dalen als vanuit zee mist of een gure wind binnenrolt.
Ook de geïsoleerde ligging van het eiland ontmoedigt veel reizigers. Rijden kost twee vijf tot zes uur durende ferry-overtochten, eerst van Bar Harbor, Maine, naar Yarmouth, Nova Scotia, en dan van North Sydney naar ChannelªPort aux Basques aan de zuidwest-kust van Newfoundland. Met vliegen is het niet veel beter. Er zijn maar weinig vluchten van de Verenigde Staten naar Newfoundland.
Misschien heten de `Newfies'de toeristen daarom wel zo hartelijk welkom - er zijn er gewoon niet zoveel die de reis maken. Als je eenmaal op 'the rock' bent, vertellen de `natives' dat het westelijk deel van Newfoundland de mooiste geografische en historische attracties van het eiland heeft, en dat daarlangs een gemakkelijk te rijden route voert. De 570 kilometer lange Viking Trail voert grotendeels over Route 430, met hier en daar een omweggetje, en gaat van de ene kant, van Deer Lake naar de andere, naar St. Anthony, met een uitstapje naar zuid-Labrador. Onderweg ziet u zowel de oudste Noorse nederzettingen in Noord-Amerika als bergen en fjorden - en, als het meezit, walvissen en ijsbergen.

De Viking Trail Op een heldere, zonnige dag in augustus trokken wij noordwaarts op de Viking Trail. We waren maar nauwelijks op weg of we zagen al de tekenen van Newfoundland's wrede weer. De weg is omzoomd met `tuckamore', de plaatselijke naam voor sparren en dennen, die door de kou behoorlijk in hun groei zijn belemmerd. Wind, zout en ijs hebben aan hun takken geknabbeld en hun toppen afgevlakt.
Het eerste deel van onze reis onthulde de zachte charme en het woeste terrein van het eiland. De Viking Trail verlaat Route 430 in het stadje Wiltondale en gaat verder over Route 431, een slingerweg die om de glinsterende Bonne Bay kronkelt en door het ene na het andere fotogenieke plaatsje voert. Woody Point is misschien het kleurrijkst, met een vuurtoren, Victoriaanse huizen en vissersboten. Dit hele gebied is deel van het Gros Morne National Park dat zowel kleine plaatsjes als natuurwonderen omvat.

Dan volgt er een uitzicht dat zo lijkt overgevlogen vanuit de woestijn van Arizona: de Tablelands, een dertien kilometer lange, zevenhonderd meter hoge keten van kale, goud-oranje bergen. De Tablelands zijn stukken uit de oceaanbodem en het binnenste van de aarde die miljoenen jaren geleden omhoog gedrukt werden toen schuivende landmassa's op elkaar botsten. De zeldzaamheid van dit stukje binnenste der aarde leidde ertoe dat de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization in 1987 het park tot World Heritage Site verhief - van 412 plaatsen, aangewezen vanwege hun betekenis en uniciteit, van de Great Barrier Reef in Australië tot Machu Picchu in Peru. De Viking Trail heeft twee World Heritage Sites: de andere is in L'Anse aux Meadows, slechts een paar uur noordwaarts.
Een stukje verder langs Route 431 kom je bij het Green Gardens voetpad. Het spoor meandert langs een ruwe vulkanische kust, langs een zeegrot van lava, een waterval en weelderige weiden bovenop de kliffen. In het nabije Seaside Restaurant in Trout River lunchten we onder het genot van het schitterende uitzicht over de Gulf of St. Lawrence. De kleine eetgelegenheid ligt aan de rand van het water, tussen vissersschuurtjes, boten en de alomtegenwoordige visrekken - houten frames met netten waar vissers hun vangst op drogen.

Dapper bestelde ik kabeljauwtongen, een plaatselijke lekkernij. De tongen waren te taai en visachtig voor mij, maar de `homefries' waren subliem. Dit is geen land voor gourmets: er zijn weinig restaurants, ze liggen ver uit elkaar en de keukens zijn niet direct fantasievol te noemen. Zoals Patrick O'Flaherty schimpt in zijn reisgids: 'als je hier komt met cholesterolklachten, wordt je in een kist naar huis gestuurd'. Onze oplossing: een hamburger of broodje als lunch en steak of gebakken vis als diner.

Nationaal park

We keerden terug naar Wiltondale om via Route 430 in het hart van het park te komen: de noordelijke regio. In het bezoekerscentrum van het Gros Morne National Park zagen we een aardige foto-tentoonstelling over de stadjes in het park. Op een foto trekt een paard een slee met brandhout; de bevolking gebruikt nu Ski-Doos -lokaal `slang'voor sneeuwscooters - voor vrachtvervoer in de winter. Het centrum biedt kampvuren en georganiseerde wandeltochten over de achttien paden in het park.

Tegenover het centrum ligt Gros Morne, de berg waaraan het park haar naam dankt. Met zijn negenhonderd meter is het de op één na hoogste piek in Newfoundland. De zestien kilometer lange Callaghan Trail (genoemd naar de voormalige Britse premier) voert naar de top. Park-officials waarschuwen ouders om geen kleine kinderen mee te nemen op de zware zeven tot acht uur durende klim. Degenen die de top halen raken betoverd door het uitzicht op Ten Mile Pond (elke vorm van zoet water, groot of klein, wordt in Newfoundland `pond'genoemd), de golf en de Long Range Mountains die zich uitstrekken over de noordelijke landtong van het eiland.
Zorg ervoor dat u voor zonsondergang bij de Gros Morne Cabins in Rocky Harbor bent. We zagen hoe de oranje-gele vuurbal in het blauwe water van Bonne Bay zonk, en wandelden daarna urenlang over het door de maan verlichte rotsachtige strand. 

Western Brook Pond

De volgende dag wijdden we aan fjorden en Indiaanse kunstvoorwerpen. 's Ochtends haalden we bij het Ocean View Motel onze gereserveerde kaartjes op voor een tweeëeenhalf uur durende boottocht over Western Brook Pond. De haven lag een minuut of twintig noordwaarts over Route 430. Daar voert een pad van twee kilometer dat is gemaakt van planken, rotsen en modder, van de parkeerplaats naar de haven. Reken op veertig minuten voor de wandeling en zorg voor sandwiches: de haven heeft niets te bieden.

Eenmaal aan boord, ontspanden we ons en genoten we van de fantastische fjorden met hun achthonderd meter hoge kliffen. Het meter is zestien kilometer lang en de boot voert langs heel wat vreemde rotsformaties lijkt op `The Wizard of Oz's Tin Man) en watervallen die zo hoog zijn dat het water in mist is veranderd tegen de tijd dat het meer wordt bereikt. Lang voordat Newfoundland in 1497 werd 'ontdekt', zwierven Indianen over het eiland. Voor een glimp van het Indiaanse verleden namen we een vijftien kilometer lange zijweg van Route 430 naar Port au Choix. Naast het bezoekerscentrum-annex-museum ligt een begroeide heuvel, waar arbeiders bij graafwerkzaamheden voor een bioscoop in 1967 een vermoedelijk vierduizend jaar oude Indiaanse begraafplaats blootlegden. Het museum heeft typische foto's van de opgraving en kunstvoorwerpen, zoals een in een graf gevonden, uit steen gesneden orca.

Port au Choix, de vis-hoofdstad van west-Newfoundland, heeft ook een indrukwekkende omgeving. De rotsachtige kustlijn bij de Point Riche vuurtoren biedt een uitstekende plek om te picknicken. Terug op Route 430 is het Plum Point Motel een gerieflijke plek om de nacht door te brengen. Het ligt enkele minuten van St. Barbe, waar we van plan waren de volgende ochtend de veerboot naar Labrador te nemen.

Iceberg Alley

In Labrador wilden we proberen het walvisvaarders-verleden van de regio te verkennen, onderbroken door andere toeristische activiteiten. We namen de boot van kwart over tien, en ontbeten goedkoop en goed aan boord. Vanaf het dek speurden we later naar walvissen. Bijgestaan door het arendsoog van een Canadese jongen, zagen we zo'n twintig `minkes', een relatief klein soort van tien meter, en één enorme orca.

Volgens een bemanningslid hadden we geluk dat de lucht zo helder was. 'Meestal zie je de boeg niet eens', mopperde hij. We vroegen of hij de laatste tijd nog ijsbergen had gezien. We doorkruisten tenslotte de Strait of Belle Isle - beter bekend als Iceberg Alley - waar de hele zomer door nog ijsschotsen uit het noorden komen drijven. Hij schudde zijn hoofd.
'Maar ik heb gehoord dat er gisteren een ijsberg is gesignaleerd in Red Bay.' Daar waren we naar op weg, een kilometer of tachtig verderop langs de kust. De veerboot legt aan in Blanc Sablon, Quebec, waar je ook meteen in een andere tijdzone zit - Atlantische tijd in plaats van de Newfoundland-tijd.

Maar even verderop In Labrador is het weer Newfoundland-tijd. Op het eerste gezicht leek Labrador verlaten en nogal afschrikwekkend, en daarom stopten we voor informatie bij het Gateway to the Straits visitor center in L'Anse-au-Clair, gevestigd in een gerestaureerde kerk uit 1919. Het ligt aan de voet van de eerste van de vele steile heuvels van Route 510. De suppoosten kunnen je afgelegen beschermde picknickplaatsen wijzen. En ze zijn de eersten om te beamen dat Labrador meer wegwijzers nodig heeft.

Het beklimmen van 122 treden en twee ladders is alleen weggelegd voor de moedigen, maar het is de enige manier om boven op de Point Armour vuurtoren, met 35 meter Canada's op één na hoogste, te komen. Ik overwon mijn hoogtevrees, bereikte de top en kon vandaar een kilometer of twintig van de onherbergzame kust van Newfoundland zien.
Terug op de 510 zagen we bij de nadering van het dorp Capstan Island de Red Bay ijsberg. Zelfs van deze afstand konden we zien wat een massieve kolos het was. We verloren hem echter weer uit het oog toen de weg landinwaarts langs de Pinware rivier, een Mekka voor zalmvissers. Het stikt er ook van de geparkeerde auto's van mensen die op zoek zijn naar `bakeapples', een familielid van de framboos die ook wel cloudberry genoemd wordt. De naam bakeapple komt waarschijnlijk door de smaak van de bessen, die doet denken aan gebakken appel-pulp. Restaurants in Labrador en Newfoundland serveren bakeapple-jam en -toetjes.

In Red Bay bezochten we het uitstekende walvisvaartmuseum op de Red Bay National Historic Site. Begin met de video `The Basque Whalers of Labrador', die de museumbeheerders op verzoek starten. Het is een film van een uur die tot in fascinerende details uitlegt hoe in 1978 archeologen in Red Bay het veronderstelde wrak blootlegden van de San Juan, een walvisvaarder uit de zestiende eeuw. Het water was zo koud dat duikers maar twee tot drie uur onder water konden werken. Het museum heeft kasten met de eigendommen van walvisvaarders - gereedschap, kleding, een drinkglas en een kleurrijke aardewerken schaal, die bij het wrak werd ontdekt en het ook nu nog goed zou doen op tafel.

Om rond te lopen op de plek waar walvisvaarders leefden, werkten en stierven, maak je een boottochtje van vijf minuten van het museumhaventje naar Saddle Island. Op dit eiland volgden we een met bordjes gemarkeerd pad, waarop wordt verteld hoe walvisvaar¬ders walvisblubber omvormden in olie in een traankokerij - een primitieve versie van de moderne olieraffinaderij. We kregen ook een modern scheepswrak van dichtbij te zien. In 1966 liep de Bernier, een schip uit Quebec, tijdens een storm aan de grond. Haar roestige romp ligt in ondiep water bij het eiland. Het wrak van de San Juan kunnen echter alleen nog maar diepzee-duikers zien: archeologen haalden het schip stukje bij beetje naar boven om het te analyseren en later werd het herbegraven in de ijzige wateren die het al die vierhonderd jaar hadden bewaard.

We gingen verder op ijsbergjacht. Een suppoost van het museum wees ons het beste punt voor een uitzicht over het water van Red Bay. We reden door modder en drek, en werden beloond met een zicht van dichtbij op twee immense ijsbergen, elk meer dan tien meter hoog. Ik moest denken aan die nacht in 1912 toen de 'Titanic' voor de kust van Newfoundland op een ijsberg voer.

Noorse kolonisten

Na een veel guurdere overtocht door de dikke mist keerden we terug naar Newfoundland, terug naar Route 430. We bezochten St. Anthony, de woonplaats van Sir Wilfred Grenfell, een dokter die honderd jaar geleden van Engeland naar Newfoundland reisde. Geschokt door de armoede, zamelde hij geld in om scholen en ziekenhuizen te bouwen. Grenfell House bevat herinneringen aan zijn leven.

Onze laatste stop nam ons nog verder terug in de geschiedenis van het eiland. L'Anse aux Meadows ligt op de noordpunt van het schiereiland, aan Route 436. In 1960 kwam Helge Ingstad, een Noorse onderzoeker, naar het gebied op zoek naar vroege Noorse landingsplaatsen. Een plaatselijke bewoner wees op de vreemde aardhopen en richels waar al eeuwenlang de kinderen op spelen. Ingstad en een team archeologen sloegen aan het opgraven en vonden de lage muren van de die een Noorse kolonie in de elfde eeuw korte tijd had bewoond. Een bronzen mantelsluiting en andere vondsten worden tentoongesteld in het bezoekerscentrum van de L'Anse aux Meadows National Historic Site.

Archeologen hebben de plaggen huizen van de Vikingen herbouwd op een mooie plek achter het museum, aan de oever van de Atlantische Oceaan. Bezoekers kunnen de hutten binnengaan en zittend op de houten banken, omringd door berenvellen, zich warmen aan het bulderend vuur - vooral behagelijk op de kille dag dat wij er waren.

De herberg die we uitkozen voor onze laatste nacht in Newfoundland leek net zo geïsoleerd te liggen als de plaggenhuizen. De Tickle Inn van Cape Onion is een huis van honderd jaar oud, gebouwd met typerende overnaadse planken, weggestopt in een winderige inham, omgeven door kliffen die vragen om verdere exploratie. Terzijde: een `tickle' is een Newfie-uitdrukking voor een smalle doorgang van water tussen twee stukken land.

Het diner in de herberg was goedkoop maar bijzonder goed. Ross Adams, de 79-jarige vader van de eigenaren, David en Barbara Adams, is niet te beroerd om bij de koffie verhalen op te dissen over de tijden dat hij met zijn boot in stormnachten op ijszeeën voer. Het herinnerde ons er nog eens aan dat de eilanders van deze tijd heel wat gemeen hebben met hun Baskische, Indiaanse en Viking-voorvaderen.


afsluit.gif (194 bytes)

Terug naar Newfoundland/Labrador